Skip to main content

Full text of "Onze reis naar Sagelterland, benevens deszelfs geschiedenis, eene ..."

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




» . 



5' - 



\ 



► > 




I 

I 







THOM-THE-LIBRARY-OF- 
-OTTO-BREMER- 





Google 










Digitized by 



Google 



'k^UU^ 



Digitized by 



Google 



^a(> au 



ONZE JR E I S 



NAAR 



SA0)e{UtrlAnb. 



. Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



f •••••••••• 



• ••• 



Digitized by 



Google 




"/l/n?ïé/2l^'€^2/ 



Digitized by 



Google 



ONZE REIS 



NAAR 



BENEVkNS BESZELPS GESCHIEDENIS, 

EKÜE DESGHaiJYlNG 

TAV DSM AABB « BS ZE9EV , 9S GSWOONTKIff SNS. 
▼AV DZSZEXFS BBWONE&S 



XZBtfB KObta llKDHSTS BI7 WOOBJIBXnUUAT 
"^AN aUWNS TAAI- 



J"'^ M\ M. IIETTÈMk i 



R. B. POSTHUMUkS, 

Leden van Ket Koninklijk Oenootachap van Noordsche Oudheden 

te Kopenhagen, van de Maatschappij der Nedevlandiche 

Letterkunde te Leiden en van het Provinciaal Friesch 

Genootschap ttr beoefening der Frieache Geschkd- , Oudlicid- 

en Taalkunde^ enz. enz. 



,'nut 



fcaait 



F 



fatcit. 



Te FKANCKIiR, bij 

1836. 



Digitized by 



Google 






BREMEB 

Frini poeamur\ quo , a frima gmtiê oriënt , inUr «lefertt 

Germanoê noti ao Homauiê formidabiU* füimu9 proj^ter for* 

ti fl^iM pi ^ Ucre libertatit Hudiwn. 
• • •• • • • 

• •••••• 

Dat is: 

• \ • . 

\ff^ijld'ra^»de^»nAam van Friezen ^ onder wdken wlj^ van 

de eerete ophon^t van het volk o/, onder de oude Germanen 
hekend en voor de Romeinen ontzaggelijk waren , wegen» onsê 
dapperheid en gloeijende liefde voor de vrijheid. 

SuiEH SiccAxi, in de voorrede 
man de JA» Frieionum, 



Digitized by 



Google 






Drïs troonDEK aas dé Lezers. 

m 
Lezen f dié er belang; in stelt ^ hier ontvangt 

gif on» gemeenschappelifk werk over Sagelterland* 
"Het zal u wel onverschillig zijn om te weten ^ 
welk juist het aandeel van ieder onzer in dezen 
arbeid zijn mag. Het geheel , met al zyn goed 
en kwaad f staat op ons beider naam als de vrucht 
onzer gezamenlpke nasporingen; gelieft met deze 
verklaring tevreden te zyn. 

Dat ons werk zoo laat de wereld intreedt ^ herft 
zijne oorzaak in omstandigheden , welke alleen van 
ons zelven voor. een gedeelte hebben afgehangen. 
Rfaar hier kunt gij u van verzekerd houden , het 
heeft door deze vertraging in onderscheidene opzig" 
ten veel gewonnen ;' op veel grootere volledigheid , 
zamenhang ép^ naauwkeurigheid kan het hierdoor 
aanspraak maken. 

'Het kaar/je van Sagelterland , hierbij gevoegd ^ 
is door den Heer w.VASPETMAf deels naar eene^ 
door ons in het land zelf oniworpene ruwe schets^ 
deels naar mondelinge opgaven van een* Sagelter- 
lander in verband met onze schets , eene nieuwe 
kaart van Oldenbnrg en andere geteekend. De 
plaat y de kleederdragt van ongehuwde Sagelter- 
lander vrouwen voorstellende, is naar eene , door 

M102373 

_ DigitizedbyVjOOQlC 



Tl 



onê almede in Sageherland zeif^ volgens hetoorspron^ 
kelijke model^ ontworpene schets door den Heer 
c. B. BUYS te Leeuwarden gefeekendé JVtf brengen 
dezen beiden Heeren voor hunne verpligtende vrien* 
delykheid onzen zoo welverdienden als hartelyken 
dank toe* 

Wij hebben geoordeeld dat de Sagelterlander 
Archiven , jiu wij daartoe in staat gesteld waren > 
hoe belangrijk of onbelangrijk zij dan ook gekeurd 
mcgen worden 5 hoe onvolledig zij ook zijn ,* door 
ons aan het publiek behoorden medegedeeld te' 
worden, en wel zoo getrouw als mogelijk, ja, zoo 
als men het noemt, met eene diplomatische 
naauwkeurigheid. 

Voor het overige, Lezers/ kunt gij nu^ als gp 
wilt, zelve komen en zien , en moet gjf zélve oor^ 
deelen. Wij kunnen toch zelve de waarde qf on^ 
waarde van ons hoek Jiiet bepalen^ W a?itrouwt gij 
misschien uw eiqen oordeel, wel nu! de Recen- 
senten zullen het u dan wel zeegen, wat goed of 
kwaad , te veel of ie weinig , in ons werk is. 

Doch 'gaarne zagen wij , dat men ons in de 
plaats van datgene, wat df3 onfeiHnj^e afkeuring 
zal moeten ondergaan , iets beters in de plaats gave. 
Vaart wel i 

September J836* 



Digitized by 



Google 



%%\V%\%%%%%Wl%%%%%\«V^^%VWI*V«^\%-%%%Mf\1A<«»<«%<H^'%%«Ai«*« 



JNLEIDIBTG. 



JLehheid in het menigvuldige is de groote wet , 
welke de wijze Schepper al zijne werken heeft 
Toorgesebreven , en die nimmer straffeloos overtreden 
werd. Aan deze weldadige wet is de mensch even- 
zeer als al de overige schepselen onderworpen. Een* 
heid in den aanleg onzer nataur , in het wezen van 
ons denken, gevoelen en de hoofdzakelijke ma- 
nier 9 waarop wij onze gedachten, gevoel en barts- 
togten uitdrinken , . vereenigt zich hier met de , 
Toor het menschdom zoo heilzame verscheiden'heid. 
Eene verscheidenheid, die zich bij eiken mensch 
in toon van stem en yerschil yan gelaatstrekken 
zelfs, buiten al het overige , in het oog loopend 
vertoont , en wel altijd zal J)li]yen vertoonen. , De 



Digitized by 



Google 



menschelijko beschaTing mog« yeel yan deie yer- 
8cheidenheid weggenomen, en aan de mensclien, coo- 
Terre zij door haar bereikt werden « eene teer ge- 
lijke f gladde en Blinkende oppervlakte gegeven heb- 
ben, terwijl sij tevens door oyerdrijving maar al te 
dikwijls de oorspronkelijke kracht wegschaafde; — eene 
verderfelijke en onnatuurlijke staatkunde moge de 
overdrijvende beschaving met heillooze oogmerken de 
hand bieden, en zelfs de beschaving als een werk- 
tuig bezigeni om, door het wegnemen der verschei- 
denheden tusschen menschen en menschen,, deze tot 
gelijkmatig werkende poppen , of ronddraai jende ra- 
deren in haar zamenstel, te doen dienen: —zij zullen 
beide in de onveranderlijke natuur der menschen 
en in de eeuwige wetten der dingen wel haren keer- 
kring vinden. De menschelijke natuur laat hare 
regten niet straffeloos verkrachten, maar dwingt 
op haren tijd haren verkrachter zelfs tot hare eer- 
biediging. Nimmer zullen die twee de menschelijke 
zielen in een* en denzelfden vorm kunnen vergieten. 
Het is voor haar onmogelijk zelfs twee menschen 
gelijke gelaatstrekken en gelijken toon van stem te 
geven. Verre , zeer verre hebben zij het, wel ia waar, 
in dezen gebragt; maar hier begint men reeds de 
verdervende geyolgen harer bemoeijingen in te 
zien en te gevoelen; daar wist nog een klein 
hoopje volks zich aan hare invloeden, althans tén 
deele , te onttrekken , en zich in zijne oorspronke- 
lijkheid, hoe bezwaarlijk dan ook, te handhayen. 

Lichtende punten, voorzeker, voor den vrijen 
mensch , die zijne ïiatuur yolgt , op dit wereldtafereel! 
Verkwikkende rustplaatsen yoor bet , door eene zoo 



Digitized by 



Google 



verre gedreyene eenloonigheid Termoeid en aj^eaia^ 
oog! Zulke verschijnselen boei jen en trekken den 
"vrelgestemden mensch tot sicli | en wekken denkbeel- 
den ^ uitvloeisels zijner reine natnnr, en herinne* 
ringen aan het goede n\t de tijden» die niet meer 
zijn , in hem op, op eeae wijze , welke hem opbeu- 
rend zijne waarde en hooge bestemming doet ge« 
Toelen. 

Een klein volk, dat naanwelijks op de kaarten en 
in de gesebiedboeken geteekend staat en genoemd 
wordt, maar dat zijne natuur, taal en zeden tot 
nu toe vrij ongeschonden bewaarde , trekt daardoor 
de beschouwing yan anderen tot zich , en wekt eene 
belangstelling in de onderzoeking en kennis zijner 
nog onbeschaafde eigendommelijkhcden , welke het 
gewis buitendien nimmer zou hebben kunnen te 
voorschijn roepen. Hoogst aangenaam is bet voor 
ons, te midden van zooveel, zoogenaamde, kunst , 
eens eenige oogenblikken in de vrije natuur t<s ver* 
toeven, en door haar van nabij te beschouwen on- 
zen geest te ontspannen en te verlustigen. ^ 

Zoo gii^ het de schrijvers van dit werk over het 
zoo kleine en onbekende Sagellerland , dat door hen 
in den zomer van het jaar i83a is bezocht en on- 
derzocht geworden. Zij hebben gemeend hunne 
waarnemingen omtrent dit land , en de. vrucht hun- 
ner onderzoekingen naar de geschiedenis, taal en 
zeden de^r Friezen, hoe die dan ook zijn mogen, 
aan het lezend en letterlievend algemeen , en vooral aan 
hunne mede-Friezen , te mogen en te mioeten aanbieden. 

Zeer klein is wel het land en zeer onaanzienlijk 
het volk» waarover wij iv;hrijven zullen. H^t Ie- 



Digitized by 



Google 



Teft geene helden op, die xich door hanne Moedigo 
klear onderscheiden; Éijiie geschiedenis bevat geeno 
heldendaden , dié sich wijd en .zijd door het geween 
der yérrarnlten en gekwetsten , door het zuchten der 
stervenden , doen hooren. Het levert ons wel geene 
rol van wijzen en geleerden in onderscheidene he« 
trekkingen en vakken , die de verlicfaters en weU 
doeners der menschen waren. Maar het is een 
oorspronkelijk volk, lezers! Het heeft zich , wat 
het wezen eens volks uitmaakt , ten opzigte zijner 
taal, zeden en zelfstandigheid, zooveel in hem was, 
bewaard voor de alles inslokiiende draaikolk der, 
zoogenaamde, beschaving. Het heeft dien eerbied 
voor zich zelf bewaard, welke anderen eerbied 
voor ons inboezemt, en on«, zooverre de drang der 
omstandigheden dit gedoogt , vrij doet blijven voor 
de algemeene besmetting. Het spreekt eene taal, 
letterkundigen ! die eenwen heagt , en die niet alleen 
de naauwste verwantschap beeft met de Germaansche 
en Scandinavisdhe talen , maar zelfs ouder en zuiver^ 
den is dan, ja den grondslag uitmaakt van ons 
hedendaagsch liederlandsch* Dit kleine volk. Frie- 
zen! spreekt uwe landtaal, die het grondwerk 
vormt van de taal van het zoo nationale en trotsche 
Engelsche volk, en van het met jeugdige reuzenkracht 
zich volmakende, zoo uitgebreide en vrije Amerika. 
Dit kleine volk. Friezen! is een gering over- 
blijfsel van het voorheen zoo uitgebreide en mag- 
tige Friesche 'volk. Een overblijfsel van dat volk , 
hetwelk met zijnen naam zijne taal bewaarde, of 
redde uit de puinhóopen der eeuwen. Van^^fv'olk, 
dat door zeifstahdF^heia, tucht tot vrijheid en on- 



Digitized by 



Google 



»flHiiikeU]kheid de légioeneo der alles oyevheerende 
Romeinen dUrlde tegeiMiaan , en hen eindelijk uit 
Kijn& poelen^ en moerassen verjoeg. Zijne onafban* 
kelijke geest en dapperheid behaalden de overwinnidg 
op de heersch* en hebzucht der magtige wereld- 
dwingers « rerzwakt en yerslapt door hunne lage eo 
teugellooze driftent 

Bat kleine volk behoort roet u > Friezen ! tot die 
vademen ^ die door hunnen^ moed en standfastigbeid 
hunne Frankische overheerschers dien eerbied -wiste» 
in te boezemen', dat zij hun. hunne tweetten en yrij* 
heidr lieten, en hen door grootere voorregten aan 
zichv zocbt&i \ te Tcrbinden. Hollands Graten konden 
door hunne reroveringszucht deze Friezen niet ten 
onder brengen^ Vrijheidszupht en heerschcucht zijn 
geene gelijke partifen. — 

In, de wetten uwer voorouders, Friezen! dte zoa 
eerbiedwaardige gedenkteekenen van hunnen fierea 
moed eU' vrijen lin, vindt gij nog dezelfde taal in 
het. wezenlijke en hetzelfde gevoel als de Sagelter- 
Friezen nog met u spreken , en als hen even als u 
bezielt. Slaven . der wetten en des regts^, konden 
uwe voorvaderen geene onderdrukking, en stelselma* 
tige uitzjaiging duldeur Oe Sagelterlander is neg 
even zoo slaaf der wet; maar vonken van vrijheids- 
gevoel en. diepen afkeer van overheersohing glimmen 
er ook nog in zijnen boessem. 

Ons geschrijf moge dan al bij zulke menschen 
geene goedkeuring vinden, die alleen waarde hech- 
teA aan het klinkende , blinkende en schitterende 
van onzen tijd« Het moge miskend worden door 
zulke letterkundigen^ die hunne grootheid in de 



Digitized by 



Google 



oaHpÏDg van het slecbtQ vreemde en niet in oorspron- 
kelijkheid stellen. Dit zij soo f De goedkearing der 
znlken is ons ook niets waardig , ja zelfs zonden 
wij ons die tot schande rekenen. 

Maar gij , minnaars van oorspronkelijke , ^ reine 
natanrtrekken , nog door geenen adem des tijd- 
geestes verpest , door geene valsche beschaving meer 
dan half uitgewischt ! gij zult weleen blik willen slaan 
in OQS werk. Moge het u niet mishagen ! dan be- 
• reiken wij ons doel. En gij, grondige onderzoen 
kers der taal en letteren , die aan geene banden van 
gezag , vooroordeel of stelsel' ligt ! keurt gij onze 
opgaven niet geheel onbelangrijk , wij stellen hoogen 
prijs op dit uw oordeel. 

Op uwe goedkeuring^ regtaarde Friesche land- 
genooten ! stellen wij den hoogsten prijs , en daarop 
rekenen wij met zekerheid. Het geldt uwe taal en 
hare geschiedenis, uw volk en zijn eerwaardig ka- 
rakter; het geldt de deugden uwer vaderen, die 
een zwakke en verzwakkende tijdgeest niet geheel 
heeft kunnen uitdelgen. 

Gij zult ons de onvolledigheid onzer berigten ten 
goede houden. Gij zult het gebrekkige er in ver- 
schoenen. Wij zullen waarheid , en onopgesmukte 
naanwkeurigheid in acht nemen. Gij zult onpartij- 
dig over ons vonnissen, het kwade latenblijven, 
én het goede tot nw nut aanwenden. 



Digitized by 



Google 



REIS 

naar het 
Sagelterland en teruff. 



JU Umand JtorU reiten dottj 
Kam hij ni^t vtéi vtrha^. 

Xteisigers , die eene reis ondernemen en yol- 
Brengen, welke hen slechts 3o, ^o uut Tan hnnne^ 
woonplaats Terwijdert, moeien a&tand doen van 
bet gewoon toorr^t der mlken, die honderden 
yan uren afleggen, namelijk, om het ledige in hunne 
hersenen en in hnn Terhaal door leagens aan te 
yollen. Wij vallen dan ook dit Toorregt aan rei- 
zigers iot het groot en sdirijrer) yan couranten oyer* 
bten^ die iUan»^^ ook, yooral de laatste, er genoeg- 
saam yoor sorgen, dat de leugen-fabjpiek niet in 
yerval gerai^t. Weinig kunnen wij leyeren, maar 
dit moet en sal dan ook waarheid £i]n« 

X)en 17 Julij iS3a reden wij des morgens yan 
Leeuwarden^ en kwamen op den middag yan dien 
dag te Gronmgen^ melE dor diligence aan. Wij reden 



Digitized by 



Google 



langs den straatweg op eene snelle manier. Straat- 
wegen en diligences bespoedigen het reizen zeer. 
De mensch heeft na ook zoo yeel te doen in dezen 
korten tijd zijns levens, dat hij de middelen ter 
bespoediging zijner reizen en zaken niet te Teel 
meent te kannen termeerderen. Of hij zich hier in 
ook verrekent, zoo als dit adam's kinderen wel eens 
meer overkwam, zal de tijd leeren. 

Wij vonden in onze diligence een* Zwitser , en das 

een' republikein van geboorte en een' koopman van 

SegJojf/; HJj:^^ na van geloofsbelijdenis een sterk 

^kpningsg'ezuiHe* én in zljn^hart een grove egoïst ; 

i*Óo/fi6 ;erj ^ro^T^fè'os wel meer zijn. Door den op- 
• • • • *•• • • »•• ♦ * • •,• ,, 
stand der Belgen was hij naar Holland gegaan , vond 

daar na beter zijne rekmiing bij, en waarom zoude 

hij dan nu zijne vaderlandsliefde ook niet uitstallen ? 

Voorzeker, aan ' zulke proteusen , die honderderlei 
gedaanten aannemen en zich in de strijdigste vormen 
verloonen , doch wier geheele ziel en wezern grover, 
of fijner J' egoïsme en eigenbaat is, zal het de 
maatschappij nooit mangelen. 

Wij wiUén hier nog eene vraag ter beantwoor- 
ding aan onze lezers voorstellen* Zij is dezet Daar 
ons land van vreemdelingen wemelt ; daar een aan- 
zienlijk gedeelte van de bevolking onzer handel^c- 
dèn , zoö his Amsterdam enz.., uit oorspronkelijke 
vreemdelingfen , die hier hun brood zoeken, bestaat, 
hoeveel afslag geeft dit op; onze nationaliteit eli 
karakter ? 

Van Groningen ging het den liainiddag van dien 
dag verder met de trekschuit naar Winschoten , waar 
wij , zonder iets merkwaa'i^digs gehoord te hebben. 



Digitized by 



Google 



dan alleen nieuwe bewijzen yan de weinige bekend- 
heid van het landje , waar wi] henen reisden , aan- 
jLwamen. Wi) bleven den nacht in dit Groninger- 
landsche tlek , en reden den yolgenden morgen met 
een' Ëmder retourwagen naar Wcener^ in Reidtr* 
land gelegen. 

Wij reden van Winschoten door het vruchtbare 
üldambt^ en verlustigden ons in het gezigt van de 
akkers met heerlijke vruchten overdekt. O, hoe veel 
geeft de goede moeder natuur aan hare kin- 
deren ! Verrukkend is het beschouwen yan zulke 
volle en golvende graanvelden , bewijzen van de 
vlijt en het wijs bestuur van den landman* Yan den 
landman , dien steun en die kern van elke maatschappij ^ 
daar hij met de voortbrengselen zijner werkzaam-* 
heid allen voedl. Wierd zijn bedrijf en zijne moeita 
maar zoo niet miskend en zijn zweet beter beloond S 

Zoo kwamen wij in de kleine vesting de Nieuwer 
Schans aan. Aldaar lagen eenige soldaten om mede 
den sluikhandel, die hier op de grenzen yah Oost-' 
Friesland en ons land zoo sterk gedreven wordt, te 
weren. ^Nnttelooze yoorzorg, daar de winzucht allo 
waakzaamheid verijdelt, en alle belemmeringen yan 
^ezen yerderf^Iijken handel steeds uit den weg zal 
ruimen. Hooge ihkomende of uitgaande regten 
zullen steeds de iluikerij in leven houden. Lage 
regten zijn het eenige middel om dit bederf te weren ; 
maar de kostbare regeringen moeten der mensche- 
lijke hebzucht dit al te schoon lokaas toewerpen ; 
zij hebben zeer hooge noodig. Zout , sterke dranken 
enz. zijn hier zoo de voorwerpen yan dezen handel. 

Wij ontmoetten óp de Schans een' man en eene yrouw 



Digitized by 



Google 



lo 



uit Papenburg , die hoiinen £ooq , e^en yarensgesel , 
herwaarts gebragt badden , teo einde ii> HoUand Toor 
sich in de koopvaardi}vaart yerder «ene dienst te zoe- 
ken. Wij vroegen deze lieden , die slechta op een' 
afstand van Tier aren Tan bet Sagelterland woonden» 
bet een en ander betreffende dit land. Onder bet 
gesprek begonnen wij in het Friesch met ons beiden te 
spreken , waardoor de matroos ons hield yoor Sagelter« 
landers, die» na hunne fortuin gemaakt te hebben, 
nu hun land eens weer zouden bezoeken, Van. 
deze zijne meening was hij , wat wij ook daar 
tegen Terkiaarden, niet weer af te brengen. 
Onze spraak bewees dit , zeide de jongman , hoe- 
zeer wij bet tegendeel mogten verzel^eren. Een on- 
omstootelijk bewijs yoor ons beiden, dat wij tot onze 
blijdschap in onze Tcrwachtingen, jomtrent het bestaan 
der Friesche taal in dat landje » niet bedrogen zou- 
den worden. Deze proef was tocU zoa geheel onge- 
zocht en dus afdoende; 

Van de Nieuwe Schans vervolgden wij onze reis^ 
en bevonden on« nu al spoedig aan hare oostzijde 
op Oost-Frieschen bodem , in het zoogenaamde Beider^ 
land, door de rivier de Eema van bet overige 
Oost'Fnesland afgescheiden* Buiten ons ongelukkig 
vaderland , waren wij nu in een land, nog ruim 
zoo rampzalig. Oost-Frksland eens zoo vrij, eens 
aK>Q gelukkig , zelfs onder den Koning van Pruissen 
als zijnen beschermheer , deelt in overvloeijende malr 
in de eUende dezes tljds. Eens een vrij en onaf- 
hankelijk deel van het vrije Friesland, is het nu 
een Tcracht aanhangsel van het Kenrvorstendom //a- 
ULO^er, dat weder een j^ewest yan Engeland ia. 



Digitized by 



Google 



II 



Oosi'Frksland Ikzxt aUeen waarde in het 90|^ sijnes 
overheerschers , in «ooverre het lasten tot onder- 
houd Tan Hanoyerscfae ambtenaren kan opleferen, 
die : das ook natuurlijk als een' sondfloed dit eens 
gezegend land oyerstroomen. Dese leren hier , als de 
hloedzuigerSf Tan het .bloed der ingezetenen » en he« 
loonen hen daar?oor met Terachting en hoon. Drie- 
werf ongelukkig land in zulke afhankelijke omstan- 
X digheden ! ! I Hoe yerbitterend is in zulk een* toe- 
stand de herinnering aan hetgene men eens in 
betere tijden was! 

In Oost-Friesland werd» toen. het nog Trij was, 
de Friesche taal gesproken, zoo als de Brod^mer 
brieven , het Emsiger landregt en het Asigaboek 
dit boven alle bedenking stellen. De naam zelfs van 
dit gewest wijst zijne yoormalige landstaal en andere 
betrekkiogen en toestand aan. Thans is alles reeds 
plat-Daitsch 9 vooral in het oostelijke gedeelte, en 
in het westelijke neemt die tongval hand over hand 
toe. Alles neigt zich daar meer en meer naar het 
Duitsche: alles wordt door lianoversche invloeden 
daar henen 'geleid. In zijne aanmatigingen « ja , 
laten wij het bij zijnen regten naam noemen, in 
zijne dwingelandij, over dit land gaat het bestuur 
zoo yerre, van het gebruik der Hoogduitsehe taal 
zelfs in de godsdienstoefeningen dér Hervormden « 
die, in het westen van dit land wonende « tot nog 
toe aldaar de Nederlandsche bezigden , bij hoog bevel 
te hebben ingevoerd. Zoo wil dan daar eene ver- 
schrikkelijke en beerschzuchtige staatkunde de Pre* 
dikanten dwingen, in eene, hun vaak vreemde, altijd 
ongewone taal God te bidden en te danken en het 



Digitized by 



Google 



la 



Yolk te leeren , en de gemeenten ^ 'om id eenre h%j^ 
kans geheel on1>ekencle taal hefc Opperwezen te ver* 
eerea en zich te laten onderwijzen. Hoe ongerijmde 
raaar ook hoe onderdrukkend f Hier dringt wel 
degdifk de dwingelandij in de laatste eó heiligste 
schuilplaatsen der iwijkcid , i» de tempelen der Gocb- 
dienst. Wanneer deze verToIgde daar niet meer vel-^ 
lig is, waar zal zij het dan zijn? Maar wanneer 
ook Ghristénen zich zulk eene onderdrakking late» 
welge?alkn>f verdienen zij. dia dan niet, althans 
eenigzinsP Schept men zoo zich niet zijne eigene- 
tirannen ? 

Men is eerst ingenomen met het nieuween vreemde, 
en wordt zoo allengskens de spcelhal der heersch- 
zucht , voordlal men het zelf weet. Uitdelging der 
nationale taal was en blijft steeds het doel van on^ 
derdrukkers en overheerschende regeringen. Destaat^ 
kunde begrijpt maar al te wel, dat de vernietiging 
der landstaal de vernietiging der nationale onafhan- 
kelijkheid en vrijheid is. Vandaar deze pogingen, 
welke, als zij slagen, der staatkunde, die in alles 
eemselTigheid en gelijkheid wil , zulke uitnemende 
diensten bewijst. Hetgeqe NAPpLEQff met on» land* 
deed , toen hij- over ons heerschte , de Fransche taal 
itt te voeren , doet men te Hanover voor Oost^ 
Friesland^ om zoo zelfs het laatste vonkje van vorige 
vrijheid en zelfstandigheid ui-t te dooven. De taal ts 
toch de menscbeljjke geest , zoo ah ' hij zieh aan- 
anderen vertoont ; zij is er- de buitenzijde van. De 
besmetting en verbastering der binnenzijde zich nu 
aan de uitwendige mededeelende , zoo zal het bederf 
en de skvemij vc^Iedig zijn. De taai is de bané 



Digitized by 



Google 



tl 



tusschen «lenscfaen en raenschen , Toor- tn Bdge«lath- 
ien ; zij yereenigt individuen tot hoisgeEinnen , hois- 
gecinnen tot natiën. Maak dezen band los, geef 
er eenen anderen yoor in de plaats , en gij hebt 
als overbeerscher nw doel bereikt; iit laatste mid* 
del , bi] al de overige der staatzncht geve^egd en 
met gevolg aangewend , maakt bare zegepraal volko- 
men. Een wenk voor dke natie, die vrij en zelfstaa* 
dig wenscbt te blijven als volk. 

Ongemerkt naderen twee gewesten op de grenzen 
elkander in taal , levenswijze , boaworde v|in h«izen 
en meer andere dingen ; dit een en ander vloeit 
daar ongevoelig in elkander door oaderUng menig- 
Tuldig verkeer en bestendige aanraking. Duidelijk 
ontwaart men dit ook bij het verlaten van den 
Neder)ands(^hen grond en het doortrekken van Rei" 
derland. De grond van deze streek , die door de 
Eems , als eene natnarlijke grensscheiding, ^ons land 
ts toegewezen , is vette en zware klei , allhans voor 
het grootste gedeelte. 

Doek wat beteekent nti Reider in Reiderl&nd P 
Is Reider riet , met riet bewassen land , zoo als 
deze streek in vroegere eeawen , ak aan eene ri- 
vier gelegen , gewisselijk zal geweest zijn ? Of is 
Reider ver wand aan rijd^ roede ^ een stroomend 
water, ruere^ fiw^ stroomen, de onée naam der 
rivier de Eems geweest, aan wier eene zijde 
dit land gelegen is ? Dit laatste is het waarschijn- 
lijkste; zoo heeten de Dongerdeelen aldus naar de 
oude rivier AeDonger , aan wier beide oe? ers zij lagen. 

Wij kwamen nu het eerst in het niet onaanzien- 
lijk dorp Bonda aan. Dit dorp heeft op zich zelf, 



Digitized by 



Google 



i4 



buiten de uitgebreide gebnchtea en de Yettg poliiers « 
Welke er onder behooren» eene beToIking yan i344 
inwoners. De naanU Bonda sal wel zooveel 
zeggen als vereenigings^woonooüd ; hetzelfde woord 
Tinden wij in band weder « soo als in Braband « 
Tekterband en de Band , eene zich bij Oostmahorn 
tri) yerre in de Wadden nitstrekLende bank of 
soort van terp , Terband 4 een Frlesch dorp » en meer 
andere. De wortel van dit band, bond ^ bund 
ligt, dunkt ons f in het nog in bet Engelsch be- 
staande werkwoord to be ^ ons Friesch ikbin, binne^ 
wij binne j jac binne^ en in ons voorzetsel binnen. 
Deze wortel bestaat nog en beeft lich in verschil- 
lende» overgedragene en verwante beteekeoissen 
verspreid, met verandering van vorm door de on- 
derscheidene G^rmaansche en Scandinavische talen. 
De grondbeteekenis achten wij verbinden y vereenigen 
te zijn, door omvatting^ bevatting^ omsluiting. 

Wij reden zonder ons op te houden door het 
in de lengte vrij uitgestrekte Bonda naar fFeener. 
Tasschen Bonda en Weèner kwamen wij langs den 
Beschoten Weg, eene zandlge en veenige streek, 
waar zich in latere tijden arme menschen hebben neder- 
gezet, die hier nu dooreen weinig schralen landbouws 
bon sober bestaan zoeken en vinden. Armoede viel 
ons OTcral in het oog. De' hutten, de bedelende 
kinderen, met schaars bun ligchaam dekkende 
lompen bekleed, alles stelde ons het beeld eener 
eerst opkomende en met zwarigheden worstelende 
maatschappij of aanleg , zoo als gij het noemen 
wilt , lezers ! voor oógen. Doch het was toch het 
begin eener sicb ontwikkelende nijverheid^ de eerste 



Digitized by 



Google 



i5 



kiem Tan toekomstige 1>etere weWaarL De Schepper 
legde het Termogen en de aandrift tot ontwikkeling , 
uitbreiding en yolmakiog in de natuur Tan eiken 
mensch. Aan dese neiging schenkt ook de mensch 
altijd Toldoening , T^anneer de regeringen zijne werk- 
zaamheid den Trijen loop laten. De^ natuur brengt 
toch altijd het goede Tan zelf Toort; wanneer de 
besturen slechts, zoo Teel zij kunnen, het kwade 
en alle belemmeringen in den wasdom Tan het 
goede uitroeljen* Wanneer de bestuurders der men- 
schen meer willen doen ; wanneer zij den groei van 
het goede anders als door opruiming der hinder- 
nissen willen bcTorderen , wanneer zij zelfs scheppen 
willen, dan slagen zij niet alleen niet in hun pogen, 
maar bederTen de natuur in hare .werkingen. Dan 
worden de Taders der Tolken, door onkunde , OTcrdrij- 
Ting Tan het goede en Tcrkeerde maatregels , hunne 
dwingelanden, daar zij meer Trillen zijn en doen, 
dan de natuur hun oplegde en hunne krachten Ter*> 
mogen* Toen wij den Beschoten , en uit Teeni({ 
zand gemaakten , Weg , die dus ook Tolgens de naams^ 
aanwijzing Tan lateren tijd schijnt , ten einde wareui 
reden wij tusschen de y^eener Gaasten Meenteweide f 
in de nabijheid dier plaats gelegen , door. 

Gaast is hoog^ zandig bouwland, door kleine 
gruppels of landraggen in onderscheidene deelenr 
afgeperkt. Dit woord sproot met de woorden geest 
en gest zeker uit éénea wortel, namelijk uit het 
diep uit de keel opgehaalde en om hoog gedrevene 
cha^ ka^ ga^ en is nog ook in onderscheidene 
.Friesche, Groningerlander en Oost-Friesche Uorps- 
namen , zoo als bekend is , OTcrïg. - 



Digitized by 



Google 



!6 



De Meentc , de gemeenschappelijk geBrmkte dorps- 
weide , herinnert ons aan vroegere tijden ^ toen de 
grondeigendom nog in gemeenschap bezeten werd , 
en de voortbrengselen daarvan ook aldus gebruikt 
■werden. In ons Friesland heeft men van het gebruik 
dier tijden nog den naam van Boerfenne , een groot 
stuk weidlands bi) vele dorpen , over. Deze zullen 
dan ook bij ons Meentewciden geweest zijn; daar 
boer in dit woord evenveel als buurt ^ dorp, meente^ 
en Jenne^ laag weidland beteekent : Fenne is het- 
zelfde woord als veen , turfveen en het Engelsche 
^sn , moeras. 

Dit gemeenschappelijk bezit en genot moest uit 
den aard der zaak met de bouwlanden vroeger op- 
houden dan met de weiden of fennen. En hoe 
meer ook hier de verdeeling toeneemt , hoe meer 
de maatschappij bloeijen zal, daar toch de nijver- 
heid vrijer handelen en zich ontwikkelen kan bij 
afzonderlijk, dan bij gemeenschappelijk eigendom. 

Yan tijd tot tijd verdwijnen meer en meer de 
sporen dezer gemeenschap, daar het maatschappe* 
lijk ligchaam zich uit zijne natuur evenzeer als dat 
van eiken mensch ontwikkelt. 

Wij hielden ons eenige oogenblikken in het niet 
onaanzienlijk vlek Weener , zeer digt aan de Eems 
gelegen , op , om van hier verder onze reis naar 
het Sagelterland te voet te volbrengen. Weener^ 
de zetelplaats der ambtsregering, telt bij de a4<>ö 
inwoners , heeft eenige fabrijken , als drie garen* 
of twijnfabrieken , drie tigchelwerken , meest voor ei- 
gene behoeften, en vier molens. 

Wat de beleekenia van den naam van dit vlek 



Digitized by 



Google 



ï7 



aaogaat : Weener kan , wegens de aangename en sclioone 
ligging aan de Eems en GaasUanden, zooheeten, 
TermiU waen onder anderen in bet Zweedsch schoon « 
^evoZ/ijfbeteekent ; of anders knnnen wij aannemen, dat 
JFeener zooveel als wijner^ bogl^ kromte wil zeg* 
gen , daar de Eems hier eene bogt en draai Tormt. 
Dat de oorsprong ran de benaming yan yele plaat* 
sen in hare ligging te zoeken en te vinden is, is 
toch genoeg bekend en even zoo natuurlijk* 

In ons logement hoorden wij aan de taal genoegzaam 
duidelijk, en zagen het aan de geheele inrigting der 
huishouding en bediening , dat wij DuUschland na- 
derden. Wij namen hier eenen gids, en staken on* 
der diens geleide achter Weener oyer de Eems » om 
nog eenen weg van wel ruim acht uren af te leggen. 

Het was omstreeks middag, en wij wandelden eerst 
nog eenigen tijd oyer eenen zwaren kleibodem , 
zoo als die in de nabijheid van de zee en rivieren 
meestal gevonden wordt. Deze kostbare buren be- 
loonen door zulke rijke aangeslibde, giften de moeite 
en kosten, welke hare nabijheid aan de bewoners 
yan dergelijke oorden veroorzaakt. • Oo^t-zuid-oost 
bragt ons de weg voorbij Groote-Gast ^ een gering 
dorp « welks naam ons een van gelijken naam in Cro» 
ningerland en gelijksoortige dorpsnamen, zoo als 
Gaast ^ Rinsumageest enz. in Friesland ^ herinnerde^ 
en dus de oude^ naauwe betrekkingen , ja denzelifden 
oorsprong tusschen de bewoners dezer gewesten en 
van Friesland^ bewesten deLauwers, voor den geest 
riep. Gielijke eigen* en dorpsnamen , bij onderschei- 
dene yoiken of stammen, wijzen toch op eene ge- 
lijke herkomst, ^n leveren daarvoor de zekerste be- 



Digitized by 



Google 



i8 



wi]seir op. B^ HU dorpje behoort eene hamrik » 
dgemeeae weicle^ welke skh lot Papenborg mtsirAt , 
en des winters wel onder water sal staan, waardoor 
de Trachtbaarheid van dergelijk laag w.eidland door- 
gaans niet weinig berorderd wordt. Hamrik is sa- 
mengesteld uit ham^ betzelfde als hietn^ hem^ hóme^ 
eene afgeslotene plaats; vervolgens: huis j inwoners 
*van een HuiSf soo als blijkt uit bet Uslandsche 
hekni^ huisgenoot^ inwoner ^ verder: eene eerzame' 
Ung nyan huizen^ een dorp: getaige van deze laatste 
beteekenis is het Fransche Aameau, een klein dorp« 
Het andere deel van dit woord is rft, hetwelk waar- 
sch1jnl^k hetzelfde «al «ijn met ons rijk^ bezitting , het 
^bezeUe, beheerschle^ in koningrijk het rijk; zoo 
zeggen dé Angel-Sakscrs bifceoppice; bisschoprijk ^ ons 
bisdom. . Hamrik «al das zooveel zeggen als de 
bezitting t het nfk pan den ham^ dorp. Dat ham^ 
hem^ hiem in Friesland zeer gemeen zijn In dorps- 
namen zoowel als anders, is bekend. Wij gingen 
na op het weinig beteekenende gehucht Dorenborg en 
verder voorbij het te regt zoo genoemde Lutje-Gast; 
het bestond toch bloot uit 12 of 3 huizen. Deze beiden 
behoorden tot het dorp Gróote-Gast. Hoe verder wij 
oost- zuid-oost voortgingen, hoe lager en nader 
aan het veenaardige grenzende de bodem werd, even 
als ïulks in Friesland plaats heeft , wanneer men 
zich van deü noord- of zeekant zuid- of landwaarts 
begeeft. De grond is zöo in de geheele strekking 
l^gs de Noordzee en verder oost langs de kusten • 
gelijk. Onmiddeüjk aan dé oevers vindt gïj de be- 
trekkelijk zwaarste stof, feem of zandaardige klei; 
dan verder op treft men Wdere ofwreedere, maar 



•Digitized by 



Google 



•9 



Ie gdijk kèlrdtkeUHi ligtarè klei dtn de eerüe 
Gaat^nèn eerder i daa kont me» op lage» teenaar^ 
dige en hiev en i^aat met meer of minder oer ge^ 
mengde gronden* Deae aijn mkdlanden^ maaijen^ 
$nmd€n, landen die gemaaid worden» aldians waar 
men ae niet tot baggerveenen gebniikt. Zij ai|o kier* 
toe door de nalamr.hce t emd* Wanneer men na nog 
voorttrekt naar ket sniden » na de hier en daar 
verstrooide zondessen of gastem in xijne^ gedachten 
er van nilgesooderd te hd>bent ontmoet men hoo* 
gere en lagere veeneo, waar achter verdoraoidwaarts 
op vele plaatsen boogare en lagere gebergten ge?on«« 
den worden. Deae leveren dodr de wcMadige schik'» 
king des Scheppers de noodt^e wateren voor de 
vroÉhtbaarheid en bewoonbaarheid der lagere^ van 
bannen voet aich aitbreidande gronden. Bi?ieren , 
op die bergen ontsprongen f doorstroomen de op^ 
gerene streken, totdat sij aioh in aee ontlasten. 
Aan de oevers nu deser rivieren inéest wel op meer-* 
of minderen afstand door^ haren loop wi|8iging in de 
rigting en afwisseling der opgegerene grqnden plaats 
grijpen» 

Wij trokken na door het k^Adorp /HWi^e, op 
eene hoogere xandstreek' gelegen. /i%^ of, gelijk 
mmwB schrijft» IderhavHf h sooveel als iuiê^nhof, 
uüerheqfdt ukerste hoogte. Ider lal hier wel, even 
als bet* Deensche Jaeder^ /etUsr, IJsbndsch Ja* 
dor, Zweedsch Jadher^ Jaeiher^ ons Vda* ^ Ut^r 
i^n. &i ftove, Amia is hoofd ^ hoogte^ haad in 
hm)€in4iatf4^ Deenseh, Uslandsd» havedf kof de ^ 
hqfud eu hiervan hqfdi<, Bnitscb io/t^ IwjfU^ 
'^^rgeberg^ Dil dorp ligt tooh aan dén jrasdd va» 



Digitized by 



Google 



lO 



eenebainrik enVan lagemiedlaDden»' Ook bier vonden 
wij weder eeoe gMosi , die tot <lit dorp bebotrde. 
Aan de andere lijde ran deze plasU kwamen wij 
oter eeaen lagen , met lioomen beplanten ' zand- 
bodem | rerder door het dorp ColUng^orsi in bet 
gebucht Greete ^ m bet Ambt Sdckhüsen ,' dat geheel 
de Lütersche leer belijdt, gelegen, aan, daar wif ons 
tot dasyerre aan de oostoijde der Eems in het Ambt 
Leer bevonden hadden* 

Hier willen wij ook weder met een enkel woord 
onse gedachten over de beteekenis van CölUn^rst 
en Greete mededeelen. CoUing^erst is zooveel als : 
bet hooge woud en boseh. In het IJslandsch - is 
koUr^ in het Deensch hoU^ kuU^ ons top ^ spits ^ 
hoogte. Worst is in bet Oad-dnitsch woiid^ bosch^ 
^ven als het nu nog overige Forst. In het Angel- 
Saksisch vinden wij ook coo hyprz, beprc io deselfde 
beteekenis. Deze naam is dns ook weder ontleend 
van de hoogere ligging van een woud , dat hier in 
vroegere eeuwen gevonden werd. Greete staat < in 
verwantschap met het Plat-duitsche groden , ons 
greide , groeijen , en betêekent das weide , weid" 
land. Het verwon'deré onze lezers niet« dat wij ons 
hier ter opheldering dezer plaatselijke benamingen 
pok op de Noordscbe talen beroepen: de verwant- 
schap en betrekking tüsschen ons en Scandinaviën 
of het Noorden is toch zeer veel naanwter en in? 
ntger,. dan menigeen wel zal meenen. 

Te Greexe zagen wi{ het begin der veenen o£ 
moerassen', waarvan wi| nog eene ^vrij groote nit- 
gèbreidheid zouden .moetéh doorworstelen^* vóórdat 
wjj het doelwit onzer reif getroffen hadden. Waaxw 



Digitized by 



Google 



2f 



K^' geen aangenaam gezigt voor ons ^ botenal met 
dè gedaclitei dkt er skh nog sntk eene aanmerken 
K}ke breedte van dat weeke; 'eentoonige , woeste- . 
moeras tnsschbn ona én SdgeÜeHand bevond. Dan 
met moed zetteft wij otize rermoeijende teis yoor- 
waarts^ ofaeboon wij eene woestijn schenen Ie moe* 
ten- intxe^en. 

Yan Greett kwamen wij aan te Rhaudtr^fFister^ 
vecn-^ dé laatste pto^ts tasseben ons én he^ Sagel^ 
t'eHaHdi DH is eene Yeenkolonie nit de vorige 
eenw^en aan eene Compagnie beboorende. Voorom- ^ 
ti'ent zeventig jafc^n werd onder het bestuur van 
IVederlabders dit veea. ontgonnen, en dete Kolonie 
aangelegd. Onze hindgenooten / streelend is dit yoor 
hét tadérland^cbe h&rt4 werdeW zOo meermalen door 
vreemdelingen tot bet ontginnen van woest liggende^ 
gronden en bet aanleggen van boerderijen om hulp 
ingeroepen^ Zij hadden dooi^ hunne ylijb en onder- 
vinding' iii; dezen-' bij bmtenlanders* eenen grooten^ 
naata[i< Aiies draagt* dlEin ook hier ter plaatse de dui< 
délifkste É^ren: vai^ Ifedèrlèndscben aanleg. Huizen , 
kanalen en vaarten-herinnerden ons door bunnen aan- 
leg eitb^ afanzi^n aan de GolOméü , de beide PSkcl^as , 
7^tendariPt''W9de^akk'ht Grtm^tgerland en onder->' 
scheidene zoo gebeetene Gompagniëïii ,' aiff de 2)m^^ 
5/^r 'Compagnie '^ ' è& Kimfpe'^ andere plaatsen in 
JRF*t>ffomi. AltsS'i^ bier^ soo^als men* tiit den tijd^ 
vaij het' besta^^^ér Golome^kan^ opmaken ^ in zijne 
gbbdortéi\ iiiaa*!^>^öirfwikkelt zidi VriJ- sneU Welke- 
verbazende en ^i^hatnfe'^vet^bdëringeh zat deze aan-* 
1^ 'in den? loop dé» tijds bier mei scheppen! On- 
èéHtiÉ^AieM^OiM^bies^iek hebben aandselen- in* deze 



Digitized by 



Google 



^* 



Yeefieii. Hel portret nm. dan beroemden Friesclutt 
Tealkemier t» n. WIAhba hing alhier iq het Gompag* 

. nieshoia, dal meleeii jDene herberg wat. - Dese ge- 
leerde had lol hel beatmir dezer Compa^ie in be- 
trekUDg geetaatt. Bier berindt sich eene Lotersehe 
l^erk f hel bewija eener toenemende beyoliing. In 
die kerk hing een fraai bewerkt glasen acbipi soa 
wij meeneo , te Hamburg terffl^ardigd. Op den toren 
slet mem eene «waan « bel gewone sinnebeeld op de 
torene d<er Lutergcbeni gelijk op onae Heryormde 

' kerken meestal een haan geaiea wordt. Vier Her* 
vormde bnisgecinnen beTioden sich te Rhaudtt' 
Westerveen. Dese plaats draagt dien naam' om haar 
te ondersdieiden van het Hhxiuder^Oostertteen , welke 
beide yeenen oorspronketiik tol hel dorp RhautU be- 
hoord hebben. 

De naam Bhaudê of Raude beteekent een nieuw 
ontgonnen stuk landi. In het Uslandsch hebben ^\ 
JRjódr, eene opene pbuUs m een ^v.oud, yandaart een 
veld in hel algemeeo. Oase woorden; roden ^ ru* 
den^ roeijen, uü^odjen ens. wijsen ons op een 9^ 
landsoteenveM^ ontgoiiaen en gesehiki gemaakt yoor 
de besaiiijingdaor de ;«itarp6ijtQg ran boomen en bosch| 
waarmede in yroegere eenwen dese Imtditreek tieker 
g«heel bedekt waf^ ' 

Na ona hier ^at Wtgeroit «1. rerfriadit te heb- 
ben^ namen wij p^der hel geleide yaa «enen nteu^ 
wen gids de verdere reii naav de ^geUer^Frieiieii ^ 
over het bij de anderhalf Dnnbreede^^moeraasige veen, 4>f . 
yeenige moeras , aan* Onder niet weinige vemkómleif ie* 
sen gingen wij soms ^ ^m de morsSge plaateefi te onlw 

wijken» al spi^iiigeoie over jteseii «enaabMi ei^ 



Digitized by 



Google 



>3 



oentotaigent nitgebreUtea te^i^Midevi^ irelU tchmtèn 
onder sijoe • ojiporrlakte verbocgen houdt* Eindelijk 
kwamen wij afgemat* en daajrenborep nat van den 
regen I in bet Sagelter dorp Mamilohf dat ook de 
plaats Tan ons yerblijf ui dit landje l>Ieef , aan. 
£?en voor onse intrede in dit dorp kwam cma eene 
Sagelterlandsche meid in bare landskkedingi naa» 
bet roggeveld gaande, te jgemoet Hare ylugge 
en stevige gang ; bare vaste bonding v bare Inchtig^ 
4» ver den scbonder ^lagene »>ode rok^ bare land- 
eigene kap, die, met eone geheel ronde en platte^ 
bol , van voren breeder ^Etor acbter « en met eau onder 
de kin doorgaaad rood lint vastgemaakt, wel ge- 
lijkt, o&choon dte kleiner , naar de vorige Friesche 
kappen- oi sonhoedenf d^ aU veren spang met bet 
krnis ep bare bovst, tn^ helgêden ewcnd t nithareu 
mond, maakten^ eeaen bijsonderen, en aangename^ 
indrok op ons% Wif rekenden ons onder onze landgenoo* 
ten , onder de telgen vmi den voorheen 1900 nilgebreiden 
Friesohen stam tesijni en beloofden ons uit deze opt- 
meeting reeds voornit» dat onze reis niet geheel 
vmehteloos sonde afloopen. Wij namen encen in^ 
trek te Ramsloh in^ bet logen^t van den Heer 
Siüinwsui nit ^Quakentorg afkomstig ,en met eene 
3agelterlandsche vroaw i^hitwd;^ Mwaar wij, naar 
de gQsieldbeid des lands, ifi^, vrij gped logement 
en eene goede en «goedkoope bediening ^ond«f»« Deze 
inau beeft, tevens een vrij ujtgebimde winkel in 
imntdSiotni:en^ e[^ eetwareu voor ide JSagelterkndeze. 
Wij vonde»- ^er twee der Catkidijjke gaestelijken 4 
idie nnxk J^em9lok ^u iStmek^ngfi^^i in de kerk van^ 
dfti keMe (dóüij^ MU onlueg f een dieAtal geplefg^^ 



Digitized by 



Google 



M 



en hieroTer wwd thans door hen gehandeld. 'De 
Heer hbttema reikte aanstonds aan hen den aanheve- 
Iings-brief , hem doór de Triendelijkheid tan zij- 
nen Pastoor y den Eerwaardigen Heer c. 7. Jkfism, 
medegegeren , over. Deze irerd met minzame 
welwillendheid op- en aangenomen ^ en deed ons in 
het vervolg de nitnemendste dienstep. Dank hebbe 
zijn Eerwaarde toor deze zijne Triendelijkheid! 

Eene week rerbleven wij onder deze eenyondige , 
goede menschen, afgescheiden door bijkans om 
overzienbare reenen yan de overige wereld. Aan- 
genaam verliep voor ons deze tijd, in onderzoekin. • 
gen naar de taal, geschiedenis en zeden van dit 
kleine en oorspronkelijke volk doorgebragt. Hier 
werden wij in ónze nasporingen niet , of althans 
weinig , gestoord door het gewoel en gedruisch der 
wereld. Hier hoorden wij weinig van oorlogen of 
gernchten van oorlogen. Weinig zeggen wij , want 
de Oldenburger en Bremer Zeitüngen stoorden ons 
nn en dan door hare staatknndige* en krijgs-berig- 
ten 'in ons vreedzaam werk, bovenal door de tij* 
dingen, 'welke tij ons van ons zoo diep ongelukkig 
vaderland aanbragten. 

De vrachten onzer onderzoekingen zullen wij in 
het vervolg Seiei werks onzen lezeren mededeelen : 
than^ bepalen wij ons bloot bij onze verdere reis. 
' Den 25 Jnlif vertrokken wij mét eeneii wagen des 
morgens over SttgeUeP'Scharl naar Frysoytke. Schart ^ 
voor eenige jaren bijkans geheel afgebrand', is bij den 
berboaw met veel betere buizen Voorzien , en heeft 
dóór dien brand' aanleiding gegeven tot het stiphten 
van NieuwSchttrt f iri het veen füsschen ApAiiii en 



Digitized by 



Google 



aj 



Frysoythe : vermits de Oroot-Bertogt om het geraar 
yan hrand te yoorkomen , het niet gedoogen i?ilde , 
dat de nieuwe haisen weder allen op de oude plaat- 
sen zonden worden opgebouwd , daar lij dan te digt 
op elkander y naar sijn insien, souden zijn te staan 
gekomen. * 

Zoo komt in de onophoudelijke botsing en Toort* 
gang yan de orde der natuur uit het kwade* steeds 
bet goede yoort 

Onze reis naar F/ysaxAe ging langs de^ door de 
Oldenburger regcriug nieuw aangelegde, skaussi^ zoo 
als men hier het Fransche chaussie ^ een 'verhoogde f 
gebaande^ of beiredene^ ^cg% uitspreekt. Men legt 
zoodanige wegen op de yolgende wijze in deze stre- 
ken aan, door de \iitgebreide yeenen. Eerst graaft 
men den. grond ter diepte yan eenige voeten uit , en 
vult dien dan weder met zand aan en op , waardoor 
er een bruikbare en vrij vaste weg ontstaat. Zoo» 
danige wegen, door deze moerassen aangelegd , be- 
vorderen zeker de gemeenschap tusschen de onder- 
scheidene plaatsen, waar zij henen leiden, zeer sterk-, 
en kunnen en zullen zoo in .het tijdsverloop geschikte 
hulpmiddelen ter uitbreiding van kundigheden , be- 
schaving en volksvlijt worden. Maar ook langs de- 
%m weg haalt men het geld en de vrijheid uit Sa* 
gelierland zoo gemakkelijk naar Öld^nburg. Zoo 
is en blijft hier onder de zon het goede en kwade 
steeds door elkander gemengd, en alles komt kier 
bloot op aan, wat gebruik wij méns^hen van de 
yeelvuldige hulpmiddelen , door ons zelven tot ont- 
wikkeling van ons geslacht yoortgebragt, makem 

Tusschen S€harl en Frysoythe Ugt niets ali bttt 



Digitized by 



Google 



a6 



jffikmitkï NimW'Schttrl^ 0n «ene piatli.» mei «em^ 
bootnen bepknt » met neme SduUmgi^bo$ck. Waar- 
om %\) desen «aam droeg , *is <mis lOnb^lieiMl » en 
MMie Toerinan ko» er ons almede de reden niet 
van opgetén^, 

Frysoyihe^ gelegen aan de kleiti^ rivier ck 
Soeste^ (een naim , 'die Terirant si aan S€t, «e» MtnUer^ 
mter^ zee) is eene trade^ Ueine en yenrallene 
Stad en Vesting, en meteen de hoofdplaats ^n Iwt 
jkmbt Tan denielfdea naam, iraaronder o<d^ onmid- 
^Vd]\iSttgekertand bdioort« In de, hier achter oMe 
fcesehriJTing geplaatste^ oorkoodep komt het^ onder 
den naam van üytie^ als een deel Van Priedand 
voor. In eene oorkonde Tan den jare i447 1 ^ 
Ik lassBRT , Mumt, Urkundem^mnilung , L ^3 if . s. w* » 
^nden wij bet reeds als eene Stad> die mei andere 
Sleden Tan bet Sticht Afimif er een Terboad yan Ter^ 
•eenlging en bescherming sloot. , De spraak onder* 
scheidde sich bier kenndijk Tan^ het gewone Plat-* 
•duttsoh, en tarok, Tolgeos ons gehoor, in klanken en- 
ook in het gelnmik yan somiutge woorden^ min of 
meer naar hei Sagelter-Friesch. Orer de mogelijke 
reden Tan dit Tersdnjnsel in hét verTolg iets meer* 
Waarom draagt nu dese plaata den naam Taa 
FrysojnhtP Zeker ter ondersch^ing Tan hel, een 
kwartier nors daarran Tcrwijderde ^ Oldenoyie. Maar 
wal wü na in deze'beaaming Frys eu wat Qyte^ of^ 
xoo ab EXMicrs dit woord in het Latijn scfarijltt 
Otha^ aeggen? Is Frysi hier, in tegenstelling va»' 
^•U, fi'uchf nieuw P Door de plaatselijke Ugging: 
Tan! deze kleine Yestkig, op snik eenen korten af> 
Mtnd" wM0iden€y(9i aoade dit geroèkn niet ooéan* 



Digitized by 



Google 



nemdijk «ehiJMn. 0( tonde Ft^s Uef lietielfile tija 
met den rolksiHiaBi Fries 9 omdat dese Vesting ma* 
gelijk door Jen Graal ran Tekelenburg is aangekgd 
op Fricschen bodem , als een barg tegen de menig- 
TnUige invallen en strooperi jen , welke in Troegere 
eeuwen kidine en naburige Tolksstammen of farailien 
op elkanders grondgebied deden en pleegden ? Sit 
laatste komt ons nu uit de Charters, welke wij bij 
xiimBRi.iir& en lïisfiBiT vinden, ab zdier toot* Hel 
15 waar, Eimiiis zegt: »dat Okhm (in fioibus Monas* 
iériensium) op de grenzen der Munstetknders lag.** 
Zie des geleerden mans HüU Fris. pag. 946. Emouf 
beeft zicb eebter bier rrij oimaanwkenrig en on* 
dnideli jk uitgedrukt ^ daar Frysqythe zelfs in zijioien 
lijd eigenlijk niet eeni op de M unsterscbe gtenien 
lag. En Toorheen strekte Sageberland^ ofditGraaf* 
sebap, zich nog Teel verder in bet Munsteradie 
uit ais Frysoythe. 

Oite^ in den naam dezer beide plaatsen^ waarvan 
Otdenojrte aan de zuidoostelijke zijde der Soeste ligt^ 
terwijl er nog een derde Oite in bet Ambt VeclM 
gevonden wordt,, zal wel betzdfde 'woord zijn met 
held 9 keadf hyde^ hayt^ hyen^ hi$ag^hegen^ die allen 
^ ^midbeteekenis van hoog f veirolgeos de afgeleide 
▼an qfsdmUen^ beschermen^ verdedigen bebbeaui 
De bloote blaaing h kan to<ïb bier in de zgknenslel» ' 
ling zeer gemakkelijk zijn uitgevallen. 

Van Frysoythe • gingen wij verder te voet voorbi|> 
bet dorp Cldenoyte , de laatste plaats op den weg Mttrf 
Oldenhurg^ waar de Catfaolijke eeredienst bdedeni 
wordt en beslaat* Onze w^ liep nu bier we^\ 
over eeo Tee»^ gededtel^k met eene sktausA 



Digitized by 



Google 



i8 



rooTtien^ en hetwétk'bi| de twee m*«ii breedte badv 
naar bet Luterscbe en aanrienli jke dorp Eddewege 
of Edewecht, Acblcr dit Edtweckt begint bet veen 
vrij stérk af- en bet bebouwde land toe te nemen. 
Dit dorp ligt das, als bet ware, op de grenzen ee* 
ner woestenij en voordeden op de scbeidtng tasseben* 
ünnsterland en bet CHdenbxMTgscbe. Zonde bet daar- 
van dan ook zijnen naam ontleenen? Ede of Edde 
sonde dan zooveel zijn als ed^ edfe, ad^ toty min; 
en wege , zamengetrokke»' wecht , moest dan 4vr^^ 
^c&efi/zi^ aandniden* Toi^ aan de grenzen^ de schei- 
ding^ was dan de beduideais van bet gebeel. 

Wij> kwamen ni* verder door de gebncbten IFil^ 
deloh en Jeddelohy A\Q in bét geheel van geene be-^ 
téekeni» waren. Waar de eerste gedeelten dezer 
namen, TFüde ett Jedde^ te huits te brengen zijn, 
zal wel' moeijélijk uit te maken en te bepalen blij- 
ven. Al gissende, stellen wij bier voor, of niet 
Jedde zoeireel zal kunnen zijn als bet IJslaodscbe 
ida^ itöne 'spaterkalk^ Scbotsch ijdij^f een poel f 
AlamoBnisch ode, Kvoestd Men Wil, dat ivüde hi]"^ 
zamentrekking izooveel als Veilede , de naam van^ 
eene beroemde waarzegster onder de Dnitsebers, of 
inisscbjen wel eene, die soort van vrouweni gen^e*' 
né, naem zal zijn* Deze Veüede zonde dan hier^ 
hare gods^raken- in een^ beilig wond gegeven* bebbe»»^^ 
Zie den Heer kohll, in zijne Statistische ifesehrpi^ 
Img 0ldenburgSf a th t aétk. s. lav De laatste 
lettergreep, ioHi is zeker het Latijnscfae tècus^ dsA^l 
in Drehkhè en bier/ en daar in Groningm'land tevens^ 
lou'g is , én in gebruik zooveel als dorp beteekent/- 
hki^Oiê^-Ftmedand vinden wjj 'dit WQuord.ook«iLi2^y» 



Digitized by 



Google 



29 



in BaerlagCi een gthncht oi^ier Bhaude^ ennUloga^ 
in den naam yan het dcurp Loga, nabij léeer gele* 
gen. HiiSchien is de beteekenia yan dit loh wel 
laag^ in de laagte gelegen ^ in vergelijking yan de 
hoogere, die plaatsen omringende « vcenen. 

De jbouworde en de , inwendige iiirigtlng der hni- 
sen zijn bier ten naastenbij als in Westphaien. Deze 
laten nog yeel ter yerbetering oyer. AUes yindt 
men hier, op een .enkel slaapvertrek na, in één^ 
ruimte, zonder afschutling , bij elkander: het buis 
zonder zolder, 'en.menschen en dieren yriendschap- 
pelijk door elkander, . of althans zeer digt bijeen. 
Zindelijkheid, gelijk in Friesland^ treft men bier 
niet aan. Men is hier in alles nog nader aan den 
staat der . natanr , maar .d^^ ook yerd^sr verwijderd 
yan flie gebreken , welke de afwijkiag yan den na- 
tnucstaat door beschaving . en welvaart, wanneer men 
die misbrnikt, zoo als maar al te vaak door de 
kinderen der menseben geschiedt, na zich sleept. 
Hoizen , vol rook en zonder schoorsteen , waar geene 
zindelijkheid in hnisgeraden. of andere zaken ons 
tegenhlinkt, maar met bewoners, die een nog 
rein en onverdorven hart in don boezem dragen , 
zijn in ons oog verre te stellen boven de prachtig* 
ste en blinkendste paleizen, wier bewoners besmet 
zijn door beschaafde en veripomde ondeugd. Wan* 
neer men zijn oog laat gaan oyer dezen toestand 
der ingezetenen van het Groothertogdofn Oldenburg^ 
-waar . wij hét doortrokken ; . wanneer men in zijne 
gedachten die uitgebreide, ja bijna onmetelijke vee* 
nen doorloopt, die. het grootste gedeelte yan dessen 
staat xdimakeo, dan ziet mfsn, al . aanstonds , dat 



Digitized by 



Google 



3o 



Uer nog Teel^ sedr ¥tel te ▼erbeteren tall. Bii 
Hertogdom moge ^ffool sijo door sija uitgebreid* 
maar meestal woest groQdgdl>ied , bet is^Ueui door 
fijne geringe en grootendeeis arme bereiking en 
onbebouwden bodem. « Hoe reel goeds ter nïtbreiding 
van beschaming, nijrerheid en welvaart kan hier 
nog niet door eene goedgeiinde en verstandige re«* 
gering gesticht worden! In snlke landen Tindea 
weldenkende Vorsten ea Regenten de schoonste, de 
benijdenswaardigste aanleiding, om, door de weg* 
neming Tan hinderpalen, ^ne bevolking bet doel 
harer bestemming, het gelak yan elk in en met dat 
van allen, met rasse schreden te doen naderen. Zoo 
beantwoorden Bestanrders aan het oogmerk der maat* 
schappelijke inrigting, dat, namelijk, allen het heit 
yan allen bevorderen. Geenssins toch lijo wij in 
eene maatschappij vereenigd, opdat eenigen sieb 
mesten en baden zonden in weelde, ten koste yan 
het zweet en bloed yan het werkzame gedeelte* 

Eindelijk kwamen wij , na in de nabijheid der Stad 
een nog al vrij uitgebreid grootbertoglijk bosch te 
zijn doorgekomen , over eenen , naar den aard de» 
zandgronds , yrij wel bebouwden bodem aan in da 
onde Stad Oldenburg^ de zetel der groothertoglijke 
regering, met 6684 inwoner». 

Deze Stad,' yan wier naamsoorsprong wij geen na« 
der bescheid weten t^ geven, ligt aan de rivier 
de Wonte of Hunie, naamgenoot yan den ffoni ef 
westerarm der Schelde. Is dit Hont of HmU , met 
de yoorgevoegde adspiratie, cnde^ unda^ wcUetf 
baar ? Ons dankt zoo. Oldenburg is geen onaan^ 
zienlijk Dnitsch Stadje | dat zich evenwel yan buitea 



Digitized by 



Google 



3i 



niet £008% Tertoont en yoordoet. Hel g«oodierh^-^ 
lijk paleis met sijnen toren ralt n^ 'al op een« 
Bevallige manier in het oog. Da batten lijn meest 
met witte kalk bepleisterd, iets, dat door de morsig 
scKijnende klennrerscbteting der kalk , ben geene 
daarzame schoÓDheid yoor het oog laat behouden* 
De straten aijn allen ' en geheel met flint- of balsteenen 
geplareidj hetgeen yoor het fijne geroel der voeten 
Yan de Oldenborger schoenen zeker alleen door de 
gewoonte zijne lastigheid kan yerliezen. De waode«» ^ 
]ing om de Stad langs den geslechten wal is aange* 
naam, en leyert scboone gesigten op de om de Stad 
gelegene tuinen en omstreken op. De korte « 
al te korte tqd , dien wij bier doorbragtisn , liet 
ons niet toe, om al het bezienswaardige naar beboo« 
ren op te nemen. De vriendelijke dienstYaardigheid 
van den Heer kouli. Secretaris van het groothertog* 
lijk Archief en schrijver van. eene Statistische besebrij-* 
ving van bet Groothertogdom {Statistiek des Gros* 
herzogthams Oldenburgs) , gaf zich de yoorkomendste 
moeite om ons bet Archief en de groothertoglij ke . 
Bibliotheek te laten bezigtigen. Hij ontvange daar« 
voor alhier onze opregtste erkentenis! Wij bezagen 
in bet Archief den , tot nog toe eenigli jk bekenden 
Codex van bet, door den Heer wiarba uitgegevene 
Asegaboek , of verzameling der Wetten van de Aivs* 
trioger-Friezen. Eéne vergelijking van dezen band* 
schriftelijken tekst met den gedrakten zoude eeneo. 
der tale kundigen man nog al aanleiding en gele- 
genheid idt kritische verbeteringen in den laatsten 
geven« Twee bégomiene, lAaar op verre na niet voU 
eindigde afschriften van dtt bandsohrift vonden wij^ 



Digitized by 



Google 



3a 



hier teven» aanwezig. Het hancUchrïft zelf is door 
WiABDATrij naaawkeurig in de voorrede voor zijne uit- 
gave beschreven geworden, waarheen wij den des 
begeerigen daarom verwijzen* liet Archief bevatte on- 
der meer andere stukken ook een uitmuntend schoon 
handschrift ran cicero*s Oraiiones» Perkament en 
schrift dongen met elkander om den prijs der schoon- 
heid. Het had echter het voorkomen yan niet zeer 
oud te wezen. Wat de kritische waarde van dit 
stuk yan eenen der grootste repuhlikeinsche rede- 
naars betreft, en of de oordeelkundige uitgevers 
yan de Orationes van dezen Romein het reeds nagezien 
hebben , hiervan dragen wij geene kennis en durven 
er niet over beslissen. Ëene Chronicon Rastedense , 
ofeene, zoo wij meenen, nog onuitgegevene Chronljk 
yan het Oldenbnrgsche Klooster i{a5re^e , bevindt zich 
mede hier. Of het moeste zijn, dat deze Ghronijk 
dezelfde is met die, waarvan kohli eene yer- 
taling vermeldt, door eenen yoN widjl onder den 
titel; Die rare und uralte Oldenburg-Rastedische 
Chronik ^ in folio te Oldenhurg in 17 19 uitgegeven. 
Zie KOHLI , Handbuch einer Historisch- Statistisch Geo^ 
graphischen Beschreibung des Herzogthums Oldenburgs^ 
u. s, w, I theil^ scite 3o5. Bijzonder opmerkelijk 
kwamen oqs in dit stuk de uitmuntende teekeningen 
yoor. Bit waren kolommen met onderscheidene sie< 
raden en eene menigte grappige gezigten van onder- 
scheidene geestelijken van dit gesticht, welke laatste 
yol uitdrukking waren, ter aanduiding van de ver- 
schillende karakters, zoo als de teekena^ir zich die 
yoorstelde en die kende, l^usschen deze kolommen be- 
vonden zich de geschiedkundige bijzonderheden dezes 



Digitized by 



Google 



33 



Klooster!, én de namen der Abie^ en andere gees- 
telijken, die er in gewoond hadden. 

Op de groothertogiijke Bibliotheek , die nit ten 
minsten veertig dnizend boekdeelen bestaat , werden 
ons onder andere zeldzaamheden Maleitsche gebeden , 
op boombladeren geschreyen en in een doosje op« 
gerold, vertoond. Mede sagen wij aldaar eene uit- 
nemend geslaagde proef yan fraai Hebreeawscb schrift» 
door eenen konstigen Joodschen meester in het fraai 
schrijf en yervaardigd , die na yan hier naar Gronm^n 
vertrokken was. Op den dag , dat wij er waren , 
stoi^d de Bibliotheek ten algemeenen gebruike open ; 
doch men scheen er niet yeel gebruik yan te maken* 
Balten den opziener, met den Heer.KOBLi en onie 
personen , beyond er zich toch niemand. i&oo gaat 
het wel meer met ons menschen: hoe gemakkelijker 
wij ons eene menigte hulpmiddelen tot het verkrijgen 
van onderscheidene kundigheden zien ten dienste 
staan, hoe minder gebruik wij er dikwijls van ma- 
ken. Eene te groote overvloed «n gemak yerwekken 
verwarring , lust* en werkeloosheid ; de menschelijke 
geest moet door zwarigheden als eenen prikkel töt 
werkzaamheid worden aangedreven. 

Uit ons logement aan de groote markt hadden wij 
het aittigt op het Hotel van een' der Oldenburger 
Ministers. In het voorvertrek beneden, lag het yoor 
de vensters vol van stapels Ministeriëele akten , die 
aan ' eenen onzer eerst van verre als hoopen manufak 
toren voorkwamen. Welk een verregaand bedrog 
des gezigts, lezers! Boyen op het dak zagen wij 
eene duiventil. Deze opregte en eenvoudige vogels 
woonden dm hkx met zifne Excellentie vriendscbap^j 

3 



Digitized by 



Google 



34' 



pelijky Tertrouwen "wij, onder een dak. Gelukkig 
het volk! als deze eerste dienaar» der Vorsten in 
karakter en geaardheid veel van de lieve doifies be^ 
aitten. Hoe vreemd ons ook deze vereeniging van dniven 
en een^ Minister in een hotel, dat er veel nederiger 
dan andere Ministeriè'ele hotels nitzag , moge voorko* 
men, snik eene zamenwonlng is dan toch nog veel 
beter voor een volk, dan wanneer eeüe Excellentie 
kamer-dai^es houdt, en met deznlkeii samenwoont^ 
wier onderhoud doorgaans de lasten ^er goede ge- 
meente zoo zeer verzwaart. 

Twee kerken, eene groote Lntersche op de groote 
markt en eene Uter gebouwde vanhaiten fraaije, boe* 
wel kleine Catholijke, zijn er te Oldenburg, - De 
Lutersche kerk)eer wordt voor verre het grootste ge- 
deelte in dit Groothertogdom beleden. De menseben , 
welke wij ontmoetten , waren voorkomend, vriende* 
lijk en ^ul. Aan klagers en klagteii over aware 
lasten en andere onderdrukkende maatregelen en wet* 
tea der regering , en vooral van de pultsche honds- 
vei^gadering , ontbrak het ook bier niet. Zoude het 
alleen de neiging tot klagen en ontevredenheid zijn , 
welke deze morringen voortbrengt ? Wij geloóven het 
in geenen deele. De mensch is toch van zelf niet zoo 
klaagziek, en kan uit zijnen aard'iiiet overhellen tot 
ongegronde klagten. Hij is van nature lijdzaam, 
volgzaam en ligt tevreden. Meen! het is een levendig 
gevoel van grove gebreken en geleden onregt, van 
verkrachting der heilige vrijheid, in en door de 
regeringen, welke almede, wat men daartegen ook 
zeggen, moge, uit nieiisohen> bestaan , dat' bij verre 
demeelten dit morrend Uageo^tai volgektfd{>teB boe- 



Digitized by 



Google 



35 



zem uitperst. Hoe loude de menseh zoo sonder re-^ 
deo zijne eigene genoegens en rost kannen opofferen 
aan xélfkweUing en onrustwekkende onteyredeabeid ? 
^tj y dit is eene rastere waarheid , die de best voor- 
ziene schotels onder hun bereik hebben en daarnit 
zich bedienen en verzadigen /kUgen ni^, en willen 
even min , dat hunne hongerende medemenschen , 
die bij al buntie werkzaamheid zich met de van de 
tafel Tallende kruimen tergenoegen moeten , hen door 
klagten in Jion genot stolren» . De Trees toot het 
Tcrlies hunner Tette schotels maakt hen stil , en legt 
ook anderen het stilzwijgen op. Te midden van den 
overvloed is bet gemakkeHjkT^genoegdheid te prediken. 
Maar vergenoegd te zijn met en in hetgene men is, 
vergenoegd te blijven , als men niet of ter naauwer* 
nood kan blijven, wat men is, veelmin door eerlijke 
vlijt zijn' toestand kan verbeteren , zijn geheel an* 
dere zaken. 

Den 16 des avonds vertrokken wij weder met de dili- 
gence van OldenburgnSiVLT Leer. Een onzer .onderging aan 
het Oldenburger Postambtechtervooraf nog «ene aller* 
vreemdste herschepping, bijkans als eene van die 
welke cviDiüs bezingt. Pe Heer Mows, directeur 
of zoo iets, van dit postambt, had hem, 6 wee! 
op de personen'Schein of bli/k van porteur du passé* 
port verheven tot Herrn vebstolk vak soblen , Neder- 
landsch Minister van bnitenlandsche zaken, die als 
zoodanig den pa^i had onderteekend. Bij had dan 
na op zijJie verdere ceis; eb i^rhevene, maar hem 
geheel ongewone rol van Minister te spelen. Eene 
jnoeijeli^e taak^^ voorséketi Maar wij moesten nn 
ia 4ea Ba<4»t t^t^en.;Jhoe spoedig wane bij. -andera 

3» 



Digitized by 



Google 



36 



in Jese «tjnc omsckepping erkend geworden! Hif 
moet si]ne roI wel niet zoo heel sieebt gespeeld 
hebben, althans zijn reisgenoot werd door een' van 
het gezelschap ia de diligence gevraagd , «f hij in- 
cognito reisde. Wij hebben wel eens gehoord, dat 
liet incognito dea Ministers eigen , zeer eigen, is en 
moet zijn, om aan hunnen naam, stand en betrekking 
te beantwoorden , èn hou werk met gevolg te ver- 
rigten. Als dit zoo is , dan zondt gij wel baast moe • 
ten gelooren , lezers ! dat de Heer mo>^'e niet onge- 
lakkig in zijne herschepping geweest was; de rei« 
zende nieawe Minister bleef toch tot aan Leer toe 
geheel onbekend, en door zijn zwijgen en faooren in 
dit gemengd gezelschap ook onkenbaar. Te Leer 
echter legde hij zijn ministerie even onverschillig 
weder neder, als hij het te O/^nAur^ ontving, en 
gevoelde door het afwerpen van dit pak zijne schoa- 
deren niet weinig verligt. 

Wij kannen van onze nachtrets van Oldenhurg naar 
leer natniirlijk weinig melden. Wij reden vrij lang* 
zaam langs eeaen zandweg en ook al weder door eeii 
niet zeer schoon en vrachtbaar oord. Wij kwamen 
door de dorpen en geknchten Zwischenahn , '-^ dat vol- 
gens soBi;i*8 opgave in oade schriften en oorkonden 
Twischena^ als ware het tnsschen de a, het water 
of de twee beken, die aan beide kanten der kerk vloei- 
den, geschreven wordt, — Westerstede euMoorburg^ 
van welke niets gezegd kan worden , te Grootsander, 
de eerste plaats in Oost-^Priestand^ in het Ambt Stick" 
husèn gelegen, aari. 

Van biet giog, terwijl de bodem inog al dezelfde > 
«ver zand en veen , bet geUed bleef , dereis over 



Digitized by 



Google 



37 



Hasselt naar Leer, Zoo feel kooden wij op dete 
reis opmerken y dat xoodaoige postwegen aan hen-, 
die er aan grenzen, en rooral aaa die dorpen, waar 
poststations zrjn, ten minsten nitwendig, grootera 
welvaart bezorgen. Van Leer^ eene nog al^ welva- 
rende Oost-Friesche Stad, op den noorder-oeyer der 
Leda, die bij LeerooH in do- Eems yalt, gelegen, 
vertrokken wij na over.eenen beteren en goeden klei- 
bodem door Oldcrsum^ en kwamen des avonds te 
Emden aan. 

Emden^ eene oude Stad met een vaarwater aan de 
Eems verbonden, voorheen bloei jende door haren 
handel , deeH nd ook in rnime mate in de ongun- 
stige omstandigheden van den tijd^ en moet almede 
ondcrvinden>| boe los een vogel de handekis, en hoe^ 
weinig me» op hem rekenen mag, wanneer de na- 
taur en andere oorzaken hem hinderpalen in zijne^ 
vlugt plaatsen. De handel verplaatste zich, volgens 
de leer der geschiedenis, ten alten tijde bij de min- 
ste bdemmering zeer gemakkelijk, zonder immer tot 
de plaats , door hem verlaten , weder te keeren. Te 
Emden is men ook, niet* zonder i'eden, wegens de 
sterke opslijking- tan- het- Taurwater voor dit kwaad" 
bedacht, en men sprak er daa van , om door het 
graven van een nieuw kanaal « zoo mogelijk, deze- 
ramp af' te weren. Maar wat baten alle menschelfjke 
poginge»! wanneer de natuur haar tegenwerkt? Op- 
hoeveel', bestesdiger bestaan kan daarentegen de land- 
bouw, rekenen h 

Den zeer korten tijd van- ons terbl^'f alhier be* 
steedden wij. aan de bezigtiging van het Stadshuis, 
van welks toren menden zeer schoon uiteigt heeft op de,. 



Digitized by 



Google 



%t 



deifr Stad omringende , rrucbtbare landctrdien met hare 
dorpen en boerenwopingen. In bet Stada-Archief, 
alhier aanwezig, heyonden xich ook de nog onnitge* 
gefene Annales Frisicl yan SBNar FBiBDaicu vofi vriCHT? 
boiten andere stukken. 

De n^iingkamer ia alleelos der bezigtiging waardig* 
Hier yindt men eene verbazende menigte onder« 
scbeidene wapenrustingen uit rersehillende tijdperken. 
Harnassen 9 helmen, swaarden» geweren, die door 
lonten werden afgestoken, en andere, die eene Tolma- 
Ving yan de knnat aanwijzen , en waaronder zeer fraai 
iogel^de geyonden worden , si jn hier in menigte. 
Men kan hier de yoUe wapenrusting eens helds uit 
mroegere eeuwen aanschouwen, en sich daarbij yer* 
beelden , eenen gew^penden ridder nit dien tijd yoor 
zich te sien. Men heeft toch de moeite genomen om 
eene soort yan zopgenaamde ijzeren kerels terormen, 
door zulk eene wapenrusting met hout, meenen wifj^ 
te ynllen. Twee rijen yan zulke ijzeren kerels^ buiten 
de oyerige wapenen , ziet men hier op eene groote 
botenzaal yan het Stadshuis. Men yerhaalt, dat hier ook 
nog^ het harnas van Koning radboud gevonden wordL 
Als het geloofd wordt « zal het. er wel wezen. £e& 
Emder Burgemeester , gerhardi^ boljuuhjs^ heeft deze 
rustingkeuner aangelegd. 

Van Emden voeren wij di^s nachts over den Doliart , 
en kwamen zoo te Delfzijl w^det op vaderlandscheB 
bodem aan. < Wij voeren van De^2^ naar Gronmgen , 
hielden ons twee dagen in die Stad op ^ en kwamen 
den Zo Jnlij weder 1m| de «nzen in wektand aan. 

Wanneer inen voor bet eerst, naeenigen tijd daar 
buiten te anjn ^weest, wed^r den Vjoet op vader^ 



Digitized by 



Google 



99 



hndseheo bodem feót, «n dé taal hoort spreken , waar- 
jloor wi) almede' Van andere yolken onderseheiden 
#orden , dan gievodt men eerst door rrij sterke kan* 
den geb^t t*d sijn aan het vaderland. Vaderlands- 
liefde Aa dos -meer dan een droom; het is anè men* 
selitfQ ^aiti^lijkf'meer gedegenheid tooi' on» eigen dan 
toot een vr^iemA land te koesteren , 'zoolang geene on- 
nttttmHijké oorzaken . deee meerdere 'liefde op eene 
goweldtge ' lirijce dboden. Het plekfe gronds , waarop 
W^ deze wereld eerst lUtradeA, waarop wi) al spelende 
de ^^étstie , reine* zah'gheden der kindsche jaren onder 
de letd^g en het genot der weldaden ran onders , 
aan wie wij door het bloed verbonden zijn , genoten^ 
kati tiiel door ons vergeten worden. Hét land; waar 
wip once betrekkingen hebben , waar, onze eigendom- 
*men ltgge»t wier bezit en genot ons gewaarborgd 
is ^ het Ial^d^, waar wij eette gemeenschappelijke taal 
épreken, #akr de zeden meer dan elders op eene 
leest geslagéji^ zijn , en waar de lijken onzer dierba- 
ren in den^ mioederschoot der aarde rusten, beminnen 
wij. Ons natanrlijk gevoel zegt ons dit luide « wan-* 
neer wij onder vreemdelingen zijn, en weder yaa 
vreemdelingen onder ons eigen volk temgkeeren. 
Maar deze vaderlandsliefde, wat kan zij anders zijn 
als een graver of fijner eigenbelang ^ Wij noemen 
hier eigenbelang in eenen rnimeren zin , wat in onze 
natuur gegrond en met onzen aanleg overeenstemmend 
is; dus 'behoort hier zelfs de godsdienst toe : want, 
9^ wie tot -God komt, moet geiooven, dat Hij een 
»belooner is dergenen, die hem zoeken." Is di^ 
eigenbelang , verschillend gewijzigd , niet de bron van 
al ónze daden? Of zoude het de vaderlandsliefde 



Digitized by 



Google 



4« 



alleen weseor waardoor men een ander meer dan 
aich 'selyen moet beminnen? Wij kannen hel niet 
gelooyen. Want wanneer dat Taderhnd nu ala een 
andere 9kTVfams aijne eigene kinderen opvreet, hoo 
Taart dan de vaderlandsliefde ? Wat sef^n dan da 
sonen d^s vaderlands, die ieder oogenblik gevaar 
loopen van door des 'vadera tanden yerscheurd te 
worden? Gewis dan seggen ziji soo als seker aan- 
zienlijk Heer aan een' onzer op ome reis in een staat* 
kundig gesprek zeide : • Vbi bene , ibi pauia. Waar 
» ik het wel heb , is mijn vaderland/* Dan worden 
^olksverhuisingen beraamd en nitgevoerd. Dan ont- 
werpt men vaak allerlei verderf brouwende aanslagen. 
Dan* wijkt de vaderlandsliefde voor eigenliefde of 
baatzacht^ doch voor de laatste wel verreweg het 
vroegste en gemakkelijkste, in Zooverre grove ei*, 
genmin van zelf in znlk een geval eerder geprikkeld 
wordt en ontwaakt, dan de meer zedelijke. Dan de 
lezer zal onz met cliudiüs wel toeroepen^: 

Fertd maar niet verder^ Heer JimuiJi ! 



Digitized by 



Google 



BESCHRUVING 

TAN HET 

SAGELTERLAND^ 

MET ZIJNE 

GESCHIEDENIS^ 



MJas^T onze kennis van faetgene ér in omen 
leeftijd op onxe aarde , ja selfs in ons vaderland t 
Toonralt , soo onrolledig en onnaauwkeurig is , hoe- 
veel geringer en gebrekkiger moét die sijn yan dat'* 
gene, vat voor eeaweu op dit aardsche tooneel ge*^ 
benrde! Daar bij de menigniidige hulpmiddelen ter 
rerkrijging en bewaring van de kennis der gebear-» 
tmssen er sich nog zooveel valschheid en onjoist" 
beid steeds ondétmengt, lioeveei meer moet dit 
het gevid geweest sijn in die vroegere tijdperken 
des mensehdoms, toen de menschen nog soo kin« 
derlijk en soo^ arm waren aan middelen , om bet ge- 
beurde getrouw en volkomen te leeren kennen en 
aan hunne nakomelingschap over te leveren! Het 
tegenwoordige kennen wjj soo onvolledig , bet %OQt^ 



Digitized by 



Google 



4» 



ledene is met draden aan bet tegenwoordige gehecht, 
die 9 als wij teragsien, yoor ons oog hoe langer 
hoe dunner ^en eindelijk bijkans gelieel onsigtbaar 
worden. Het menschdom ia, even als een kind* 
langzaam ontwikkeld en toegenomen in verstandelijke 
krachten. Het leerde allengskens sijne krachten ge- 
Toelen, kennen en aanwenden; door opmerking 
en mededeeling aan anderen van betgene er voorviel 
op aarde. Hoe gebrekkig , hoe onjalst deze eerste 
knndigheden en yerhalen moeten geweest zijn, kun- 
nen wij ons eenigzins voorstellen door ons zelf in 
onze kiadscbe jaren terug te plaatsen/ of op de 
kinderen ons oog te slaan bij hnnne voorstellingen 
en verhalen der dingen ^ welke sij opmerken en on- 
dervinden. 

Be menschen bestonden eerst nit enkele « vrij. 
scherp van elkander afgezonderde familiën, welke, 
door huwelijken « oorlogen en yeroveringen , ver* 
reigers tot hot den of stammen aangroeiden , en zich 
ia tijdsverloop uit TersGhillende ooraken tot groo- 
tere en kleinere yolken nctbrétdden. Wanneer ?wif 
ons den woesten alaat der aarde, de moeijelijkheid 
ons m^et elkander in aanraking te komen, de mm- 
nigyuldige famiiie-veeden en twieten ^ dikwijls door 
gdrékaan de eerste behoeften ontstaan , en eerst de ge^ 
h&le onbekendheid met het schrift, en verder de hoogst 
gebrekkige wijze van 'schrijven in dien tijd vQorstel-* - 
len,' dan kan ons de onnaauwkeurigbeid; en o&yot- 
ledigh^d . der yroegste geschiedenissen niet be- 
vreemden..; 

Alles^ wat wij van de vroegste geschiedems des 
men^ohdoms en ook via de Ftlezen. weten, wij^t 



Digitized by 



Google 



43 



on» naar bet oosten of Aziéy aU de wieg d^ 
menscbelijken geslacbts, als de eerste woonplaats 
der menseben. Van daar breidden zij sicb, door 
den nood gedrongen , wegeni de toenemende bevolking , 
door elkander voorwaarts gedreTeo, in borden of 
stammen,, westwaarts en- ten noorden uit, en Tér- 
spreidden zU^ ^Is^ bijenawermen over de oppervlakte 
der aarde« 

Ónder meer andei^ stammen , die uit bet oo^n 
Tcrbnisden, behoort ook de vrij uitgebreide Ger- 
maansche stam. Eerst en staande zijne verhuiiiog waren 
de verscbillende familiën dezer borde , -^ onder een t 
of mogelijk ook meerdere opperboofden en leids* 
lieden , nog meer met elkander in aanraking als wel 
naderhand, toen zij zich, verre van elkander verwij- 
derd, in onderscheidene streken en gedeelten van 
, Gerntanië nedergezet en gevestigd ,badden. Bij de 
Termeerdering der bevolking, breidden zich ver^ 
schillende takken Tan dezen stam reed» voor Christus 
geboorte tot aan de oevers der P^oordzee uit. Hoe 
onbehagelijk die streken er: toen ook uitzagen , boe 
vol WQud, moeras en water zij ook waren, de 
nood dwong verschillende familim des Germaanscben 
stams , om deze woeste streken in bezit te nemen , zich op 
de hoogere plaatsen daar te vestigen, en den hagehelij^ 
ken kampstrijd met de natuur te wagen. Groot 
moet gewis de drang geweest zijn , welke die men* 
schen naar zulke oorden drijven könde; zeer zwaar, 
was zeker de strijd, die bier door hen gestreden 
moest worden^ maar zij volhardden en verironnen 
deze woeste natuai door hare vingerwijzigingen en 
wetten Ie volgen» Zij overwonnen etk herschiepen 



Digitized by 



Google 



ü 



4exe woestiin in een parddijs. Met yerrakkiog staa- 
ren wij , hunne nakomelingen , op hunne onderne- 
ming' en strijd, en genieten dankbaar de ymchten 
▼an den arbeid dier vaderen. 

Wanneer wij eehter de geschiedenis en de be* 
schrijring van onse Friescfae vaderen en van hanne 
woonplaats 9 seden en leven wUlea nagaan en te 
boek stellen, sien wij ons al aanstonds omringd van* 
dikke en ondoordringbare nevelwolkéi», die de, 
vroegere tijden voor ons oog bedekken. Vreemde* 
lingen sijn het, fl!e ons de eerste berigten, door 
den anders zoo vernielzieken tijd gespaard, van 
ons Friesch vaderland gegeven hebben. Het sija 
wel een tjlcitus, een plinujs de oudere, die tich 
ook in onse streken korter of lai^r ophieldeiv; 
wel een stbibo, xbljl en anderen,, beschaafde » 
schrandere, onvermoeide Romeinenen Grieken , maar 
toch vreemdelingen. Zij wisten weinig; of niets van 
de taal dezes volksstams; zij moesten hierdoor allen en 
Tlcrrus en pliriüs almede ^ts Romeinen , als de bij. 
onze vaderen zoo gehate overheerschers , moeijelijk 
den toegang vinden tot dekennis van den oorsprong, 
de geschiedenis en zeden onzer vaderen. Wanneer wij. 
bier bijvoegen , de armoede aan kundigheden en- 
beschaving h\f de Germanen , den ruwen , onbesten* 
digen staat van hunne inwendige inrigtingen , de ge- 
durige verhaizingen, die er onder de verschillende* 
horden plaats grepen, dan kannen wij ons niet' 
ferwonderen over de on? olledigheid en onjuistheid 
der ons toegekomene herig ten van dezei zaken , al 
zij^n het zelfs die van eenen man , zoo scherpziende 
ak TlciTüS. of zoo onvermoeid als PLtMUs. Yeekneer* 



Digitized by 



Google 



45 

Terwonderen wij er ons over , dat wij nog soo 
veel , als dat wij niet meer ontrangen hebben. Het 
boekje yan tagixus , de moribus Germanorum , over 
de zeden der Germanen^ heeft hierom eene onbe- 
rekenbare waarde. 

Mogelijk, ja mia of meer waarschijnlijk sa! het 
wel zijn, dat onze Tooryaderen eene soort ran ra« 
nenschrift gehad en gebezigd hebben, waaryan in 
het meer afgezonderde noorden nog de overblijfsels 
gevonden worden , maar waarvan wij hier geene 
sporen meer aantreffen. Althans tacitus woorden 
in zijn zoo even genoemd boekje : Litterarum secreta 
viri panter ac feminae ignorant: de mannen zijn er 
even zoo onkundig van de geheimen der letteren als 
de vrouwen^ doelen alleen, zoo als reeds voorlang 
door de geleerden is opgemerkt, op de gehein^zin* 
nige minnebrieven, die de, in weelde verzonkene 
Romeinsche mannen en vrouwen , om aan hunne 
sinnelijke lasten bot te kannen vieren, elkander 
schreven. Dé bardenzangen , waarin onze voorou- 
ders hun yrijheidsgeyoel en heldenmoed uitstortten, 
waarin zij met edele fierheid hunne helden en hel- 
;dendaden bezongen , zijn al kng verloren , en zullen 
hunne overheerschers , de Romeinen, ook wel niet 
zeer aangenaam en melodisch in de ooren hebben 
geklonken* Hoe onzeker, hóe onbepaald en nevel- 
achtig moet dan hier 4e geschiedenis zijn ! Runen- 
schrift en bardenzang, voor een' tjlcitus onverstaan- 
baar, zijn yoor ons geheel gestopte bronnen. De 
overleveringen, die op den adem der menschen van 
den vader tot den zoon overgaan, hoe onzekere en 
bedriegelijke gidsen zijn zij! Taal, zeden, gebruik 



Digitized by 



Google 



46 



keo en godsdienst» in hanne overeenkomst en yer- 
schillen, zijn Toor ons wissere leidslieden. Aan de 
hand van dezen kannen wi) veiliger en met gelak- 
kiger uitzigt die paden inslaap en bewandelen, 
die ons tot de hoogste oudheid opvoeren en op eene 
hoogte leiden, vanwaar wij een helderder ,. hoewel 
nog altijd beneveld overzigt van den oorsprong , 
verwantschapping en geschiedenis der vaderen hebben. 
Dan genoeg hiervan. 

Waar nu Oost- Friesland ligt en nog verder oost- 
waarts tot aan de rivier de Elve,. verhaalt men» 
woonden de Gauchen/ door tagitus gemeld. Be- 
westen deze woonden aan dezelfde zeekast hunne 
verwanten , de groote en kleine Friezen. Deze Caur 
chen en Friezen werden verdeeld in de groote en 
kleine, naar mate yan de mindere of meerdere 
uitgebreidheid en magt bij deze gedeelten van den 
Germaanschen volksstam. De Friezen werden van de 
Gauchen docu^ de Eems gescheiden. En de groote 
en kleine Gauchen zal de Wezer , zoo als het Flie 
de groote en kleine Friezen , tot grensgediend hebben. 
Zoo als verhaald wordt, strekten deze Friesche tak* 
ken zich verder westwaarts tot oter de Schelde uit. 
Zekerder is het echter, uit hoofde van de nog in 
ScUeeswijk bestaande Noord- of Strand-Friezen , dat 
de Friesche loten zich < oostwaarts tot aan of in 
Jutland hebben uitgebreid. 

Eene zeer uitgebreide familie maakten dus onze 
yaderen uit, die, aan dén oever der Noordzee langs 
gevestigd , aan dien oever in het noorden een* vas- 
ten grens hadden« Minder zeker en bepaald is het, 
hoe ver xij lich suidwaarts hebben uitgestrekt. 



Digitized by 



Google 



Al 



Bochy MraniWser wij in aanmerkiDg nemen ^ dat %\\ 
uit hei zuiden of zuid- oosten noordwaarts aan ge* 
dreven werden, of vrijwillig verhaisden, kan het 
ons njet onwaarschijnlijk yoorkomen , Tooral bij de 
meerdere ruimte wegens de mindere beyoiking , 
dat zij zich hier en daar Trij ver zuidwaarts zallen 
hebben staande gehouden of uitgestrekt. Doch daar 
de grenzen hier zoo onbepaald waren en de yaète 
maatschappelijke inrigting nog in hare opkomst was, 
zoo kan hier niets met zekerheid Vastgesteld worden. 
Alles is en blijft hier bloète gissing, én Tan het eene 
tijdperk in de 'geschiedenis tot het andere is hier 
niets met uitgemaakte zekerheid te besluiten. Dat 
de Ganchen, hoewel zij cenèn verschillenden naam 
voerden, echter broeders van de Friezen djn geweest , 
lijdt weinig bedenking. Ware het toch een , aan den 
Frieschen geheel vreemde tak geweest, dan zoude 
of in taal, zeden, gebruiken of in andere zaken, 
in Oost'Fn'esiand wel eenig spoor hiervan zijn over- 
gebleven , of de geschiedenis wel met een enkel 
woord althans van deze verdelging van den aanzienlijken 
Gauchischen tak gewagen. Niets van dit alles heeft 
plaats» Geheel het tegendeel vinden wij in de Oost- 
Friesche geschiedenis : hunne taal en zeden , ja alles 
hiertoe betrekkelijk , wij^t ons de naauwste verwant- 
schap tttsschen de Friezen en Gauchen aan. 
' Toen het mènschdom nog uit familiën en later 
uit horden «bestond, droegen deze zeker ook ter 
onderlinge onderscheiding verschillende namen ; ja 
zelfs , wegens de gedurige scheuringen van dezelfde 
horde in meerdere of vereenigingen met anderen;' 
veranderden die benamingen yan tijd tot tijd ien - 



Digitized by 



Google 



tfi 



seer menigruld^. Welk eene ?«rbaseDde menigte 
namen van wel soogenaamde volken, maar eigenlijk 
van familiè'n of borden, treffen wij niet in de vroe- 
gere zoo gewijde ak ongewijde geschiedenis aan ! 
. De Germaansclie stam, dat wil leggen, die on- 
derscheidene horden , welke door eene gemeenschap- 
pelijke taal, die weder in eene menigte door elkan- 
der loopende tongvallen onderscheiden was , verbon- 
den waren^ bestond dus bij zijne verhuizingen uit i 
bèt ooèten uit Gauchen^ Friezen, Gothen en add^reia. 
De oogsprong dezer onderscheidene hordennamen 
zal wel nooit met zekerheid kunnen aangewezen 
worden. Hij ligt te diep in de grijze ' oudheid ver- 
scholen. De godsdienst , welke deze famiiiën , en 
later horden , beleden , was met verschillende wij* 
zigiogen in nevcnzaken , in de hoofdzaak een. De 
taal, die zij spraken, was dezelfde in den grond- 
yorm* Maar die taal wer4 in onderscheidene dialek* 
ten gesproken, die eerst/ toen de familiè'n nog 
meer verbonden en onderling in aanraking waren , 
door elkander lagen; en die eerst later, toen de 
afscheiding scherper werd tusschen deze leden van 
dit huisgezin, en hunne afzonderlijke vestiging op 
onderspheiden bodem en onder verschillende Inchtstre* 
ken plaats gegrepen had , zich ook scherper van elkander 
scheidden en meer en meer begonnen uiteen te loopen. 
Ddce Cauchisiiic tak reikte gewis vrij ver zuid- 
waarts, alwaar kij eigenlijk aan den Germaanschea 
stam vast zat ; hij 'zal dus mede wel het noordelijk 
deel van het tegenwoordige Oldenhurgsche en van 
het Sticht Munster ^ en zoo meteen ook l^et Sa^ 
gekerlandf meer als waarschijnlijk ^ beslagen hebben. 



Digitized by 



Google 



i9 



Eggerik BENiRGi, een geloofwaardig eo aldaar 
plaatselijk bekend gescbied schrijver uit Oost-Fries^ 
land j rekent almede e?en als Sagekerland ook Fiys- 
oythe^ of, gelijk hij hei spelt, Fres-oita, tot het 
zesde deel ran Friesland of het tegenwoordige 
Oost^Friesland : bl. 20 yan zijn werk in het IV® d. 
der Analecta van matthaeus , alwaar men sijne Oost- 
Friesche Historie yindt opgenomen. Even zoo doet 
EMMius in zijne Frisiae Orientalis descriptione Choro^ 
graphica j of Plaatsbeschrijving van Oost- Friesland^ 
pag, 41 f achter zijne Hist. Frisiae, Hij zegt aldaar: 
Ofta , Frisici quondam juris^ unde cognomen reliquum; 
dat is: Oita, voormaals i^ehoottadiQ) tot het Friesche 
regtsgebied^ van waar nog de bijnaam overgebleven 
is. Het wordt toch bijgenaamd Frys-oylhe. In het 
^ noord-oostelijk gedeelte yan Westphalen yindt men , 
zoo wij meenen , onder het Ambt Meppen , althans 
in vorige dagen (veranderlijk zijn toch alle staat^ 
kundige verdeelingen!) , een niet onaanzienlijk dorp, 
Sögel geheelen. Deze naam Sögel, of, zoo als men 
het ook schrijft , Sagel, in de woorden Sagelle en 
Sagekerland f welke een zijn, is ' vrij zeker in oor- 
sprong en beteekenis hetzelfde met ons sijgen^ het 
Schotsche seg^ seijg^ IJslandsch at sijga en sijke of 
sijk i een méér i in alle welke woorden de beteeken^is 
van in de laagte liggen , komen^ door nedervloeijen 
en yallen^ de heerschende is. De naam Sögtl ziet 
dus op en is ontleend aan de lagere ligging yan dit 
oord , in yergelijking van het veel hoogere , zuidwaarts 
gelegene land. De Friezen , die uit het zuiden yan 
Ger/TmTuen kwamen , moesten sijgen^ afdalen ^ en 
kwanien alleogskens in die lagere landstreek aan. In dit 

• '4 



Digitized by 



Google 



ilorp Sogd stichtte ia yröegeren tijd de Mansterscbe 
Bisschop CLEMRKS AUGUST «CO kostbaar jagtslot, 
Ecer wel bekend ond«r den naam van Clemens-weerd. 
Wanneer ons nu niet attes bedriegt, dan draagt dit 
Gorp^ in zijnen naam het bewijs, dat het voorheen 
tot Sagelterland behoorde; ja, het mag daarvan 
voorheen wel de hoofdplaats hebben uitgemaakt , 
toen dit land in veel grootere uitgestrektheid nog 
een Graafschap, in eenen staatkundigen zin, genaamd 
werd en was. 

Wanneer wij op de kaart van het vrije Friedanfl 
tusschen de Kinnem en de Eems, zoo als het nog 
tot aan het einde der i3de eeuw geweest zal zijn, 
welke kaart, door menso alting opgemaakt en door 
F. HALMA in zijn Tooneel der V^reenigde Nederlanden , 
I d. bi. 334 9 nagemaakt is opgenomen , eenig ver* 
trouwen stelieo | dan lag er toen ten zuiden van 
Asschendorp aan de Eems eene plaats, Fresenborch 
genaamd. Oe naam dezer plaats* leert ons, dat i^rte;- 
tand zich toen vrij diep in het zuiden heeft uitge- . 
strekt. Wij voegen hierbij, dat de Heer hocqe in 
zijne Reise durch Osnabrück urid Nledermünsier in 
das Saterland u. s. w. seite iSg, van een Saier^ 
kerk gewag maakt , welke aan het Hummelinger woud 
gestaan had , en waarvan de overblijfselen nog zouden 
te zien wezen. Sdgel nu ligt reeds in dit Humme- 
linger WQud ot op den Hummelingp zoo als men het 
noemt, welke HtmtmeHhg het riviertje Ibxdde ten 
zuid-westelijken grens beeft; dit Radde ^ verwant 
aan roede ^ rijd^ teider^ loopend ivatór, vloeit tus« 
gchen Haseliine eu het Westpbaalschè dorp Groot 
Slaveren door, en vereenigt zich dan .eindelijk met 



Digitized by 



Google 



5i 



ie Eems. En, als wi] »u deze <^pgate als jaisl 
mogeti aaDoemeo , dan zien wi| er een nieuw bewijs 
in, Ijioe Sag6Lter^dnd\\xi vroegere cenwcn cene veel 
grocUere nitgebreidlietd A&a tegenwoordig had, en 
hoe Sógel daartoe ook roordezen zal behoord 
hdbben. 

Onmogelijk \i het echter nn, en wegens den groo- 
ten afstand des tijd^, en wegens de onzekerheid en 
onbepaaldheid der berfgten, de jniste uitgestrektheid 
ra» SagelierUtnd in de roorledene dagen op te 
geven. Zonde men hier niet als bij gissing de ri- 
tieren de Hase^ de Honte en de Eems als de gren* 
«en Tan het voormaïrge SagelteHand mogen aanne* 
men en vaststellen ? Zulke wateren, weet men , werden 
Töordézen* veelvuldig tot zulke grensscheidingen ge« 
Bruikt, zoo als zij ook voor dit oogmerk uitnemend 
pasten. Of wil m^n liever als de zuid-zuidwestelijke 
begrenzing van het oude Graafschap Sagelte het 
riviertje de Aa</£/e aannemen, daar dit voordezen het 
eigenlijke sticht Jiimster van Westphalen afscheidde, 
zoo ais dit wederom door dé Wezer van Oosfpïialen 
was afgezonderd ? De )oop dezer wateren , zoo als 
die ons op de hiertoe betrekkelijke kaarten wordt 
aangewezen, sluit aan zijne noordzijde het noord- 
oostelijk deel van ff^eêfphaUn , en het noord- weste- 
lijk deel van Oldenburg met het SagcUeriand in zich. 
Dete uitgebreide ]^k gronds zal dan voorheen het 
Sagdi^rland^ dat thans töt «ulk eene kleine streek is 
ingekrompen, hebben^ uitgemaakt. Wanneer men 
de Munsïersche, Oldenburgsche , Osnabrugsche en 
fekdenbuTger Archieven met de, tot dit einde vcr- 
évsi^btenaiNiwkettrigheid kon doorsnuffelen , dan zoude 

4. 



Digitized by 



Google 



5a 



men welligt daarin OTcr deze saak nadere ophelde- 
ring en bevestiging vinden. Dan dit is geen ge* 
makkelijke arbeid. Wanneer men lang genoeg met 
de noodige taalkennis en oplettenfaeid zich onder de 
bewoners der zoo even genoemde streken konde op- 
houden , dan zonde men , hieraan twijfelen wij geeosuns , 
uit hoofde van hetgene wij vlagtig in de taal van 
onzen Frjsoyter gids opmerkten « in de taal dier 
menschen meerdere trekken van overeenkomst m^t 
het Sagelter-Friesch ontdekken. En dit een en an* 
der, gevoegd bij het reeds aangemerkte^ zoude het 
pleit y zoo als wij meenen , nopens de voormalige 
uitgebreidheid van het thans xoo kleine Sdgeltetland 
uitmaken. De verminkte Sage of tolks-overlevering « 
welke aan den Heer ^ocqe door dep d9-jarjgen Sa- 
geiler- Fries hendrik wilmsen werd medegedeeld , dat 
namelijk hunne voorvaderen van de Bourtange naar 
hun land zouden gekomen zijn , kan aan deze onze 
meening nieuwe kracht geven. Vloeit toch de rivier 
de Eems op geenen grooten afstand voorbij die 
Vesting van ons land , zoo kon ligt zulk eene over- 
levering onder hen uit deze omstandigheid ontstaan 
zijn, daar het land der Sagelter^Friezen voormaals 
tot aan, die rivier reikte. Hier woonde dan eens ia 
vroegere eeuwen deze vrije en fiere familie van deii 
Frieschen volk'stak ; hier genoot en oefepde zij on- 
gestoord en naar eigene verkiezing die ^egten uit, 
welke God en de natuur aan i^deren mensch gegeven 
hebben. Onbekend m^ de voordeelen en genoegen^ 
der beschaving, bleef zij ook yrij van de nadeelen 
en ondeugden , welke het misbruik en de overdrij* 
ving der beschaving voortbrengen. Bij de toenemende 



Digitized by 



Google 



53 



BevólKing moesten zt| sich uitlireidèn ,• en soo be- 
reikten dete Friezen eindelijk^ door nood gedwon- 
geik'^ of door aüderen voorwaarts gejaagd , dé 
ongevalüge , woeste en afgelegene oorden , waar 
Kunne minat terbasterde. nakomelingen zich nog b'e* 
Tinden. 

Hel* rs geB'ceT niet te TolHingen « of die Sageller- 
Friezen bij hunne aankomst in deze oorden reeds 
Christenen waren , dan of hun eerst , reeds hier 
gevestigd , de leer des Christendoms is gepredikt en 
door hen aangenomen gewonden. Het moge hier- 
mede gelegen zifn zoo het wilt zeker is het, dat 
door d^ prediking der eerwaardige Apostelen onzer 
vaderen , eenen willehad , ludger en anderen , dé 
leer van cbristüs het eerst onderde Saksen, Cauchen 
en ook onder de Sageltcr-Friese» is verkondigden 
gevestigd geworde.n. Ludger zal bovenal", als eersta^ 
Eisschop van Munster^ in het Graafschap Sagelce 
hfertoe veel medegewerkt hebben , alhoewel karel 
de GrootCy door zijne staatkundige schikkingen ^ deze 
Friezen onder het Bisdom O^naörüök stelde. ' Möjser 
verhaalt in zijne Osnabrückischt Gèschicfi'te , I tk. s. 
281, dat het sticht vaff Osnabrug van karel den 
OrüOlé^ na zijne overwinnjng van de Saksische volks- 
stammen, dezelfde uitgebreidheid' als dé beerban , lïct 
w^el^ijk reglsgehied", ontving, en düs onder an- 
deren de Graafschappen Oldenburg^ Ravensöcrg ^ 
Tèkcletihüi^g en \itl nedersticht Munster aan de zijde 
de^'^ems naar Osnabrug bevatte. In de i3de eeuw 
behoorde" de kerk van Sugele aan het klooster Corveij ; 
in hoeverre zulk een regt van dit klooster over 
bet overige iSageller-FriesIanè'sxcb hebbe uitgestrekt. 



Diaitized by 



Google 



54 



daa of het zich alleen tot Sugele bepaalde , wordt 
niet gemeld. (Zie Bijlage A.) Wij kannen bi^r ech- 
ter nog uit een charter « bij stdSBR a. s. o. J th. /• 41.9 1 
bijvoegen, dat de Keizer LonswinL de DuiUcher aan 
het klooster Corveij ^ of het nieuwe Corpeij^ de 
cel Meppen, met alle tienden e o ^daarbij behoorende 
bezittingen, op nieaw geschonken heeft. Die cel 
noemt xooevmK: sui juris ^ dat zal wel zooveel be- 
teekenen , als dat het reg^ , om daar een'. Priester te 
benoemen, uithoofde van de stichting of begifiigiJig 
dier kapelle, hem toekwam. Dit greep plaats in 
de eerste helft der gdo eeuw. Lodewuk. de Vrome , 
▼ader van bovengenoemde^ j^odewwk den Duitscber^, 
had Corveij hiermede het eerst begiftigd. JAi Sugeht 
of het tegenwoordige Sögel , ligt , zoo als boven met 
de noodige voorzigtigheid door ons reeds is opge- 
geven , in bet Ambt Meppen, 

Door de veeden, bloedverwantschappen en beersch- 
zucht der, in het zuiden, zuid- westen en oosten 
aan hen grenzende Vorsten van Oldenburg^^ TekeUn- 
iwrg" en* der Bisschoppen van Munster en OsnoMrug^ 
werd hun land boe langer hoe meer besnoeid , en bij 
gedeelten onder het beheer dier magliger naburen 
getrokken. Do naast aan deze gelegenen verloren v^n 
lijd tot tijd door drukker verkeer met die Duitscbers , 
door de staatkundige versmelting in huqne staten ,^ 
hunne Friesche vrijheid en taal, welkq laatste^ ge*»., 
makkelijk in de , aan haar zoo naauw vervr apte Keder^^S^^ 
siscbe overging. Alleen, in die moerassen, ..qp^^^ifu. 
onboreikbaren sandrug, door die , s;ioei:9ssen nog 
meer d^n door ^ene zee van de. wereld afgezonderd j 
kon de beefschffuqbb^dfze. Frie^^ n niet dan laat on* 



Digjtized by 



Google 



5& 



der bare rnnjj^ doen bi|L}Leii. Daa^. |)tée{hfiimeUal,; 
daar bieren Imnae yrijbedep bel (angst , j« » ^élti 
eenigziat tot beden toe, beveiligd yo<^ den ver- 
pesteoden adem yaa yreemden infloed. Waarbuoncr 
Taderen «ieb bet laat^ afó binnen onwinbare bol^ 
werken gevestigd baddén» bleef bet laagst de gee<^ 
bunner vrije taderen de txiip conen bevielen» Die 
geest ademt to^b nog in de taal % wtl^e zi\ v»n die 
vaderen ontvingen, in die zeden^ - die zij van be» 
overerfden. Hier vloeit nog het onbetoiette Friescbo 
bloed bet zuifeirst dpor de aderen van zulke Liode* 
ren, uit znlkn ouderen gesproten. Be aard der 
zaak brengt., #m al bet aangevoerde» bet «van zelf 
mede^ dat de moerassen 4^zer Fcle^eo, aan dei» 
noor4kaot gelegen , ben nog meer afgezonderd moes- 
ten bonden van bnnne stamgenooten,* de bedendaag^ 
scbe Oost^riezen, Zij waren tocb uit bet zuiden 
binnen die moerassen gekomen , de bieruit ontstai» 
betrekkingen tnsscben ben en bunne zuidelijke na» 
buren moesten eerder wegen eq toegangen door di^ 
zuidelijke veonen^ doen banen dan wel door de noor* 
delijke, daar de banden des' bloeds, afzonderlijk, 
altijd alapper zijn dan vereenigd met die van bet 
belang, fi^^ fUsobei<Kiig tosschen de Sagelter- en 
Post"Fri9ien mpesl natnnrlijk ^d<^r de kerkbervoiv- 
iping, in de i6de 4^nw begonneii^ nog scberper 
W0rden« Q$ Sagelter-Friezen « doordiep zij deKatbo* 
)ijke eer^fJieDst bebieldl^nv, gevoelden zicb, terwijl 
bunne verwanten > de^Qosir Friezen, de nieuwe aan* 
namea, Vfiei^oor n^9.n|feir af^n boi^Munsterscbe stiehl 
Terbo^Q an daarbeeiL getro^kep, betgeen weder-* 
keerig ook bet geval moest wezen aan d^ zljdo dier 



Digitized by 



Google 



s& 



jregeriog. De eeredieost en de staatkundige gren* 
zen bepaalden coo dikwijls vederkeerig elkander. 

Bij de ontginning hunner reenen yónden de Sagelter* 
Friezen in de rivier de Leda een gereed en ge- 
noegzaam middel» om zich door bet vervoeren bun* 
fier turf in Oost^Fricsland eehe bron yan bestaan te 
openen. Men dacbt niet dan eerst in lateren tijd» 
bij bet yermeerderea der behoeften en Tan den om« 
gang , aan het leggen yan eenen weg door de moe- 
rassen naar de Oost-Friesche grenzen. Men mag 
aannemen , dat bét yoomamelijk deze turfhandel 
sal geweest zijn, welke onze SageHerlanders in Oost* 
FriestanU bekend maakte, ên zoo de opmerkzaam- 
heid Tan eenen bencnga. en emmius op hen vestigde. — 

De onpartijdige lezer zal ons wel gereedeltjk geloo- 
Ten , wanneer wij hem Terzekeren , dat het ons on- 
doenlijk is eene ToUedige en zamenhangende geschie- 
denis van zulk een afgezonderd en klein Tolk te ie- 
Teren. Met enkele brokken en deze en gene bijzon- 
derheden zal hij het dan wel voor lief willen ne« 
men. Ons zal het genoeg zijn , onze lezers door deze 
nasporingen en aanteekeningen opmerkzaam te hebben 
mogen maken op een klein Tolk, zoo oorspronke* 
lijk en naauw aan ons verwant , maar zoo rerbazend 
onbekend, zelfs bij zijne naaste buren. Wij zullen 
onze moeite wel beloond rekenen , als wij dooi^ 
onze gebrekkige berigten andere bemininaars der 
Friesohe taal» Friesche ceden en Tan de letteren' 
in bet gemeen mogen opwekken tot nadere onder- 
zoekingen ' aangaande én ' Tolkomener medèdeelingen 
over het voor den Fries botenal zoo merkwaardige 
Sfxgdttrland. 



Digitized by 



Google 



57 



Kaael de Groole Tond bi} zijne OTerwinningen en 
onchristelijke beleering der Saksers de landen , waar 
«ij woonden, reeds in gooën, jeoo als lerigo^ Agro^ 
tingo^ Emsgo enz., of graafschappen door hem 
genoemd , verdeeld. Hei is waarschijnlijk , naar de 
aanmerking van den geleerden möser, dat deze staat- 
kundige Vorst de bestaande land verdeel ingen en toI- 
ken-famtliin liet, zoo veel dit naar zijn doel kon', 
gelijk hij haar gevonden had, om door onnatuurlijke 
tereenigingen en versmeltingen van deze in en door 
elkander geenen eeuwigen krijg te ontsteken* In de 
vroegste, historisch bekende tijden besloeg Agrotingau 
bet grootste deel van het ten westen aan bet Olden- 
bnrgscbe grenzende Ambt Mappen en ook een deel 
van bet vorige 'Ambt Cloppenhiirg ^ gelijk Lerigo het 
grootste deel van 'het voormalige Ambt i^ecA/e, Friei^ 
land en Groningerland hadden zoo ook eens hunne 
gooën, betzelfde vroord als het Grteksche vY» y^^^ % g<^ % 
gata^ Lerigo en Agróiingo\ zegt de Heer kohli in 
zt|ne aangehaalde Oldenb, Statistiek , //. th, /. abth. 
$. 2^95 . stieten in het Ambt Cloppenburg tegen elkan- 
der aan. Over deze. gooën hadden Goograveu , Comi* 
les, eigenlijk gezellen of makkers des Keizers, bet 
baüuor, hetzij door kikel eerst aangesteld of door 
hem daar gevonden. In bet westelijk en noord^wes-* 
telijk deel nu van den Kreits Cloppenburg woonden 
toen Friezen, en in bet overige Saksers (Sacasonen). In 
dit goo , Ap^tingó ; dat later in meerdere graafschap 
pen kan verdeeld zijn , lag ook bet Cometia Si^eltra^ 
Wresia dkta , bet Sögder of Sagelter Graafschap , 
de Si^gelier Friezen^ zoo genoemd naar bet dorp «SóTv 
gdy Latijn Sugila^ op de Eummeling^ gelegeïi^ 



Digitized by 



Google 



58 



MosZl^, a. s. o* bL 26a, in de noot. De Gra?ca 
van Tekcknburg komen het eerst in de geschiedenis 
omstreeks het midden der lade eeuw als keizerlijke 
Googra?en in dit distrikt Toor. Reeds in den aan^ 
yang der i3de eenir roerde Graaf oti!0 I een' langea 
strijd met coENaAin^ <^ Bisschop van Osnabrug , 
waarin deze laatste de overhand befaiéid, en den Ter» 
keienburger Graaf een niet onaansienlijk deet sijoer 
bezittingen afnam. Het in deze veede verlorene won 
het Tekelenbnrger huis echter ten fare 1245 « dóór 
het huwelijk van den Erfgraaf BBeiDioK met de eenige 
'dochter van otto , Graaf yan Ravtnsberg^ nrTxl gehee* 
ten , ruim en rijkelijk weder. Bexe dochtejr bragt 
hem toch de uitgebreide beaittijpgen baars vaders ten 
bruidschat aan, (Zie BijUge B.) Het jaiir yan haar huwe* 
lijk was tevens het sterfjaar van haren vader* Haar 
huwelijk duurde slechts tot den [are 1I4S9 ^^^^ 
HENDRIK kinderloos o^^erleed. JusTTi, wa$ in het jaar 
X25i reeds weder gehuwd met walrak van Monl%oue 
of MoHtjoy , 'eene stad in het GaUk$<^e gelege^n. 
Kort was dus de vereeoigtng der Eavensbevgsch^ 
goederen inet het huis Tekelenburg. la bet ^aar i%5% 
verkochten en sehonken WAtaAVy He^ van Montjojn 
fOTTA zijde ecbtgenoót en sophia bare motder, «eena 
geborene Grayin van Oldenburg^ hunne yrije .eit 
leengoederen voor de som van 4o»^oo marken bij mms 
andere voorwaarden aan otto 11% Bifscbup.tan Mim^ 
ster f en in het volgende jaiir beleende Koding vf ai-ot 
hem er insgelijks mede, (Zie Bijlage C.}- Qnd^f dea^ 
gpedei^n^ welke een aanzienlijk deel; van de Ap(di>teQ 
fipcliMit Clqppenburgf Eemdand en- Oosl-Fri^fin^ 
nitmai^ten^ behoorde ook. Oythc en het Cpmelia^ 



Digitized by 



Google 



59 



Si^ehra^ htl %t^^UAê^ SagoUe, ▼oor Gravin 107X4 
tot Morgengabe boft^md geworden l>i| ha«r eerste 
bu weiijk. Munster Kwam echter nog «anetonds (laSa) 
nie^ in bet vol en rustig bexit deser goederen: waot 
de Graaf ran Tekehnburg ortQ lil ^ die het weggen 
scbonlene liever zelf. had « veroverde nog in het be- 
gin der 14de ee«v^ eetiige Friesóhé bezittingen in dea 
omtrek van Ffysayihc* Zijo opvolger. Graaf NicoLAAfl » 
onderwierp de Friezen in de streken van Frysoythe^ 
niet onwaarachiinHjk de Sagelterlander «Friezen, rol? 
konien aan rijn bestuor. De Bisschoppen y^n Huneer 
eaOsnübrug^ wier eigene en onde aangrenzende befv 
zittingen even weinig Tan de invallen van den Graa^f' 
Tan TekeUnöurg verschoond bleven, verbonden zicbj 
met hnnne beide Hoofdsteden door een plegtig* ver«- 
bond in bet jaar i^gS tegen deze grafejijke str^ope- 
rijen. (Zie Bijlage D.) Zij waren «^k in dezen hnnnen 
krijg tegen den Graaf van Tektlenburg zeer gelukkig , 
ontnamen bem na moedigen en langen tegenstand in 
bet jaar iSg? Aen hurgt Cloppenburg^ en later de «terke 
stad en vesting Frysoythe met nog meerder moeite 
en na tangdariger belegering. . Ten jare 13^7 sloten 
Bisschop pT^ro yan Munsfer en didebicb van Qsn0^ 
brug eene overeenkomst,, bij welke de Bisschop 
T«n Osnabrug. aijn aandeel aan de burgten Ohpp^^ 
burg^ Qytbt en de daartoe behoorende Ainbte», en 
iviB Ojok SageltCf . overdroeg aan den Bisi^op yan, 
Mfmstei^yoor di som van iioo go^dgalde» en het 
regt Tan ..de» Munstersche» Aisseho^^ op bet jl«t 
Vmrd^n* (ZfeSijiageJË.) H^. dikheide ^, in dat vier f-.; 
Voud^ T^vi>onA begrqpene . steden ,^ Oênabrug enf 
JUkisler,*"bi( deft^ of^rctakMBst bdbiSndeld werden;» 



Digitized 



zedby Google 



6o 



wordt niel farch^ gemeld^ ^n dat de Bisschop van 
Miittster h\] eene akte bsloofdta , om zt^n aartdeel aan 
<iU Ambten Cióppcnburg en O^e voor bet slicbt Mun- 
ster te Kallen beivarent (Zie Bijlage F.) De Tekelèn- 
btlrgel^'Graaf, wcolaab II, kon echter dit gevoelig ver- 
lies in geenen deele met goede oogen aan- en Tan 
èettn Koo vetten brok voor ahij dr afzien^ Hij viel das, 
nlettegenstaandte derinnige nepen, welke hij van de 
beide Bisschoppen ontvangen bad^^ ten jare i3g8 op 
nieuw in Munsterland^ doch werd door de Bisschop- 
pen en bunne bondgcnooten zeer gevoelig terngge- 
vrezen en afgeslagcné Hij verloor Bèvergern en hingen , 
moest txa^h. iMin de genade ^er overwinnaars overgeven ^ 
ch'fh'het jaar i4ooplegtigen afstand doen van Ciöp;, 
pènburg, Frysoythe en Bevèrgern. (Zie Bijlage G.) En 
zoo kwamen dan ook Sagekerland en de Scharlevre*- 
55<?« -tevens- onder de bestendige regering van Jtfu/i^/er. 
O/imerkeHjk is het, dat wij hier hniien Sügekerland^ 
ook nog gewftg gemaakt vinden Tan de Scharlevrezen , 
Hoé naoet dit verschijnsel worden opgehelderd ? Di^ 
is onmogelijk, op zulk een' afstand van tijd en bij zoo- 
weinige bescheiden uit dien tijd, met zekerheid te 
dden. Gissingen zijn hier alteen mogeHjk, Wanneer' 
wij mogen- aannemen , dat Scharlhtl vroegst aange^ 
legde dorp iiY het tegenwoordige Saterhnd is , dan 
kunnen wrj door de Schétrlevrezen ée Fnesche be* 
woners i^an dtt dor^ .'verstaan , daar dan »$age/* 
terlhnd 'hit overige, of wel het geheele, eigenlijke 
oteiAe Graafóehap^ SageUe ^anduidti Schmrt zonde dan« 
bet éérst en vervolgen» da ovmgo- -dorpen ran 
bet tegenwoordige SaUrland gebouwd fiZtfav^ en i^wek 
4«)r Eriezén» - H^'zlBé-saidvrestelij)k?' o£.het't>ad»tev 



Digitized by 



Google 



6i 



Sagelterland is toch naar*alle waurschljnlijkböid ^ zoo 
als wij eren te vorea aanmerkt^] ^ het eerst be* 
▼olkt geworden. Door rrij willige ,of gedwongene 
Terbaiziogen moestea de westelijke Sagelter-Friezea> 
het eerst op die plaats, waar nu Scharl staat, aan* 
komen. Ter opheldering van de henamiiig Scharle^ 
%^rezen voegen wij hier uit e. wassekbbagh's Bijdragen 
tot den Frieschen tongtfol^ IL stuk^ H. 170, nog bij, 
dat die geleerde man aldaar een bvoksluk uit eea 
oud handschrift mededeelt , waarin wij de benaming 
van Dungger-ffresen aantreffen. J)unggs,r*ffresen rijn 
aldaar zooveel als Friezen, die aan. de rivier de 
Dongery nu het water de Pea^ns of ook de. 
oude Peasens geheeteo, woonden , even als de Scliarle^ 
7>rezen op de plaats, die zij Scharl noemden , zicli- 
neérzetten en van daar hoone benaming ontleenden. 
Yöor het overige kan het zijn, dat in. het Graafschap, 
Sagelie ook hier en daar Saksen, stamgenootipn dar 
Friezen, woonden. Be reden, waarom in Scharle^ 
vrezen zoo onderscheiden de benaming Vrezen voor- 
komt, kan dan daarin gevonden worden. De 00 r^ 
deelknndige Osnabrngtche geschiedschrijver hösee 
zegt toch in zijne voortreffelijk bewerkte en uit den 
grond opgehaalde Osnabrüchische Geschichte^ L ih, 
s. 180: • Dat ook Friezen zich op den Saksischen bo- 
dem hebbeu neergezet 4 welke nu Saierlanders ge- 
noemd worden, doch voorheen Sëgelcer^ Friezen heetr 
ten, en welke misschien dezelfde Friezen ofCaucKen 
wel kunnen zijn, welke onder Keizer wBtto Aq Am- 
sibariërs of Eemsboeren uit hunne woonplaatseni' 
verjoegen. Deze werden onder ons Sticht (dal van 
Qsnabrug) getrokken | hoewel zij met de overige 



Digitized by 



Google 



6a 



Westphalers ongaarne rereeirfgd waren; ti) socbten 
•Aiïa ook spoedig wh daarvan weder los te maken.** 
. Doek alles i$ ten opsigte r^n de oude benamingen 
eti grensbepalingen dkr volksstammen of familiën , 
Eoo als boven gezegd is , verbazend onzeker en on- 
bestemd, en zal wel voor altijd met een ondoordring- 
baar donker overtogen blijven. Men zoude ook nog 
als de reden dezer benaming van Scharl-wezen kan* 
nen aannemen, dat dese Friezen woonden in hel 
kleine Oost-Friesche gebucbt Scharl, onder Deiern , 
in bet Ambt Stihkusen gelegen. Dit kan voordezen 
grooter geweest zijn dan bet tegenwoordig is. Of, 
wanneer wij ons in gissingen wilden verdiepen, zou- 
den wij deze Seharl-vreztn voor dezelfden, kunnen 
nemen als de Charles-vrezen y door eene Duitsdbe 
uitspraak en daarnaar gevormde spelling van bet woord 
Charicy Karel, evenalsmen inbetPlat-duitsch£e/iaii5^i^ 
voor Chaussée zegt. De Heereq ko&li en möser 
waren bier met hunne aangehaalde werken onze roor« 
name wegwijzers. Dat roor het overige al deze 
Teeden, overgangen en de oorlogen, daarom gevoord , 
vele>ronnen van jammer en ellende voor het algemeen, 
het pit en de kern der maatsohappïj , dedea onterin- 
gen en . vloeïjen , behoeven wij den iewr wel niet 
te zeggen. 

Lezers! die tijden waren ook al niet vrij van our 
volmaaktheden. De kleine strekte toen, even als na« 
ook reeds ten speelbal van de groeten.. Wat badden 
de Sagelterlanders toch gemeens met de twisten van 
heersehzuohtige groeten of verschillen over de erfc* 
Bisten tusschen Graven en Bisschoppen? Bescherming 
ie maar al te vaak gelijkbeifsekanend ovet onderdrukking 



Digitized by 



'Google 



63 



én plundering. Wanneer wij oös o6g over 3ie tij- 
, den laten gaan, dan zien dtij, dat familie- twisten 
onder de' magtigsten toen meestal de oorzaak waren 
yan de overheersching en berooving der lleinen. 
Bat is na zoo niet meer ; en boe gelakkig is dat! 
Men is in den loop der eeuwen in dezen meer tot 
den stand van waterpas gebragt geworden. Men be- 
grijpt nu, willen wij zeggen,' beter als toen, dat 
een Baron, Graaf of Koning er is ont die tienen i 
bonderden » duizenden of millioenen , die tot bem 
in nadere betrekking staan, en niet omgekeerd. 
Maar toen zoowel als nu, en nu zoowel als toen 
was en is bet waar, en bet zal ook nog wel eeni- 
gen tijd waar blijven : 

Dat de groote misdoet ^ 
Moet de kleine ontgelden, 

Vn, wij naderen dan tocb de Tolmaaktbeid , al 
zijn wij dan ook niet Tótmaakt op deze aarde. 

Yroeg, dit ziet men bier uit, zijn de Sagelter- 
Friezen dns al onder bet bebeer van Munster geb- 
raakt. En Tri) wsüarscbijnlijk klimmen de invloeden 
van den Mnnsterscben Bisscbop op dit Volk der Frie- 
zen nog veel booger in de oadheid op. 

Be naast bierop volgende melding der Sagelter- 
Friezen treffen wi) iian in: Een hleen iractaetjhn da^ 
saun Z elanden des- gansehen landis Jan Friesland meij 
sijft tobijkeer end Eiflafiden. Bit traktaat vindt men 
hij c. SCHOTANT75 in zijn TabUntiim ^ aebter de groote 
Frieache Gesebiedenis , door bem uitgegeven ^ als- 
mfidi; aebter hei Corpus dor Friesche Wetttn^ in Sei 
matts Besckrijvmge ^an Frieslandl Hisscken hst Flie 
en 4^ Lauwers* Aebter de opgave ruk Jiet sevende 



Digitized 



dby Google 



64 



Zeeland volgt: Item, Scgcherland is aec een deel f en 
disse saun Zelanden en jout tribuut ende schat dim 
Bisschop fan Munster, Dat is: Desgelijks^ Sagel^ 
terland is ook een gedeelte dezer zepen Zeelanden , en 
geeft schot en iot aan den Bisschop van Munster. 
Eggerik beninga. meldt in navolging hiervan, zoo 
als wij bovenzagen, in zijne Geschiedenis van Oost^ 
Friesland , ook bij het zesde Zeeland van Sagelterland t 
mét bijvoeging van Frysoyüie. Wanneer dat traktaat 
der zeven Zeelanden is opgesteld ^ kan wel met geene 
zekerheid bepaald worden ; ' doch ^ daar het achter 
de Opstalboomsche Wetten , in 1 323 opgesteld, volgt, 
kunnen wij het wei tot de i4de eeuw brengen. 
Toen behoorde dus Sagelterland reeds in alle op* 
zigten bi) het Sticht van Munster^ ofschoon men 
de bloedverwantschap aan de zijde der zeven Frie- 
sche Zeelanden ten vollen erkende. Tot die Zeelan- 
den zal Sagelterland wel nimmer behoord hebben ; 
het wordt ook alleen in het voorbijgaan en niet als 
een integrerend deel van het toenmalige staatkundig 
vereenigd Friesland genoemd* Men merke hier in 
het voorbijgaan tevens op , dat Sageherland toen 
nog waarschijnlijk eene grootere uitgestrektheid grondff 
besloeg dan thans , d^ar het hier zoo uitdrukkelijk 
genoemd wordt en beninga. Frysoythe er bij rekent; 
terwijl nog in de eerste helft der vorige eeuw 
M. VON WICHT in das vorbericht zu dem Oslfriesischen 
Landrechte^ hL ^i , in die note, bij het spreken over 
Sagelterland , ook Sëgel und der orte im Nitder^ 
stiffte Munster noemt. Daar, zegt die geleerde man 
ons^ werd nog in zijn' tijd de Friesche taal gespro* 
ken. In den Kreits Meppen , waar Sögel ligt , woonden 



Digitized by 



Google 



65 



dus ook naar dezes geleerden oordeel de S6gelter- 
Friezen. In den jare i49^ ^eed de Mnnstersche 
Bisschop HENDRIK SGHWiRTSBNBORG | iHt boofde van ee« 
Dige Terschillen in TOrige jaren met de Oost-Friesche 
Grayin thedi over zijne kerkelijke reglen in Oost- 
Friesland en de belemmeringen in de vrije vaart 
der Mnnsterscbe handelslieden op de Eems , een' ge- 
wapenden inval in bet AtfMferlaiuf. Hij kvram daar met 
Kijne manschappen langs omwegen door bet Wes« 
terwoldscbe land , beroofde Hoogbonden en TT^meer 
toog' van daar op Weener^ vernielde wat bij kon v 
plunderde en verbrandde de kerken,, en trok zoo met 
vetten buit voorzien weder naar bais. De Oost^ 
Friesche Graaf edzard nam aanstonds wraak met den 
vijand 'né te zetten, bet Mnnsterscbe Stadje Rhede 
te verbranden en eenige Munsterschen dood te slaan. 
Het volgende jaar vernieuwde de Kerkvoogd den 
Strijd, en viel nn van eene andere zijde in Oost^ 
Friesland^ orer de Eems en het watertje Hampel ^ 
in bet Overledinger plaatsje FoUen^ speelde daar en 
in andere dorpen van Oyerledingerland bet oude 
spel van vernielen en tóoven. Voorzeker een niet 
zeer bisschoppelijk werk! Nu kwam de Oöst-Frie-* 
sche Graaf edzard ook spoedig met zijne magt op- 
zetten , en toen trokken de Munsterschen weder naar 
buis. De arme en weerlooze Sagelterlanders moesten 
na als bet offer der grafelijke wraakzucht onschul- 
dig voor der Munsterianders misdaden boeten. Hooren 
wi} Eimiüs , met wien BENiffGi , bl. SSg , t. a. p. , in 
de' hoofdzaak instemt: »2Viec morati Frisii, ne quid 
• inultum rcUnquant^ in Sageliano»^ qid ^d Loeddm 
t^palissiri At solo habitant^ FHsiei quidem^igónerisi sed 

5 



Digitized by 



Google 



66 



•» a plurimis Jdm amiis JEpiscopo Mon^steriensi f facta 
• a suis seceséiona, parentes^ hostiUter incurrunt , 
^atque omnem eotun^ agrumr^ nenme prohibere auso, 
-urendo ei populando quam maxime vfiututfi /aciunt.*' 
Dal wil neggen : » Zonder ^ermjl overvallen de Frie^ 
lêzen, om téets . omgswroken te laten ^ vijandig de 

* Sageltórlandérs ^ die^ aan 4^ Ledaeen^ moerassigen 
m bodem beiiveriendei hoe^ei van Friesch geslachte , 
» reeds sedert zeer vele jaren , door zich van. 4e 
» hunnen, {de Oost-Friezen) te hebben afgescheiden^ 
•» den Bisschop van Munster gehoorzaamden; en door 
t^ branden en vernielen ^ daar niemand het beletten. 
^ durfde^ maakten zij hun geheele land tot eene poI^ 
^hnmen^ woestijn.^' ËMiui Eist. Frisic. pag. ^oi. 

• Er is niets nieuws onder de, zonne^'' lezerdl 
hetzelfde $pel wordt' bij herhaling gespeeld op het 
tooneel dezer T^rel4. 

ËMMUjs zegt hier, dat de Sagelterlanders zich yai^ 
de Friezen hebben afgescheiden , en is dps van mee«' 
m'og geweest, dat zij er eens mede ?ereemgd waren» 
Dat wij hierin yan den uitmai\tende;Q geschiedsqhrijrer 
yerschjilen, kan men uit onzQ bo?eostaandj9 rede^ 
ueringen zien. Het gedeelte der Cauchen^ dat het 
tegenwoordige Oostr Friesland eerst bevolkte , zal wel 
door eenen anderen weg ^a^ de oe;i^ers deir NoQrd« 
zee gekomen zijn, als door 4e Sagelteflander moe*^ 
rassen, die hen nag zooyeel meer- bipderpalen ^n 
den weg plaatsten dan )iet water» Emnus stelt zict^ 
ook hier de Too^malige vereeniging der f^miliën pi\-» 
derling te* yeel in. den geest yan eene yereepiging 
als yolk in zijne ,4^gen yoor* . Wij yormen ons toch 
zoo ligt een dan]^b^I4 Tan den yorigen toestand 



Digitized by 



Google 



.6? 



des meDSchdomSi gewifiigd niiar en 4001* dien 
maatschappelijkea staat ^ waarin iri| rerkeeren. Het 
is zoo Terbazend veel moeijeliiker zich als geschied- 
schrijrer met tijne voorstelUng ia yorige eenwen te 
Terplaatsen y dan de voorbijgegane naar zich toe te 
trekken, en hare geschiedenis naar de zijne in te 
irigtei;»* En toch lan, zonder znlk eene verplaatsing 
yan zich zehen in vorige tijden « nimmer eene goede 
en getroQwé geschiedenis gedacht, veelmin geschre* 
vén worden. Nimmer^ gelooven wij , waren de 
Sageiterknders met de Oost- Friezen , in eenen staats 
kandigen zin, als vo& vereenigd. Alles, wat wij 
bier voor daarover gez^d hebben, strijdt tegen eene 
zoodanige verbindtenis en niets pleit er voor. 

Se Heer bocsb gewaagt in zijne aangehaalde Reisé , 
spiie 172, 173, van eene overlevenng onder de Sa- 
gelter-FHezeo , nopens eenen inval in hun landje 
en de verschrikkelijke verwoestingen aldaar door den 
Qraaf vikiiii4NS]rBX<x) inden dertigjarigenDorlogaangerigt. 
Wanneer wij: deze overlevering laten gelden, dan 
souden wij bij gissioig tevens mogen aannemen, dat 
4it gesoI^ie4 lEai zijfi in 163^, als wanneer, volgens 
Yfj^WJUi», Ft^d^rL HüU X. deel^ pag. 44 1 tol 444, 
do Gcraaf ernst yan kahsfbld in Oost-^Friesiand stroopte 
^ vernielde, wat hem voorkwam. Niets is toch 
i^^tasurlijker^ dan dat de gmfelijke roover bij deze 
gelegenheid ooL eene strooppartij in het kleine Sa-- 
gelieriand mI gemaakt hebben. 

Teil jfU '166S woedde, volgens aanteekening in 
)%etitfoop«, trouw- ei) geboortebeek van het dorp Scharl^ 
Xp^ St^t^rland de z\fmrle pest, eene plaag, die 
dïestijds ook aii4Qr9 g^d^elten van hët noordelqk 

5* 



Digitized by 



Google 



68 



Europa teisterde. Misschien was dit wel eene soort 
taa Cholera. In bet jaar 1696 hebben cij, Tolgens 
aangaye in het gemelde doopboek, rerschil gdiad 
met bunnen Landsheer, den Bisschop yan Munster , 
wegens de belastingen. Pe Bisschop zal minlijk 
hunne belasting hebben willen verzwaren, of op 
eenige andere wijze, honne rrijbeden besnoeijen, t^n 
ntinste z\\ weigerden hem hunne geestelijke schatting 
te betalen. De Bisschop hood ban a^n, daar sij 
misschien toen behoefte aah onderstand hadden, de 
som van 5oo rijksdaalders, Duitsehe munt^ voor te 
schieten, onder beding, dat hij ter aflossing dier 
schuld 'sjaars 5o, daalders van hen ontvangen en 
die weder aan hunne Pastoors ter verbetering van 
hunnen bekrompenmi toestand uitbetalen soude. Ikkh 
zij sloegen dit een en ander platw^ af, zeggende, 
buone eigene zaken te willen besturen. Hoe deie 
twist eindelijk is bijgelegd, wordt niet gemeld. 

Zoo leefden zij vrij en onafhankelijk voort onder 
het Munstersch bestuur tot den jare e8o3. Toen 
werden zij als een deel van het Aiokit Frysoylhe\ 
in den Kreits Cloppetiiurg gelegen, benevens deo 
Kreits Fechte» door een besluit der Duitsdie Rijks- 
deputatie, aan den Hertog van Oldetthurg afgestaan, 
om hem het verlies van den voordeeiigen Wezer-tiol 
te vergoeden. Zij behielden alleen éene ^ betrekkin;^ 
in het geestelijke met het bisschoppelijk Vicariaat 'tè 
Munster^ terwijl het Bisdom nu in éen wereldfijt^ 
Vorstendom veranderd ' was en verdeeM ^eord. Bij 
de bezetting van deze deelenvan DuUsehland 'éi>ó^ 
Frankrijk f werd SageUerland onder het kmht Clöp* 
penburg tot het Departement van de Opper-Eems gére^ 



Digitized by 



Google 



6g 



kend/ en op Franschen voet bestnard. Id iSia 
-berden, volgens het verkoopings-protokol daarvan^ 
bi] den Voogd van bet Sagelterland » den Heer bitteb» 
aanwe;pig« de Sagelter Domeinen op last der Fransche 
regering verkocht* Ook doslnkken behoorende tot het Sa- 
gelter Ardiief, ondei^ingen hetzelfde lot. (Zie Bijlage H.) 
In i8i5 werden zij door het Weener Congres, 
dat even als de Oppermagtige Europa verdeelde , 
vreder onder de groothertoglijke regering van Oldcn- 
burg gestelJ, en tot het Ambt Prysoyihe betrokken^ 



Emmius, die, als geboren Oost-Fries, hiervan wel: 
eene vrij naauwkearige kennis kon dragen, heeft ons 
de volgende beschrijving van het Sageherland p xoo 
als het in zijn' tijd was,, nagelaten* Hoorcn wij dea. 
waardigen en waarheldnevendea geschiedschrijver. 

In zijne Hislor. Frisic* libr, 2 , pag, 21 , aa zegt hij : 
%Cüjus (nempe agri Translaedani) in fint ager aliu9 Sagelta» 

• nu9 , ^riore ttiam inftlieiör^ ut oui in 9oto eespite fodiendö 
%€id i^ni» , foinenta ctnsuê sit^ jamdudum Monasteriengibuë- 
p paren», licet et juri» oUm tt nnnc quoquê idiomati» Prisici,. 

• plu9eulum vero libertatië qu(9m aut 'TranMlaedani, aut 
teaeteri vicini Frigii retineni; tribu9 paroohiit eum totidem 
•fani» Jiabitatu», addito %n ip»o^ Trtm»l€tedanorum aditu 
% coqnobio Joannitarum Jthodientium ; divisu» Jlumine navigch* 

• bilt, quod ptr Translatdunot porro mean» Laedae tandem <ul 
» mille foêiut Btipra ipaiu» tt Amati eonfluenttm miscetur,*^ 

Op volgende wijze vertalen wij des mans woorden 
in het I*7ederlandsch r 

pAan Mijnt giftn*en (te weien, óie van ket Oterlédingerland) 
9 li^ tene andere, .dt- SagtUtr land» treek, nog onvruchtbaar- 
pdfir en woeeier dande vorige (do OferledingeT) , alv die alleetv- 
»^»a liÊi, $rav^n Vaa aaeda totbnatuktof haa¥ beHmaiK vindt t^. 



Digitized by 



Google 



70 



• rted» voor lanftn iij4 étn MMnrtertektn onderhoori§, cfwohoon 
leertijd» onder Frietch re^ttgébied en nog de Frietehe ioaP 
'»heltoud9nde, vrijer ddn de Overledingere en naburige Friezen f 
» in drie kerkdorpen bewoont men haar met bijvoeging v<in un 
*hloo8ter der Joanniter orde van Jlhodue (Langholte), aan dê 

• grena der Overledingere ; (zij ii) verdeeld door een bevaarbaar 

• water, hetwelk^ verder door het OverMingerland vloeijende^ 
9 zich eindelijk bij de duizend echteden boven de zamenvloeijing 
» van de Eeme en de Leda met deze laatste vereenigt/* 

I^opens het gevoelen yan den geleerden historie- 
schrijver, dat Sagelterland destijds tot het Friesche 
regtsgebled zonde behoord hebhen, verwijzen wij 
den lezer tot hetgene hoven door ons omtrent die 
zaak is aangemerkt. Het klooster LanghoUe^ dat als 
zoodanig. reeds yoor lang door den loop der tijden 
en gebeurtenissen heeft, opgehouden te bestaan, heeft 
niet tot Sagelterland behoord, zoo als ons is opge- 
geven, -hoezeer de geleerde geschiedschrijver hier 
het tegendeel verzekert, of althans schijnt te yer- 
zekeren. Dit LanghoUe telt thans een merkelijk ge- 
tal haizen , daar de bevolking door de ontginning 
d^r veenen zoodanig is toegenomen, dg^ er eene 
nieuwe Katholijke gemeente ontstaan is,, wier kerk, 
terwijl wij ons in het Sagelterland ophielden , den 
23 Jalij door den Bisschop van Osnahrug is in^ 
gewijd. 

In zijne Chorographica Frisiae Órienialis descrip^ • 
tione^ achter zijnen Hi&tor. Frisia^ gevoegd, p€ig, 4^» 
beschrijft dezelfde geleerde . het Sagelterland met 
deze woorden : i 

%Aliu9 vero agfit .TV9nii^aeAa^i9 in. meridtemquoqueeênnêéue 
*est» quorum f are, olith fuit^ quem Sdgeitanum woeant; in 
9 80ptT^\n, viifoadiejtinefuÊ^ paluttri» univeP9U9, Incottie' ^Uè 9 • 

• Frieiiii gfinm0%\ quoudai^^ eatinfeediiitinihui^ onki^ fier Friitieim 



Digitized by 



Google 



7^ 



» mufeéreniur, quo ptui 9uae eon9uUrent , l«« tmttlan^ Eptëcofi 
-•MonaftertZftêlf^ in euju§ dtoébeèim ager ómni» proeürritt 
«te êponté eontuUrey i'alpti U^ihuf patmt et eaetero omni 
lijure Ubertatit , quo etiam nune iii tdnta vicinorum Htvitufe 
'^fruuntur^ gaitdentquè. Èóê a^ntt wtvigahiHê «f•#erM^ 
» Amaii quoqw ntmint pt^ imperitiam' tulgp afftüiuê, qui 
» Tramla^danum agrum %ngrtf9U9 mbV Pot9kn9am prattet;fiwit t 
*ponte jungttw, atque inde in seph^runt, mox^ultxHm 4rr 

• scptentrionem con^ertuf, reUeio ad dexftam JÊihdorpio, aé^ 
-n Jf^iUhufam Laedae se miseet , hand parva eömmöda Sageltaniê- 
» a# Tranilaedanorum ttonnuUit praeHan0* Nam U ^rutndiê 

• e terra bituminotïs glehif in igrii* fothêktum , quo9 eeêpittM 

• votant^ maaeime öcevpaft; qua» "tolm- prope dipitia» habent, 

• qutdqnid qwefannUejf^^éiu^t'i 'iAfm^ftmmen hoê ad Lerano9 , 
» Jemgumanos , Otderfliemiot , ée caet^ro^- jÊmoêi aeüoluë^ ted 
% maxiwu onuiiwn «id M^hem JElèèdA» - devehmnt »^ magnoqvê pre- 
»^»o venundant, Qud devectaadi eommoditate »i dettitueren' 

• pur, pmne» illi rfdituê e maieria, quae domi vilistima e$t ^ 

• iit timul pertrent , et oppidani» quoque foei cariuê 9ant 
•-inëtruerentur.'* 

Wij lalen yan deze TrijntiaüwlLenrige beschrijving 
• T«n Sagelterland alhier deze Verlaling yolgen: 

%Eéne andere 'Idndstre^Jt hégrenst Tiet xtUdélijke deel der 
wOi9erUdin^8^ ipdartiij 'poorheen étt^'detl wan was, hetwelk 
•*inês Sagelte hut^^ in seven d^rpeé en g/thuphten okdêrseheidén , 
f>tn gehêjtl VMerauig, Hare bewonert', van Friesohen getheh- 
9 te, hebben zich eerfijd»^ vrijwillig, toen allea in Friesland 

• door oproerigheden het onderste hoven gekeerd werd, om voor 

• Kunne rust en veiligheid te zorgen, onder de bescherming van 
•^n Bisschop van Hf unster hegeven, in ioiens sticht hun ge-^ 
if^h tand opleêpti «M# hahoué hnnntr vaderlijke wetten , 
^4^ten én prijkèdm^.. wtl^e «(; ^ puhog, hij eene zoo> 
•groote slavernij hunner nahur^n, genieten, en in wier genot 

• zij zich verheugen. Door hun land stroomt eene hevttarbare- , 

• rivier , ook gepeenlijk ^it 'on1c,unde de Eev^ (Sater-Eems) ge- 
^heéten, welke in %et 'Üverted%ngscht gekomen,, als ztj Pots» 
^^^eén vótirh%Jg€etrtMit^9é;'é^ b^'hkeJÏ^4H\ vandaarwest^ 



Digitized by 



Google 



^% 



9W€utrf9t vtrder allenphw9 Mtch noordwaatU wtndtndê^ op 
^luMT r€giir-^>evu* Amdarp achttrlattndê ^ hij ^ilêknêtm in 
» de Zpda 9troomt, en de Sagtlterlandên e/t eentje der Over^ 
9 ledingere gunt geringe voordeelen aanbrengt, fj^ant sij, 
»hijn(^ hij wiUluiting hesig met het p^aven van Mwavelaektige 
M aarde tot hranding^ tnrvem (cespitee) ^e&eefe», welke hij- 
9 katke hunne eenige rijkdommen uitvuiken , voeren hetgeen Mij 
•jaarlijhe graiven, lange deze rivier uit naar Leer^ /e»5fM» 
»Oldfireum en de andere hewonere der Eeme^trthen^ doeh 
• hovenal naar de etttd Emden , en verhoopen het daar voor 
» hooge prijzen* Me Mij Van deze gelegenheid tot vervoer he- 
%roofd toerdtn^ Monden meteen voor hen al de inJsometen uit 
%die 9toff%t w^lke hij hen van eene zeer' geringe waarde it» 
» verloren gaan, en de haarden der etedelingen ^wie voor veel 
9 hoogere eommen moeten voorzien worden,** 

Wat EMMius hier opgeeft amtrent de toeDmalige 

gesteldheid yan het Sagdterland ^ komt met zijnen 

tegenwoordigea toestand ^ zoo als wij straks zien 

zullen , Tri} juist overeen. In zijne eerst aangehaalde 

besehrijying geeft deze geleerde man drie Parochiè'n 

in Sagslierland^ doch hier zeiden vici (ons wijk) op. 

Hierover zoo aanstonds in onze beschrijving van 

deze lai^streek nader, ëmmujs berigt, dat de Sa- 

gelter landstreek geheel in het Sticht yan MunsUr 

oploopt , strekt t«r bevestiging van ons geyoeten , 

dat de Sagel ter -Friezen nooit door staatkundige volks* 

betrekkingen met de Oost-Friezen zijn verbonden 

geweest, maar in de vroegste tijden als eene familie , 

even als alle familiën. des Duitschen yolks « meer op 

zich zelve stonden^ en in latere tijden staatkundig 

aan Munster zijn gehecht geworden. De moerassen « 

'ten noorden van dit landje, leverden hiertegen in 

vroegeren tijd onoverkomelijke hindernissen op^ 

om dit hieir nog^en^s^e herii^earen^,-. Noodeii.bc«> 



Digitized by 



Google 



lang bragten de Sagelterlanders Uogs het Sagelter* 
diep, dat in de Leda valt, welke weder bij Leer^ 
cort zich met de Eema Tereenigt^ alleea met honoe 
broeders f de Oost>Friezen , in aanraking. Het was 
de tnrfhandel dpor middel der rivieren, die hea 
daar heen voerde* De .natanr ran beider bodem, 
daar de eene brandstoffen bevatte, de andere die 
ontbeerde, en Eijne bewoners daar toch behoefte 
aan hadden, m^t de gemeenschap der spraak, daar 
toen in Oost-Friesland dezelfde taal als in Sagelie 
gesproken werd, stelde yerkeer én betrekking taa-» 
schen deze stamgenooten daar. Zoo is het, het eigen* 
belang,, dat de menschen eerst van elkander] stoot , 
om hen dan daardoor weder zooveel nader tot elkander 
te trekken, en met onlosmakelijken baud het geheel 
Tereenigd te honden. Emmius spreekt hier wel van 
eene voormalige staatkundige vereeniging tasschen 
deze Friezen, maar hij bewijst haar niet door een 
enkel staatkundig stuk of eene daadzaak, en dit kon da 
geleerde man gewis ook niet. Bij zegt wel, dat de 
Sagelter-Priezcn zich, om de verdeeldheden en op- 
roeren in Friesland ^ daarvan hebben afgescheurd 
en met Munster verbonden tot verzekering van hunne 
eigene rust; mdar, zoo vragen wij op onze beurt, 
boe konden die oproerigheden de Sagelter-Friezen, d^ 
vrijheidzuchtige Sagelter-Friezen , tot iets, zoo strijdig 
met hunnen fieren en vrijen inborst en Frieschen zin, 
•bewegen^ wanneer wi) slechts een' enkelen oogblik 
op de plaatselijke gelegenheid van hun klein land» 
vooral in het inoorden met ontoegankelijke moerasseiv 
omgeven, slaan willen p Wat gevaar ^ bad hfnne 
?ri ji^id f door dia noor4eli]ka . . ^oesHjn. bfl|vailig4 , 



Digitized by 



Google 



74 



tan der Oost-Friezeit twisten en onderlingen strijd 
te dachten? Geen Bedouin sloot ooit rrljwiUig een 
'xttboxïi met magtige naburen, waarbij hij bet moge^ 
lijke yerliea ïrjrier, hem zoo dierbare yrijheid, eelfs 
maar in de grootst mogelijke verte konde vermoeden , 
De op zijne vrijheid even zoo jaloersche Sage! ter- Fries 
beeft in zijne omstandigheden op dezelfde wijze ge^ 
bandeld. Met vreagde zonde bij zich aan zijne 
broeders^ de Oost-Friezen, hebben aangesloten , zoo 
hij dit bad kannen doen, om zoo gemeenschappe- 
lijk de bedreigde vrijheid te beschermen. Zijne Ar- 
chieven znllen ons dit nog beter leeren. 

In geene Arabische zandwoestijnen konde dé vrij- 
heid zekerder wonen dan in ^deae moerassen. Met 
den aard der zaak in dezen stemt atlezins in de 
lèngdnrigetijd,, gedurende welkende on afhankelijkheid 
zich hier te midden van meerdere of mindere sla- 
vernij heeft weten staande te houden. Een verschijn- 
sel, hetwelk den vrijheidminncnden emmiüs in op- 
getogene bewondering deed zeggen : » Bat de Sagel- 
«terlanders bij eene zoo grooie slavernij hunner na- 
» buren, hunrie wetten en het volle' regt hunner' 
» vrijheid genoten , en zich in dat genot verheugden.^ 
De vrijgezïnd^e en eerbiedwaardige geschiedschrijvet 
kon zich hier naanwelijks voor cen'aanval van jaloezij' 
bewaren , als hij het oog wierp op dèn zoo rersch il len- 
den staat van Sageltes burgers en hunne verslaafde buren; 

Zoo zag daii hét Sagèlterland er uit in de dagen * 
van" EMMIÜS. Laat ons nu eens zijne tegenwoordige 
geétefdheid gadeslaan , en het beschriftrêri, zoo ala wff 
Bet bevonden -hebhen.' ^ ' ' ' ' 

I SagéleeHand> is thans » zoo aft geitegdii^, een dteét 



Digitized by 



Google 



75 



van bet Grootbertogjom Oldenburg; liet toett mtt 
zijne oostelijke grens aan het oude Oldenbturgsche , 
met zijne westelijke aan het Mnlistersche» met de 
zaidelijke mede aan het Munstersche en met de noor« 
delijke aan bet Hanoversche of Oóst^Frieskmd, 

Hier, tusscben deze landen in , ligt een zandrng , 
bier meer eatidigi op andere plaatsen meer leem** 
aardig. Deze zandrog met de bijna onoverzienbare ^ 
veenen of moerassen, die bêtri geheel insluiten, is 
bet tegenwoordige Sagelterland. Men rekent, dat het 
Tijf nren gaans in de lengte en twee tot twee en 
een half anr iil de breedte beeft. Het is het 
breedste bij Schari. Op de hoogere plaatsen Tati de- 
zen zandrng staan drie kerkdorpen , Ramsloh^ Struklin- 
gen en SchaH. Buiten dezen Tindt men bier nog de 
volgende gehoebten of buurten: onder SchaH: Se» 
delsherg, sleehts uit een of twee buizen meer be- 
staande^ en Nieuw Scharly op een groot half uur 
afstands ten zuid-zuid- westen van het oude Scharl aan- 
gelegd tn het veen^ waarvan reeds boven gewaagd is. 
Onder Ramsloh behoort het gehucht Hollen , ook het 
JHolnermoor met enkele huizen. In het noord van 
Ramsloh en in het oost yaö Hollen vindt men i^og 
twee Siénhusen of hoogten^ in Friesland Siin zen 
genoemd. Onder Slruklingen rekent men ütende^ 
welks naam reeds genoegzaam zijne ligging aanwijst, 
Bokelesch en Rollingen , benevens übbehusen , volgen» 
KOHLi Deze laatste liggen geheel naar de Oost- 
Friesche grenzen heen. Dé namen ran ie drie kerk- 
dorpen alhier iiijn van eene moeijelifke afleiding 
en verklaring. Meer dan 'gissen kflnnen wfj 'faier*^ 
niet. Ramstah kan of het 'd<lrp/ aangelegd doér 



Digitized by 



Google 



76 



eeaen Üant, Remt^ Rómmerit Frieschen eigenDaam, 
beleekenen, of bet loeg^ loh^ lage van ramen, 
beramen^ ^at dan aien zoude op de stenimiog der 
burgemeesters en de geregtshandelingen en beramin- 
gen, dïe hier yoormaals plegen te geschieden • In 
bet Oost-Friesche Ambt Slikhusen Tindt mep Qok 
een dorp, met name Remels ^ naamgenoot Tan het 
Sagelter Ramsloh^ althans wat het eerste gedeelte 
aangaat. Ook in Noorwegen en Denemarken vindt 
men de plaatselijke namen Ramnes^ RanUosce^ al- 
waar men hetzelfde woord Ram in de eerste letter* 
greep aantreft, als in jRa/7}5/()A. Struklingen^ ot Strü» 
cilje naar de Sagelter uitspraak « kan zooveel zijn 
als5/reeAï, hoogere streek lands. Scharl ^ welke dorps- 
naam men mede in Oost^Friesland en in ons Friesch 
dorp Scharl vindt, staat in verband met ^Aor, sehor^ 
ren^ hoogere , sieile gedeelten lands^ waarvan uog ons 
schorren^ af- oï aangespoelde buitendij ksche gronden ^ 
bij KXLiKkix ook rats. Wat de bevolking van het tegen* 
woordige Sagelterland aangaat, men rekent üie op 
2000 zielen. De voogd vaa Sagelte , de Heer bitter» 
heeft de goedheid gehad, om ons hek getal huizen 
aldaar op te geven; in het geheel bedraagt dit 4oi- 
Hiervan heeft Scharl i58, Ramsloh laS en Struk- 
lingen 118. Als men nu door elkander ieder huis- 
gezin op 5 personen rekent, en aanmerkt, dat er 
hier niet meer dan een huisgezin in iedere woning 
gevondca wordt, dan zal deze opgave der bevol- 
king niet ver van de waarheid af zijn. 

Wij vroegen de dochter van den b,oer en timmer- 
man HAUjB BLOMi^. tc Ramsloh in onze Friesche taal 
nn§$ deze en gene bijzoaderhedea ea gebruiken in. 



Digitized by 



Google 



77 



baar land y en dit meisje, lukke geheeten, antwoordde * 
ons dan daarop in bet Sagelter-Friesch, wat zij| daar- 
ran wist. Hier en daar willen wij den lezer van 
éit gesprek mededeeling doen. 'Wij geyen bier harö 
opp;a?e der dorpen. 

Hee^ fcdU dorpen binne er ijn ü SaterldnP (Hoe 
▼ele dorpen zijn er in bet Sagelterland ?) 

Secs. (Zes.) 

Hoe hiele dij dorpen P (Hoe beeteo die dorpen?) 

Scfihrl én Holn dn Rdmüse dn Stnicüje dn Vtende 
dn Sóljene. 

Bokker is it grutsteP (Welk is bet grootste?) 

Sch^trL ' 

Hen ziet bier bet getal van 6 dorpen opgegeven en £U«' 
mus noemt 7 vici of dorpen. Men moet bij dete onitè 
opgave nog Bokelesch voegen, dan beeft men ook 
juist EMMius getaK Nfeuw-Scharl is bier vergetek^ 
en Sedelsbergem,^ als te klein, niet opgegeven. 
Dorp is bier, zoo als viciis bij emmius, ook baort^, 
gebocbt en niet enkel kerkdorp. Twee watertjes^ 
de Ttarke en de Ei of Ohe, uit bet zaiden en zuid- 
westen komende, vallen in het Sagelterland ^ door- 
loepen met honderden yan bogten zijne veeneü en moe- 
rassen, hetwelk uitnemend dienstig is om het te sterk 
verval van water, dat ons als van tussphen de 60 en 
80 voet is aangegeven, te voorkomen, en veree- 
nigen slcb nabij Sedclsberg. Yan hier stroomt bet 
verder, onder de benaming van bet Sagelterdiep of 
de Leda, noord-west voorbij JBoX:eZe5c& en Ho^en&cir^ , 
en valt zoo bij Wilshusen in de eigenlijke Leda , welke 
zich, zoo als reeds gezegd is, bij Leeroort met de 
Pems Tereenigt, Deze wateren zijn voor Sagelie 



Digitized by 



Google 



78 



liieer dao goud waardig. Vallaten ^eft meb in dit 
diep niet aan : sij zonden voor den Sagelterlander 
te kostbaar in aanleg en onderhoud zijn. Ook is de 
water]t>oawkande in deze oorden, zoo als men denken 
kan, hiertoe veel te onbekend. Gelukkig dus voor 
deie bevolking, dat moeder natuur bier zelve vallaten 
in al de bogten en kronkelingen van het Sagelterr 
diep gemaakt heeft ! O , hoe' moederlijk zorgt zij 
yoor hare . kinderen I De Schepper der menschen , 
4ie wilde, dat de g^eheele aarde bewoond zoude 
worden, heeft liefdevol , zelfs in de woestste. streken^ 
wellen geplaatst» wel)|te de menschelijke vlijt moet 
zoeken, vinden en openen, en waaruit de menschen 
door. do oefening .en ontwikkeling hunner krachten, 
l^unne behoeften kunnen bevredigen. Sag^terlandf 
^at bij het eerste aanzien zijne eerste bevolker» 
al^ de onvruchtbaarste woestijn raioest voorkomen, 
is hier het treffendste bewijs voor. Het voedt en 
omlerhoudt thans zijne bevolkipg, en het zal er in 
het\fi]dsvervolg eencf nog grootere kuMen voeden. 



Digitized by 



Google 



79 



Over dè bratfnen van he»taan «m het . 
werkzaam leven der 



SAGELTËR-FBIEZEN, 



fVanneer men yoipr het eerst. ïi|n oog laat gaan, 
pver bet moerassige Sagelterland ^ zoude ^eo zeggen : 
hier kan geen me^cUelijk .weien Je?^n, . En ruim 
aooo yinden echter bon besjtaan, in -deze barre en 
Kfiscbrikken4eTeenen. . Zoo^eelvcrm^gdei^^enscb! Zoo 
bebeerscht bij de aarde , en dwingt ^baajr Ja zijne be. 
boetten te voorzien. Landbonw , eeof ge veeteelt met 
^e /tarfgraveriji zijn de voornaamste takken van be- 
. slaan Toor 4^ bewoners van 4it kleinif land. 

Voor den.laodbQaw stelde de i^ataar te midden 
dezer moer^^^en eeinen, hier ,^ en daar mjet leemaarde 
gemei^den, zapdrng daar ^ waarop dp eerste bewo- 
ners v^n dieze atreeljL, toen, zij bet moedig besluit 
namen on(i deze moeren in te treden, bpnne wooin- 
g^en boawden en zich nederzettefi. Hier, vonden zij 
eenen óntginbaren | maar ook ondankbaren bodem/ 
die hunne moed en vlijt zeer karig beloonde. Maar 
zi^^ vonden dan toch bun bestaan In deze woestijn , 
en wel .een yrij en onafhankelijk bestaan., Wanneer 
men^ hunne, omstandigheden en schralen grond in 
opgenschonw neemt, zoo als. men ter juiste beoor- 
deeling doen moet^ dan moet men zicU eer yerwon- 
deren, dat de tegenwoordige staat vai^ bunnen land- 



Digitized by 



Google 



8o 



bouw nog xoo goed, als dat die niet beter i«. Toen 
wij er waren, stonden de vrachten o^er het geheel 
goed , naar den aard des gronds en het natte weder 
gerekend* 

Elk huisvader is hier eigenaar van het land, dat 
ïijn haisgezin voedt. Vrij en onafhankelijk beiit ^lij 
het; van leenroerigheden is ons onder deze Friezen 
geen spoor voorgekomen, Hanne zuidelijke en zuid» 
westelijke baren» de Oldenburger en Weslphaalsche 
boeren, gemeten niet zoo algemeen en in zulk ee- 
nen graad dit vrij en onbezwaard bezit en genot van 
datgene, wat zij het hUnne noemen. Zoo verre wij 
weten, heeft hier bijna ieder huisgezin eenc grootere 
of kleinere hoeveelheid lands , waarop het zijne noód- 
wendigheden teelt. 

Men verdeelt hier het land in jakken (hef Romein- 
sche jugerum)^ shheppelseed^ ringen of roeden. Een 
juk is wjf scheppèlseed {schepelzaad) of 6000 Q 
ellen, een scheppèlseed is zestien ringen of roeden. 
Men ziet zelfs uit de benamingen dezer landmaat, 
elders ook niet onbekend, dat haar grondslag rust 
op de hoeveelheid van zaad en werk, dat er tot be- 
werking en bezaaijing van eene zekere uitgebreidheid 
gronds noodig wad. Juk is toch waarschijnlijk iu d^n 
oorsprong zooveel als men in een* bepaalden tijd , 
neem eens eenen dag , met een jük^ span of paar ossen of 
paarde nbeploegen kende. Later is hieruit eersteene vast' 
bepaalde maat ontstaan. Scheppèlseed is zooveel lands , 
als met een schepel graan bezaaid kan worden. Ook 
later eerst zal schepel eene vaststaande maat gewor- 
den zijn* Het scheppèlseed bevat thans eene maat 
van 1200 D ellen. 



Digitized by 



Google 



8i 



Dë kleinste landmaat bestaat hier in ringen of roe* 
den. Ringt ÏQ ^e beteekenis van een' kring ^ eene 
bepaalde uitgeslrektbeid'landSf waarbij men wel YOor-> 
namelijk op de ropde gedaante en de afschutting of 
omsluiting te zien beeft , komt ook reeds bij schilter 
in «ijn Thesaurus voor, bladz. 686 : Inwendig des 
ringes sines kuses o der hof es. Binnen den ring^ den 
omtrek gronds, van zijn huis of hof. Mogelijk heeft 
. de rondacbtige gedaante der bouw-essen in deze Tee- 
nige streken tot die benaming wel de aanleiding 
gegeven. £en ring of roede gronds beslaat thans in 
Sagelterland y naar de ons gedane opgave, eene uit* 
gebreldheid van yS D Nederl. ellen. 

De Sageltcrlander beeft tot het bearbeiden van 
dezen grond slechts ligle werktuigen noodig, zoo 
als men alt de natuur des bodems zal kunnen opma- 
ken. Echter moet bij bem door /77/UC5, (Angel-saksisch 
TnyiTf bet Nederlandsch mesiy mist^ ons Friesch 
mjucsjen , de koemist in den winter van achter 
, de koeijen uit de groppe voeren ,) met heideplaggen 
gemengd en bereid , in een* staat van vruchtbaarheid 
houden. Schaarsheid aan vee en voeder maken deze 
omslagtige handelwijze in de mistbereiding hier vol* 
strekt noodzakelijk. In andere oorden van soortge- 
lijken bodem, als in Drenthe en elders, beeft ook 
de natuur de bewoners eene gelijke handelwijs 
aan de hand gegeven. 

Door deze werkzame en moeiteyoUe behandeling 
dwingt de Sageher- Fries dezen niet zeer dankbaren 
grond tot het voortbrengen van verschillende vrucb* 
ten. De reeds genoemde lukkb haijes heeft ons 
weder het volgende daaromtrent opgegeven: 



Digitized by 



Google 



Wat houwe jae ijn Schavl? (Wat boawen Vij in 

Kogge ^ Bócwéte, Jerate dn I/jdwer dn Coden^ t/w' I^Hdcf* 
Arte dn Bone^ Stocbone dn Crüpbóne^ TFurih, Ttufele dn 
Beuwe, Pineiternaoce , Soóetrzi , Cól dn Bv^toól dn Stecreuwe, 
(Rogge, Boekweit, Garst en Haver, of Coden, en Vlas, Erwten en 
Boonen , Soijboonen en Rroipboontjes , Wortelen , Aerüapjïelen en 
Bapen, witte Wortelen, Cichorei, Kool en Boeskool en SieeLrapen.) 

Hoe folie Hljnders habbe de boeren hier meast? (lloevtiltt Paarden 
liebben de boeren bier meestüjcJs?) 

Dd mewte tweên. (De meeste iweo.) 

Hoe f olie Kij? (Hoevele Roeijen?) 

Seei dn totjen dn och tjden dn dtve; op 'tmaite triu dn 
tweintig. (Zes en zeven en ook tien en elf; op *t meest drieën twintig«) 

Habbe jiemme ek ScJUepP (Hebt gijl. ook Schapen?) 

Jii: »e tind êummera in Burlage of Langholte , dn win* 
tere eind «e hér. (Ja: zij zijn des zomers in Burlage o£ Langholte , 
en des winters zijn zij hier.) 

Wa passé ir opP (Wie passen er op?) 

De Soéper, (De Schaapherder.) 

Wat fortjiennet hij? (Wat verdient hij 7) 

Njvgen Holldnsce geldne dn 'e eost inne winter: inne sümmer 
pasjesederop inne ore terpe, (Negen Hollandsche guldens en den kost 
in den winter: in den zomer past men daar op in deandere dorpen.) 

Hoe folie Schiep binne ir ijn it Idn ? (Hoevele Schapen zijn • 
er in 't land?) 

IJn Bdmelse f dn stes het sogtn hondert , in de ére terpê 
wét ick Hnet. IJn gans Sélterldndt scellen dér wél secstien 
honderd wèse, (In Ramslohe van zes tot zeven honderd, in de andere 
dorpen weetik het niet. ln^eh6^\Sagelterlandz\x\\en er wel 1600 zijn.) 

Ploeiese hier eh mei Kij? (Ploegen zij hier ook met Koeijen?) 

iVcé, alléne ntit Hdngste, (Neen, alleen met Paarden«) 

Jïijde se de Kij ek for de wein? (Rijden zij de Koeijen dok 
voor den wagen?) 

Jtï, jd brucese ock wél for* n. wdine; mar det sind nit f(ile. 
(Ja , zij gebruiken ze ook wel voor den wagen ; maar dat zijn weinigen ) 

De landbouw beeft bier, gelijk de deskundige van 
«elf begrijpt , nog veel van den tuinbouw of moes- 



Digitized by 



Google 



83 



herijk zoó als men ook wel, gelijk 9\s\n Groningen^ 
zegt, of koaltjcrij, roo als het in het westen van 
Friesland heet, ot genierkerij, gelijk löen het in het 
oosten onzer Provincie noemt. De tuinbouw is toch 
de vader van den eigenlijken landbouw §ver- 
dI geweest. De Sageltérlander honwt voor zijne eigene 
behoeften, en wel hij uitzondering die vrachten» 
welke ter Tervolling daarvan het eigenaardigst ge« 
schikt zijn en op zijnen bodem het beste voortkomen. 
Aan uitvoer van granen of vruchten is hier nooit 
gedacht , en is hier niet te denken. Moeder Natuur 
geeft hier genoeg ter voeding harer«kinderen, en 
men is hier nog mede fe vreden. Dat hier aan den 
landbouw nóg eene veel grootere uitgebreidheid en 
volmaaktheid kan gegeven worden, zal men na het 
gezegde toch wel gereedelijk op ons woord gelooven 
willen. En dat dit ook yan tijd tot tijd meer zal 
plaats grijpen, ligt zoo geheel in den vasten voor* 
. waartschen gang der natuur en der maatschappij , dat 
hieromtrent bij ons geen twijfel berusten kan. Wan- 
neer de Sagelter- Fries , meer met vreemden in aan- 
raking en betrekkingen gekomen, vai^ dezen leert &ti 
overneemt» wat zij beters hebben; wanneer hij door 
hen leert zijn' landbouw doelmatiger in te rigten , 
bet land meer door te werken, de vruchten in eene 
natuurlijke orde op elkander te laten volgen, zijne 
vrerktuigen te verbeteren en zijn' mist door de uit- 
breiding yan de- weiden j te vermeerderen, zal ook 
de landbouw hier van zelf zich ontwikkelen. En 
hoe vee! ruimte' geeft niet de bearbeiding der uitge- 
'brerde veenen aan deze ontwikkeling! Zoo ontgeef t 
en zet alles zich hier uit naar vaste, onyeranderlijke 

6* 



Digitized by 



Google 



«4 



wetten. Veel worde door die uitzetting aan oor* 
spronkelijkheid verloren, aan de andere zijde 
wordt er ook weder Teel door gewonnen in ware 
beschaving en welvaart; ja, wanneer het ons oog 
^egnnd ware» om do bewegingen van den evenaar, 
waaraan de schalen, met ons goed en kivaad ge* 
Vttld., hangen, in alles naauwkeurig na te gaan, 
dan, des zijn wij zeker, zouden wi) de schaal met 
het goede naar beneden zien zinken. Maar ons oog 
xiet op verre n^ zoo scherp niet. 

De gereedschappen , hier in den landbouw gebe- 
zigd, hebben zooveel van die, welke in Drenthe 
en andere «treken , wier natuur min of meer gelijk- 
soortig is, gebruikt worden, dat eene beschrijving 
daarvan, die ook zonder afbeeldingen niets is, over- 
tollig door ons gerekend wordt. Vrouwen moeten 
hier nog al veel werks in de bearbeiding der landen 
verrigten, terwijl de mannen veelal in ander werk 
bezig zijn. Het vee is hier ligt, daar het zich met 
schraal voedsel behelpen moet; de heide kan geene 
Friesche schapen en zware koeijen voeden. De paar* 
den , waarvoor men om hunne hooge waarde en meer* 
dere kostbaarheid en nut , even als in Drenthe , 
buitengewone zorg draagt, zijn hier zeer goed 
en vrij zwaar. In het houden van vee wordt men 
hier zeer beperkt door gebrek aan goede weiden en 
landen tot hooiwinning , van welke men maar eenige 
weinige, goed hooi gevende, in de nabijheid der 
dorpen en aan het Sagelterdiep , waar het de dorpen 
voot*bij yloeit, vindt. De beoefening der landhuis- 
houdkunde, bij ons overtollig» zoude hier welda- 
dige gevolgen kunnen hebben , wanneer (ij zich in be* 



Digitized by 



Google 



85 



kwame 'Iiapdcn, betvrelk echter wel jaist géene pro 
fössorale behoeven te zrjn, befont), en men met hare^ 
toepassing oorileeHandig te werk ging. Bek warneren- 
waardige geestelijken kunnen Iiier, fn dit opzigt, 
secr heilzaam werken^, wanneer zi) hiertoe last 
hebben, zoo ah de Heer scHOLfSf Pastoor te iJ/rMcA* 
tingen ons Toor kwam te bezitten-, en zij hnnne land- 
huishondkundige bekwaamheden ten natte hunner 
gemeenten aanleggen. Voedsd en deksel vindt de 
bewoner, dezer streken m zijnen bodem en in zijne^ 
ffchapen. ^Ja, zelf) zijne moerassige veenen^ hoe 
Terre reikt met de roenschelijke TÜft! geren den 
Sagelterlander , even als elders, wanneer hij hen 
door hei rerbranden der heide-planten en omspitting 
vruclrtbaarheid gegeven heeft, de zoo- weldadige ei» 
Voedzame boekweit. 

Terwijl het geteelde .graan hef hulsgezin van deit 
Sa geltei^r Fries met brood en ander voedsel voorziet, 
bezorgen zijne koeijen het melk, boter en kaas-; 
en de schapen, die de- Plat-duitscher heidschnucken 
heet en die wij Drenten of Drentsche schapen noe« 
men, leveren de wol tot kleeding en vleesch tot 
spijze. Zoo dient ook hier alles den- mensch , d€n 
heer der aarde. 

Eene andere voorname bron van bestaan is voor 
Aen Sagelterlander de veengraverij , die hier vrij 
sterk en sedert eeuwen uitgeoefend is. Yan dehooge 
veenen graaft mén hier, zoo als elders in gelijk- 
soortige streken, ligten, graauwachtigen turf, en 
vervoert die langs de Eems met motten , zoo ahs 
men die schepen noemt ,. ia vrij aanzienlijke hoe- 
veelbeid naar Oost^Friesland. Dit veen, zoo* als ons 



Digitized by 



Google 



86 



18 opgegeven, van lo tot iSjcn i4 roet hoog, wordt 
meest door mannen bearbeid , terwijl de vrouwen midde- 
lerwijl te huis en op het land he^ werk verrig- 
ten 9 en voor het huisselijk bestaan zorgen. De mot- 
ten, waarmede men dezen turf vervoert, zijn bijna 
schepen als onze landsnikken , met eqne soort van 
kajaitjei of foaroender , achter in. De benaming 
mot zal wel dezelfde in oorsprong en beteekenis zijn 
als ons mudde, eene bekende maat van granen » en 
tevens als het woord moude^ door onzen kiluan 
voor Hollandsch en FriescK opgegeven , en verklaard 
door een uitgehold hout ^ om er in het zcmt gelegde 
tpijzen in te zeilen: BuUermout vopif een vlak, 
langwerpig vat , om er de gekarnde boter in te 
bereiden ^ is nog. bij ops op, het BUdt gebruikelijk. 
Men Toege hier. bij ons Friesch douematte voor eeno 
duiyetiL Voor het geld, dat deze tipvfliandel faun 
oplevert, schaffen de Sagelterlanders zich hunne be<* 
noodigdheden aan , en betalen er hunne lasten mede. 
Dat de Sagelterlander ook in dezen in het zweet .zi'jn^ 
aangezigts zijn brood moet zoeken en elen, zal men 
vooral uit deze iHJzonderheid in dien turfhandel kun* 
nen opmaken : dat hij zijne geladene mot éérst een 
eind wegs door het, in duizend krommingen loo- 
pende Sagelterdiep en zoo .verder langs de Leda geheel 
moet trekken, wanneer de wind tegen is; en ook 
nog gedeeltelijk, al helpt een voor de wind bcmdoor 
middel van het zeil zelfs mede. En hij moet zijn* 
turf te gelijk nog al een aanmerkelijk groeten aF* 
stand voeren, eer hij. langs zulle bogtige watere^i 
in Oost-Friesland^ ter plaatse zijner bestemming 
aankomt. 



Digitizèd by 



Google 



87 



Onder het Bewind van napoleoic, toen cleie hel 
soogenaamde stelsel van het vaste land invoerde en 
ni alle uitgcbpeidheid des wi>ords tegen Engeland 
zoeht te handhaven, en dus te gelijk hiermede be- 
wees, dat een groot man eene zeer gróote dwaas* 
heid kan ]>egaaii, wanneer de drift hem voortstuwt, 
werd Stigelterland de stapelplaats van eenen sterken 
sluikhandel. Deze ban del pest woedde toen in volle kracht 
tusschen de meer zuidelijke streken van Duitschland 
en de kusten, met sommige eilanden der Noord-zee, 
zoo afa voornamelijk het Helgoland, Het lag zeer 
geschikt voor dezen transito-sluikhandel , als een vol- 
komen eiland in zijne meerassen. De jaren 1810 , 
II, 12 en ï3 bragten dus wel deze en gene der Sa- 
gelterlanders^ veel geldelijk voordeels aan , maar werkte 
gewis niet voordeelig op hun zedelijk karakter. 
Waar men toeh sluikt, ondermijnt men langzamer- 
hand den grond, waarop de zedelijkheid rust, en 
wat anders dan haar verderf kan het gevolg zijn f 
Voop het overige vinden de Sagelterlanders ook met 
hunne motten een middel van bestaan in het ver- 
voeren van Duitsche koopwaren en steenen , die voor 
het aanleggen van wegen, naar hoghes berigt, scite 
f27 , dienen moeten , naar Emden en elders , welke 
t\] van het, thans Hanoversch dorp Ellerhroék^ waar 
eenige herbergen en ia het geheel 8 halzen aan 
de rivier de Marke eene stapelplaats uitmaken, 
afhalen. Hiervoor brengen t\] dan weder andere 
waren mt Oost-Friesland j naar ho^^hes opgave, seitó 
126, ook Oosl-Friesche boter en kaas naar jB//eriroc*, 
welke dan verder DuitscJdand ingaan. Doch deze 
tak vot^ bestimn is aan het kwijnen en der verdör- 



Digitized by 



Google 



&8 . 

riDg nabij « zoo als de handel over liet geheel thans 
niet hloeit, maar in een* ziekelijken toestand rerkeert. 
Deze zijn wel de Toornaamste levensbronnen voor 
den Sagelter-Fries ; zij geven hem genoeg in zijne 
omstandigheden, en is en blijft dit niet de hoofd* 
zaak voor ons menschènkinderen ? Deze bronnen ver* 
meerderen -wel ook hier langzamerhand, naar mato 
de behoeften meerder en grooler worden , zoo als 
dit overal onder de bewoners der aarde de onveran- 
derlijke gang der dingen ten allen tijde was en zal 
zijn ; maar dit gaat dan toch vooruit , hoewel 
langzaam maar zeker. 

Dat de handwerken in dit kleine, afgescheidene 
land zich nog in het eerste , kindsche tijdperk van 
hanne volmaking en de fabrijken in hare geboorte 
bevinden moeten, kan men zich wel niet anders bij 
een weinig nadenkens voorstellen. Maar er bestaat 
dan toch hier ook, te dezen opzigte, ontwikkeling 
en volmaking bij al de onvolmaaktheden in dé ma- 
nier van handelen en in de werktuigen. Wij kannen den 
lezer geen beter en naauwkeurigcr denkbeeld van 
den staat dezer maatschappij te dezen aanzien ge- 
ven, dan met hier de statistieke opgaaf van den te- 
genwoordigen toestand van Sageltes bronnen van 
bestaan , door den Heer kohli medegedeeld , bij 
te voegen. 

In zijn meermalen aangehaald werk , II iheil^ i abik. 
seit. 3i5 und 3i6, vinden wij deze beriglen hierom- 
trent , welke wij^ op zulk een geloofwaardig gezag 
rustende , als authentiek , ofschoon niet onfeilbaar , 
mogen aannemen* 

»In het kerspel iSc/jtfrZ zijn ii8 vnurhaardian met 



Digitized by 



Google 



69 



»68o inwoners; hieronder zijn 117 eigenaars, 
» I huurder (heucrman)\ a brandewijn-hrandcrs , 
» 5 kroeghouders , 3 smeden , 5 klcér- en 3 schoen* 

• makers en a linnen we yers. 

»In bet kerspel Ramsloh ïijn ii3 Tuurhaardea 
» met 612 inwoners; hieronder zijn iia eigenaars, 
» 1 huurder, 10 brandewijn-branders > 2 handelslie* 
» den (deze twee mogen wei groebeeï te Ramsloh 
» en GOUOERwiTS te Hollen wezen) , 4 kroeghouders , 

• I kuiper, 2 smeden, 2 kleér- en 2 schoenmakers , 
»3 wevers, i windmolenaar en 4 timmerlieden. 

» In het kerspel Strucklingen zijn 109 vuurhaarden 
» met 639 inwoners; hieronder zijn 72 eigenaars, 

• I huurder, 10 pachters yan de goederen der MaU 
» thezèr orde , . 6 brandewijn-branders, i draaijer, 
»3 kroegbouders , i smid, 4 ^^^^^^ ^^ ' schoen- 
m maker en 5 timmerlieden.*' Te Ramsloh echter , 
dit moeten wij uit, liefde ,tot de waarheid aanmer- 
ken,, weet men niet van zulk een' heucrman; allen ^ 
zijn daar eigenaars. Van de twee andere dorpen 
weten wij dit minder zeker. 

Deze lijst is opgemaakt voor 1825 , in welk 
jaar de lieer kohli zijn werk in druk heeft uitge- 
geven ; sedert dien tijd tot het jaar i832^ waarin 
de Ucer bitter ons zijne lijst der woningen of 
vuurhaarden ter hand stelde > is er nog al eene 
vermeerdering deir huizen in Sagellerland gekomen. 
KoBLi heeft 34o huizen {feucrs tellen , door ons over- 
gezet door vuurhaarden) y bitter geeft het getal van 
401 op. 

Wanneer de Heer sohli Nieuw-S charl ^ in zijne 
opgave niet genoemd, niet heeft overgeslagen, dan 



Digitized by 



Google 



9» 



EOucIe in die 7 jaren het gelal woningen alhier met 
61 vermeerderd zijn. Dan>, daar wij dit niet welen, 
én ons het getal Iiuizen Ie Nieuw -Scharl mei he^iev^i 
is, zoo kunnen wij die vermeerdering van woningen 
niet bepaald opgeven. Stellig is in dien tusschen- 
iijd, even ais het getal der inwoners, ook dat der 
buizen vermeerderd, ,zoo als er sedert kohli'S schrij- 
ven bij het dorp Scharl een tigehelwerk is aangelegd 
geworden, en pr ook nog, als wij ons niet vergis- 
sen , een windmolen te Utende onder Strucktingcji 
of door KonLi overgeslagen of later geslicht is. 
Almede is er nu een en andere bakker , daar voor- 
been zonder uitzondering ieder zijn eigen brood 
bakte, en dit nog bij vele boeren het geval is. Op- 
merkeliiJs. is het, dat er zich, naar kohli's opgave , 
in ieder kerspel slechts een huurman^ eene soort van 
afhankelijk, arm wezen, dat min of meer aan zijnen 
l>oer of aan den eigenaar onderworpen is, bevind. 
Doch men zie het zoo even hieromtrent aangemerkte. 
Wat de reden is, dat er zich uo^ drie van zulke 
bnurlieden, (niet met onze Friesche gehuurde boe- 
ren te verwarren) in deze drie dorpen bevinden , 
weten wij niet te bepalen. Genoeg, hun getal is 
Klein en dat der vrije , onafhankelijke roenschen 
alhier zeer groot, wanneer wij zien óp vele der hen 
omringende streken. De handwerken en be'drijven, 
hier opgenoemd , worden door menschen uit he( 
midden dier eigenaars en dus van zelf zeer in het 
klein uitgeoefend.' Grovelijk zoude men zich dus ver-» 
gissen , wanneer men den. staat der handwerken ia 
de bloeijendste streken , zoo als in het noorden Van 
onze Provincie, Groningeriand en elders ten maiat-' 



Digitized by 



Google 



9» 



staf voor die Tan het Sagdterland wilde liezen en 
gebruiken? De menigte kroegen en branderijen moet 
ons bier eren min bevreemden ^ daar de levenswijze 
Tan scbippers en bet luchtgéstel het gebruik van 
brandewijn, foesel en jenever hier bijkans nood- 
wendig maken en zeer moeten vermeerderen. Het 
gebruik van geestrijke en bedwelmende dranken is 
over het geheel, zoo als wij weten, bij de bewo- 
ners der lagie, vochtige en koude noordelijke deelen 
der aarde .veel sterker dan bij die van het zuiden» 
In latere tijden zijn er in ScharleïiRamslohh\Xh2in% 
ook nog tw^ Logementen, in ieder dorp een* bij* 
gekomen. Ieder boer brouwt voor het overige in Su" 
gdterland fX\n ^igen bier zelfj iets, dat echter meer 
en meer in onbruik komt. Het bier ruimt hier, 
zoo als dit in andere oorden, neem ons Friesland 
en Groningen y reeds het geval geworden is, meer 
en meer 4^ plaats in voor den jenever; of dit ten 
na- of ten voordeele der maatschappij zal dienen , moet 
de tijd leeren« 

Met deze opgave en beschrijving der bronnen van 
bestaan in het kleine Sagelierland neme de lezer het 
voor lief. Zij. is misschien te uitvoerig en te weinig 
beduidend, maar zij is ook naar waarfatid en, Z09 
verre ons mogelijk was , naauwkeurig. Wij gaan 
nu tot iets anders over» 



Digitized by 



Google 



93 

Hei karakter^ Auistelyk leven, zeden 

en gewoonten, benevens de siaai van 

de godedientt enz* der bewoners 

van het Sagelterlax d^ 



Der nienschen geest en Ugchaam wei;lLeir zeer 
sterk op elkander ter onderlinge wijtiglng en Torming. 
Zij zijn door deu Schepper met de hoogste Tvijs* 
heid Tan elkander afhankelijk gendaakt in dit eerste 
tijdperk van des menschen bestaan op deze zinnelijke 
wereld. Deze beide deelen, die, zoo naaaw reree* 
nigd, den mensch uitmaken, hangen weder als een 
geheel grootelijks af van nitwendige omstandigheden 
en betrekkingen, waarin de menschen bij hunne 
geboorte hier geplaatst zijn geworden. Be bodem, 
welken de mensch bewoont ; de lucht , die hij in- 
ademt ; de regering, waaronder hij staat, hoe Teel 
doen zij niet tot zijne Torming en de bepaling van zijnen 
aard en zijne wijze Tan denken en teven! Ligchaams- 
cn zielsvorming worden beide door de werking 
dezer uitwendige oorzaken onberekenbaar sterk be* 
Torderd of tegengewerkt Waar de natuur des bo- 
dems met volle handen en bijkans zonder moeite 
den mensch een gezond, ligt verteerbaar voedsel 
geeft; waar de lucht zich ligt, helder en vervrolij^ 
kend boven zijn hoofd vertoQut, hem aanlacht en 
zijne longen met hare veerkrachtige Invloeijing door- 
dringt, bezielt en zoo op gelijke wijze op zijn ge^- 
beele gestel werkt v waar vrijheid in den regeringji- 



Digitized by 



Google 



▼orm het burgerlijk ligchaam doorTloeit en leve^ 
mededeelt f — • daar Is de meDSch natpurlijk anders, 
dan waar het tegendeel van dit alles plaats heeft. 
De natuur des gronds bepaalt den mensch in zijne 
werkzaamheden; de natuur des gronds li*erkt op 
die des dampkrings, welke met zijne uildaropingen 
gevuld wordt, en de natuur der lucht werkt weder 
meer of min op de gesteldheid van den bodem in. 
Van deze werkingen, gevoegd bij die der onder- 
scheidene regeringsvormen , wordt de mensch naar 
ligchaam en ziel aangedaan en bewerkt ; dit moet 
in de beschouwing en beoordeeliug van den mensch 
nooit vergeten worden. De mensch, hier voor de 
helft het kind der aarde, is met deze helft, zijn 
ligchaam, aan de aarde verbonden. Verander deze 
uitwendige, op den mensch weidende oorzaken, en 
gij verandert daarmede zijne manier van voeding en 
leven, en zoo hem zelven. Hoe gelijkvormiger land- 
en luchtstreek met de regering aan elkander worden, 
hoe meer gelijkmatigheid er ook tusschen de be« 
woners dier streken, getuige de geschiedenis en de 
ondervinding! ontstaan moet en ontstaan zal, en zoo 
ook te meer verschil bij het tegendeel. 

Wanneer wij nu letten pp den aard des bodems 
van het Sagellcrland ^ op de vochtige en veelal 
daropige • luchtstreek , waaronder het ligt , en de 
werkzame levensmanier zijner bewoners , dan moeten 
wij hier wel een gezond en sterk , maar geen 
ligchamelijk schoon menschensoort verwachten. En 
xoo is het hier ook werkelijk met de zaak gelegen. 
Vast, gezet en welgevormd zijn hunne ligchamen, 
gespierd van ledematen en los in hunne bewegingen* 



Digitized by 



Google 



94 



Hanne gelaatstrekken on<)ersclieiclen zicli niet mer- 
lelijk van die hunner Nederduitscfae of Saksi$clie 
naburen, althans niet in onze oogen. Doorgaans 
▼an eene gemiddelde hoogte, .toont hun gelaat en 
oog in hen menschen aan, die, aan eene niet ge- 
makkelijke levenswijze overgcgexpn , het gevoel hun- 
ner vrijheid nog bezitten, en minder bedorven zijn dan 
•wel andere meer beschaafde lieden. Hunne door* 
gaans gezonde, maar ook eenigzins bleekachtige ^ 
ten minste niet zeer roode kleur, getuigt van de 
grond- en Inchtgeaardheid , waarop en onder welke zij 
wonen en van het werk , dat zij verrigten. In hunne gc- 
zigten zijn misschien nog wel trekken van den vrijen 
Fries op te merken, maar daartoe behoort meer 
bedrevenheid in de gelaatkunde dan wij bezitten , 
en een scherper oo§ dan ons eigen is. De schoon- 
heid der Sagelter vrouwen, waai'van de Heer hoche 
met zulk een' bijzonderen ophef gewaagt, hebben 
wij in haar niet kunnen ontdekken ; en hoe zoude 
die hier ook in haar, die zulk zwaar werk verrig 
ten moeten, en gedurig aan de invloeden van een 
vochtig luchlgestel zijn blootgesteld, verwacht kun- 
nen worden ? De Heer hoche heeft over het geheei 
groot misbruik gemaakt van het yoorregt, dat men 
de reizigers of toekent of dat zij zich zelven geven, 
van namelijk veel ter opsiering van hunne berigten 
te liegen en geweldig te vergrooten. Kracht, vaar* 
digheld en gézelheid van ligchaamsgestalte vindll men 
wel in de Sagclterlander vrouwen, doch schooner 
dan anderen, die in soortgelijke omstandigheden zich 
bevinden, kunnen zij niet genoemd worden; of men 
moest zich al een zeer ongemeen denkbeeld vtainvron- 



Digitized by 



Google 



95 



welijle ligchaams-schoonbeid yorm^o, of schoooheid 
i»«t welgemaaklheid Terwarreo. 

Het karakter van den Sagelter-Fries onderscheidt 
zich op e^ne meer in het oog vallende wijze van dat 
cijner Daitsche of yerdiiilschte naburen dan wel xijn 
ligchaam. — 

De menschi een vrijgeschapen wezen^ moet reeds 
Lij zijne komst op deze wereld als kind een gedeelte 
zijner hem geschonkene vrijheid aan zijne ouders ter 
zijner opvoeding overlaten., en vervolgens bij zijne 
intrede in de maatschappij , als lid van dat ligchaam « 
ïich eene /beperking «ijner persoonlijke vrijheden 
laten welgevallen, opdat zijne medeleden ook han« 
ne bepaalde vrijheid kunnen genieten. Hoe minder 
deze beperking is, hoe gelukkiger zich de mensch 
gevoelt , daar zijne natuur tegen iedere bepaling zij- 
ner persoonlijke vrijheid, boyen het volstrekt noo*d- 
zakelijke, in het eerst met kracht aabdruischt. Dez^ 
trek «naar vrijheid moge oorspronkelijk bij iederen 
mensch in gelijke of ongelijke mate aanwezig zijn, 
hij is en blijft toch altijd ook het kind der uitwcn. 
dige omstandigheden, wier bepaling en verandering 
slechts gedeeltelijk van hem zei ven afhangen. Bij 
eiken ondeeligen mensch, bij eiken stam des mensch* 
doms en bij elke natie vindt gij dezen oorspronke* 
lijken aanleg en trek tot vrijheid; maar hier bleef 
er in tijdsvervolg meer, daar minder van over. 
Op den eenen tijd werkt deze trek sterker, op den 
anderen zwakker, of hij ligt in rust; hier kweeken de 
omstandigheden van woonplaats, levenswijze en re- 
gering die neiging, daar onderdrukken zij haar; 
hier werkt de mensch meer, elders minder, op de 



Digitized by 



Google 



96 



omstaodighcclen , waarin hij geplaatst Is, ter hand- 
having en uitbreiding dier zuobt tot onafhankelijkheid. 
Onder alle oude volksstammen of volken is er geen 
heroemder om zijne vasthoudendheid aan zijne vrijheid 
ende verdediging zijner rcgten, dan het Friesche volk» 
De vroegste geschiedenissen roemen dit volk in dit 
opzigt ten hoogste, en elke aanrander van de Frie- 
sche vrijheid ondervond den sterksten tegenstand» 
dikwijls tot zijne overgroote schade en schande. Be- 
gunstigd door zijne moer.Tssen, beschermd door den 
oceaan, kon de Fries zijne vrijheid eeuwen lang te- 
gen eiken aanvaller staande houden en ^r/ye Fries 
blijven. Hij bezweek niet in dien strijd dan voor de 
grootste overmagt, hier vroeger, elders later; maar 
de eens ontwikkelde en gevestigde vrijheidzucht werd 
nooit geheel bij den ganschen stam uitgedelgd. 

De Sagelterlander is een kind van die Friesche va- 
deren, en hij heeft zijne vrije Friesche natuur nog op 
verre na niet geheel uitgeschud, noch zijne vade- 
ren geheel vergeten. Zijne moerassen waren de be- 
schermers dier vrijheid, welke in zijn hart woonde; 
onder dier bescherming kweekte hij liefde tot onaf- 
hankelijkheid in zijnen boezem aan , en terwijl van 
tijd tot tijd bij gedeelten de Sagelter-Friezen werden 
ingeslokt door de aan hen grenzende grooten, vond 
de vrijheid in het tegenwoordige Sagelter moeras baar 
laatste toevlugtsoord. Daar woont zij nog, niet on- 
geschonden, wel gekweld, aangerand en geknot, 
maar nog niet geheel van het leven beroofd. 

De Sagelterlander, eindelijk door overmagt onder 
het bestuur van den Bisschop van Munster gesteld , 
bewaakte steeds mét arendsoogen zijne nog bverge* 



Digitized by 



Google 



dr 



liiHidbntf'M bedongete Trijlieid ', fin als uil den hMtd 
geredde Toorregten, soo als w^ dlaarvan in dé korte 
géBetmdenis Tta'-dit Undije proeven gai^n. Tegen 
iedere^ ^'riói% of grotere beioibbeting lijner regten 
deed Uj cieh gelden, sooveel hij kende, én gaf 
niétsmeér tdé, dfin bem dóór -geijld ontnomen 
WfltA. Zijne wetten én privilegiën bewaarde bij als 
tiftt grootste beiiigdoA; en^ toen deze Friezen in 
lAoS ' onder < de regering van Otdenbttrg zich begeven 
mioeslen, iieiiepen zij zieb, om biervan verschoond 
en ^f Ie blieven «op bnnne aloude voorregten*, en 
op, den bric£, .biervan. aan hunne vooronderen door 
KAïuBi. den Gnoie geschonken. Maar de zwakke kan 
zoo zeldzaam hei regtmatigste pleit tegen den sti^kere 
vrionen! ^ Zij konden, .zoo als men bnn tet bescheid 
gaf, dó «èfatbeid van^dien voorregtsbriéf niét bewij* 
B60,' en hadden das het pleit verloren , en moesten 
géboomamen. Zij werden gelast» géitjk men ons 
verlmside i om hun Archief aan de Oldenbnrger rege* 
ring over te geven ^ voldeden bier noodé, mogeKjk 
ten halve; aan, want wij konden, wat moeite wij 
bfortoe ook aanwenden, niet achter de volle kennis 
der waarheid komen. Hunne trije jagt en visscherij 
hebben zij tot nog toe gaaf en ongeschonden, hoe* 
wel niet zondeff opoffering, weten te behouden. 

t9«n ;eerbied voor hunne Pastoren deed hen him^ 
mer Tergeten, dat zij vrije en onafhankelijke Friezen 
wafen. Zóo vonden wij eene .aanteekening in het 
d«op*:, trouw* en doodboek van Scharl^ dat in den 
jare t656 :de ingezetenen ^ van dat kerspel iemand, 
die zonder het .H. Sacrament der stervenden, naar do 
gebmiken der: ](«tholi}ke keric , ontvangen ie hdbl^en , 

7 



Digitized by 



Google 



98 



keiigeloid <>p het ll^rl^hof hegeq^tre/^ b d#t §Si\(4e 
bpek TOD4e|i wi) ?eae anateekeoiDg thii d?n I^«if;oor 
si^BCK| T^n dea j^re 17301 waario hij ofer 4e]? Sa« 
getterlanders weioige b^laagsteUtDg ia buone j|eeal«- 
lij^Vheid U^agde. Dit zijn bawijaeii Tpor hllal||^ ver- 
waoischap en hun TrijheidsgeToel qaet deaadere Fj^ie- 
zen , bij welke ook , naar nitwijsea der geschiedeata ta 
d^r oude Friescbc wetten, de geestelijkheid op<rerre . 
na dat gezag en dien invloed niet bezat als wtel bif 
ai^re volken. Deze zagen zelfs, naar het getnijgenif. 
rafk JüCBBM SYLWïa» later Paus piüs II» in zijne Bis» 
topia de EuropUf c. 35, zeer ongaarne ongehuwde 
Priesters onder zioh. — Hetgeen de Frtesche. eddhaan 
EDO JojnQWMk» toen in het begin der 16* eesw 
GCORO vafi Saxen het leenregt in ons Friesland wiicb 
in;i[oeren , zeidc s n Wij Friezen witte Jhn nia. Hen 
• to siTfZeïk^"^ geldt ook in yollen nadrok van bet 
Sqgellerland. Hier ook yindt gij onder deze Friezen 
geen leenman ^fk leenheer; hier qntmofBt gij geeae 
vej^pligtingea tot persoonlijke diensten; hi^r wordt 
UMf geyoel ^iet. geërgerd dpor de • aaoacboawiing ren 
aff^ajngeUngen^ die hanne nataurlijke yTijhedeo^ in 
grootere, ep) kjiejnere mate . aan magtiger moesten af- 
staan. Alen weet ook hier onderling yaa geene leenen 
iets t^ ^ggea : me9« is i^ dit Opzigt hier 'nog yrtja 
Fr^ej(. lp, wql)^ afhankelijke betrekkingen de- heuer^ 
mqnn^f^:» W^ar?Jtn, boven gewaagd is, in« dit lancUja 
to^ huf^ne. me^r g^oede mede-Friiazen staan, kunaea 
wij, nj^t hepJiJ^Oi. Alleen, deze kleinei tnizondering 
be^vf^s^li 4ea negeh Zoo als hier in dit bMidtje aUee« 
weifiig^. Ae!ir/»«^aiieii.geyondent.W|ordeti f tveBt meuiook^ 



Digitized by 



Google 



99 



in ieder dorp enM eene familb aan^* die mli 
door hare gegoedheid hoTen bare medeburgers rer- 
beft. Het lijn de familien block te Ramsloh^ xiacx- 
90F, waarvan bloot een achtjarig knaapje in letep ii^ 
te StrüclMngen, en awicks te Schart. Bij'deae laaUte 
troffen wij onderscheidene leenbrieTenaanyan eea seade 
"Tan bet Nedermunstersche dorp iSonfi, hondaode yaa 
den ^Hertog Tan Oldmburg, Een deser loenbrieyen 
was in i554» des dingsdags na michablis Archangelii 
gegeven door antboniüs« Grave toe Oldenburg. Een 
ander door antbobt ountbere , Herzog xu Oldenburg 
nnd Delmenhorst ïn iG6^ Aen agMei. Nog een ander 
van CBRiSTiiAN den V , Koning van Denemarken ens» 
▼an 1681 9 en eindelijk een van frboebik IV ens. 
yan 1721. Of mogelijk de voorouderen deter fami* 
liën de voornaamste hoofden en bestuurders der Sa- 
gelterlanders waren, toen zij het eerst deze streken 
innamen » pf door de gunst van Voraten in laleren 
tijd, of op eenige andere wijze in deze gunstiger 
omstandigheden gekomen zijn, is onbekend. Even 
weinig kunnen wij de al vrij oude leenbetrekking 
van de awicks tot de Hertogen van Oldenburg ge* 
scbiiedkupdig ophelderen. Onder hunne landgenooten 
hebben deze drie geene de minste andere voorregten 
dan bunne nieerdere bezittingen. 

Hier treft men als een gevolg van die belangstel* 
ling in hunn^ vrijheid eene gelijkheid aan, zoo groot, 
als die in eene maatscbappij bestaan kan. De eene 
beeft meer dan de andere, dit ligt in den aard der 
menscheUjke inrigtingen , doch eigenlijk armen en 
ip^jken zi^n hier niet. Slechts één werd hier,, toen 
' wij er wareu» yan da g/emeente onderhouden; 



Digitized by 



Google 



lOO 



en Dtiderhfoud te genieten urordt liér als een 
Terlics van. *ijne vrijheid met Terachting be- 
sclioawd. ' Narfverig t)p zijne onaflianlelSjkheid , zoekt 
elk bier ntil^h ci^en goed, iioe veel of iioe weinig 
dit dan zijn- moge, ais Trij man wat ruimer of bc- 
krómpencr te leven. Gdnkiiig de maatschappij/ waai^ 
mttï iÉó6 denkt en doet, en waar deze denk* en 
handelwijze ge^rbiedigd eii versterkt wordt door de 
n^atschappelijké inrigtingen! Broederlijk, als gelijke 
kden van een htiisge^rn, verkeert men hier onder 
elkander. De artne stapt in het huis Tan den meer 
gegoeden als in zijn eigen , en wordt ook als gelijke 
eh broeder aangemerkt en behandeld. In nood en 
behoefte staat de een hier den ander bij , indien 
hij zooder eigen toedoen in het ongeluk' kwame. 
Men toont bier door daden, dat meti elkander voor 
broeders hondt. De eene staat hier niet zoo vele 
frappen booger in rang en aanzien dan de andere. 
De grenslijn tusschen menschen en metischjen is bieTi 
gelukkig voor deze menschen! nog niet zoo scherp 
getrokken als in de meer besehaafde maatschappijen. 
Jalocrsch op zijne regten, waakt de Sagelter-Fries , 
zooveel hij kan, voor him behond ; hiervan onder- 
linge twisten en eene pleitzucht om hei mijn -en dijn 
die natuurlijk sterker moet zijn bij menschen , die 
hunne vrijheid en regten op prijs stellen, als daar, 
waar de eigene en onafhankelijke wil verloren, ia 
gegaan in eene verwijfde beschaving. De Sagelter- 
lander zorgt er echter om die zelfde reden, zooveel 
mogelijk, Toor, dat hij niet gedwongen wordt, om 
Wegens zware misdaden voor eenen anderen als zijn 
landgenoot te regt' te- BM)eten staan ^ JEn^éliJer 



Digitized by 



Google 



lOI. 



mMÜC' nèt tn sin Ajeit Idn-^'* tegt bij , enr, ' daar óttr 
orer het .gébeel Waarheid berat, kann«ii tij hüime 
misdrijvjeq meestal, aU vair een ligteren aard, on-^ 
d«rling afdoea, sonder Van Treëindèii te< behoeven 
af Ie hangen* H^, nhé.is ëtier Oit-wèst^ •hij «f. 
» naar Frysoyike (de^ plaats van het Ainbtsgerigt) 
•^geweest^^^* WM en-istnog^ wanneer hét om regta* 
zaken geschiedde, geene iofapradk. Zware mbdaden* 
sijn- onder hen ware xeldsaamheden.*' Waardémensck' 
waren pifijf op ^ijne Trljkeid slelt, daar b«:eft de 
wet» op'oene* w^tige wifzo hem gegeven^ als reen*' 
bolwerk voor xi|iie. vrijheid , b»j hem eenes^r hooge 
waarde. Do vrijste taiienscb,.hoe wondersprèukig dit 
ook* klinken' mc^e^^ iê de grootste slaaf der wet, 
juist omdat hij, zich selven tot eene wet ia^ Dit is* 
niet alleen- bet geval bij- den vetlicfaien, maar ook, 
j^ zeMs eer enKmeernog.bi) d^n zoogeoaamden onba- 
schaafden mensch* De- Sagelterlander. geeft hier^ 
het ontegenzeggelijkst bewijs voor. DeSagelter^Frie* 
zin, • LUKKB asuES, of EAi^Es , BLÖMBR, die ineen' be« 
trekkeli}ken zin. zeer- beseboafd<, van een gezond v^*' 
stand' en edel hart v^as , em^ ona in aUes aUe mo^ 
geüjke ioliehtingen'gereedelijk mededeelde; konde oitt 
niet.t<>6<]^W0g^n worden, om haren' nctam zoo op to^ 
gieken, ^ als de Friezen- dii^ voerheen gewoon waren^ 
en nog gedeeltelijk ^ew^>on zijn*, en^als dit* ook bij^ 
'de^ i^gelters^ gebraikeUjk' was. De Friezen voegden» 
voorheen altijd en yoegen^ nog. wel den- voor naanr^ 
dea Teders bij /hnnpen eigenen Ier onderscheiding; 

dlia:^Ji|l PIETBRS, DJOBRD SOT£S, dat is, JAN Taoh 

(de zoon vén) psetea^ en djo£bi> , de zoon van botb ,- 
^n . zpo^ heette dan. ook* di^ meisje LOfiSE bêijss oSt 



Digitized by 



Google 



IM 



wam. AKean d« wel ter IttToeHng Tna finBiKan^ 
mei», door rayoliox gegeveo, en éie aedtr door im 
OMenborger regeriog bekrieliiigd en tot een rerbod^ 
om iets andert dan lifn' familienaaai aebter Bijnen eige» 
nen te Toegen uitgebreid is; maakte bier . soUi een^ 
indmk, dat deze Frieiin den Toornaam baars Tader»» 
boeaeer dit bier voorbeen gebraikelifk was , niet adir 
ter baar eigen dnrfde joegen, maar »io&, allee» ran 
den famiKenaam bi^mer bediende, en bij berhaling 
seide, dat si j lukkb Bi.óMBa boette. No^mtgif, leaerst 
dit niet yerslaafd eijn aan de wet, tot aelft in bet 
overdrerene P Dese Tergedre? ene eerbied roor de wel 
strekt aieb eebter niet voo yerre nit, é^% men ook alle 
personen, die tot de regering in belreyLing slaan» 
in die zelfde mate aondeii eerbiedigen» 

l^ij sagen een Oldenbnrger Geregtsdienaar, * of 
Ppliciebeambte» in welk een fraai eostnum Uj ook 
steken mogt, te Ramsloh met de grootste onver^ 
scbilligbeid bebandelen. Het ongeoefend, docb ge» 
sond mensebenrerstand wijkt niet soo verre builen het 
regte spoor, en bet oordeel van znlke menschen sefaifi 
sdierper, dan menigeen zieb welligt verbeelden zonde. 
Deze karaktertrek, slaalsoke Terkleefdfaeid aan de 
wet, waar men een voorscfarift als wet aanmerkte ^ 
Tinden wij ook io allea zoo bij onze Toorraderen 
en ook gedeeltelijk beslaat aij nog bij ons, bnnne 
kinderen. Dat bier de ondervinding voor ons spr^Lel 
Zij is eigen aan bet Friescb karakter* 

Aan de opgegevene eigenschappen in bel karakter 
dezer Friezen is naanw verbonden hunne ingewortelde' 
afkeer van den soldatenstand. Ook deze trek ia ban^ 
mei ons.Frieien,. diie hiervan vooi^ desen eeit even 



Digitized by 



Google 



.r63 



9le¥lLèA iifté^ MRIlM én er^ nóg géené Yriendéh TÜb: 
^ , jgétti^èA/ Men txé éiét dezéh iitl iti bos IViésch 
ToUslaralter de xeer Terstandige aanmerking , die 
•üBe Triénd ï. h. BAi.BE^i>sirA gemaakt heeft in xijne 
aoo belangrijke fragmenten ot^er hei gestueht dér 
lair SAitBN^j in' de noot op blads. 49^ 

Oitder dé Mansiéraclke regering waé het eetr der 
'§!^ootste heswai^e)^ hij do Sagelter», opgeroepen fe 
Wördeti tot de krijgsdienst of Itmdfolge. Elk diV 
tèffs bezet , kocht xich trij , iets dat later onder- dslt 
iiesfftar aanleiding tot de invoering van eèneh 
VÉsttfti afièop gaf^ ïraarBif bepaald werd, dat 
ieder om de drïe jaar 18 Praisische sthlvers 
Voor zijne vrijsteUing van het wapendragen geyeh 
tonde. Ieder dorp leverde een man. De Sagelter 
tfóèmt dit afkoopen, smécen: Hij' hit sméc . rdct 
Wi9 bJf hfcm de tèal, hij heeft het smeek{%e\d) gereikt 
(gegeven) wil dit zt'ggeb, en misschien ligt in dit 
keggen eene beschimping der regering, ctie hen tot 
d^ soldatenstand dwong. No» onder Oldefihurgei^ 
heerschappij , is hij weder tot die dienst gehouden ; 
doch zijne genegenheid daartoe is niet vermeerderd, 
ën ieder, die éenigzins kan, stialt een' anJer in 
^jne plaats. 

* De Sagelter- Fries, met zijne mede- Friezen in «een 
Ènisgezin vereenigd, ijverende voor zijne regten 
ën vijand van elke onderdrukking, is opregt van 
aard, voorkómend"^ gedienstig jegisns vreemdelingen, 
wanneer hij met hen bekend is. Dit laatste hebben- 
wij ' in volle mate staande ons verblijf bij hen on- 
dervonden. Hen opende ons niet alleen de huizen ,^ 
maar zelfs' dé lleederkisten ; men onthaalde ons^ 



Digitized by 



Google 



loi 



i|i|ar rermo^oUf m gaf ons allerlmiid^ aanwf^ngw U* 
opheMeringieii' op onze vragen , soo Toel man maar 
konde* : ; . 

. Tegeik honne opregtleid is welaeas aangerooMf 
. too ab ook de Heer YtwizixxiQwimzilne JnÜifl^eUen^f 
II stuk f bladz' 96 opmerkt^ dat bonne tfirl^cl^p* 
pers zeer fijn ^ dat is^, bedriegelijk, «ja iol|fl/«er* 
koopen van hunne turf aan. de Oost-Friezea* DU.sal 
Tan eenigen onder hen, maar zeker niet tan MlaOrt 
waar zijn ^ en dan is het eene beTe&üging tAi kéi 
Fransche . zeggen i » Ce$t t^ut comme che% n9Uf^ 
Overal vindt men, ook in one Friesland , , ond^ 
die mensehen dezulken, die :er op a%erigt zijn, en 
er geene gewetenszaak y au maken , om de koppers te over^ 
Tragen, meer dan behporlijX is, voor kanne waar 
af te nemen ^ en slechte voor goede soort in de handen te 
stoppen.. Niet in alle soort van handel, heerackt die 
goede troaw en eerli^k|ieid als in den graanhandel 
tnsschen onze landkooplleden- en de hoerea. De 
3agelter-Friezen zijn één in woord , zoo als wij, hen hai* 
tonden, een goedf bescheiden epi vrij; beschaafd 
slag vaa menschen^ Zij. staan jnist daar in de maatr- 
schappij, waar de ruwste en woeste^ gebreken van 
eigenlijke onbeschaafden, die niet,, of weinig., met 
vreemden verkeerden ,. van den menseb zijn a^eschaafd, 
en waar hij nog onbekend is met en niet besmet ia 
door die fij^nere » n^aar ook strafwaardige ondeagdea 
der overdrevene beschaving^ Hoe verre- zouden de 
grenzen der geheele onbeschaafdheid en van de tot 
het ullerste gedrevene beschaving wel van elkander 
verwijderd liggen, lezers P Zouden de uitersten zich 
misschien ook niet hier, gelijk, overal , raken P den 



Digitized by 



Google 



Hfi 



ifétmiiiitnUtkr^m, wttriii dr niSMdr flkJb fa bet 
fme en «udere geval TfBftóMt, nktibede gereend? 
Gebreken e» oadesgde» Tisdt meo overal waav 
m^Uehmk 9t ja : . oodeagde»» die of meer persoonKjk » 
of aatr ialgemeeii» bestaaa eii> gevijsigd worden doót 
iedwe ligchattittlijkr ea g^esteliik. geitel , em deti> tis&p 
iMui besefaaying, waarop hij aUat, eo de regeriage** 
Tom ea aityendige onsUndighedefi « die, op hem 
werkün^ Oadeogdea ea g^ebr^iea worden er doe 
OQk 4>ader dese Eriesefi gevonden ^ doch ooa wf/a 
giaeoe bijsonderf ^ sUfode ons verblijf onder ben^ 
In het oo^ geaprengen. De onpartijdige eil denltenda 
leaer aai ons dan wel willen ontalaén vtti d^ opgave 
nnlker gebreken ,. die h^er wel bevitiian » mner geit^ia 
mgeene meerdere mate daaeldeva,, waar de eitwear 
dige omatfindigheden , aan die der SageUar-Frieaen 
gelijk eijn» Deaelfde leaer aal aich ciok wel met d^ia 
algemeene kaïmkt^racheta van ; dit volk wiUen v^gOf 
noegen, en ia eenmerking ^emea, dat eene« meea 
in bijaonderhi^den tred^de» altijd onjoiat en onbillijk* 
wordt door of te gnnsiig of te oognnstig te a^jot 
Wi^ konnea a<>o gebrekkig pver on^ aelve9 eaihoe 
yeel, minder jniat over an/dere mensehen en. volka^ 
atemmen oordeelén! En ondeugden fijn wel de a^ 
l^rmoei^elijkate voorwerpen onser oordeelvellingen », 
waarbij wij het meeat miataaten. Wij. gaan dus yan> 
dit onderwerp tot endese oi^r. 
, De woningen dexer Friexen onderacheiden aich piel» 
inerkelijk van die der Weatfalingere , en hebben 9ol(. 
teel van de g^woi^e hnisep in Drenthe ^ met^ eeaige 
tiitaonderingen» Het meerendeel ia. laag gebouwd ,, 
en heeft met atroo gedekte daken» aan wier beneden»?, 



Digitized by 



Google 



Tof 



ièer édMr tlak ftiTM' of dri* wégélkf^pMk»^tifbtAgtk 
tropcteo. Mi die dMngEanstéD' sijli xoncler fcfao^rstee^^ 
•oodaC ile rook met de meosèbtD en^ diereo tieh een* 
niijgÊMg door eone ea deielfde d«tir moet loekétfw 
AUee» eenige weinige wo»ibgeii tA)ii met panneft 
gedekt^ cm ttêttoorenaMi de geg^edste^ lieden I geltjt 
«en ook de sdioorsteöfien slecbU tindt op dé bailM 
TM b^Oi die niet tot dé trtnHen g^eken^ knóiieA 
worden. Be nutreb» sijo nn ir«kt(r«rk uit rib , of 
Tierkaate Valkjes, epgenaakti welko taklen bij dë 
eroMtei^ mti leem én rifs en bij de rijken soleert mei 
•ïeenen- eijii^ nangevtild. Dit onf alaat nit de acbaarscb^ 
beid en- köttbeafrfaéid der steen^ , dtiar sif voorhèM 
geheel nioi en n» nog maar in geringe boeveeBieidf 
ni dit- tand' £(è)f gegnrren en gebakken worden. Bë 
annvoer ttH andene- land^rekén berwaart^ moet yad 
16élf moeijeHjk tfjn^ èn op tHj booge losten komen* 
Wuffibeer de steenbakkerij Hier meéir uitgebreid wordC, 
«nllen d^ wonfingen te decén oj^gtfe ook befer ett 
i^elmkü^p gebonn^d werden en een bebagelifkèr 
Aanzien i^rl^jgen. 

ïreden wif rt* dé Sagdtietfeildcf #oiflog bhiniéii. 
Bt} yeri^' de meesten ga^M wifövi^ d^itnjaks- ofnrï^-^ 
boóp, yoor bet groofste jged^éelte ecbtex' nlt beide^ 
plaggen g^ sodtH^ best^nde, de groote en eeolgé^ 
deor d^ bnbelr in. Daar kómen wij eerst op d^' 
plaats, die wij de schAtit*' r^dadén kannen noemen, 
^ylóer is hier in alli; zóó ds' meèi^ naar binnen 
in dé meeste, hoizen geheel Tanléeab. Aén de eeae' 
band bij den ingang tindt gij dé pfoats voor de 
paarden , aan de adderé voor do koeifen ,. dié hiep^ 
é^ nteé1^der^ mest temaken ia eene lage i^et paletl 



Digitized by 



Google 



^ 



■MtlMi. Dese pftka worden- ter kh en ukiftiiiig Tan 
bet ¥e« ged^tttdijkr weggenomen. Hier ^vindl gij oA 
ImI he«i en elroa niet de boinrgereedsebftppen*, 
waare«ider de bonten Bcfaoenen aijn , welken mtfn de 
.paardenaMitreUen. moef^ om hen op den weeiën e» 
Moevaesigen bodem te knnnen gebrnULOn» iètawnanran 
wi| boren Torgaten aMldinf t# malen. Id de »•► 
derigüe woningen ?hidt gij geen afsonderlijk woo»- 
▼ertreki bet gebeele fanta ia eene kamer ^ waer meé- 
ecben en dieren THendscbappelijk 4nor elkander wo»- 
aen^ De bedsteden t^o aan de zifden in^ de nralivv 
met denren of kleeden ecbler toorbetoogTerbofgew. 
In bet midden, altbana teni naasten bij, vindt gij de 
yonrplaats^ waar sich bet getin in do rondte oiÉ 
benen set, wanneer de werkaaamheden* dit gedogem 
In de bntsen der meergegoeden is eebter* eene af^ 
achatting, die stal en woonvertrek van elkander 
aeheidt. Dit afgèscbeiden woonvertrek, is, daar bet 
de breedte yan het gebeele bnia beslaat, bier en dimr 
aan bet einde weder met een afgesdieiden vertrek tot 
'berging van' betere goederen^ voordien* In solke mo* 
iri»gen ia de vwtriiaard aan bet vooreinde des hui- 
zee tegen den gevel' gemaakt. In *lle iMiten worden 
vensterramen gevonden , ten mlh^le zutlèn de uitzon»» 
deringen hierop niet in aanmerking komen. '• Koift^ 
bare hfdssieraden zal raen hier wel niet verwachtbn<« 
Tinnen, glad geschoarde bordeh als oob aarden ziet 
men op rakken van latwerk aan den mcmr staan ed 
tinnen waterpotten daaraan hangen. Voor het overige 
is biet het noodige tot gelmiik : stoelen, tafel en 
onmisbare geriifelijkbeden^ Eene groote kist« mtfk 



Digitized by 



Google 



to$' 



kléedibgslakkeii' geruid r treft meti bif de iAeo<t«a:i]i* 
hel xijvertre^je aam Wif sagen solk eeDe,.wéapm 
zeer kostbare' en meer ala eene eeuw o«de yróu* 
wen kleedingstakken* gebonden' v^erdien. Ia de aan^ 
zienlijkste buizen, ziet het, zoo ala nien 'denken kan ^ 
er ook gunstiger en: smaakyoUer ntt-« Zoo zagen wi] 
telfr te Schart in de woning van A^hnefcs* behangene 
▼ertrekken met schilderijen aan den wand onverdser 
amaakvol \ gemeubileerd. Ook de pastc^rijen en ons 
logement beneyena dat té i^c^a/^- ondtt'sobeiden zich 
door een beter aansien yan bniten en schoonere ii|« 
rtgttng Van binneKl. EeV is hier in dezen 6ok al gelijk 
OTeral'met dese dingen gelegen, meerdere wdvaart 
<>peilbaart iidix^ spoedig in de yersieringen der huizen^ 
Bij de meeste bniaen- is hier eenig^ ruimte tot tuin^ 
weide en hof aangelegd. Tussphen de onder8chei« 
dene woningen bevindt zich eenige ruimte, die men 
hier, zoo als ookop het Friesche eiland Schiermoitr 
mkoogyden naaei Tande tï>i«e</e, dat is: raking, grens ^ 
geefi;. Beeds TActrva vermeldt in zïjn boekje over Ger^ 
manién dezen v^ elkander afgefonderden stand dei? 
huizen onder de Germaansdie volksstammen {edltion^ 
lApsii^ quart* pag. 3^i). Deze maniel^ van bou>ven vrlia 
een gevolg van^ hunne viije en onafhankelijke denk<i' 
«n levenawijaej in tegenoverstelling /der wel m^er 
beschaafde,,, maar ook meer verslaafde,, stadb^vvo^ 
ners. De BomeinsMdie g^chiedsohrijver.,, zoekt onzea 
inziens te onregte*, de ootrzaak van deze bouwwijze 
of in bonne onkunde in.h&tl)onwen, o£.in de voorzorg 
tegen mogelijken brand. 

Al de Sagelterlanderr woningen stonden roorheen 
te Munster i^ ea staan- nu te. OUcr/i&urg tegen tauxatic 



Digitized by 



Google 



f09 



in Je brandkas. pU is .door cene wet ▼ooi^csclire- 
Vcp. Als er ^an toch voistrelt tulke wetlen 
^ija moeten, «po is deze, "wegens de bouwstoffen ea 
bonworde der iiuizen , nojg al geene yan d^ slechtste 
van , dit soort van. wetten:, .ofiscbopn wij toot ons 
den waren en, in «enen j^ezpnden sin opgevat , voor- 
treffelijken regel van HoaATius wd gaarne door de 
regeringen eenden si^ volgen:; 

minifitum qid seivat^ Jdemjach occidentlP 

Die iemand, tegen ivü bij bet levea bewaart^ doet 

hetzelfde als hem te doqdsus . . 

Zoodanige vadèHijke . voorzqrgen ontaarden toch 
ffoo ligt in onr^tiraardige ep gewelddadige. . Be* 
^eringen cijn ..tocb, niet en knnnen niet de vadert 
bnnner volken zijn; hiertoe ontbreekt de natuurlijke 
betrekking, die er , tnsschen ouders en Uoders is, 
«n het huisgezin is meteen hiertoe veel te groot; 
liet oog der regering kan op verre na niet alles 
QV^rziien, en heeft te veel de hulp van anderen in dit 
werk nopdig, die maar al te dikwijls hunne eigene 
belangen bo?en die van het algemeen doen gelden. 
Hen ga naar China om er van o?ertuigd te worden^ 
hoé het met die zoogenoemde vaderlijke regeringen 
gesteld is.^ 

Wat de kl^eding dezer Friezen aangaat, deze biedt 
ons het volgende ter opmerking aan. De mannen 
kleedden zich* wat de stof en vorm betreft, ten 
naastenbij al^ hunne buren de Munsterlanders, 01- 
denb^rger9 en Oost- Friezen. Wij herinneren ons 
geene in bet oog loopendè bijzonderheid in dit 
punt. Klompe;), of holsken,* worden veel door ben 
gebruikt. Meer valt er in dezeïi te lieggen van dd 



Digitized by 



Google 






»ro 



Troawelifke kleeding i als , In welke hét élgentaf^Rge 
en nationale meer bewaard Meef dan in die der man« 
nen. De albeheerschende mode echter, aan welke 
de schoone sekse zoo gaarne en dikwijls cnlke dure 
offers brengt y beeft ook bier in dit stuk, yooral bi} 
de jongere en ongetroowde trouwen, reeds vrij wat 
Tan bet oorspronkelijk eigene verwisseld met de 
Westfaalsche Tronwendragt. Voorheen gingen de 
Sagelterinnen meer op zijn Friesch, na reeds gedeel- 
telifk op het platDnitsch. Wat is ook Teranderli jker 
dan de mode! De Hindelooper Trouwen bonden zich 
nog al Trij Tast aan bet onde; maar ook zij zullen 
met den tijd Toor de heerschappij der magtige go- 
din der mode wijken; reeds maakte zij op deze al- 
oude Friesche dragt van tijd tot tijd geene geringe 
Teroveringen. Zoo ging het ook in Sagelte> Het 
Friesche oorijzer, of Herer de zilveren oorkpoppen , 
gaan met ecfne koperen ,. gebogene en smalle stang 
bij de zijden van het hoofd op en om het achterhoofd 
heen. De bonte muts, die om het geheele bovenste 
des hoofds sluit , en met langetlint van onderen ge- 
boord is , is van hetzelfde fatzoen zoo* als de meisjes 
der Frlescbe landlieden Tan . 3 , 4 9 ^ ^° meerdere 
jaren nog wel bij ons geheugen droegen. Deze beide 
kleedingstukken zijn echter thans in Sagelterland wia- 
der algemeen dan Toordezen. De tifvnatsen, met 
kant van eene of anderhalve hand breedte gezoomd , 
welke f Toor het hoofd uitstekende, naar beneden helt 
en voor in een' tip of punt uitloopt , worden aldaar 
nog minder dan de oorijzers gedragen. Deze kanten 
tipmuls besloeg voorheen in Sagelte dé plaats, die 
bij ons de zoogenaamde ronde, horizontaal vooruit- 



Digitized by 



Google 



••• .••• 



••• • ••• 



Digitized by 



Google 



-•" 



• 


éïÏÏ» 






.•"*. 


uil'. 


• .„-• 


*• 




* • 


;;;;. 


::::: 


■»•■ 


* 










'::K 


* 



■ V* ■ « 




(/^ ^a^e/é^Uo/n^a^ 



Digitized by 



Google 



lU 



IxftgCMi ijscr of kmmdraad oodenteiiD4ei JHiittohe 

De I^QBWowdigc xopilftgs-dragi |iij 4e SagtUér 
TroQwen hebben wij naaawLearig knnifeen opnemen « 
daar de iteastmaagd ia oos kgemeati thxcla msic- 
XBaxa, ep.otts v^moek atcb daftria aaaUeedde» en 
ons soo hiertoe de gelegenheid, schonk. Wij leyerea 
de beadiriJTiog daarvan inde Sagelier taal, én voegen 
er nevensgaande afbeelding bij , op4lat de leaer sich 
haar zooveel te levendiger en oaanwkearig tevena 
sal kunnen voorstelten. Defe dienstmaagd en iajmmm 
BBUES^ hebben ons de volgende beschrijving opgegeven» 
Dns Inidt sij : » £» grlne C4ippc mü güdms Uome^ 
ciniigcn 9trim^ dn f^éle iéndfi, binnekt mii rad 
er ilnderf ciniigen owmkêd^ 'giLe rdadic mk Uimen^ 
cf^bs m'U aUie 4ift crjh$ mk ^sivrnrc somt ipr dn / iwii 
sèlb^re spdng^ inne nmcc^ rdd sfarldcentt. ^^ambU 
tmi gUdnü irèise 0mme hrmen to mü sèlvere enbpe^ 
silvere spdng an U hdmend mk bdmee letters ^ ridé 
hmie kansce^ rdd scarlacene roe mit góldne trèsse 
dn Maw iesiimmelse ünder omme^ en bénd omme 
side mii en gèldne trisse^ rdd ddnuene seorte^ sei^ 
mU^erespdnge^ bld^egefidde hoêe mit rdde cUnce*/* 
Een groene kap met goadene bloemen , een strook, 
van kant en gele banden, een binnenste met rood er 
onder. en met ksnt gestikt, gele doek met randen en' 
bloemen^ een kruis mei een keten daaraan en een 
kmis met iwart dnwóel daaraan « l^ee stiveren hriien. 
in d^n nek, rood aeharkkeb vrambnis met gonden. 
titesen om de afmien met zilveren knoopen , zilveren' 
haak in het hemd en boompje- letters, roodè< 



Digitized by 



Google 



<ia 



«offen^ vi6od sdbiiMcen rok «iet fodhn tretten fm 
etn UtAuwei^ loom 'onderoni, «tn baad om^enmid- 
•êél met gouden treMen , rood daawsten Vooriekoot^ 
«eliêe»eii mét iflveNo gespen ^ fcl«Mwe gefoMe koa- 
«eB «et roode klilikeD« 

• Wanneer wij deze kkederdragt van naderbif hth 
flohoawèn, «n ¥ergeli]ke&tiiet de bescUijyrpg en af* 
beeldiogt die wmaEMiua, scflorivirs en KRMfve iii' 
kanne bekende werk'on «r yan geven i dan tre#en wif 
bfierin nog al een «eer merkbaar verachil en B/fm]'* 
Ung aan. Kaar wij vinden daa eebter ook nog ge» 
noegzame sporen van Friesche eigendommelijkbeid 
bi) el faet.MaBstersioHe, dat bij dese Sageher-Fri^ia- 
n^en in hare kioeding er zieb beefl i>nder gemengd. 
In de kleuren van geel, rood en blaanw vinden wij 
nog «eoe aigtbare overeenkomst met de gekleurde 
af boldingen, die 'WiirsEinus ons in eenige exemplaren 
-sijner Friesche Ckronique beeft gegeven. Bovenal 
Bjfn "de zilveren spangen nog ecbt Friesch naar de 
opgaven der genoemde gescfaiedscbrijvers. Sptmge 
is bij de Sagelters een zilveren plaatje , dat zij in bet 
bemd op de borst dragen ; dit heeft de gedaante- vaa 
een hart en, zoo wij meenen, ook die, welke in den 
nek bangen. Gespen op de schoenen noemt men 
bier tevens spangen. Volgens de opgave van yam 
vissÈLT bij KiLiAAN, op dit woord , geeft plAntijn ook 
bet woord op in de beteekenis van plaatjes of knop* 
jes van metaal op den band van den broek, ioek* 
spangen , ömements de livre relié, versiersels vmn een 
gebonden boek; mogelijk bebooren bSer mede wel da* 
haken of krappen, nrao zidk een baak töegerehead < 
te wotden. - ,- 'I . i'; .. . * . r. ' 



Digitized by 



Google 



ii3 



Bij xiuiAir viodt gij ook toom-spange^ door hem 
irertaald met buUa^ een bol» een knopje aan een 
toom, In het Schotsch bij jamiesor in zijn Dictionari; 
of the Scottish language ontmoet men spangis^ Ter« 
klaard door het Engelsche spangles^ plaatjes Tan 
blinkend metaal. In het IJslandsch is spaung^ volgens 
GTTDMUnnus ardreae io zijn zoo Toortreffelijk als zeld- 
saam Lexicon Islandicum, mede een plaatje van metaal. 
Het Friesche spoenen^ schaafspaanders , en het IJs- 
landscfae spenna^ een rond plaatje^ een metalen 
maantje, een versiersel op de kleederen^ leiden onS| 
als Terwant aan ons spange , naar den wortel spani* 
nenf uitbreiden, ook verbinden, zoo als in span- 
breed en spantouw^ een touw « waar men bij ons 
in het melken de achterToeten der koeijen mede spant. 
Men ziet das oit dit een en ander, hoe wijd zich 
het gebruik der spangen, of metalen plaatjes, of 
grootere en kleinere knopjes , voorheen heeft ver* 
spreid gehad. Onze Friesche vrouwen droegen de- 
lelye voorheen ook , in overeenstemming met de mode 
van haren tijdj in ronde of platte gedaante, van 
goud of zilver en,, naar gelang van rang en stand, 
meteen van verschillende grootte» op haar boven- 
gewaad. 

Het hemd , roet op de borst gestikte: boomke-letters 
of groote blokje-letters, tusschen welke een gestikte c 
boom in stond, is eene Friesche kleederdragt , ook 
bij ons , hoewel in lateren tijd dan de spangen , in 
gebruik geweest , gelijk zij het in Sagelterland te- 
genwoordig nog is. Hemden met zulke boomke- 
lelters worden nu nog wel uit vroegere tijden in 
Friesche familiën bewaard. In SapeUer^f^nd liggen 

> 8 



Digitized by 



Google 



ii4 



deze boomke- letters, ev^n als Toorheen bij ons, ge-* 
opend en bloot op de borst, opdat deze schoonheid 
elk regt in de oogen moge vallen. Wij herinneren 
ons hierbij het zeggen van onzen yoortreffelijken 
GiJSBERT UCOBS , Waarin hij deze mode dos gedenkt: 

» Az jiemme* ijnnc boerreh komm^y 

n't Himbd opp borst benaeijd mey blommen 

» In mey beamke- letters j beijdf 

» Dat den bleat in ijpen leyl,^^ 
Uitgave van epkema, / deel^ bt. 5r. In ons Friesland 
bestond , volgen^ dit berigt, deze mode ook bij da 
jongelingen; in Sagelterland bepaalt zij zich alleen 
.tot het vrouwelijk geslacht. 

Dé kappe is bij de SageUers , hoezeer dan van een 
geheel ander fatsoen, hetzelfde als voorheen bij ons 
de kapen i^ ook zonnehoeden genoemd, in wier plaato 
de vrouwen bij ons nu kijpsen^ in oorsprpng en be-' 
teekenis hetzelfde woord als A^pe, dragen. Sirümel , 
een Saksisch en ook Deensch en Zweedsóh wooricl, 
bij KiLiAAn stremCy linea ^ lineamentum ^ JUum ^ iractus^ 
Ujny streep) draad ^ streek. Kantigen striimel is hier 
dus streken y boorden van kant. Dat hemde ^ 
banden y linten op en aan de kap zijn, is duidelijk. 
Binnelken is hier zoo veel als eene kleine muts, die 
het bovenste van het hoofd bedekt; het verkleinend 
naamwoord van het plat^Duitsch bön^ verwant aan, 
'öf liever hetzelfde als het Groningerlander bem^ 
beunt je y zolder, zoldert je ^ ook nog het *verhemelte 
in den mond^ yooral in het Oldambi^ eigenlijk £{a< 
iets bedekt y overdekt. Binnelke is dus een klein dék* 
selije , en hierdoor de toepassing een hoofd-deksehje. 
Het zilveren kruis , dat de Sageller vrouwen op de 



Digitized by 



Google 



ii5 



borst met een' zilveren ketting^ of met zwart samt- 
lint, om den bals dragen y is van Daitscben oorsprong. ' 
Zoo Terre ons bekend is , is dit nimmer Friesch ge- 
weest. Samt is een Hoogduitsch woord: sammet^ 
fluweel. Wammes^ ons wambuis ^ is een jak zonder 
schoot of panden, en almede eene Daitsche dragt. 
Hel is een buis, die de wamb^ Engelscb womb ^ be- 
dekt Dit wamh^ womb^ wam^a beteeken t wel, in 
engeren zin^ het onderlijf ^ de baarmoeder, zoo als 
wómb tbans bij de Engelschen, maar in een' mime- 
ren zm^ het Ujf^ Men vergelijke bierbij, wat onze, 
in de kennis der Noordscbg if:^^^^ ^o^ uitstekende 
F. JUNiüS bierover zegt in zijne Observationihus in 
WiLXERAMi paraphrasin cantici canticorum , pag, 'joet'jii 
Tresse is een Duitsch woord,' dat omboordsel^ om- 
zetsel om, den rand , beteekent. Zoo is in bet Daitscb 
ein tressenhutf een hoed met een gouden of züperen 
greel (een soort van galonnen boordsel) om den rand. 
In het woord hdmend tre£fen wij den vollen vorm 
yan ons ingekrompen hemd aan , met eenc vokaal- 
verandering. Hemd is dus eigenlijk zooveel als bet 
werkend deelwoord hemend ^ zamengetrokken hemd^ 
yan bet werkwoord hemen^ omsluiten en bedekken, 
zoo als blijkt uit de woorden hiem^ ham, hemmen, 
Engelscb to hem^ sluiten^ bezetten ^ omsluiten; heime" 
lijk, geheim^ verheimelijken en anderen. Hemd is 
das het hemend-kleed^ welks wortel men meer dan 
waarschijnlijk ook vindt in de laatste lettergreep van 
bet woord lichaam^ zijnde dus betzelfde als At haam ^ 
het buitenste^ de omvatling^ het bekleedsel^ om het 
zoo eens te noemen, yan bet &c, lijk, voordezen, 
gelijk bekend is , ook een levend ligcbaam. Idc^ lijk , 

8» 



Digitized by 



Google 



ii6 



zal oorspronkelijk de beteekenis gehad hebben Tan 
vleesch^ levend i>leeschy zoo als het Gottische leïk^ 
Mare. 10 : 8 in ülphilas vertaling, of het Angel- 
saksisch like^ licCy bij Koning ilyreo in zijne 
A, S. vertaling van beda's Historia Eccles. libr. V^ 
cap, 7 ; en zoo kan lichaam , het omschutsel van het 
vUesch of vleeschen^ om- of ^e^/ez/rz/z^ be teekenen, 
zoo als lijkdoren, doren in hel lijk of vteesch. Of wil 
men lichaam , bij siEGEmsEEK ligchaam , afgeleid hebben 
van tich of tijlf^ leven « en Aeni, omheining: ch, g en 
f verwisselen , voornamelijk, wanneer de f de over- 
gangs -letter is, de f in ch of g; Hf hem ^ llghem^ llchem^ 
omhulsel van het levende ; en daarom zonden wij 
liever lichaam^ en bij afbreking lic-haam schrijven. 
Earme-hanske heeten bij ons earm-moffen, en zijn nog 
eene niet geheel ongewone dragt onder de vroawen 
op het land , hoewel zij voordezen meer in gebruik 
waren. Hanske^ handsbhoen^ is nog in Groninger^ 
land ook het gewone woord. Besllmmelse wil hier 
zooveel zeggen als omzetsel, boord ^ rand^ onder om 
den rok, ter voorkoming van het losgaan der draden 
gezet. KiLiAAN heeft stemmen voor vastmaken; stem- 
men j slimmeny sternen den schoen, dat is, den 
rand van den schoen benaaijené Stemsel, stimsel^ 
is bij hem de kant of rand van den schoen^ de 
rondgaande buUennaad van den schoen. Besiimmelse 
zal dus een zusterwoord van bestiksel zijn. 

Side is hier ons zijde , maar in de ongewone he- 
teekenis van het lijf^ de middel. Bij bersoii in zijn 
A. S. Woordenboek vinden wij echter ook sidreaf^ 
zijdekleedl^ roAr, door hem met toga overgezet 
Het woord zijde wordt in deze beteekenis ook no^ 



Digitized by 



Google 



^^1 



gebezigd in Groningen en Gronmgerland. Men 
segt ook daar , even als in Sagelierland: een band om 
de zijde ^ voor:^ om den middel, om het midden des 
ligchaams» dragen. Daamsene is ons damasten, de 
naam van eene voorheen vrij algemeene gedragene stof, 
mogelijk wel zoo genoemd nfaar de Sjrlsche stad 
Damascus, Gevulde hose^ zijn kousen ^ die gevuld , 
effen gemaakt zijn aan den buitenkant, zoo als men 
ook hel laken ynlt. Op wat wijze men hiertoe met 
zulke kousen handelt, is ons onbekend. Klinke zijn 
op de enkels der kousen vastgehechte , of genaaide 
Tersiersels : in het Engelsch is to ding vasthechten , 
aandrukken, bij shaxspeare in Hendrik 8, act. i, 
scène 3. 

Over het schooneénbevallige van deze dragt te oor« 
deelen, zullen wij aan onze lezers overlaten, alleen 
aanmerkende , dat het bonte en sterke in de kleuren 
haar geene schoonheid in ons oog bijzet. Doch hoe 
onbestemd zijn niet de oordeelvellingen over datgene , 
wat wij schoon en schoonheid noemeu! 

Zulk eene kleeding kost 3o daa»aers, ieder daalder 
a 36 stuivers Nederlandsch geld. Welke benamingen 
men bier verder ter onderscheiding der stoffen be- 
zigt, is ons onbekend; alleen road dobbelsteen is ons 
als een eigenaardige onderscheidingsnaam opgegevisn. 
In HindeloopeUy zoo als wij weleens gehoord heb* 
ben, zijn de -vrouwen rijk in soortgelijke onder- 
scheidingsnamen der kleedingsto£Een. 

. Be dagelijksche kleederdragt der Trouwen is meer 
eene en dezelfde. De Zon- en Heilige*-daagsche kleeding^ 
dit staat met de oudste en kinderlijke denkbeelden 
der menschen nopens de godsdienst in verband, mbet^ 



Digitized by 



Google 



n8 



meer yan het sUtige en onderscheidende hebhen. 
Voor daags dragen de vroawen hier liieest alle Hom- 
pen I blaanwe wollen kousen , roode baaijen rokken , 
en meest een donk^rkleurig loshangend jak zonder 
mouwen, de^ hemdsmouwen tot boven den elleboog 
ruim en hoog opgeknoopt ; doch ook nog altijd dra- 
gen zij zoo het hemd onder den hals met een zilveren 
spang vastgegespt en een bonte doek om den hals, 
ter hoogte van den middel Tastgespeld. Het haar is 
kort afgesneden, en het hoofd wordt bedekt met een* 
kleinen, platbplligen , gro ven strooi jen hoed, waaraan 
rood lint vast zit, dat er bovenop met vijf losse lutsen 
door elkander gestrengeld ligt. Om den hoed vastte 
houden, hangt er een gelijk lint aan, boven aan bij 
den bol aan de beide zijden vastgehecht, en dat/ ver* 
der over den staandeu en geheel ronden rand heen 
loopendè , onder de kiii doorloopt. Deze daag- 
sche kleeding heeft iets los én bevalligs, en wint 
bet hierin, naar ons oordeel, van hare zondaag^ 
sche yerre. Men behoeft haar slechts onbevooroor- 
deeld te beschouwen , om hiervan overtuigd te wor- 
den en met onS in te stemmen. Andere merkwaar- 
digheden hebben wij omtrent dit punt niet kunnen 
opsporen, en de lezer zal hiermede tevreden moeten 
zijn , zoo hij er maar niet van oververzadigd is. Alleen 
moeten wij er deze opmerking nog bijv<^egen: In 
ons Friesland stelden de vrouwen voorheen groeten 
prijs op de bewaring der voorvaderlijke kleeding* 
st-ttkken en vooral van .haar bvnidsgewaad, en dezen 
karaktertrek troffen wij ook in de Sagelterlander 
vrouwen aan , als een nieuw bewijs voor do gelijkyor- 
niigbeid in denkwijze .en zeden bij ons en Sageltes 



Digitized by 



Google 



"9 



schoon geslacht. De Kist toI geerftley overoude en 
Tri] kostbare kleediDgstukken , welke ops bij eene 
Sagelter boerin onder de oogen kwam , gelnigde luide 
en beslissend réor deze OTereenkonist. 

Aangaande de gebruiken dezer Friezen bij hunne 
bruiloften I fauweli]ken en begrafenissen, is ons het 
Tolgende opgegeven , dat wij hier met eene en an- 
dere aanmerking zullen mededeelen. 

Zij trouwen het liefst en meest onder .elkander ; 
slechts zeer enkelde vreemden zijn in hun landtje 
ingetrouwd. Hierdoor blijven zij' een yrij> onvermengd 
geslacht en eene familie. Deze afkeer van vreemde 
vermenging 9 die echter dbor den loop der omstan- 
digheden thans In het afnemen is , is hun gemeen 
met onze Friesche voorouders, die, zoo als wifuit 
de geschiedenis en hunne vroegere en latere wetten 
weten, ook zoo afkeerig tan vreemdelingen, bovenal 
van de Hollanders waren, dat zij op allerlei wijze 
Treemden. uit hun midden zochten te' weren en eene 
wet hadden, die bepaalde: » Nin Hollandera schil me 
ontfaen for en horgher^"^ » Geen Hollander zal men 
als burger ontvangen.^' Zoo deed ook in vroegere 
eeuwen de Sagelterlander ; zie het besluit der twaalf 
Burgemeesters of Gevolmagtlgden van Sageherlahd. 
oyer deze zaak hier achter (I.) 

Hunne huwelijken, meer uit reine liefde aangegaan,' 
dan wei in beschaafdere en rijkere maatschappijen , 
waar xnaar al te dikwijls op rang en geld als de 
hoofdzaken gezien wordt , mogen over het geheel naar 
de yefkekering hunner Pastoren gelukkig genoemd 
worden.' Weinige ofgeene voorbeelden van ongeluk<« 
kig^ huwelijken kent men daar. Weinige onechte 



Digitized by 



Google 



lao 



kinderen worden onder dese Friezen geTonden. 
Hftnne ceden waren tot in het midden der achttiende 
eenw nog rein; Tan de zestiende eeuw tot dat tijdstip 
yonden wij in hunne doopboeken geene melding ge- 
maakt Tan een onecht kind, onder hen geboren, en 
sedert dat tijdperk tot nu toe van slechts enkelde. 
Van ontroaw is ons onder hen geen enkel Toorbeeld 
bekend geworden , en de eens gegcTene trouwbelof- 
ten werden altijd heilig gehouden. De huwelijks- 
trouw , wegens welke TAaTUS de Germanen in tegen- 
stelling zijner bedoryene en wellustige Romeinen zoo 
hemelhoog Terheft, is onder deze afstammelingen van 
Germaanschen tak nog ongeschonden. De wellust en 
het OTerspel met hare verpestende gCTolgen zijn hier 
nog onbekend* Mogen zij het altijd blijven! 

Wanneer een Sagelter Jongman zijne genegenheid 
op een meisje geyestigd heeft en nu bij zich zeWen 
zegt: «fc ben sins htter del wocht wey to früjen^* 
9 Ik ben Toornemens dat meisje te heyrijen/' ver- 
keeren zij eenigen tijd met elkander, en, wanneer zij 
het nu onderling eens geworden zijn, wordt de zaak 
aan de ouders Tan het meisje en Tan den jongman 
bekend gemaakt, en vraagt de Trijer om hunne toesteni- 
ming tot het huwelijk met deze jonge dochter. Als 
die nu met deze Terbindtenis het eens zijn, en in 
hunne taal dit antwoord geven : » fTen U wocht der 
mit to ƒ ré is^ den sjogge wi det jerne,'^ » Als het 
meisje er mede tCTreden is, dan zien wij dat gaarne,'* 
dan is de zaak geklonken en de knoop gelegd. Na 
wordl de dag Toor de wedscip of werscip^ dat is , 
bruiloft, Tastgesteld» en de huwelijks-geboden worden 
bij den Pastoor aangegeven « welke die drie achter- 



Digitized by 



Google 



lai 



eeayolgende condagen !d de kerk roor de voltrekling 
Tan het huwelijk moet afkondigen. Een dag Toor de 
hrniloft geschiedt het ncugjen cppe wedscip , of 
noodlgiDg ter brailoft, tan vrienden en bekenden. 
De persoon , door welke* deze noodiging geschiedt en 
die in bet neder- of plat«Duitsch den naam van 
Jiochzeits^bitter ^ noodiger, of eigenlijk bidder tot 
de brailofl, droeg» had vooirdexen een stok, in het 
plat-Daitsch ein hochzeits-bitter'Steckeny geheel met 
verschillend gekleurde linten en strikken omwonden, 
bij zulk ecne gelegenheid in zijne handen. Doch 
tegenwoordig is dit gebruik afgeschaft en de noodiging 
geschiedt zonder dit teeken der bruilofts- en huwelijks- 
vreugde. Yaste formulieren worden bij zulk eene 
noodiging door den bidder tot de bruiloft gebezigd , 
waaryan wij er een paar in de Sagelter spraak, ons 
medegedeeld* den lezer hier willen opgeyen. 

COOP EILBE8 en GEPKE HEUES TAMELINCK, Oud 72 jaar 

en echtelieden te Eamsloh^ hadden bij hunne brui- 
loft zich Tan dit formulier bediend , dat wij hier 
woordelijk nederschrijven. 

» Ie bid ju, sprèc üs mérden óc wet fin; wi wollen 
werscip réce ; jou mot alle compie , jong an k\d ; 
iten an drincen sèd; bjar an füsel an at wet 
Godt rèct^ sèd.'* 

»Ik bid n, ons morgen eens te bezoeken; wij zullen 
bruiloft geven; gij moet allep komen, jong en oud; 
eten- en drinken in overvloed; bier en jenever en ai 
wat God geeft , in overvloed." 

Het andere formulier is ons door de meermalen 
genoemde xukke beijes opgegeven en, uitvoeriger 
dan het eerste, yan dezen inhoud: 



Digitized by 



Google 



112 



» Ic bid ja, sprèc é.9 marden óe wet ^n; wi woUen 
wedscip réce; jou motte alle conline, jong an ald, 
an mit en glès b^rndelwin an m^rdens m^i for Vjonw 
ne'men. Met min bréd ftnne tsèrce g&nge, to sjèë 
det wi copeMrt wérde; wen di copclatión fofbi is, 
èlter buse we} gunge , an for ])Otiw neme wet eeneen 
an cèller ferme j: en stut fèn beseften rogge, en stic 
fin en fatten ocse, entonne bjdr,- fjonr of fif of en 
bil stige (tj&n), so folie as ju meijen, an mScet jó 
lustig; tid, lucbtan fjAr, stol an bSnce, spilljüd, 
fiólslricere scèllen nit wegert w^rde ; det scel in- 
gange tornsdej bet fréjè'ndej marden, bet di sonne 
ör alle beVge sjint, 24 iiren rund. Dit b^de sceY 
net fèn ju wegert w^rde. Wen nu of mërden ju of 
ju berden ér w^r neudig sint, wollen wi mit scul* 
dïge dinc wer instelle. Min bede was litic an dè 
wórde kort; i mog ét en lilic èttert&nee; i witen 
vréi det wi 't jern hebbe wolle det i us ênsprece/' 

» Ik bid Q, ons morgen eens te bezoeken; wij willen 
bruiloft geren ; gijl. moet allen komen, jong en oud, 
en met een glas brandewijn bij het middagmaal bet 
YOor lief nemen. Met mijne bruid naar kerk gaan, te zien 
dat wij vereenigd worden; als de vereeniging ge- 
schied is , naar buis gaan en yoor lief nemen wat 
keuken en keidei: t)pdisschen : een stoet van fijn rog- 
gen meel, een^stuk yan eénen vetten os> een ton 
bier, Tier qf vijf of een half stieg (tien), zoo yeel als 
gij lust, en maakt b vrolijk; tijd, licht en vuur, 
stoelen en banken , speellieden , yioolstrijkers zullen 
niet geweigerd worden ; dit 2al aangaan donderdag 
tot vrijdag morgen totdat de zon óver alle bergen 
schijnt, 2 4 lU'en rodd. Deze bede zal niet van u 



Digitized by 



Google 



123 



geweigerd trorden* Wanneer nu of morgen g!) of 
uwe kinderen ons wederom van nooden zijt» zollen wif 
met schuldigen dank wederom bij a komen. Mijn 
Terzoek was klein en de woorden kort; gij moogt er 
n een weinig op bedenken; gij weet wel dat wij bet 
gaarne hebben willen dat gij ons bezoekt.'* 

Wij willen ook de beschrij?ing Van eene brailoft in 
het Sagelterland wederom met de eigene woorden 
Tan eveogenoemde Friezin op de noodiging tot de 
brniloft hier Tolgen laten, Wij vroegen baar naar deze 
beschrijving in onzen- en zij ayitwoordde qns in 'haren 
tongyal das: •Hoe giet ii hier mei ü trouwen P 
Hoe gaat het bier bij bet trouwen ?** 

» Wen en piLr hilcje wolle, den fr^gje se érst fSn 
bede cinte Ak ildere of d& der en fr^ mit bètfe. 
Wen hjfi der n^it to fré sant, den g&nge se etter 'm 
Pastor an léte sic &nscrjnwe mit tw^n tja- 
gen , fin èlce side éne. N6 wérde se d& érste treje 
sondagen- cundiged inne tsèrce* D& dej for bire 
.wedscip nengjé sed&frjunde, andengliDgen se or dejse 
m^rdens etter tsèrce to, an late sic to h&pe jëwe. 
Wen hju nü hilcet snnt, den wert er en hogmisse 
d^n; wen bjü fit is^ den g&n se etter 'm Pastor, die 
tract^ret se in 't bus» an da tjdge tract<^rje di Ijude, 
d& inne tsèrce wësen sant oppe stréte for Pastors 
hós, so lange det br^d en brédegom w^r fit Pastors 
hfis fit comme; den glinge se etter wedscipshus, an 
dll tjfige tractérje dk Ijfide so l&nge oppen wej det 
se inne hus come. Wen br^d an br^degom bi \ hfis 
come , tractërje se bim , an den bilt di b&be fin 't 
Wocht dll fent an de mémme ffin dft fent det wocht 
in *t wedscips bfis^ nfi drince sè ërst coffi, br^d an 



Digitized by 



Google 



^^4 



brédegom mit dft tjfige an ik Uiere 6c. Jeune . 
midde) come d& frjiiDde om da wedscip mit bV to 
wonjen an den stondt ftlles clfir. Wen *t middej is, 
den ite se wèt: érst soppe mit ris, deiv ftnsette bóne 
an ènsette boscól, droge crüpbóne an èrte« ant^occe 
gorte mit plumen an swit» ah risenbréj mit witen 
strap&cer an carnél, den spèe an fikse» wurste, 
scince ad stutebotje an br&dbotje mit bj&r of fusel. 
As 't iten d^n is, den fènge se fin to dfinsjen, ërst dft 
brëd an brëdegom mit d& hé fildere , an d&nsj^e*n ëren- 
dans, an wen dS det Aén hebbe, den al ik d<^r ip 
bus sant. , Det duret bet ores dejse mérdens, dfi 
g&ngt èlc etter bus. Dl bfirndewinscop mU d& lètse 
mit swite fusel of bfirndewin der fin, wert nèt fer jéten/' 
» Wanneer een paar trouwen willen , dan Tragen 
zij eerst yan belde zijden de ouders of die daarmede 
tevreden zijn. Als zij daar mede tevreden zijn , dan 
gaan zij naar den Pastoor en laten zich inschrijven 
in tegenwoordigheid yan twee getuigen» yan iedere 
zijde een. Nu worden zij de eerste drie zondagen 
afgeroepen in de kerk. Den dag yoor de bruiloft 
noodigen zij de yrienden , en dan gaan zij des anderen 
daags morgens naar de kerk toe en laten zich huwen. 
Als zij Bu gehuwd zijn, dan wordt er een hoogmisse 
gezongen; als die uit is, dan gaan zij naar den Pas- 
toor, welke hun in zijn huis onthaalt, en de getuigen 
onthalen het yolk, dat in de kerk geweest is, op de 
straat yoor het huis yan den Pastoor, tot zoo lang 
dat de bruid en bruidegom wederom uit het huis 
yan den Pastoor komen; dan gaaii zij naar het huis 
yan de bruiloft, en de getuigen trakteren het yolk 
zoo lang op weg, tot zï) te huis zi/n. Als de bruid 



I 



Digitized by 



Google 



ïa5 



en braidegom t'lmis komen, dan trAlecrt men hen, 
«n dan brengt de y ader Tan het meisje den jongen en 
de moeder Van den jongen bet meisje in het huis van 
de brniloft; dan drinien zij eerst koffij; de braid en 
braidegom met de getuigen «n ook de ooders. Tegen " 
den middag komen de vrienden om de bruiloft mede 
bij te wonen en dan staat alles klaar. Als 't dan mid* 
dag IS, dan eten zij wal: eerst sdep met rijst, dan 
ingelegde snijboonen en ingelegde zuurkool , gedroogde 
kruipboontjes en erwten, en dikke gort met pruimen 
en zoet» en rijstenbrij met witte strooi-suiker en 
kaneel, dan spek en n vleesch , worst , ham en 
stoet en witte brood met bier of jenever. Als het 
eten gedaan is, dan beginnen zij te dansen; eerst 
de bruid en bruidegom met de beide ouders, deze 
dansen dan een eeredans , en als die dat gedaan heb- 
ben, dan allen die in huis zijn. Dit duurt tot 
des anderen daags morgens, dan gaat ieder naar 
huls. De brandewijnskop , met de lepel met zoete 
jenever of brandewijn daarin , wordt niet vergeten." 

Wij voegen onmiddelijk , niettegenstaande wij dan 
in eens van den hoogstèn trap der menschelijke 
vreugde in de laagste diepte van' droefheid moéten 
afdalen, een berigt uit denzelfden mond hierbij van 
de gebrnikelijkheden bij eene begrafenis in Sagel- 
terland. Ziet hier vraag en antwoord: 

» Hoe giet it hier met in begraffenisse P Hoe gaat 
bet hier met eene begrafenis p'* 

» Wen wel dad is, den lüce se hlm en d&den elad 
An an ledse hlm inne eiste; den wirt er de trèdde 
dej begreuwen, an den comme dk frunde om him 
dè léste ér to bewisen an fólgje him etter tsèrchóf. 



Digitized by 



Google 



ia6 



Érst6 urert er inwéd op *t tsèrchöf, an den ginge se er 
énsens mit om *t tsèrchöf to; den begreawe se him, 
an den gAngt me in d4 tsèrce an hert en misse an 
prétenje, an den gdngt me ettef h6s, Den orige 
V ók nejste frjunde wet iten an drincen an den ^fioge 
;se èller hus." 

» Als iemand dood is , daü trekken tij hem een 
doodkleed aan en leggen hem in de kist; dan wordt 
bij den derden *dag begraven « en dan komen de 
Trienden om hem de laatste eer te bewijzen en yol- 
gen hem naar het kerkhof. Èejrst wordt hij bij bet 
kerkhof ingewijd , en dan gaan zij eena met hem om 
het kerkhof; danbegraven zij hem, en dan gaat men 
naar de kerk , en hoort eeiie misse ed predikatie , en dan 
gaat men naar hois. Dan krijgen de naaste Trienden 
wat eten en drinken en dan gaan zij «aar huis.". 

Ook bij de uitnoodiging tot de begrafenis bedient 
men zich alhier van formulieren, zoo als bij het 
noodigen tot eene bi:niloft dit het geval is. Het Tolgende 
formulier is ons, als gebruikelijk in dezen, opgegeven* 
• Géax an bisce — ik berden an da frjunde — 
JAN aa ik beriden léte ju bidde mit d&de êgen. Iten 
an drince wet God beljèwt." 

» Geert en bisce, of: de kinderen en de vrienden, 
of: JAif en dcf kinderen laten u verzoeken met rouw- 
gewaad (te komen). £ten en drinken wat God belieft.'* 
Bijzonder opmerkelijk en als zeer oud komt ons in 
dit formulier de uitdrukking voor: mU ddde dgen. 
Wat mag zij wel beteekenen? Deze vraag is voorze- 
ker niet gemakkelijk te beantwoorden. Wij kunnen 
hier alleen gissende naar de waarheid tasten, en zijn 
geheel buiten staat in dezen het cekere te vinden. 



Digitized by 



Google 



127 



Aan de eigenlijke o«ogen Xunnen vij bier niet denken ; 
althsms dan kannen wij aan deze uitdrukking , in eoo- 
Terre wij het inzien , geenen drageüjken zin geven. ^ 

KiLUAN geeft ons de woorden eghenen^ herkenen, * 
en hegheninge^ als beteekenende 'versieren^ uitrusten en 
'Versiering^ in zi]n woordenboek op. Hij zet ben in 
bet Latijn met omare, colere^ instruere en instructiot 
cidtus^ ornatus over. Wanneer wij no eens aanna- 
men, dat dgen bier met zijn ^eghenen^ door bem ab 
in zijn* tijd reeds veranderd in heghenen opgegeven, 
in yerwantscbap stond t^n opzigte ook yan zijne be- 
teekenis, en wij namen ddde dgen bier in den zin 
yan versiersel^ kleed\ voor^ of ter vereering van^ 
den doode^ dat is, TOor de plegligheid der begra- 
fenis, gevorderd en gepast? Ddde ^^n zonden dan 
bet dood' oi rouwgewaad moeten be(eekenen. Ons 
schiet op dezen stond geene betere yerklaring Tan 
deze moeijelijke zegswijze te binnen. Aangenaam zal 
bet ons zijn eene gegrondere te ontrangen. 

Wij voegen bij het reeds gezegde over deze ddde 
dgen hier nog hét volgende. Zonde bét woord dgen 
niet een en hetzelfde kannen zijn, boezeer dan ook ' 
van verschillenden vorm, als hoik^n^ heuken\ huijcke, 
hetgeen hetzelfde in beteekenisis als ons t^rouwen regen^ 
kleed, of zwarte mantel , dien zij nog heden bij ons bij de 
begrafenissen dragen? De h of aspiratie kon tpcb 
gemakkelijk door eene andere uitspraak voor dgen 
geplaatst en de g in de haar verwante letter k, of 
omgekeerd, veranderd worden. C, cA, g en k zijn 
alle naauw aan elkander verwant , ja eigenlijk maar 
een en dezelfde, verschillend uitgesprokene letter. 
Zoo vindt men in het Frankisch chdnd voor ons kind r 



Digitized by 



Google 



ia8 



acharla^ Latijnsch agelluSf ons akkertje; chxddine^ ons 
gulden; in het Theotiscisch Cof, ons Go^. De fae^ 
dendaagsche Duitscher zegt nog henken^ henker^ 
henkei ^ , ons hangen^ hanger, hengsel; de FranscTiman 
spreekt onze g Yooraan de woorden ook uit als k^ 
b. ▼. God als Kod^ goed als koet. Yan bet woord 
hoiken zeggen de Schrijvers van het Bremisch-Nieder» 
Saksisch Wörterbuch^ II theil^ op het woord , dat zfj 
in oade tijden. eene soort van mantel was, waarvan 
vooral de vronwen veel gebruik maakten, en dat 
zij mede tot het gerade, de lijfdragt , gerekend werd. 
Ook, vervolgen zij, werden deze hoiken tot het heer- 
gewaad gebragt; de mannen moeten dit kleed dos 
ook gedragen hebben. En in eenïge oorden van 
Westfdlen gaan de vrouwen zelfs met zulk éen* man« 
tel ter kerke. Het woord regen-laken y hetzelfde als 
ons regen-kleed ^ is voljgens die zelfde Schrijvers ook 
tiög in Bremen gebruikelijk. Ook in Sageltertand 
dragen nog heden bij de begrafenissen de voorna- 
mere vrouwen soortgelijke zwarte sluijers of mantels, 
gelijk aan onze regenkleeden. Ja, zoude het wel 
eens zoo geheel ongerijmd of zelfs ongegrond zijn, 
om vast te stellen, dat ons regenkleed ook niet een 
kleed, mantel en bedekking ter beschutting voor 
den regen y maar een dood- een begrafenis-kleed is, 
en das het eigenste denkbeeld oplevert als ddde 
dgenP Hras of hra:i beteekent toch in het IJs- 
landsch een lijk^ en hreaw ^ rccwe in het Angel- 
saksisch hetzelfde. Bee en rad wordt door den 
taalgeleerden wïArda in zijn Alt-Friesisches fFórter- 
buch op hres^ den tweeden naamval van hre^ van 
een lijky in de beteekenis van doodkleed opgegeveni 



Digitized by 



Google 



lag 



heocfemt rosuw'zweein dood zweet. Bijonzen kiluait, 
h^ wkn wij ook dat reeuw-zweet^ van wiarda , uit 
hom oTergeoomen, aantreffen, is reeuwsel of reewg 
doodschtUm ot speeksel^ reeuwplacke ^ iegenwoordif^^ 
wgt hij, dood-ncpe^ een doodvlek. Doch meer dan 
genoeg hier? an. 

In het begin deser eenw was het te Ramslok , zoo 
als ons de E. Pastoor • • • • cuelkan verhaalde , nog 
in het gebruik, dat men de lijken der kraamvroawen 
niet op de gewone wijze rondom het kerkhof droeg, 
maar sleepte. Slepen , zeide zijn E , hetwelk zoo veel 
zal ^^ willen zeggen als op de handen of armen, en 
dus digi langs den grond , rondom bet kerkhof dragen. 
Dit misbruik, zoo ongerijmd als schadelijk, was te 
regt door hem afgekeurd en door zijnen invloed afge* 
schaft geworden; Bij ons werd voordezen een witte 
doek of stuk linnen over het kistkleed bij de begra- 
fenis van kraamvrouwen gelegd , en de kist werd ook 
niet op de schouders, zoo als anders geschiedt, 
maar op de armen , en dus onderhands , om het kerk* 
bof gedragen. Dit misbruik, nu ook hier, gelukkig} 
afgeschaft, schijnt bij ons even als bij de Ramsloher 
gemeente uit even dezelfde bron gesprongen te zijn. 
Het bijgeloovig denkbeeld nopens de onreinheid der 
kraamvrouwen was, zoo als wij weten, in oude tijden 
zeer uitgebreid, algemeen en diep ingeworteld. 
Welke levendige bewijzen leveren, onder meer ande- 
ren de oude Joodsche wetten ons daarvan niet op! 

De rouwtijd in Sagelle over ouders duurt een jaar 
en zes weken, over broeders en zusters een half 
jaar, en over neven en nichten een vierendeel jaars. 

Men gaat hier op den trouwdag des voormiddags 

9 



Digitized by 



Google 



i3o 



te 8 ^ 9 anr naar de kerk, en ni^t, soo als hocqb 
in zijne Rcise j s» 21 j, schrijft, des- middag» om 12 
nren. De gehoodigde yrienden geven de jonggetroiur- 
den, zoo als dit ook bij ons en elders* in gebmiV 
is, hnisgeraden en ook geld, van 16 goede g«iosscfaea 
tot 2 rijksdaalders, ten geschenke; en de ongetronw 
den onder hen ontvangen dan ook wêderleferig 
bij Kan hatelijk zoodanige giften. Ook litldyin is 
het verhaal van hoche niet ^eer naauwkenrig. Op de 
bruiloft moet de Pastoor altijd tegenwoordig ivezèn^ 
en hij is ook gehouden, om de jonggetrouwden hel 
eerst 'in de Pastorij op brandewijn of - foesel ,' ci^ 
soort van jenever, te onthalen, terwijl dé leiders 
van braid en bruidegom of de getuigen do overige 
menschen, die bij de troawplegtigheid' tegenWt>o#dig 
zijn geweest , op eene gelijke wijze buiten 's huis ont* 
halen. Gelijkvormige, echt Friesche cebruiken op 
eene bruiloft bij ons en de Sagelterlanders, die niet 
tevens elders in een of ander opzigt in acht gen0« 
men worden, zijn er zeker weinige. Het dansen in 
de rondte, onder het zingen van: 9 Hier hebben wij 
een govert (ook een wic- óf zwartkop) in dezen 
dans" enz. of: •Hei f 't was in de mei^ meiy mei" 
enz. en misschien nog meer dergelijke, zoo als 
dit bij ons in gebruik is, en ook min of meer ia, 
Sagclterland , waar nu echter ook het walsen of 
slèiferen is ingevoerd, zal zich zeker, onder meer- 
dere o^ mindere wijzigingen en Veranderingen, veel 
verder dan in de Friesche landstreken verspreid heb- 
ben. Dit gebruik hdugt toch zoo vele eeuwen en 
draagt zoo duidelijke trekken van zijnen overoadctt 
Heidehschea oorsprong op het aangcfzigt, dat ysi] 



Digitized by 



Google 



I3I 



hei teeday himom ;0M «Js jtA al|^i»eeiier dan in bet 
aii4e f Frifslami^ ift 4^ dagen ^s Hetdendoms , moe- 
teiv Tc^tvsteUen ,j erfiowel met grootere of kleinere 
Te^rapdeiDingen in .de. woorden dezer gezangen; bij de 
veranderiDg . Ttnde Hetdensobe godsdienst id de 
CfajtijsteU^kje, lud dit iv^I yooral door de inyloeden 
der : ClMTislelaike Pffieatere pls^ts gevonden bobben. 
De ^)^en; /ifeikA op de Sagelterlander bruiloften 
gennUigd worden ( bebhen in deze en gene opzigten 
▼eel yen 'de Friesebe, zoo aU de rijstenbrij met 
smiker.ea. kaneel 9 de erwten en dikke gort met prut- 
mdQven: suiker, welke laatste yoorai in Groningerland 
te buis bebooren^ bam of scbenke, wanneer men de 
brniloft op den voormiddag begint; in andere opzigten 
stjtt' xij ecbter wederom yan de on^e meer of min 
yerscbiJlende. fiet meest of rein Friescb is bier 
ongetwijfeld de zilveren of tinnen brandewijn skop 
met den lepelen zoeten, dat is» met sniker gemengden 
brandewijn, waarbij dan nog bij ons de rozijnen 
gevoegd worden. Dit ond Friescb gebruik , van dit 
TO'cht zoo uit ëénen kop, bij die gelegenbeid te 
drinken, moest zeker op eene zinnelijke wijze de 
eenstemmige en gemeenschappelijke deelneming der 
bruiloftsgasten in de'yreugde yan bet jonge paar te 
kennen geven. Zulke teekenen of symbolen waren 
todi gebeel in den geest onzer kinderlijke en zinne- 
lijke yaderen. 

Meldens- en opmerkenswaardig onder de Sagelter 
nU^panningen zijn nog, zoo als de Heer hoche die 
noemt, bunne biervisüen. Eigenlijk zijn dit familie* 
zamenkomsten pnder de Sagelterlander vrouwen > 
wanneer eepe van baar nieuw bier gebrouwen beeft : 

9' 



Digitized by 



Goögle 



1^2 



Zij,' die dit Tenrigt' heeft; ontfaiaalt dan daafo)p en 
tevens op andere T^siisperiDgen hare Ynendiooeh 
pa bekenden^ en al koutende brengt men' dan duar- 
mede een' namiddag met elkander door. In vorige 
ilagen geschiedde dit echter ook al ▼eelvnldïgèr dan 
tegenwoordig. Dal dit vooral vroawelijke b^enkóm- 
steu waren, mag wel daaruit mede ontstaan tijn, 
omdat de mannen als veenwerkers en turfschippers 
meest van huis waren. Zulke biervisiten of a^unen- 
kom$len noemen z\] öjdringe of Ifjdrscdp ^ leiiérl^k 
iiering of öierachap. Yan eene hooge oadheid en 
groote algemeenheid onder den Germaanscben volkse 
stam achten wij dit gebrolk te zijn. Reeds in de 
wetten van den West-saksischen Koning Ine, die in 
het laatst der 7de en het eerst van de 8ste eeuw in 
Engeland regeerde, lezen wij toch van boeten, rast- 
gesteld op yeciitpartijen , on, gebeorscipe^ op gebier- 
schappen, letterlijk bijkans het Saterlandsche ö/dr* 
scdpy alleen mist hierin het voorzetsel ge^ hetwelk 
in het Angel- Saksische gevonden wordt. Het AngeU 
Saksische beteekent in die plaats zooveel als maaltijd 
of vrolijke partij^ daar het Saterlandsche in een* meer 
bepaalden zin genomen wordt voor eene bier-part^; 
doch dit kwam door de verandering der gewoonte. 
Het Sagelter gebruik zal wel een zwak overblijfsel 
van eene eens meer algemeen bloei jende, ook bij de 
Angel'saksen, naauw met de Sagelter- en alle Friezen 
verwant , gevondene gewoonte zijn. Bier heeft toch bij 
onze vaderen in vroegere eenwen eene hoog^ 
gewigtlge rol gespeeld. De lezer, die zich in die 
^t^ijden kan indenken, en dit een . en i^nder weet , 
ziU ons dezen uitstap ten g^ede honden. 



Digitized by 



Google 



i33. 



r Bet ts e4i«s lofwraardige eigenscUop in <lèn lïvénsci», 
welke* bels^s!. door OTcrbescIiaTing ook ik\ reeds te* 
yeel gjoledeo heeft, dat bij elk nienw vreugde-genot , 
door bet verkrijgen van iets belangrijks fn sijne oogen, 
met zijne vrienden zoekt te deelen. Zoo is het hij 
bel meiboom-ptanten op een nieuw gebouwd huits, 
bij den ingezamelden oogst , bij bet siaglen , en hi; nog 
meer andere zoodanige gelegenheden. Men denke hij 
dit een en ander aan de gemeenschappelijke vrolijk- 
heden, bij den wijnoogst ini Frankrijk en Buüschland. 
Die volken zijn er te gehikkiger om, bij welke het 
meestie van deze kinderlijke en dankbare vermakelijk- 
heden is, overgebleven. Bij ons beetaet er' heden 
slechts verbazend : weinig van dien aard meer, naau* 
welijks eene zigtbare sehadawc; 

Onder hunne vroegere volks-vermaken behoorde 
ook het schieten naar den vogel op het Pinksterfeest, 
zoo als hiervan in hnnne Archiven melding gemaakt 
wordt. Eene vermakelijkheid, gelijk als ons voor- 
mal% papegaai-sqfaieten, van een meer Friesch ka- 
ridLter. Bij ons echter is deze uitspanning ook al 
bijkans geheel in onbruik geraakt; het 'meeste dat 
er- nog van overbleef^ is het spreekwoord: » hij heeft 
den papegaai geschoten.'*^ De oorsprong en beteeke- 
ntt van dit vermaak, om een houten voger, op een** 
hoogen paal vastgemaakt, op zekeren afstand in den 
grond gezet, er af te schieten, en daarvoor eene 
zekere eereprijs te ontvangen, liggen gewis in dó 
dnisterste oudheid verholen. Voor het overige 
hebbén de Sagelter-Ffiezen thans ook al vele uit- 
spanningen met hunne Duitsche naburen gemeen, 
z«o ak het dansen «: kaartspelen en andere. Het- 



Digitized by 



Google 



i34 



kaatispel, Mer ook in gebraiki, is wvderom Tan 
eenen meer Frieseben aard, soo-als vij Tevmeetien. 
In de lange winteravonden komen bier ookv i^<H> tiU 
dit in onze Friesche wouden,' Pivn/fe «n %\iéfB 
gebmikelijk is, de dienstmaagden op) Ëoogêttairadü 
spingezelschappen tn minder oi^ mêerdvr igètël te 
zamen, om in bet apinneil met: blkamder te -wed- 
ijveren. 

De algemeene boisselijke krenswrjzef tdev * bwrgers 
alhier is das ingerigt. 2ij eten Toor^bet'eerst des 
morgens om . zes nreo, 'en # el eèmatol^ braPöds. ' Dan 
weder om negen nnr koifij met pannekoek' <if ^léffij 
met boter en brood of ^eeneabotèAam.' ^ Oü twee 
tiren weder wat brij eb brood. OmivajÊoalyeiiterodd 
met thee, en des avonds* oln aohtirat wa]mi->e^en. 

Hetgene de reiziger HOCHBinmijnein^taeermalen 
aangehaalde, Reise verzekerl,>daft derfilgélterlimBeiv 
bij nachten en niet bij dagen f' rekenen^, l^>«s g^eel 
bezijden de waarheid. ' 2ij rijtenen veven^^oed «la 
wij bij dagen. Zij hebben even al8'^fj>o«jk\^eh'faimne 
etmalen, welke tevens min of- meer zoo> ajia^ bij^t^ons 
tot zekere tijdsbepalifvgen^diene». 'lKaa(rhëtiMideR.O^« 
maanscbe gebruik, om bij naditenlenebntcDi, waartan 
TAciTUS in zijn vroeger genoemd w<etk)erf èwi^^maakt , 
en dat eens veel algemeener .was.fvSs'hier reedstvbor 
lang uitgestorven. Het.rekeoen biji'^aebfeil ,.io£^'>)ioo 
als de Angel*saks en andere noordelijke vvolkenl de* 
den, bij winters, ligt geheel 'in <4e :>ki«jleriijk«j9«D 
zinnelijke natuur der^ voorvaderfm* rJJtftgv^dett'ireke* 
nen immers onze kleine kimler^ -^b^j ^naehten» 
9 Hoe vele nachten moeien]WifnQf^9lapfKk»^^^'-'iB^unne 
gewone yraag » wanneer «j lets^. rii^ribtinn»(aehlittiog 



Digitized by 



Goögle 



i3j5 



belangrijks, zullen ^o^eii^ h, y. ^(^^ ^s/ of iets, 
wa»rop zij grooten prijs stellen ^ te gemoete zien, 
zoo als 9 pm iets te noemen, st. MKOLAAs-geschen- 
ken. De donkerheid, de stilte en de slaap in den 
nacht, gejijk ook de doodsche staat der natuur in 
den noordschen winter, moesten wel uit hunnen 
aard een' diepen en ongewonen indruk op zoodanige 
menschen maken^ "welke in Velq opzigten nog kin- 
deren waren, en zeer sterk op hunne yerbeelding 
werken. ^ 

In Sagelterland zijn, zoo als boyen gezegd is, 
drie kerkdorpen: Ramsloh, StruckUngen en Scharl^ 
waarin raen kerken vindt van eenen niet ongemeenen 
ouderdom, met muren, welke yan zeer groote, 
gebakkene steenen zijn opgemetseld. Steenen, bijkans 
yan dezelfde soort als onze yoormalige, zoo ge- 
heeten^, oude Friezen^ ook eene yrij groote steen- 
soort. ^ ' In vorige eeuwen mogen bier almede gelijk 
elders, volgens toenmalig gebruik en den drang der 
omstandigheden en der tijden, wel bouten kerken 
gestaan hebben, die in lateren tijd , to^n ermeeront- 
■wikkeling, welvaart en kracht in de maatschappij 
.ontstond, in sleenen veranderd werdep. Men wil» 
4lat het verwelf in de kerk te Slruchlingen van de . 
iZde of het eerst der i^^e eeuw dagteekent. Op de 
klok te Ramsloh vindt men bet volgende opschrift: 
iAnno Domini i488 Tempore Domini eoberti cürati in 
,RaemslOf me/ecitioWLS de damoiïe; dat is: In het jaar 
4les Heeren 1^88 f ten tijde van robektjjs^ cwmaf (geeste- 
lijke) inRamslo\ heeft ToiCAs vak dai^me mij gemaakt^ 
Op eene tweede klok ter zelfder plaatse leest men^: 



Digitized by 



Google 



i36 

HariI bin ick geheten i 

Dé van Rameslo hebben mg laien ^jien 

______^_ anno 1741. 

caassaaaa i ' 

Daer bij 

Goei Ghert viü Wor m^. 
Het altaar aldaar is geboawd in den fare i66a , 
den 7 Juli}. Te StruckUngen staat bet volgende op 
de kiel: 

MiRU doo ick heien 

Dat karspel tko Utende laet mg' gh^'ten 

anno Domini r5i7. 
Volgens de opgave van den E, Heer v^ïstbhdorf, 
in zijne Antiquiteiten^ Il stuk ^ ^'-94» stond op de 
ilok te Schart toen het {aargetal i47^« Of en in hoe 
verre men uit den vorm der steenen waarvan deie 
kerken zijn- opgebouwd en uit hare overige bouw» 
orde met eenige zekerheid tot haren onderdom he« 
sluiten kan, laten wij aan meer ervarenen in de 
geschiedenis der houwkunst over. De torens alhier 
zijn stompe, gelijk men die hij ons heet^ en tevens 
laag. De Katholijke eeredienst, de eenige welke 
ooit in dit landtje bestond, wordt ia deze kerk^ 
geoefend. Deze kerken zijn, volgens het gebruik 
onzer Ghristen^voorvaderen aan de volgende patronen, 
of beschermers, toegewijd: die te Scharl aan petrus 
en PAULUS, die te Ramsloh aan iacobus, en die te 
StruckUngen aan georgius. De tegenwoordige Pastoren, 
allen vreemdelingen, welke deze gemeenten bedienen, 
zijn de Eerwaarde Heéren • . • . cuulman te 
Bamsloh^ .... roblofs te Scharl en ... • scholtb 
te StruckUngen. Deze drie geestelijken staan in hunniB 
kerkelijke betrekkingen onder den Bisschop van 



Digitized by 



Google 



137 



Hunsier. Er bebooren tegenwoordig» en hoogst 
waarscliijnlijk wel yoor het eerst « twee der Sagelter* 
Frieten tot den geestelijken stand, nameliffc de £^ 
Heeren . • . • GOEMtRWirs, Vicaris te Barsel en 
TKBODOOR BORGMAiTy Welke 9 toen wij ons aldaar be<* 
TOttden, nog bniten bediening was. De broeder yan 
ZVKME BEHÊs stttdeorde te Kloppenburg ter voorbe- 
reiding TOOT het Koster-ambt. De Sagelterlanders be- 
riepen in Tro^er tijd , in de dingen hanner galden 
vrijheid, hanne geestelijken selven, volgens hunne 
Frie^ehe priyilegiefi , even zoo als dit in vroegere 
eenwen in Friesland over het geheel gebruikelijk 
was. Daar de geestelijken hier altijd Duitschers waren ^ 
too liet de lezer daaruit alleen duidelijk genoeg de 
onnaauwkenrigheid van bet berigt , dat alhier vroegei^ 
in het Sagelter-Friesch zoude zijn gepredikt geworden. 
Dit geschiedde allereerst in het plat- en wordt no 
gedaan iu liet hand over hand toenemend Hoogduitsoh. 
Merkelifke veranderingen en wezenlijke verbeteringen 
zijn er door het bisschoppelijk bestuur van Muits^ei^ 
in de oefening der Kathotijke eeredienst in zijn sticht 
en dos ook in Sagelle ingevoerd. Het getal der hei- 
lige dagen is merkelijk verminderd » en de aange- 
houdene zijn, voor zooverre dit geschieden konde, 
op zondagen in plaats van op werkdagen gesteld. 
Het Latijnsche Koorgezang bij de bediening der Mis 
is afgeschaft geworden. De geheele gemeente zingt 
nu onder de bediening, dier plegtigheid Hoogdaitsche 
kerkgezangen, zoo als wijditzelyen in de godsdienst- 
oefening te Ramsloh hoorden. Wij hoorden daar 
leer schoone en hartelijke liederen uit den mond der 
gansche vergadering, welke , op haren adem gedragen , 



Oigitized by 



Google 



i38 



Opklommen tot den troon yan d«n algemeenen V%iitt 
der menschen , benevens eend seer gepaste en eenvoti- 
dige leerrede uit den mond van den Eerir. Pastoor 
cc^LMAN. De feestdagen y welke er .na oog In Sagd^ 
Ierland gevierd worden, l^eeten in de landtaal: giine 
Tómsdej {groene Donderdag), stille Fréd {stille Vrij^ 
dag) f Sunéwende {Zaturdag)y PascdeJ (Paaschdëg)^ 
Jjjuchtmisse {Lichtmis)^ Escedej (dscbdag), Frónlieh* 
nem ('s Heereü Hgchaant of Sacramentstdag) j Mid* 
wnters-dej (Kersdag), CEf^ST^metden (qobistüs*» 
morgen) , Midsümer {Midzomer) , Tatroon {Patroons ^ 
Kerken' Pairoonsdag). De Heer hocbe Tcrfaaalt ons 
in zijne meermalen aangehaalde Reise^ 5* i^, u.s.w. 
wel, dat de Lutersche eeredienst ook eens in dit 
landtje ten tijde der hertorming zoi^de ingevoerd 
geweest, maar later weder door de KatUoUjke ver* 
drongen geworden zijn. Maar wij besolioaw^ dit 
als geheel verkeerd opgegeven, zoo als deze Heer 
dan weleens vaker een stap meer of minder buiten 
het spoor der naauwke4Éirigfaeid doet. Wij denken hier 
aldasover, omdat wij geene de minste sporen, noch 
in de berigten der Sagelterlanders zelven, noeh in 
de aanteekeningen in hunne doopboeken, noch in de 
geschiedenis van zulk * eene godsdienstverandering 
hebben aangetroffen. Steeds bleven zij, hiertoe 
moest zelfs de geheel afgezonderde ligging van hun 
landtje medewerken, })ij de >J(atholijke eeredienst ^ 
'boezeer er dan van tijd tot tijd ^e eene en andere 
Lutersche, zoo als , naar hochb's verhaal , de groot- 
moeder yan den grijsaard wilmsbh, moge zijn inge-» 
trouwd. Een man als Bocm, die-sledits eenige 
ui'en in Sagelterland was, en bet, als het. ware, 



Digitized by 



Google 



ïSg 



déorvloeg^' in pktAls t ren -ëoorteUAe^ Ion V^Vm 
»Hb 4iii»en >fi<a^)ef *«^A6oiiAéti sreb, ifite er niet 
wtamk, ett krthcii 'afèknöe Wi'gerf," 'aJer'ef ^^ai' 
en 'g9o«t' 'genoeg ^toiiflen, vorirBfjiien: ' inaarlèn 
Hun d^n'vrel ^^Mi cttlk eètt' "ntaiü ^fcn^ ^nbepa^ld qrér- 
trei^to'-défaottkeh^^ ^ '^;' ^••^^. '' •' ■'■■' '" '"' 

Meerdere bijgeloovigheden dan wel onder andere, 
fa zelfs, dan wel in yele opzigten onder ons, hebben 
wij onder de Sagelterlanders niet aangetro£fen« Zij 
zijn er, ja, wel niet Trij yan, maar! maar! hoe is 
het bij ons? Lezers! die der waarheid opregte 
balde wilt bewijzen, gelooft men bij ons ook maar 
niet al te veeF ên blindeling? Zoude de pot ook 
hier den ketel ma^r niet al te veel verwijten , dat hij 
zwart is? 

Lezen en schrijven wordt yrij algemeen door de 
Sagelterlander kinderen op de scholen geleerd. Al« 
gemeener zijn alhier deze eerste en noodzakelijke 
kundigheden dan bij ons , hoezeer het schoolwezen 
hier dan ook in eenen anderen yorm dan bij ons 
moge ' gegoten zijn. Men onderwijst hier in het 
Hoogduitsch, zoo als bij onsin Fr/e^/an^^inhetNeder- 
landsch; hoeveel verschilt dit? Het schoolonderwijs 
moge in de^e landstreek in deze en gene opzigten 
bij het onze' ten achteren wezen, maar het onze 
kan ook te verre vooruitgedreven worden. Het licht 
moge in Sagelte nog zwakker, nog somberder en 
nevelachtiger dan bij ons schijnen; wij willen 
dit niet tegenspreken. Doch een te sterk en te 
zwak licht hoe na komen zij bij elkander in 
uitwerkselen, algemeene verbijstering en verblin- 
ding? 



Digitized by 



Góogle 



i4^ 



Zie daar^ lezer! betgena Vfi\ oier het Tolkslarak*. 
ter, het hmsselijk leven, de gebraiLen ea den gods-. 
dienstigen toestand der S^gelter^Friesen n kannen 
mededeelen.. Wees^ terreden met dese, gewis onrol-. 
ledige, maar tey^ens getrouw» schets yan een' tak des 
Frieseheit yolks., Wij[^ gaan na tot iets anders over» 



Digitized by 



Google 



Over het Burgerlijk leven^ 4e voormalige 

Wetten^, Beyeringevorm €» denfeyen^ 

uoordigen Maatêchappelyhen itand 

dBr SAOELTEBLANDBRS. 



IXe oudste «n natnurliikste regering is die Ttn 
de ouders oyer hamie kiDderen. De hulpeloosheid, 
de 'tfgchamelijke en geestelijke behoefte aan verior- 
ging en ontwikkeÜDg is de oorzaak yati der kinderen 
ondergeschiktheid aan hunne ouders; en het natunr- 
lijk lief degey oei der ouders Toor hunne kinderen, die 
deelen sijn Tan hun Tleesch en bloed, dringt hea 
tot- en leidt en matigt hen yan zelf in- de beheer* 
sching van hun kroost, Hoe Tolmaakt wifs is dit 
door den Schepper der menschen aldus ingerigt! 
Tnsschen ouders en kroost heeft hij wezenlijk na<«> 
tuurlijke betrekkingen gesteld» en zijne hand stren- 
gelt hen dus met banden , aan deze wederzijdsche be- 
trekkingen yastgeknoopt , Éan elkander. Toen het 
menschdom tiog klein in aantal» de maatschappij 
nog in hare geboorte was, en alleen uit huisgezin* 
nen bestond. Was de vaderlijke regering uit den 
aard der zake de eenige. De vader was hoofd, 
regter, priester en aanvoerder ten strijde, in zijn 
gezin. De weinige echte overleveringen uit de^en 
ouden tijd worden gestaafd en opgehelderd door 
datgene, wat geloofwaardige berigten ons van de 
gesteldheid en den regeringsvorm der wildste en onbe- 



Digitized by 



Google 



14^ 



onze aarde géyonden worden. 

1B^ êe* rêvttiteètAerlng ctes mensclidoins ' en Bïj zijne 
YCFspr^iding; in on^ftrscheidene bvisgcziooen over de 
oppervlakte des aardbodems ontstonden yan zelf uit 
die schei AngéÉ nieawe vereenigtngen van deze en gene 
gezinnen, eerst tot familien, daarop tot stammen, 
horden, . en verder tot' kleinere en allerlaatst tot 
grootere volken. De yader yerloor door deze yer- 
tmiemtig Yïmr^ zt^e»; liioe JUwgör. bi&« itséer yMn zijn 
gbin^ii datialdus langzameriiaiid oveiigiiig in de had^ 
dfflK. imift ide.ioodatènv def wijsten, de loos^ten ett 
heerMiiuckdigstea^ '.de. rijksten. ^ sterksten, onder 
<lie)&ani^ënv^h<7Edeh. en-^yolkèn; Hier'ging dit taie^ 
tnet . «nderliiége J>éw»iliging en oyereenkomsten, el* 
éêtk'v^èe» mbt list ^ en geweld', naar de yerschil- 
]endd gesteldheid sn aamenloop der omstandigheden/ 
èardi 'kovakler etl levenswijze der menschen, bene* 
yenr het Ittehkt^en grondgestel^ w^lke zij inademden 
eni wjaar ^ sif op woonden» Op de vroegste krijgs- 
togtéOr in' de inénigvalfligè Tolksyerliaizingen^n bij 
deï in bezitnemingen yan onbewoonde lands^treken 
éorgden de slimste koppen , -de heèrsch- en hebzuch-^ 
tig^ aainyoerders er genoegzaam voor, dat zij bij 
bet vetste en beste deel kwamen^ en deze werden 
ttoo doende al spoedig meerder dan hunne mede- 
nienstehen. Die deeten, wtslke zij zich aldas hadden 
loégeëigeiïA I biervoor waakten zij, werden al spoedig 
«^felijk in^ batme familiën , en zoo ook meteen 
fannne meerdere magt* en invloeden op anderen. 
Deze lieden misbruikten zoo, al kort na de geboorte 
der eerste maatschappijen, door bunn^ meerderheid 



Digitized by 



Google 



i43 



die noodzakelijkheid, welke er lot eeae lekere hoogle 
Toor orde en ondergesohiktheid in iedere maatschap- 
pelijke Tereeniging bestaat , tot onderdrukking hun- 
ner natnurgenooten, en yeranderden dus door hunne 
heersch- en hebzucht dat goede, hetwelk sich Tan 
zelf uit eike raaatschappelijke zamenlcTiog ontwik* 
kelt in een alleryerderfelijkst kwaad. 

Zoo ontstonden op verschillende tijden , in ver- 
sbh^ene vormen en onder deze en gene namen, 
de regeringsvormen onder de. .horden en volken. 
Zoolang de menschen i^ aangeboren aanleg of aan- 
geleerde bekwaamheden nu niet allen gelijk zijn, en 
zoolang zij in hunnen doorgaanden levenswandel niet 
op dezelfde hoogte van deugd en regtschapenheid 
staan, zullen er ook zekere regeringen , tot behoud 
va:n orde, rust en veiligheid, noodzakelijk blijven. 
Geheel anders is en blijft echter altijd de betrekking 
tusschen ouders en kinderen en tusschen regenten en 
iusscheh geregeerden. Bij de eersten is de grondslag 
en bron natuur en natuurlijke liefde; bij delaatstea 
ontbreken deze: het zijn vreemden, die over vreem- 
den , dat is , door geene banden des bloeds met hen 
verbondenen, om het gemeene en bijzondere belang, 
de heerschappij voeren. Mmmer was dus eene ver- 
gelijking ongelukkiger en valscber dan die, welke 
men tusschen regenten en vaders maukte en nog wei 
maakt. Om volledig en gegrond Ie wezen, ontbreekt 
aan haar eenvoudig niets anders dan )iet wezen en 
de grondslag, waarop zij steuiien kon. £ii, wanneer 
Vorsten of regeringen de vaders hunner volken 
willen wezen, en hunne vleijers hun dit wijs maken, 
dan keeren zij de orde der natuur het onderste boven , 



Digitized by 



Google 



i44 



door iets te willen xija, wat die moeder haar 
verbood ; dan tasten zij de regten des AJlerhoogsten 
met heiligschendende handen aan, daar die alleen de 
Vader der menschen i's en wil blijven. Goddelijke 
regten der Vorsten, buiten dat goddelijke, wat in 
de algemeene inrigting der maatschappij en het be- 
stanr der Voorzienigheid over de menschelijke lotge* 
Tallen ligt, zijn hersenschimmen, ja Godslasteringen. 
,Dan had een nero, die zijne eigene moeder yennoor- 
de, dezelfde goddelijke regten als een titüs, die elkea 
dag zijns levens, waarop hij niet iets goeds verrigt 
bad, voor verloren rekende. Zij regeerden toch 
beiden « die vloek en zegen van hun yolk , onder 
bet bestuur van denzelfden God en Koning der Ko- 
ningen. IJdele droomen , louter onzinnige bewerin- 
gen! dan nog eens, wanneer men van goddelijke 
regten der Vorsten als marktschreeuwers den volke 
Toorpredikt» Het onbevooroordeeld verstand cal zelfs 
geen spoor of zweem van zoodanige regten der 
oude Joodsche Koningen in de geschiedboeken yan 
dat volk aantreffen* Hoe onverstand en sluwe list 
die regten ook in vroegeren en nog in onzen tijd heb» 
ben zoeken te grondvesten , hoe meer men daar ook ' 
* als een razende roeland voor vechten moge, het helder 
oog ziet in de oude Joodsche geschiedenis niets ad- 
ders dan juist het tegendeel : eene vrije en , om dit 
nieuwe woord hier te gebruiken, constitutioneele 
regering, regtstreeks het tegengestelde van de Oos- 
tersche despotiën en het aldaar nog heerschend 
despotismns. Dat , met betrekking tot h^t.ontstaan en 
de vorming der regeringen in ons maatschappelijk 
ligchaam , in de hoofdzaak de gang der dingen zoo- 



Digitized by 



Google 



i45 



danig wad» aal elk in de oogen sprlogen, die mei 
een. helder oog de nataur der dingen en de geschiede'- 
nl^ besehouwt. Het is het belang Van de maatschappij, 
dat regeringen vordert, en het is hun eigenbelang 
bij geld en eer , dat de menschea zoo genegen maakt 
tot de regering. De inenschen kunnen toch niet gere- 
kend worden, verpligt te zijn, om een gedeelte bon- 
ner 'natuurlijke vrijheid, voor niet « aan enkelen yan 
hunne medemenschen , met hen van gelijke afkomst, 
af te staan. Zij hebben voor dezen afstand goddelijk , 
van God hun geschonken , regt op de bescherming 
en haodhaving van hunne regten en eigendommen. 
Eegten en pliglen zijn bij alle menschen wederkeerig 
verbonden, vooronderstellen en gronden zich op elk- 
ander. Erfelijk goed geeft nimmer erfelijk bloed, 
of den eenen mensch het regt, om zich -van beter 
gehalte dan zijn medemensch te ivanen. Dit is de 
uiterste ongerijmdheid. Allen zijn wij toch van eenen 
bloede. 

Uit deze zoo herige deigibg in den mensch om 
te heerscben, en uit zijne, daar tegenover staanden 
afkeer, om zich zijne vrijheden en regten té laten 
ontwringen of listig ontfutselen , oqtstonden en ont-^ 
staan nog alle botsingen in de maatschappijen tua- 
soben menschen en mensehen, benevens alle beroe- 
ringen en omwentelingen. AJlen zijn dit twisten om 
het injjn en dijiiy lietzij dit persoonlijke of eigen* 
domsregten aangaat: twistfsn , waarin maar al te 
diVwij4s magt «« regt in eene zeer onevenredige 
verhouding staan. 

Het eene gedeelte der groole menscheli^ke maat- 
schappij verzette zich langer, krachtiger en roei 

lO 



Digitized by 



Google 



i4ö 



gelukkiger gerolgeti dan het «odere tegen de tanma-^ 
tigingen ea oyerheersching Tan een klein aantal 
menschea. Hier werd men meer , elders minder 8teri( 
tot dezen kampstrijd aangezet door in* «n nitwen* 
dige omstandigheden , en slaagde daarin beter dan 
wel in andere streken. 

Op geenen der onderscheidene Tolkstakken knnnen 
en moeten wi] te dezen opzigte met meerderen 
eerbied en bewondering staren , dan op den Frieschén , 
waarvan de Sagelterranders met ons een deel nitma- 
ken. Aan geenen kleefde de yrifheidszacbt voorheen 
raster , dan aan dezen. Van hem gold het steeds in yroe- 
gere dagen : de Tri j beid boven het goud. De 
cemaam vaA vrije Friezen, dien onze vaderen met 
regt droegen , is- de grootste eertitel der menschen. 

Eene hoogst vrije regeringsvorm heerschte voof* 
dezen , naar uitwijzen van ddgeschiedenis , zoowel in 
het burgerlijke als kerkelijke, vanen over deElbe tot 
aan Oostende , langs de kusten der Noordzee , op hare 
eilanden en meer land- of zuidwdarts aan tot in Sagelte^ 
onder de Fricizen. Dor Friezen oude wetten zijn 
nog hóden ten dage én de klemmendste bewijzen én 
de heerlijkste gedenkt eekenen Tan die zoo wezenlijke 
en aloude vrijheid der Friesche Tolksf^milie. 

Zij duldden nimmer vrijwillig buitenlandsche Heeren, 
onderwierpen zich nooit dan gedwongen aan vreemde 
weiten, en wilden niet anders dan door hunne volks* 
genooten, vrijwillig door hen zei ven gekozen, be« 
stuurd worden. Lang» zeer lang hielden zij hunne 
vrijheid minder of meerder ongeschonden; met 
zware ofters moesten zij haar dikwijls vrijkoopen, 
en met de grootste inspanning tegen magtige, listige 



Digitized b'y 



Google 



i47 



<)n 0V9«faterècbeDde naburen beftcbermen. H6tIaDg3t 
gelu^iQ Jit .wel r aan de , door hanne ligging zoo 
niti|e«Q$nd^ begnnstigde Sagelter-Friesen , en wel 
Tooral io die inoeraaseB) waar tij eindelijk sijn 
binnengedrongen. 

Hoe het iii de Troegste tijden met de bnrgerlijke 
regering in SagÜic stond, is ons, bij gebrek aan 
Toldoende berigten, geheel onbekend. Of de drie 
bovengenoemde familiên, bij onderlinge oyereenkomst 
of op eenige andere wijze , toen het regt tot de re-> 
gering bezeten . hébben , en , zoo ja , hoeverre dit 
zich uitstrekte, en iraardoor zij dit dan verloren 
hebben « en aan hunne overige medeburgers gelijk 
geworden zijn , weten wij even weinig. Het is 
vrij waarschijnlijk , dat de Sagelter-Friezen^ reeds 
in de i3de eeuw, staande de aanhoudende yeeden 
tusscben de Graven van Tekelenburg en de Bisschop- 
pen van Munster en Osnabrug^ waaronder zij zoo 
zwaac lijden moesten, hoofdzakelijk dien vorm van 
regering hadden of verkregen, welken zij tot i8o3 
bij meerdere of mindere inbreuk behielden. Dczè vorm 
was die van eene geheel vrije en republikeinsche rege- 
ring^ Welle zoo toa mogelijk aan de oorspronkelijke 
en vaderlijke grensde. Twaalf bestuurders, onder 
den naam van Bui^emeesters , waren voorheen de 
aanzienlijkste en hoogste regeringspersonen in Sa- 
gsltcrluHid. De naam van Burgemeester^ meester | 
bestuurder van de burgers, ofschoon in de vroegste 
tijden in Friesland in het geheel niet of zeer weinig 
in gebruik, Was, volgens HiLXAüS opgave in zijn 
Glossarum^ op de woorden Burgermeister en Borf* 
gemeiner , in deze en gene streken van Duiischland 

lo* 



Digitized by 



Google 



14» 



niet ongewoon. £lke parochie vsm Sagelleriand bad 
vier Kulke : Burgemeesters , welke • met elkander , in 
ééa ligebaam van beslaur vereenigdy de twolue^ 
de twaalye, . uitmaakten en genaamd -werden. Dit 
getal yan vier stond in betrekking tot en zinspeelde 
op de vier hemelstreken, soo als de kinderlijke 
voorvaderen gewoon waren vele spelingen met zekere 
getallen te mak^n, er. groote geheimen in te vinden 
en er dikwijl» allerlei bïjgelooyig 'gebruik van te 
malen. Ia de oude staats- en regtsinstellingen en 
wetten is het getal vier geheel niet ongewoon, 
ofschoon het op verre na niet zoo menigvuldig voor- 
komt als hel heilig drietal. Men zie over dit stuk 
het voortreffelijke werk ^an den geleerden j. grimk, 
Deutsche Rechts- aller thümer y einlcltung^ s, 211. Deze 
Butgemeesters werden , althans eerst, waarschijnlijk 
door en uit het volk gekozen, naar Friesche regten« 
Jaarlijks traden zes hunner af, en de twaalf oude 
kozen in lateren tijd , bij de besnoeijing van de volks- 
vrijheden, zes , nieuwe weder in , terwijl bet volk 
gehouden was deze gedane keuze goed te keueen en 
te eerbiedigen. Deze verkiezing geschiedde te Ramslokt 
als de hoofdplaats, en wel in de kerk: de nieuw- 
gekozenen werden door den vporzittenden Burgemeester 
aan het volk, dal op het kerkhof yergaderd was, 
voorgesteld en bekend gemaakt in hunne nieuwe 
betrekking. Deze keuzee kon niet herroepen vrorden; 
ieder moest er zich aan onderwerpen. Zij geschiedde 
op Nieuwjaars'ilag , volgens de aanwijzing van het 
Sagcltérlandsche Landregt. Zie hier achter. 

Kerken , aan hare eigene beschermheiligen toegewijd, 
en kcikhoven, met de daarop staande kerken door 



Digitized by 



Google 



»49 



eene eigene wijding geheiligd , Wdrd^n /o6 voorlicca 
biJ' eenen nog raeer ruwen en onbèschaafticn staat 
Tan de maatseliappi)^ pui' dcae hunne heiligheid en 
veiiigheid, gelijk uit de geschiedenis heketid is, tot 
het houden van zoodanige voMtsvergacïeringen veel 
gebezigd. In dé kepV ^ Ramsloh bevond zich de 
kist mei de Sagelier Archiven ; elk kerspel had een' 
sleutel van ieder der. drie sloten, waarmede zij 
voorzien, was. In deze kist, het heiligdom der 
voormalige vrijheden van SagcUerland , bevond zich 
ook één standaard van maten en gewigten. Qnder 
de Franschc regering, gelijk boven- reeds, gesegd is, 
is zij tèrkpcbt geworden^ 

Deze BufgemeesteFS straften arte Hgtere , b\irgerlijlte 
en. 'gewone misdaden; de zwaarste, schijn^t wel, 
moesten al reeds- froeg door hooger overheid', 
den, regteP' te Frysoythe, of het ambtsgerigt te' 
Kloppenburg^^ behandeld worden*. Misdadigers, d^c 
het leven verbeurd hadden, moesten naar alle 
waavschijnlijkheTd al vto^^ \q Frysqyike ^ öf voor dé 
nóg hoogere ' reglbank* te Kloppenhurg te regt staan' 
e» gevonnisd- worden. Of de Burgemeesters hier 
ooit het regt over leven en dood hunner schuldige . 
medeburgers bezeten hebben-, is onzeker; dat zij 
het althans later niet bezaten, en alleen met gelcf- 
boeten en missdiien ook met ligte gevangenisstrar 
Tonnissen mogten, is aan ^geen^ gegrondën twijffel' 
onderworpen. De Sagelterlandërs vonden iti dié 
beperking van hunne vrijheid een' scherpen prikkel/ 
om zich voor zware misdrijven te wachten, ten einde' 
zoo niét in de noodzakelijkheid té geraken, om voor 
eén* vreemden, regter te verschijnen. Deze beperkir>g' 



Digitized by 



Google 



i5o 



van boone Trijheid waf das een middel ter Termeerde- 
ring Tan hnnne ledelijke , dat ii , ware vrijheid. Zware 
misdaden waren, toornamelijk. ook mede om deae 
reden , in Sageüerlcuid eene ' groote seldxaambeid; 
Volgens art. lo — iSvan het Sagelterlandsclie Landregt, 
hier achtpr bijgevoegd « schijnen de hoofden der 
huisgezinnen in Sagelte meer of min geregtigd en 
verpligt geweest, te zijn , om ^éen door de twaalve 
geveld vonnis na te, zien en te bebordeeten.^ Elke 
huiswaard, hoofd des haitgezins, tpoest^ lond^ 
wettige redenen Tmi> versebooningf om twaalf nren 
des middags op eenen. bepaalden dag op iiet kerkhof 
te Ramsloh verschijnen, ten einde zoo,, als vrije 
burgers, met hunne 3nrg€M3iee8ters over het, door de- 
zen aanvankelijk opgemaakte vonniste raadplegen en 
het zijne volle kracht te geven, inctienbet aan de ver* 
eischten van het zoo vrije. Sagelterlandsche Landregt 
voldeed en niets met de Friesche vrijheden en pri- 
vilegiën strijdigs bevattte. Hij , die zonder wettige' 
redenen zich aan eene zoodanige :^amenkomst ont-* 
trok, werd met eene tonne biers geboet. . Of van dit 
regt ook eenigen , om deze of geile redenen , neem eens , 
armoede, een of ander gepleegd misdrijf van lig-' 
teren aard enz., verstoken waren, knnnen wij 
niet zeggen. Evenmin, zijn wij in staat,, om de 
juiste grenzen van de magt der Burgemeesteren en 
van het volk, alsmede de wijze, waarop die 'bier 
werd nitgeoefend, te knnnen opgeten. . Hun Land-*, 
i'cgt,, geheel overeenkomstig met den toennciaUgeB 
toestand van hunne maatschappij, is zoo kort, zoo 
eenvoudig en zoo geheel strijdig met de tegenwoor- 
dig heerscbende denkwijze omtrent regt en magt en. 



Digitized by 



Googl^ 



i54 



wet y dat het on9 hierio geen aiide^ licbl. geeft da|i 
de natuarliji^ gissing, d^t zooMmgo ,]nhte }>e{Milin- 
gen en^b^scbrijviogeu gehee^ niet in den geest d^r 
Sag^lter-Frjieaen yieJen en Klei* niet bestonden., ^ 
, Bèneyens . de twaalf Bargqmeesjters hadden de Sa^ 
.geUer];ander$ nóg hunne xes SchuUemeestfiri ^ y(\o^ 
i^Ue .Parojcbie twecj en yan welke ooL jaarlijks drie 
aftraden, De nieuwe werden te gelijk niet de nieuwe 
Burgfime^ai^s door de, oude twaalve» of Bt^rgenieea^ 
. ters f g^p^n^ De .benami og yan ^chuttcmtesters wil 
. ^KOOf^eel. zeggen : ^1^ meesters, hoofden .Tan de Schut- 
ten » ons Schutters I weerbare en gewapend^-mannen. 
In het Platdaitsoh is Schutte opa Schutter^, in het 
Hoogduitseh SchiUze^ eigelijk besc^iermert yerde- 
digier. Deze Schutleme§ster$ waret^; belast met h^t 
t<>exigt op de wapening |Bn walenen der Sagelterlander 
mapsebappem pp de maten en g^ wigten , a^oo a|s 
die in Sagelte waren, afgenomen en Tan Leer^ 
.wai^rmede uj a) Troeg wegens handelsTerkee)^ in be- 
trekkingen atondenv in bun landtje wareA ingevoerdt 
en op de bandbaying Taiau regt ep geregtlgheid j[n 
bet koopen en .Teckoppen met die Jj^exder maten e^ 
gewigten. .De Scbi^temeesters badden. bet regt pm de 
OTertreders Tan de wetten met eene tpnne biers te stxstf^ 
ten en onderpand uit bnnne buizen te balen.' Zif 
: waren echter, in geTatmen hen aanklaagde wegei^s 
eene te onregt gedane uitspraak af eigene overtreding, 
aan de twaalf Bjorgem^esters onderge&chikt en moestppi 
zich Toor dezen Terdedigem 

Eindelijk had men nog in Sagelteriand Buurregt€r$; 
regters in of over de biojo^^ of over de boeren? 
Peze W4iren twaalf inr getal, ^oor elk dprp^ een yie^t^; 



Digitized by 



.Google 



iSa 



Zij werden niet gekozen, maar dit ambt ging bSj 
beurten rond| en elk« die hiertoe niet geheel on-* 
bevoegd was, moest op zijne beart het waarnemen. 
Deze moesten toezien op wegen, vaarten, de schei- 
dingen tasschen landerijen, en wat er meer tot gerijf 
en verzekering van ieder in zijne eigendommen gevor- 
derd werd. Zij waren meteen de geregtsdienaren ran 
de Burgemeesters , én moesten ook yoor dezen de be- 
lastingen inzamelen ; waarbij nog het opzigt op het on« 
derhoud yan de armen aan hunne zorg was aanbevolen. 
Het getal twee^ zegt de geleerde grimii in zijn 
aangehaald werk, s. 208, heeft geene geregtelijke ge- 
halte, daar men, uit den aard der zake, de onevene 
boven dé evene getallen in het regterlijke en in wette- 
lijke bepalingen koos. Hieruit zoude men, al gissende, 
mogen afleiden, dat de aanstelling van twee Schut temees- 
ters in iedere Parochie ^slu Sagelterldnd, tot een la- 
ter tijdstip behoorde, toen de symbolische beteekenis 
en kracht der getallen in zulke zaken reeds vergeten 
waren, en niet meer zoo sterk als voormaals in aan- 
merking werden genomen. Opmerking verdient het, 
dat het , getal Buurregters aan dat der Burgemeesters 
gelijk stond. -^ Zóó was hoofdzakelijk de regering 
van Sagelterland in de vroegere dagen ingerigt; zóó 
werden zij geregeerd op eene, den vrijen Fries ge- 
heel waardige wijze, door zelfgekozene landgenooten: 
iets , waarop onze vaderen met reden zulk eenen 
hoogen prijs stelden. Met uitzondering der ambts- 
benamingen, welke, zoo als natuurlijk is, bij de 
verschillende loten van den Frieschen tak, op onder- 
scheidene tijden , onderscheiden waren, vinden wij 
den geheelen geest van deze regering , met vele g«- 



Digitized by 



Google 



x53 



lijkheden in den yorm , in onze oude Fnesche velr 
ten, met name in den Broekmer-brief, weder. De 
Broekmer* Friezen I niet zeer verre van de Sagellers 
verwijderd en even republikeinsch in hunnen rege- 
ringsvorm, hadden even zoo hunne Rediexva^ regt- 
of raadgevers, die even eens maar een jaar in het 
bestour mogten blijven. Ook bij heri moesten, ahhaus 
de gewigtigste zaken, door de menc achty de volks- 
vergadering , eta truch^thxngale , op de hoogste regts* 
vergadering, regtbank ter laatster instantie, behan- 
deld en afgedaan worden. Van Broekmerlands vier 
vDistrIcten had ook ieder zijne vier Rediewa^ zoo als 
Sftgeltes drie dorpen hunne vier Burgemeesters. Zie 
voor anderen § 122 van den Broek mer-brief. Wij 
wijzen, wat Sagelterlands regering aangaat, den lezer 
verder naar deszelfs Landregt van 1587 en Schutte-' 
meisters'boék t hier achter als Bijlagen door ons me- 
degedeeld, in letterlijke afschriften. 

Voor deze hunne groote vrijheden en voor die on^ 
waardeerbare voorregten van eene eigene regering moei- 
ten de Sagelterlanders , onder den naam van Graveur 
schat ^ eerst aan de Graven van Tekelenburg en later 
aan den Bisschop van Munster ^ vier en éene halve ton'ne 
boter betalen. Zij moesten zoo die vrijheid, welke 
de Schepper der roenscheb om niet aan zijne kinde- 
ren geeft , van grooten en magtigen onder huns ge- 
lijken en natuurgenooten , die daarop met geen den 
minsten schijn van regt aanspraak konden of mogten 
maken, koopen; koopen, lezers! eerst wel alleen 
vöor den prijs van vier en eene halve tonne boter, 
welke zij op de waag te Frysoylhe voor de vorste- 
lijke keuken leveren moesten; dooU ii> lateren tijd, 



Digitized by 



Google 



i54 



toen (k TrijheicI merkelijk d^arder werd « toot twee 
honderd Prnissische daalders. Onder die Yrijbeden 
behoorde ook de vrije jagt en vissicherij: en de<e 
vrljbeid was in die tijden en in zulke, landstreken ^ 
waar alle veewelderij van zoo yerbaa^nd geringe be- 
leekenis kon zijn, wegens de . schaarsheid dus :Taa 
ander vteesch, van het hoogste aanbelang. Alleen « 
deze TTije jagt en yisseberij leveren h^^r nog allijd» 
gelijk men ligt denken kan, weinig epschrnnl wUd 
en visch op. Daar zij nu van al de?e^ hurHie vroe- 
gere vrijheden en voorregten onder de Old^nl^irgsche 
regering deze laatste alleen behouden mogten, zoo 
kan men gemakkelijk berekenen^ dat, hoe goedkoop 
andere zaken dan ook wezen mogen » zij deze vrijheid 
met twee honderd Pruissische daalder^ al dujur ge- 
noeg betalen. 

Hoe duidelijk zij het ook lu den jare iSoS, toen 
zij door de willekearige oppermagt in het 01denbnrg« 
sche Groothertogdom werden ingelijfd^ uit hunne 
oude en onwederlegbare vQorregts^brieyen bewijzen 
mogten, dat zij deze hunne vrijheid en voorregten 
op eene wettige wijze gekocht — - en altijd de bedongene 
en toegestane som naauwkeiu*ig betaald — en alzoo van 
hunne zijde aan de voorwaarden van dit verdrag 
zonder hapering Tolmaan hadden, bnn goed regt 
mogt bun tegenover hel regt van de» ste^katen niets 
baten, en moest, zoo als gewoonlijk ^ althans voor het 
oogenblik, daarvoor onderdoen. Men deed alsof 
men hunne verdediging niet hoorde^, ontnam kiui 
banne voorregten en., zorgde er edelmoedig voiWi dat 
zij bet geld, daarvoor yrocger beloofd enooknaanw- 
gez^ betaald, voortbelaalden- Dit heel tuM waw 



Digitized by 



Google 



i55 



sUitkahie» lezen I Hén sal over dit een én ander 
oa de lesing Tan de volgende aanmerkingen , uit en naar 
den inbond hunner, hier achteraan gevoegde, staats^ 
atnkken opgemaakt , en na de inzage van deten , nog 
beter kannen oordeelen. 

O^ereenkomitig hetgene wij hierboven ten opsigte 
van den fiéren en vrijheidznebttgen aard van den 
Frieseben volksstam in bet algeioeen, en tan de Sagelter* 
Friezen iil het bijzoiider, hebben opgemerkt, zien wij 
overal in de Friesche Wetten en gescbiedenissen « hoe zi{ 
met handen tand hnnne bedreigde ofaangetande vrijheid , 
zoo lij beat konden, verdedigden en poogden vrij 
te waren. De Sagelterbndera deden met mond en 
pen bij elk gevaar van haiine vrijheid , daar zij geene an- 
dere wapenen gebmiken konden wegena hnnne ge« 
ringe krachten, hetzelfde op éene uitnemende en 
menschkündige wijze tegen hunne zooveel sterkere 
naburen, die hunne vrijdommen met nijdige oogen 
aanschouwden. Deze hunne verdediging is hunnen 
naam overwaardig/ en zal hun ahijd tot de hoogste 
eere strekken bij eik,' die, even als zij, vrijheid kent ea 
vrijheid mint. Hunne Archi ven, die, ongelukkig! niel 
dan tot de laatste jaren dèr xestiende eeuw , iSS^; 
opklimmen , of althans van vroegecen lijd niet bekend 
lijn, geven van ^ze hunne Friesche gezindheid en 
vrijherdsmin de luidste en kcachtj^sté getuigenissen 
Uk de voldoendste bewijzen. De geheele inhoud dier 
atnkken komt op de bescherming van hunne vrijheden 
neder; deze maakt hunne grootste waarde uit. En 
welk een prijs atèlt niet vooral de vrijheidmitmende^ 
IfederUiTtder op zufte gevoelens! TJit den aard der 
maattdiappij vlpcit van iel£ voor al hèré Weerbare 



Digitized by 



Góogle 



^56 



mannelijke kden de verpligting TOórt , dat si) ter ver- 
dediging van de aangevallene of bedreigde maatschappij 
te wapen snellen en bnlpe bieden, ven zoo aUes/ wat 
in hun yermogen is, aanwenden, om die vereeniging, 
waarin «ij Trijwillig getreden »ijo, ongeschonden in 
stand te homlen. Vanhier hunne verpligting tot de 
ltM<yol»e , soo als men dit in vroegere dagen in vele 
streken van bet noordelijk DuiUchldnd noemde, dat is, 
tot de gewapende opkomst op bevel van d^ wettige 
regering , on^ dreigende of drukkende' gevaren af te 
'keeren. en te verdrijven. Van deze landfolge , ook 
de gemcine (algemeene) en te gelijk eenvoudig de 
Jbige geheeten, zegt de Heer baltaüs in zijn Glossa-- 
riuni^ op het woord: dat »zij de Terpligting van bet 
»yolk uitmaakte, om misdadigers en de vijanden van 
»den staat te vervolgen i en ook de vervolging zelve, 
» die op bet nood geschreeuw of het luiden der klokken, 
» naar het bevel van den Lands* Heer ^ plaats moest grij<- 
» peni, te kennen gaf." Ook bet vervolgen yan wilde 
dieren, leeren wij uit de Sagelterlander Archiven, 
werd mede,, althans in tateren tijd, onder deze land^ 
Jbige begrepen. Elk moest dan in zulk een* tijd het 
iand^ den Lands'Heer of, zoo als men het ook noem- 
de, den Heerban^ het heer- oi krijgagtbod ^ volgen* 
£n niets was ook, wanneer hiervan geen misbruik 
gemaakt werd, natuurlijker en meer op billijkheid 
gegrond, Aan de verpligting tot de la¥idfolge\ in 
dezen goeden zin genomen, rekenden de Sagelter- 
landers zich even als alle andere leden van den staat 
onderworpen, en zoo moesten zij hierover denken. 

Dan de vorstelijke heersch- en hebzucht maakten al 
spoedig bij' de meerdere verwikkelingen yan. de fami- 



Digitized by 



Google 



1^7 



lie-belangen der grooten en de daaruit oütstane twis* 
ten yan deze Terpligting der maatschappelijke leden, 
even als yan zooyele andere heilzame zaken, het grofste 
misbruik, en poogden die maar al te yeel dienstbaar 
te maken aan de bereiking yan hare misdadige bedoe* 
lingen. De landfolge werd maar al te dikwijls, in 
plaats yan tot bescherming yan het maatschappelijk 
ligchaam, tot geheel andere en daarmede strijdige oog^ 
merken aangewend. Van zolk ceue landfolge hielden 
zich de Sagclter-Friezen , jaloersch op hunne natuur* 
lijke regten, geheel yrijgesteld. Zij hadden deze hunne 
yrijslelling van hunne vroegere regering, de Graven 
yan Tekelenburg^ op . eene wettige wijze verkregen. 
Toen. later afgunstige Vorsten en groojten hen van 
deze hunne vrijheid poogden te berooven, of die 
zpchlen in te korten, verletten zij zich met bet 
hoogste regt tegen dergelijke snoode misbruiken van 
de heersehznchtige magten. Zij deden, 'de eenige 
mogelijke wijze bij hunne omstandigheden, dit met 
de pen, en schreven, ter aantooning en handhaving 
yan hunne gegronde regten, eene welgestelde deductie 
van hunne handelwijze in dezen aan het Domkapittel te 
Munster^ terwijl de bisschoppelijke stoel ledig stond , 
en lagen daarbij ter bekrachtiging van hunne zaak, 
gewettigde uittreksels uit het Tekelenburger Archief , 
en de vorstelijke rekenings- lijsten der belastingen , op het 
Ambtshnis te Kloppenburg^ over. lAe Bijlagen K, L, M. 
Zij bewezen hiermede, naar het oordeel van alle on* 
partijdigen en deskundigen , op eene afdoende wijze , 
dat zij tot datgene, wat men van hen vorderde, niet 
yerpligt waren, ' Maar de grooten hebben zulke lange 
armen I 



Digitized by 



Göogle 



i58 



Allesbs fcrdicnt deze bijiooderbeld iü hoime daar- 
toe betrekkelijke fitukkea onse opmerking, da^ zi} 
bij kanne noodveendige krijgsdieDsteB met den möx»* 
gen uit en met den.arond weder te baia sljn moestf 
ten, gelijk sij beweerden dit regt altijd genoten te 
bobben. Bit badden zij als een yoorregt Tan bnnnfi 
Vorsten bedongen, en dit was tetens een yoorregt v 
geheel in den geest en naar de denkwijze der Frie^. 
zen. In de onderscheidene Fricsche welhoeken vindi 
men van een gelijkaardig voorregt, aaa de Frietzen 
door KAREL den Grooten toegestaan, gewag gemaakt, 
en wel met warme vaderlandsmin gefwag gemaakt. 

In onze Oade Friesche Wetten, bewesten de Laar 
Vers, vindt men, II d. in de F ker (keur), bl. ii6, 
iP7f nopens dit regt der Friezen het. yolgende: 
» Datse (da Fresen) neen Beërf erd fordera folgut wol* 
» den enich Hera^ dan aester to da Wisere, ende 
%wester toe da Flee, wt mplta ebbe ^ ende op 
imtta floed; d. i.: Bat zij (de Friezen) (pp) geen 
m heirt^arl (land/olge^ krljgstogl) eenigen Heer teerder 

• volgen wilden , dan oostwaarti lot den Wezer en 

• ^veslwaarU tol het Flie^ vit niet de ebbe en op 
^{weerom) mei den vloed:' Vergelijk Ideel^ uland» 
riuchi; UI d. lokest^ uitgave van de Heeren yfiEansMA 
en BaAüTTSMA. Men zie ook nog het --i^tf^aioeft , Ideel^ 
IQ liodkest; Jlunsingoér Landregt^ Xpelitio. En hier- 
mede overeenkomstig zeggen dan ook de Sagelter- 
Friez^n in hun, hierover voor eenen Notaris afgelegd 
getuigenis, bier achter onder N, aangaande deze 
c«ak, dat zij op vorstelijk bevel wel op hel Ambts- 
huis Ie Kloppenburg verschenen zijn , maberdess mor- 
ngens beij dersonneauffdahinn^ und dess abendts be^ 



Digitized by 



Google 



i59 



vdtr sonnc aueh wieder darab gangen^ undnuraUein 
•beij der sonne ihren dienst aiiffi ampthauss nerrichtet i* 
d. i.: ndoch des mürgens melden opgang van de zon 
«daarheen en des avonds bij den ondergang van de 
»zoh ook iveder^daar weggegaan zijn^ en alleen bij de 
• zon {zonneschijn) hunne dienst op het Ambtshuis verrigt 
•hebben J* De Heer c. gbodthaüsk, Drost van het 
Ambt Kloppenburg^ die zich door de ingezeteDen 
Tan bet Sagelter dorp Scharl, die hem een gedeelte 
van bannen veengrond te lEUerbroek tot eene veeweide 
weigerden af te staan, belccdig;d rekende, was, vol- 
gens strais genoemde verklaring , de man, die, dooi* 
eene regt edele wraakzucht hiertoe aangedreven, hannei 
trijhcid nu het meeste belaagde en poogde te ver- 
nietigen. Zoo wegen en drukken Despoten^ die. het 
naast bij ons zijn, het zwaarst en gevoeligst! Deze 
verbitterde Heer Drost deed nu, daar de Sagelter- 
landers deü moed bezaten, om tegen hem ttneen*" te 
zeggen, daar hij het » ja'* wilde hebben, alles, wat 
in zijn vermogen wasT, om hun deze hunne regtma- 
tige verkleefdheid aan hunne welbewezene Trijheid, 
die in zijn oog niets dan strafbare stijfkoppigheid 
was, duur betaald te zetten. Hij verwezenlijkte zijne 
bedreigingen door der Sagelterlanderen handelingen 
in het zwartste daglicht bij hunnen Lands Heer te 
Munster voor te stellen, en berokkende door zijne 
invloeden én bemoei]ingen vele moeijelijkheden en groot 
nadeel aan deze vrijheldminnende Friezen, ^u moes- 
ten zij zich hiertegen verdedigen. Frysoyther burgers , 
als iinn welke stad zij zich gelijk rekenden , werden 
hu ah getuigen 'over deze zaak* opgeroepen en ge- 
hoord. Zie hierover een woordelijk uittreksel uit 



Digitized by 



Google 



i6o 



(Ie acte van dit .getuigenverhoor hier achter, onder 
letter O , i , 2. Reeds vroeger had de Manstersche Bis- 
schop cnnisTOFF B£RNARDT, als huD Lands-Yorst, 
misscliicn wel op aanstoking van evengenoemden Drost 
GRODTBAUsz, aan de Sagelterlanders een bewijs vanhan« 
iie vrijhedeo en reglen in voldoenden vorm skfgevorderd. 
Zie Bijlage P. «Onder den kromstaf /* zeide men toor- 
heen, »is het goed te leven,'* om daarmede aan te dui- 
den, dal de bisschoppelijke regering eene zachte was. 
De Sagelterlanders ondervonden de waarheid van dit 
ffprcekwoord. Zij vonden toch doorgaande te Munster 
Lij den Bisschop of het Domkapittel meerder gehoor 
en meerdere regtvaardigheid in hunnen langdurige» 
strijd over hunne vrijheid van de landfolge «n het- 
gene men daar verder bij zocht te voegen, dan 
wel hij hunne lagere bestuurders. Men vergelijke de pa- 
pieren hier achter, onder Q. R. S. T. U, V. W. X. Y. Z. 
Ja zelfs werd de Drost ei grodtqausz ,^ zeer zeker te- 
gen zijn* zin en bedoeling, genoodzaakt, om den Sa-* 
gcUeilanderen op hoogen Jast en aanschrijving van 
Munster er mede bekend te maken, dat zij wegens 
hunne weigering om zestien man tot de krijgsdienst 
te leveren, door niemand en dus ook niet door hem 
zei ven verder verontrust en in moeijelijkhedcn mog- 
ten gewikkeld worden. Men vergelijke dit schrijven 
zelve, hier achter onder a. Vroeger was deze man 
den Sagelterlanders nog meer genegen, en legde nog 
eonlgcn eerbied aan den dag voor hunne gewoonten 
in een schrijven aan hunne twaalve, onder a ^; uit 
vergelijking van dit met zijn' tateren brief, onder a , 
kunnen wij zijne ontevredenheid over deze Friezen 
genoegzaam ontdekken , en meteen daarin de oorzakea 



Digitized by 



Google 



iBf 



l^ndeo rm éa Uterb bekoibbèiiog vandegd hiiDtte 
Yiije gewoonten. Bet Sageltetlaaderi Bigter , i>uy£Lir« 
te Frysoyihe^ sprak echter meer ten hunnen yoor* 
Jan nadeele in dese moeijelijke zaken, en deed door 
zijne Terktaring de waarheid hnnner beweringen heb- 
der genoeg uilkomen. Bijlage b. Dan de weg was na 
«ehm'aal Yoor het onregt gebaand , en het ging dna 
daarop boe langer hoe Torder.* Men ontnam den Sa» 
gelterlanders bij hunne yolbardende weigering, om 
ben £00 tot gehoorsaamheid te dwingen, later zea 
paarden, welke zij, met atandvastigen moed en 
herhaalde Terzoekschriften aan hnnne hoogste over* 
heid ie Munster f terugvroegen, en eindelijk, mogelijk 
eerst op eene meermalen herhaalde aanschrijving van 
da^r aan de lagere beambten, van deze wederkregen. 
Zie b. 2, 3, 4* 

Boe dieper- zich de bisschoppen in de wereldlijke 
jBaken staken en in staatkundige, betrekkingen met an* 
dere Vorsten gewikkeld werden , hoe meer men ook 
de règten en vrijheden van hen belaagde en be- 
snoeide ^ die onder hunne regering stonden, en 
dus ook die der SageUérlanders. Geld werd tot het 
bijlagen der opkomende twisten en tot het voeren 
Tan de kostbare oorlogen hoe langer hoe meer behoefte. 
Vanhier verzwaring van de belastingen bij de SageU 
ter «Friezen, en twisten tusschendeze en die van Frys' 
qythe over het aandeel , lietwelk ieder van hen daarin 
dragen moeste Zie de Bijlagen c. d. en e, In zoo¥ 
verre dit 'uit de stukken kan worden opgemaakt ^ 
schijnt bet, dat in de gewone kerspelschattingcn 
oorspronkelijk elk van bun de helft moest drigen. 
Zoo getdigde toch de Sagelterlaader Yoogd, sugo 

n 



Digitized by 



Google 



f(5ii 



TAMELiNCK; lattr werd dete verdeding ia zooterfe m*- 
anderd, dat de S^igélleflandersr f n de g^Yi^one sebattin^* 
gfen Iwee en de Fj^ysoythertf één derde droegen y naar da 
verklaring van genoemden Voogd en die vanden Sagel^ 
^ter Bigter, j, PKtmzjf sghmidts. Men Laii defte ver* 
klaringen vinden onder f. en g. Hierover na ont^ 
stonden tusschen die van SageUe én Frysoythe h^ 
yige en langdnrige twisten; hetzij, dat^ de Sageher* 
landers door deze nienwe verdeeèing van de schatting 
In het algemeen zich verongelijkt rekefaden^ hetzij^ 
dat TFel bet waarschijnlijkste is^ dat zfj deze ver* 
deeling niet tot do haitengewone lasten 'wHdèn. heb*- 
-ken uitgestrekt, zoo als c\e Frysoythers dit in han 
voordeel begrepen en wilden doorzetten* Van 
cle zijde der Sa ge iteri anders nam men nu weder zijne 
toevlugt, om zijn goed regt te handli^ven^ tot Jiét 
rerhooren van getuigen en het indienaen vftn klkag- 
««hrifte'n te Munster. Men nam* als getuigen Fr/ezen^ 
Sagelterlander inboorlingen j doch die nu' mét der 
woon in OosiFrieslancL gevestigd Warem Jdé: l^er^ 
beambten bedreigden de Sag^lterlanders bij hnnvoN 
*landig weigeren met executie, zoo al^djvan do 
^rjsoylhers burgers tot gijkeiaors in vcriselverde be^ 
waring , en paarden en wagens als panden' iwmicti; 
€elijk als men te allen tijde, daar de ^ sciiialki&t 
jtoovcel gclds behoefde, met veel groo^r gemaks vor^ 
«waring dan verligtiog van belastingen verkreeg ^ zoo 
ging hét ook hier. De lezer kan hiermede rergcn» 
lijken de Bijlagen h, if,». kïA. i. m, n^», o. pUa*iq* 
Ti.2»3. Men bedfcnlje hierbij tevens, dat &*zafakd«p 
iandfolge en die der b«itenge\fooe bela&tiiigen'^cto» 
^lelijk, bij dezen twist der SageUerld^dersjii^t4ieTaii 



Digitized by 



Google 



i63 



Ffysoyilie^ in elkander liepen en dooreengemengd 
trerden. Andere ferschillen van de Sagelterlanders met 
hanne regering « soo als die oyer het Terkoopen en 
oalginnen Yan een deel der Scharreler mark- of meen- 
telanden, over de ontvreemding van een gedeelte 
der marklanden door eenige inwoners yan Bollingcn en 
eene yetklarlng van den Eerw. j, WESTBRMAif^ Pastoor 
Ie Scharl^ dat de Sagelterlanders niet in ded tnrf van 
den Heer lubr mede gearbeid hadden, -welke in be-> 
trekking staat tot hunne bewering , dat zx] van Heere- 
diensten der landfolge, waartoe men na ook al het 
turfgraven, wanneer dit op last en ten behoeve van 
de overheid geschiedde, rekende, vrif waren, sie 
men in de Bijlagen s*. t. n. 

De Sagelterlanders beiVecrden steeds met de warmste 
belangslelling en ijver, dat zij stedelijke voorfegten 
bezaten, en dus geheel gelijk stonden aan Frysoydic 
on Kloppenburg. Hoe oud deze voorrcglen waren en 
of zij die voor zich bedongen hadden bij hunne on« 
der «verping aan Tckelenburg of later, wordt ons niet 
gedield,*en zal wel niet gemakkelijk opgespoord. wor« 
den. Zij noemden zich freije leute , 'vrijc lieden. 
Zij waren trotsch op d^tï eernaam van cuktiLj^sJreije 
Fresen^ vrije Friezen van kabbl {den Grooten)^ een 
eernaam, in oude staatsstukken aan hen gegeven en 
door hen met roem gedragen. Hunne overheden 
waren Burgemeislers en zij dus burgers en geener 
dienst" of leenpligtige lieden , zoo als hunne nabu- 
ren op .hel platte land, ten zuiden, zuidwestenen 
oosten van hen. 

, De Heer haltacs geeft ons in zijn aangehaald werk; 
op bet. woord wetchbild-recht^ hetzelfde als stads- 



Digitized by 



Google 



i64 



règt, Qit onder^chehleDe Toorrégtff-IirieTen yah Vor* 
sten aan deze en gene plaatsen | deze als stads* Tn}*' 
bedeki op. In eene zoodanige aüte Tttn i3oo geeft 
de Vorst van Mekelenburg aan de Borgemeesters yan 
fTismar^ naar ^fveichbüds- ^ dat is , stads^regt, het 
geheel onbezwaard gebtuik yan den molen. In een 
ander bevestigt niEDEiiiGKy fitsschop te Paderborn^ 
afan Burgemeesters en burgers yan Brakel bet voort- 
durend en veil^ bezit van liet regt om vrij en naar 
goedTinden te handelen, ten opzigte yan het bier» 
brouwen I brood*bak\en en vleesch-verkoopen. In 
liog een ander stuk yan 1460, dat door haitavs 
üit BECKMANNi ChroTt, AnhüU. is overgenomen , staat, 
£00 als wij het hier, uit bet Doitsoh vertaald , mede», 
deelen: «Item : de raad zal do magt hebben, om in 
»het brouwen en bakken, nopens gewigt, maten en 
•ellen , verordeningen en bepalingen te maken , en straf» 
»fen vast te stellen eii uit te voeren, zoo als hij van 
•ouds gehad heeft, gelijk sis weïchbüds- (dat is bier 
• weder stads-) regt is.'* 

Overeenkomstig met deze stukken beweerden dan 
ook de Sageltérlanders in hunne afgelegde getuige* 
nissen hieromtrent, hier achter bij bun Landregt in 
de Bijlagen gevoegd, dat zij vrij waren van alle Leen« 
en Heerendiensten. Vrij wartn zij in het kiezen van 
kunne eigene overheden, uit hun midden en door 
hen zelven. Vrij waren zij in het bakken yan hun 
brood en het brouwen van hun bier, geheel zonder 
éenige accijnsen. Vrij waren zij in het gebruiken van 
bunnen molen , zonder eenige belasting op het gemaal. 
Vrij waren zij in het gebruiken van eigene maten , ge* 
wigtén en ellen. Vrij waren zij in het knopenen yerkoopea 



Digitized by 



Google 



lts 



>an fanmie goederen eniQ^lbanoen h$nfiel eê wandel |^ 
sonder patenten. . Vrij waren sij, naar Friesch^ 
wiJECt in bet beroepen van biftioe Pastoors. 
: Heerlijke Yrijbeid! schoone en hemelsche Maagd! 
3oe groot en aantreUeli jL zijn niet nwe bekoorlijk- 
beden! Maar gij., koo aanminnige !. hoejreel minnaars 
TOodt gif niet te allen tijde onder de. zonen van 
adamI en Tondt gij ook niet onder de rijke en mag- 
tige naburen van SageUerlandP En uwe minnaars, boe 
ligt worden zij, gelijk als die ran svi's dochtera, 
door eenen geweldigea minnenijd ontstoken en ge- 
:beelin ylam geiet! Hoe Teelyuldige malen werden 
awe zoo ijrerzncbtige' ? rijers niet uwe gewelddadige 
aobakersl. Lezers! slaat bet oog op bet kleine 5age/- 
lerfan«{ en denkt na>, wanneer gif nog -moogt twijfelen. 
Onze opmerking verdient bet nog, dat bet Sagel- 
terland oorspronkelijk, naar Bijlage X, uit zeven 
erven bestaan moest. Deze verdeeling bad* zeker be« 
trekking op de verdeeling en den omslag van de schat- 
tingen, en moest daarbij ten regelmaat strekken.' In 
het noordelijk gedeelte vaa Daitschtand bad men 
ipoórhee» en beeft men^ nog heele en halt^e etven^ ' 
waarnaar de belastingen werden omgeslagen. In bet 
-wezenlijke, doch van onderscheidene grootte, zijn 
-deze erfden betzelfde als onze Fries^he pond^maten 
en de morgentalen op helBildt^ ook voorheen tot 
betzelfde einde dienende. Hoe gr.oet deze erven wa* 
ren en zijn, is ons onbekend; dit zal zeker ook wel 
•weder va» tijden- en omstandigheden hebben afgeban- 
gen. De een maakt baar van de oitgebreidheid ab 
cèn jnk, de ander beperkt baar tot de helft dief 
groolta Het woord zélf ir een met het lafljnsck. 



Digitized by 



Google 



r66 



divum^ leeil ' $tuh lands, bebouwbaar land^ zbtïwH 
gezaaid ais ongtzaaid , van arare^ ploegen ^ dat wt« 
derom één is met het oud-Nederlandsche eren^ ood* 
Friesch eria , ploegen ^ bouwen. Ia het Fransch heeft 
men arpent , eene zékere mate lands^ hetselfde woord , 
in de hoofdzaak, als erbe^ erf en arvum. Ar f ^ erf ^ 
orf^ ijrf^ arbi^ erbe^ eri*e^ arvuai heteekenen das 
oorspronkelijk onroerend goed» Waiineer deze ver* 
deel ing in zetfen en^en in het Sagelcerland als een 
rigtsnoer der belastingen , welke het moest bphren* 
gen, is ingevoerd, is onzeker. Dit zal wel in late* 
ren tijd en hoogstwaarschijnlijk, nadat zij onder den 
Bisschop Tan Munster geraakt waren, hebheii plaats 
gegrepen. Althans, wanneer wij deze gissing aan* 
nemen , zijn wij in staat om** de Ètrijdigheid, ' die 
er in de Terklariog der Sagelterlanders nopend dit 
stuk^ in Bijlage X, en in hun getuigenis in bet. atuk 
achter hnn Landregt aaotreffen, weg te nemen. In 
het eerste zeggen zij: »dat het Sagelierland y^n ovtis* 
«her uit zeven erven bestaan moest," en in het an* 
dere 'stilkr «dat zij hunne belastingen niet naalr 

' »heele en halve erven,. maar naar a dve na nt van ieders 
»vermogea en toestand gewoon waren te betalen, 
»ioo a\^ men dit in de steden deed.* . De Saj^elter- 
lanilcrs hadden dan vroeger in het omslaan der sebal- 
tingen dit Friesche gebruik gevolgd , en wisten in het 
^tuk der belastingen vad gqene hecle en halffe erven^; 
ieder .betaalde' naar zijne bezittingen en, i^der bezat 
iets«. In lateren tijd, tóen de verdeeling in heele en 
hahe ersfény na^r Moojrdd)uitsche manier, ook in ban 

jandtje door hunne hoogjstorègerihg waé ingevoerd i 
zullen zi)^ bij wege- van ifooi^regt, de hun toege» 



Digitized by 



Google 



167 



jbdde som ifi da J>e]asliogea» ,w«t db hoofdsooi W 
tpéft, wej^ naar «eiae/t: «rpöi b«re4ttiid, gedragen, 
roaar naar famnie .eigene gfewoornte die hocofdBom 
hofMéliik, naar ledera , vcr«wigeb\. ^onderling omgc- 
sla'gen hebben. Ook hierop stelden zij hoogen prijs, als 
vijanden van alle. trijstellingen en* ran alle oneven- 
redighedenin-hanne .geldelijke aangelegenheden. 

De hoefeelbeld*. <|ler .belastingen, welke de SageU 
terlanders roordezen . x>nder .de regering van den 
, Manster^chen Bissehop moesten opbrengen , kunnen 
wij niet opgOTen; in . onderscheidene tijdperken- sa I 
die ook naarmate Tan de staatabehoeften versehillend 
geweest zijn. In het zoo e?en aangehaalde klaag- 
schrift, met letter X, dat ran jongeren datum, 1779, 
is, zeggen de Sagelter-Friezen, Voorstanders of Bur* 
geaaeesters ^ dat hun landt je aan maandeli jksche gewone 
sehatting q5 rijksdaalders (ieder ten naastenbij 36 
stuivers Nederlandseh) iii' de bisschoppelijke schatkist 
brdgte. Hun landtje , zeggen zij daar verder in , 
bestond toen uit a 53 huizen of huisgezinnen, hetgene' 
bier hetzelfde is» Wanneer wij die tijdeu, de klein- 
heid «en. armoede van Sagelte^ met de van tijd tot' 
tijd daarbij komende bi;iitengewon& schattingen nu bij 
elkander voegen , en daaruit onze gevolgtrekking op- 
maken, dan zal zij deze zijn: dat eene jaarlijksche - 
belasting , van 2o52^ gulden ^ ' als wij den rijksdaalder 
op 36 Y2tn onze stuivers rekenen, in de laatste helft 
der iS^, eeuw , nog al uiet zoo ongewone ligt moet 
gAweest .zi}n voor de Sagelter-Friezen. Dat deze be- 
lasting in tijdsverloop zwaarder is geworden, kan> 
ons niet i anders dan, zeer nataurlijk voorkomen. 
Jegenwooriig geven zij aan de Oldenburgsche re» 



Digitized by 



Google 



^ 



gei ing» boTed de som, wdke sif vöoi^ d« btrn bifkini 
geheel ontnpmene Toorregten betalen, nog aange^ 
wone en baiteogewone belastingen, naar de opgare, ^ 
die de vriendelijkheid van SagdUi Voogd, den Beer 
BiTTBB, ons daarvan deed, als volgt: 

IhaL gross. 
Scharl geeft jaarlijks . • • . . • 3gg' «38^, 
Ramsloh'-^ -.— — . ....... 4^^ " 48J i 

. Sfru^klingen '"f"'^^ ••••.. 4oo • 54* 



In het geheel dns • • • iao« - 6g, 
Conpentions Münze^ Muntf over wier traste waarde 
men overeengekomen is. 

Voegt hier na nog de aoo Praissische daalders voor 
honne verlorene vrijheden bij, dan is de geheele som 
hunner belastingen i4o2-6g daalders engrosschen. Bren- 
gen wij dit in onze mant over, dan komt het bedrag 
dezer som , daar de daalder op 36 onzer stairers en 
de grossche op 2a centen gerekend wordt, op ƒ a5a5-3ftl 
centen neder. 

Het Sagelierland wordt tegenwoordig bestanrd do<Mr 
eenen Voogd, ondergeschikt aan het bestuar van bet 
Ambt Frysoyihe en , door middel daarvan , verder aan 
den Groothertog van Oidenburg. Deze Voogd vervangt 
hier thans de voormalige Burgemeesters van Sagelie^ 
en oefent zoo zijn gezag uit in de besturing yan d» 
ondergeschikte burgerlijke en ligtere regterlijke zaken. 
Door dezen Voogd worden tevens de Sagellerlandsch» 
belastingen, die steunpilaren der staten en senuwea 
4er regeringen, geind .en zoo verder aanhetFrysojriher 
Ambtsgerigt, zoo als wij meenen, opgezonden en ver« 
antwoord. Weinig i «oer weinig bemoeit zioh ^ch- 



Digitized by 



Google 



•«» 



tor de Sagallerltiiider met doMi sijoen Voogd , eft 
cleae Oldenbnrgsche roogdijscliap itrookt in bet ge* 
beel niet met sijnen Friescben aird; et ia geenè 
, naanwe beirekking toaacben pnpU en Toogd alfaier 
aanwezig. 

Beeds rrij Troeg» en miaacbien wel toen sij ondei^ 
de roering Tan den Biaacbóp ^an Munster geraakt 
waren, badden de Sagelterlendera, loo ab wij nit 
bunne iBtaataatukken sien, eenen Voogd \ die , toolang 
ai] nog bnnne Borgemeeatera hadden, *veel minder- 
magt en bebeer bezat dan tegenwoordige In welk 
eene betrekking deze toen stond, ia niet met zeker* 
beid Ie bepalen; mogelijk zag bij er op toe, dat de 
twaaWe nieta rerordenden, ^at atrijdig waa met het 
bisschoppelijk gezag , dat de wetten yan den Lands* 
Heer naaawkenrig werden gehandhaafd en levens, 
dat de Sagelterlanderji bij hunne voorregten, althans 
in schijn, bewaard bleven» Ook toen zal hij er. 
T^er ' hebhen moeten zorgen, dat de schattingen ge* 
troQw betaald werden, welke bij dan aan den Bente* 
nteester t» Kloppenburg zal* hebben moeien verant* 
woorden. 

: Men Toerde in Duiischland de benaming Tan Koogd 
in de beteekenia van Regier ^ Verdediger ^ Beschermer^ 
in overeenstemming met het Latijnsche Jdpoeatur. 
In de zoogenaamde middel-eenwen had men zoo 
adi^ocaü ecclesias^ beschermers van de kerk tegen het ge»- 
v^M en dé rooperijen der groeten ; advocatiEpiscopi^^ 
^trdedigepê van d& regten des Bhschops; advocati 
secerdotum^ beschermers van de geestelijken. Het schijnt 
wel Ittast, dat zulke advocati of verdedigers bet 
eerat en meest, van de zijde der kerkelijken tot 



Digitized by 



Google 



17^ 

tWfTphhig liuniifr regUn - eti betitlliigen tcêen di 
wereldlijke magt en roofoacht aijn ingesteld. En' 
daarom zeiden wij «oo even, dal de Sagelterlanders 
bannen Voogd zullen gekregen hebben van den 
Bisschop, al spoedig nadat zij onder de Munslersché 
regering gebragt waren. 

Het woord Phogat, Fogate y Foged, Faut, Fogi , 
Voogd ^ IS hetzelfde Woord als het Lalijnsche Focütus, 
de ge-henoèmde ^ gé-beroepeite en door benoeming^- 
beroeping, iemand ioegeifoegde ^ tot zijn heschermet^ 
Jiem bijgevoegde. Tn het denkbeeld yaii noeming ^ be- 
noeming ^ ligt het doel, waartoe men benoemt , ' 
natuurlijk opgesloten/ en zoo kon de ; beteekenls van 
Voogd, Beschermer en Verdediger uit die van genoemde 
door toepassing voortkomen, en uit vocatus, ge^^ 
w>emdy kon met voorzetting van €id^ IJslandsch 
rtf, toe, aan^ ^y, zoo adwocatus^ beschermer , ge- 
boren worden. 

Ook zien wij in Sagelterlands Archiven, dat de' 
Brsscfaop oenen Rigler (eene uttdrnkkii^ ,, waarvan • 
de geleerde grimm in zijn te voren genoemd werk 
zegt, dat zij in cle oude spraak zeldzamer voorkomt) 
te Frysoythe orcr het Sagelterland hadde, die de 
zwaardcf-e en hoofdmisdaden 'van deze Friezen zal* 
h^ebben moeten beregten en .«LtrafFen. Dezo beide 
vreemde Bestuurders, . welke door tnsschenkomst van 
de Ambtlieden te Kloppenburg met de hoogste rege^ 
ring to Mf^Ttf/er verbonden waren , waren de banden» 
aan welke de magtigcn der aarde de Sagelterlandscb« 
vrijheid gebonden hadden , en waarmede zij baar poog* 
den vast te honden . en te leiden, werwaarta . men 
haar . gaarne hebbea mlde , om baar eindeüfk geheel 



Digitized-by 



Google 



»7» 



fl« al daaraan Tast te leggen, eosöo gekneveld tclatèo 
4oodboiigereD.' • 

Yoór het overige heeft Sagdterland nu ook nög 
fttjne drie Bourvoogden, voor ieder kerspel tén^^ 
die bj] hen het werk hunner voormalige Schutte» 
meesters, verrigten, in sooverre namelijk aU hun 
dit door hunnen tegénwoordigen staatkundigen toe* 
atand en lïunoe betrekkingen wordt toegelaten, ' 

Eindeli}k is er nog in ieder^^ dorp een l^urrigter^ 
die de aau- en omzeggingen doet) van al .hetgcné 
door hen als burgers gedaan én betaald mOet worden ^ , 
in iooverre dit laatste niet tot hunne gewone en 
buitengewone belastingen behoort. 'Deze Bourrigters 
hebben veel Ofereenkomst met ohzé voormalige Frlesche 
porpregters, die hoofdzakelijk almede hetzelfde werk 
moesten «verrigten. > 

Het Sageltérland, opdat wij dit ten slotte hier. nog 
bijvoegen, had in de dagen zijner aloude Friesche 
vrijheid zijn eigen' lands^zegel. Dit voert ten wapen, 
naar de opgave van den Heer wbstekdorp teraange^^ 
haalder pkat$c , kabel den Gröoten^ met kerzerlijk 
gewaad verisieiid en door z\verm<fnde bijen omgeven. 
Als onisclurift staat er op; S{i^illum) Parrochmornm ih 
Sagelit</i;^ fint i^: ICcgel van.de Parochianen (paróvhic^ 
genoolen) in &agel(e. Zijn Ecrw^ nam van dit zegels 
waarvau'in i8i x of iSi 3. zicli nog twee exemplaren in 
Sa^eUedand bevonden ^ een afdruksel bif den Eerw* 
Pastdor.TA^KAMP ie Strucklingen , e»legdedit onder de 
stukken 'van het^ Groninger Genootschap'*, pro excolendo 
etc. -neder. .Ook op den inventaris der Sageltcrland-* 
scbe. Arohiven,. onder de Bijlagen^, vindt men ee» 
metalen drok^egel met hetselfiieoBisclurift opgegeven > 



Digitized by 



Google 



ty^ 



edoch: spodereenigB terdere besefari|Tuig« mt'den 
mond ran den voormnligen Voogd xanSi^eUerland^ 
den Heer HEioaius, is ons echter ook nog dik aan- 
gaande een Sageltec zegel opgegeven. Hij zeide ons» 
dat daarop een gekroond en zittend perioon ge- 
Yondea werd» ittet dit omschrift: S. jpacoqus, patroma 
in Sagelten, de H. Mconus, patroon inSagelte. Wan-» 
neer wij dit^ aannemen, lullen wij naar alle waar- 
echijnlijkheid dit voor eea kerkeK)k zegel moeten 
honden, daar het. anders met het herigt ?an deli 
lieer westbrdorp niet is overeen te lurengen ; terwijl 
wij in znlk een klein, landt je toch wel geene twee 
lands-zegels ons denken kunnen. Doch genoeg hien* 
▼an, zoo niet meer dan genoeg* 
. Wanneer wij na nog eens .de door ons gegeyene 
onrolledige geschiedenis tan SageÜeHand doorloopen<$ 
wanneer wij ons oog- nog eens op da Archifcn van 
dit kleine landtjeen de daamit opgemaakte aanmer^ 
kingpn laten gaan; daa leiden deze en gene ons beide 
als aan de hand tot de volgende getolgtrekkingen^ 
welke wij ten beshnte alhier de lezers aanbaden. 

De vrijheid, welke de Schepper der menschen als 
den gpondtrek onzer natnar. in> het menschelijk ge« 
moed grayeevde*, groeit, zoo als at zijne overige 
vei^mogens, op- mei; den mensch» ontvrikkelt zich 
mei hem en wordt gewijzigd naar en door deopvoe» 
ding, welke wij ontvingen , en de meerdere of mindere 
mate van beschaving, waarin wij deelen. Even als> de 
menscb bij zijne onderscheidene levenstrappen van kind 
tot volwassen man opklimt, en zich hier ook in zijne 
onderscheidene leeftijden onder' de aan ieder dezer 
eigene wijzigmgen yerioont, even zoa eigenaardig 



■ Digitized 



:edby Google 



Tertoont sich ook de mensdielijke Trijfaeid in, de rer- 
schillende tijdperken sijns leTent in oAdersch^iden 
vorm en gedaante. 

De Trijbeid ran bet kind is tocH geheel andere 
gewijzigd dan die Tan den jongeling ; terwijl wederom 
dit wezenlijke en hoofdbestanddeel der menschelijke 
natnnr sieh bij den volwassen man in Eijoe faande« 
lingen geheel anders gewijzigd aan ons oog vertoont, 
dan bij denzelfden mensch in zijne jeugdige* jaren» 
Zoo is de rrijheid yan het kind eene blinde vrijheid ^ 
welke door de reden niet als tengel geleid en bestuurd 
wordt: het wil, omdat het wil, zonder redelijke 
OTèrtuiging en drijfveeren ran zedelijkheid, welke 
nog in hare kiem gehee) ligt opgesloten. Bij den 
jongeling neemt de rrijneid met de jaren en bij de ge** 
heele uitzetting zijner natuur meer en meer de ge« 
daante aan van eene redelijke en zedelijke: hij wil 
meer uit zedelijke overtuiging, hoezeer zijn wil dan 
ook nog in zeer vele gevallen voortgestuwd moge 
borden door de domme-kracht der driften. In den 
mannelijken leeftijd eindelijk stelt onze vrijheid t wan* 
neer geene vreemde oorzaken dit verhinderen, zich 
meer in al hare zedelijkheid aan ons oog voor: dat 
is, men wil dan meer alleen uit eigene redelijke 
keuze en ter bereiking van zelfgekozene en zedelijke 
bedoelingen, den vrijen mensch me^r waardig. On^e 
vrijheid vertoont zich dan meer of min in die schoone 
en volmaakte gestalte, waarvoor zij — die groote gift van 
den hemel, deze beeldtenis vanden oneindigen Geest in 
den eindigen menschelijken geest ! —hier op aarde v'at« 
baar is en bestemd werd. Zoo als het in desen met 
jederen mensch, met eiken individu, gelegen is, is 



Digitized by 



Google 



174 



ht\ ook, gélöOTen wi), in het wézenlijke met iedere 
grootere of kleinere Tereeniging ^van inensehen in 
maatschappij, welke wij familiè'n^' Volken enzi ge* 
woon zifn te noemen , met deze zaak getteld. Het* 
gene Tan elk enkel deel geldt, zal f och ook wel, 
onder de noodzakelijke bepalingen en roorheboadlng , 
Tan het geheel, uit die enkele deelenzanengeateld, 
waarheid moeten wezen. 

In den eersten tijdl Van bestaan , of in hare op- 
komst, is znlk eene iréreenigin^ van menschen in 
het bezit van de vrijheid van een kind : kracht , mwe , 
domme kracht, werkt dan tegen gelijke kracht. £q 
de zwakkere in den eigenlijken zin moest hier ahi^^ 
naar den aard der zaak en de leer van de geschiede* 
nis, Toor den sterkeren onderdoen en bezwijken. Zoq 
ging het ook in Sageltcrland ^ en zoo ging het ttf 
allen lljdö cp overal, waar een yolk gclioren werd. 
t Klein^crc en grootere fainilicn, stammen en Tolken 
blijven echter altijd ^cenc ktnileren. Zij grucijenop, 
en komen in hunne jongelin^s- jaren. Nu ontwikLcrlt 
zich ouder hen, bij al de bnweders en 'stormen der 
woedende en blinde driften-, en wel jnist hierdoor^ 
meer en meer de redelijke en zedelijke vrijheid, dal 
kind van eigene Tcrstandelijke overtuiging, en na 
ontstaat er van* tijd tot tijd eene werking en streving 
naar een zedelijk ^en den mensch waardig doel, welke 
zich zelven meer en meer van het Waarom bewust 
wordt. Nu 'blijft bet niet enkel ruwe en woeste 
kracht langer, welke zulk eene vereeniging van men* 
sclien drijft en in werking brengt. Men handelt na 
meer naar redenen, nit den bodem van den eigenen 
geest gesproten ; men strijdt au meer met zoodanige 



Digitized by 



Google 



•75 



redenen ter bescheriQhig van eigene yrijbeid, waar 
die bedreigd en aange?aIleQ wordt, naar mate de 
eigene wil lelf na meer door verstandelijke redene^i 
Eich laat leiden en buigen. Men nadert nudemanne* 
lijle jaren en zoo ook de mannelijke yrijheid. Bij 
bet kind was het werken blinde aandrift der nataar^ 
«onder bewustheid, zonder zejlelijkheid; bij den 
jongeling mengt zich onder zijne redelijke handelingen 
nog zeer yeel blinde drift; bij den man verkrijgt 
de rede, vyaarin de vrijheid haren troon heeft, boe 
langer hoe meer de heerschappij; htj zelf wordt 
jneer redelijk en zich zelyen meester. Zoo streden 
jeugdige volken meer met de wapenen der redenering en 
des. geestes, dan opkonlende horden van wilden, gelijk 
wij uit ^e geschiedenis leeren. Zoo zien wij ook uit de 
ons bekende geschiedenis van Sagetierland , dat zijue be- 
woners als jongelingen, zelf meer vatbaar voor r/e« 
den, ook nu meer met redenen tegen eiken belager 
^n aanrander van hunne vrijheden en voorregteii k^mpr 
ten, dan zij dit wel in de vroegste onliistortsche 
tijden, dat is, in hunne kindsclilieid, deden of kon* 
den doen. £n, naar mate elk volk en dus ook dit 
kleine in den mannclijken of meer verlichten e0 
l^edelijken leeftijd opklimt, wordt tevens zijne vrij- 
heid verlichter, liienschelijker en edeler. 

De Godsdienst is en blijft het hoofdmiddcl, wmar- 
^an ecne vaderlijke Voorzienigheid zich ter opvoeding 
yan enkele menschen en vereenigingen van menschea 
te allea tijde bediende en zal bedienen. En het wal 
en blijft alt ijxl eene onomstootelijke waarheid, dat de 
vrijheid, , io vrije en teine godsdienst gegroeid en 
geworteld,^ de eenige is, dien goddeUjken naan| 



Digitized by 



Google 



1^ 



WMI*clig. Welke wondereii heeft in dit opfe{gt iè 
chrxsteKjke ^ Godsdienst niet gewrocht tef beyrijdiog 
fan' menschen, en cal Kij nog refder ^vrerien! 

Men bedenke echter steeds bij dit alles, dat soort* 
gelijke waarheden en opmerkingecT Toor ons menschen 
alleen in het groots en algemeene gelden en gelden 
kunnen. Men Tcrgete hierbij verder nimmer , dat de 
opgroei yan het kind tot jongeling ons menschen 
Toorkomt als veel sneller gaande, dan die van jongeling 
tot man en zoo verder, en dus veel meer in het oog 
moet vallen», Men verlieze hier niet uit het oog, dat 
er in den mannelijken leeftijd dikwijls schijnhara 
stilstand en zelfs onnatuurlijke achteruitgang, naar 
einze wijze van zien en spreken, door ziekten, ver* 
.swakkingen en andere yreemde oorzaken plaats grij* 
-pen in de ontwikkeling en volmaking van eiken 
itiensch, en dus nog meer in eene vereeniging van 
duizenden, ja, miliioenen menschen. En dan voege 
tnen hierbij , dat er eindelijk voor eiken mensch een 
tijdstip komt| waarin het aardsche/ het zigtbare« 
hem ontvalt en door de aarde wordt teruggenomen: 
«en tijdstip van veroudering en dood , waarin den mensch 
het aardscbe kleed, dat wij alleen zien , booren en ge* 
waar worden , door de hand des doods zal uitgetrokken 
worden , en alleen de mensch zelf zal overblijven. 

Laten geslachten dus vergaan, familiën wegsterven ^ 
rolken met hunne namen en eigendommelijkheden ali 
afgeleefde grijsaards hun bestaan verliezen en geheel 
in hun vorig niet terugzinken — het meiischdoin 
blijft te midden van al die vergankelijkheid voort* 
duren, naar den raad van den eeuwigen Vader des ^ 
tüenschdoms! Het ibenschcbm, hoe zijne afdeeUngea 



Digitized by 



Google 



[77 



met al hare benamingen dan ook mogen yeranderen, 
afwisselen en komen en gaan; hoe ook die afdeelin- 
gen, uit natunrgenooten samengesteld, tegen elkander 
botsen en strijden, ja, hoe lij ook elkander pogen te 
Ternietigen, gaat, door al die botsing en strijd 
Yoortgedreren , l^ngs regte en dwarswegen aan de 
hand zijns Vaders voorwaarts, en het zal blijven 
voortgaan in ivare verlichting, vrijheid en geluk- 
zaligheid! Voorwaarts! roept de geheele natuur ons 
toe. Dit is hét vrerk van Hem , die daar is in allen 
en boven allen; wie zal het keeren! 

Eens zoo vrij en (riesch Sagellerland ! moge het 
lot nwen naam, Frieschen geest en taal met uwe 
volks- vrijheid reeds sterk verminderd hebben, ja, 
moge het eens dat alles geheel uitdelgen, zoodat 
er slechts de gedachtenis van overblijve in de ge- 
schiedenis , ter leering voor de nakomelingschap en 
ter beschaming van alle grootc; en kleine onderdruk- 
kers, — het goede en groote, wat gij in de zaak der 
ware vrijheid en ter harer bescherming en volmaking 
verrigthebt, kan nogtans door niets verdelgd worden! 
Het is zeer verre boven tijd en lot verheven. O, dat 
gij en uwe kinderen u nog lang in het bezit van het 
overschot dier volksgoederen verheugen ndoogt, die 
u yan uwe vaderen als het dierbaarste erfgoed zijn 
nagelaten! En is eens bet tijdstip daar, waarin van 
dat alles niets meer zal resten dan de gedachtenis, 
dan zij die gedachtenis voor uwe nakomelingen en 
voor anderen de zoete, voedende en lavende vracht 
van den palmboom in de vroestijn! Dan zal zij, 
deze vrucht, hunne vrijheid zóó voeden en verster- 

ia 



Digitized by 



Google 



178 



ken, dat deze edeler, meoscbelijker en manneli)ker 
sal Worden, dan sij bet 10 de dagen ower vaderen 
geweest it of konde wezen! 

' Uit Sagelterlanda geicliiedenii en den geeit cijner 
inrigtingen kan elk pobenevelde ran gexigt leeren, 
hoe alleen onchrbtelijke godsdienstbaat, dat kind 
der helle! opgekweekt door heersch* en hebzndit» 
het Catholieisme onbestaan- en onvereenigbaarbeid 
inet ware burgervrijheid , en bet Protestantisme 
daarentegen vijandschap tegen alle burgerlijke orde 
te last kan leggen. Waren onze Friesche vaderen 
dan niet teyens vrij? Waren de Sagelterlanders 'dit 
'dan niet in de roimste mate, zelfs naar de be* 
kendtenis van den Protestaotschen u. emmius? Wat 
ademt meer en sterker dan de reine geest der groot « 
ste burgervrijheid in onze oude Friesche wetten? 
Wat straalt ons in Sageltes staatspapteren meer in 
de oogen, dan vrije burgerzin en de gloeijendste 
ijver voor de handhaving van wettige vrijheden en 
voorregten? En zijn niet Nederlands Protestantsche 
bewoners getrouwe 'onderdanen? Maar wat heeft 
dan jEzus' reine Godsdienst, welke Protestant en Ca- 
tbolijk belijden, gemeen met de staatkunde de- 
zer wereld? Wanneer regeringen en geestelijkheid 
haar vrij laten werken, dan eerbiedigt zij de bestaande 
magten, maar eerbiedigt zij tevens eo nog meer in 
eiken mensch Gods geslacJite, Zij , dexe Tolmaakte 
dochter des hemels , brengt alleen goede boilers en 
regtschapene bestuarders voort, door Christenen ^in 
den geest des Evangelies te vormen en als de zooda« 
nigen op te voeden. Wanneer zal men toch eens op- 
hoaden , om, verblind door haat, nijd en vijand* 



Digitized by 



Google 



«79 



•cbap» hel helderste lichl der waarheid niet te 
willen zieiii ea de Uaarate, zekerste en onloochen- 
baarste aitspraken der geschiedenis 'niet te willen 
hoorenP Wanneer zat men nog eens zoo wijs wor- 
den, om te leeren ios^ien, dat jbzus cbristus al 
die namen en vormen voor niets aeht, wanneer de 
geest en het leven der liefde en der zachtmoedig- 
heid er aan ontbreken ? Dan hiermede punctum f 



Overgang jtot het taal- 
kundige gedeelte van 
dit werk. 



Na al het gezegde kan er gewis bij den onpartij- 
digen desknndigen lezer geéne de minste zweem yan 
twijfeling- of. bedenkingen meer orerig zijn gebleven , 
of wij ons op Sageberl^ttds bodem wel op Frieschen 
^rond en onder de Sagelterlanders zelven wel onder 
onze Friesche st^mgenooten bevonden. Wij zouden, 
om dit verder te voldingen, geen woord meer op 
het papier behoeven te zetten. Dan, om bet gege- 
vene in eepi nog helderder licht te plaatsen, en dat* 

ia* 



Digitized by 



Google 



I9<> 



gene, wat, als aan den adem des monds hangende, 
soo ligt en spoedig door den adem der Incht wordt 
weggeblazen, aan het papier ^te binden, en het too, 
althans ten deele , Toor de wegToering te bewaren , > 
willen wi) nog het Tolgende over der Sagelter-Friezen 
taal , en wat daartoe behoort , ter neder schnJTen. 
Zoo doende, tnllen wij een zooveel te nataurlijker 
en gemakkelijker overgang daarstellen tot de volgende 
korte schets van eene Sagelter-Eriesche Spraakleer 
en eene Woordenlijst. Geleerden, in dit opcigtwelte 
gelooven, omdat zij met de Friesche taal bekend 
waren f hoewel zij zich veel te kort voor een grondig 
onderzoek van de zaak in Sagelterland ophielden , heb- 
ben het uit ééuen mond verklaard , dat alhier de Frie- 
sche taal gesproken wordt, en dat in het kleine 
Sagelte nog afstammelingen der oude Friezen wonen. 
Ypey en westendorp stemmen hierin met elkander 
en met pns overeen, en de zoo verdienstelijke oud* 
Friesche taaikenner x. d. .wiarda , die te Aurich^ 
slechts eenige uren van het Sagelterland verwijderd, 
woonde, zoude dit insgelijks hebben moeten belijden , 
als hij het der moeite waardig geacht had om dit 
op de plaats zelve te onderzoeken. 

Van de yoordezen zoo uitgestrekte Friesche volks- 
familie, die eens dezelfde taal, hoewel met meerdere 
of mindere fijBC en groye nuances in klinkers en 
medeklinkers gesproken heeft , is nu buiten ons Fries^ 
land alleen H^ oord-Friesland in het Hertogdom Slees^ 
Aviik en Sagelterland benevens de eilanden Terschel^ 
ling en Schiermonnikoog overig. In al hel andere 
gedeelte van de eens zoo uitgestrekte landstreek der 
Friezen is reeds voorlang de Friesche taal verdwenen , 



Digitized by 



Google 



i8i 



en heeft sij voor het Plat>dui(sche ea Nederiandsche 
dialekt moeten plaats maken. 

Deze Friesclie volksstam maakte waarschijnlijk 
reeds van den beginne af aan, dat hij slch in het 
noord-noordwesten van Europa nederzette, onder* 
scheidene faniiliën ait, die toen al min of meer in 
verschillende tongvallen van eene en dezelfde spraak 
van elkander afweken. Anders toch laten zich moeije- 
liliiy. of in 't geheel niet, deze en gene verschijnselen 
te dezen opstgte in ons Friesland verklaren en on- 
derling met elkander overeenbrengen. De Bierumers 
bij^ Harlingen noemen nog heden ten dage de bewo- 
ners van de Grietenijen Oost- en tFesi-Dongeradeel de 
Dongerdeelsters (de oude Dungger'ffresen) -, zoo als 
deze; laatste weder de bewoners van de^dbrpen Ooster-^ 
SeX' en Pietersbierum bij onderscheiding de Bie- 
romers heéten. Merkelijk van elkander verschillende 
Friéscbe tongvallen , niet alleen door onderscheidene 
klinkers en medeklinkers, maar zelfs in woorden van 
elkander afwijkende, worden er ook in deze twee 
gedeelten van onze Provincie gesproken. Woorden, 
zoo als(r//7i, \aextaai; horwal^ hi\ ons slatwal, aard^ 
^al 'van den modder, uit de slooten gegroAfcn^ en vele 
anderen, die alleen in de Bierumen gehoord en in 
yOost' en TFest'Dongeradeel niet verstaan worden, 
maken dit onderscheid in het oog loopende. Maar 
ook warden deze oostelijke en westelijke deelen van 
Friesland in vroegere eeawen door den aanzienlijken 
Zeeboezem', de Middelzee genoemd , van elkander ge- 
scheiden , waardoor het straks gezegde nog nadere toe- 
lichting en bekrachtiging.bekomt. Zoo als wij weten, was 



Digitized 



by Google 



x8< 



de geheele oe?er van de Noordzee door vert cheidene coo* 
danige zeeboezems of inhammen afgebroken , die den 
Friescfaeh stam natuurlijk in yerschillende takken scheid- 
den', en zoo verder ook in taal door zalk eene afzonde- 
ring onderscheidden. Zoo had men hei Flie , de Boorn^ 
otMiddelzee^ de Lauwers^ den Dollard en de Jade, 

Ja, zelfs nog kleinere waters dan deze inhammen 
hielden het oorspronkelijke verschil in de tongfallen 
der Friesche volks- familièn levendig, en werkten min 
of meer als afscheidingen tnsschen die familiën mede , 
om dat verschil scherper te maken. Zoo is er dia* 
lektverschil tnsschen de bewoners van Oost- en> West" 
Bongeradeet ^ althans in de klinkers. Beoosten de Pea« 
zeïis%e%lmenseaft^ eag, weag y oor zacht ^ oog^ wand 
of golf; bewesten dat water is het 5c/l, ceg, ^^^cBg enz. 
De PeazenSf thans eene gewone Vaart, was oudtijds 
zeker een veel grooler en breeder water. ^Zijne te- 
genwoordige en zijne oude naam de Dungger wijzen 
dit zelfs aan, zoo de natuur der dingen en de voor- 
malige gesteldheid van deze oorden bet, ons niet 
leerden. 

Dungger is ioch de looper ^ slroomer^ öe\ifèger*, hier 
van water gebezigd, dat op- en' afvloeit met de ebbe 
en den vloed. De wortel van dit woord ligt in dan^ 
den^ din^ don^ diin^ waarin de beteekenis van be- 
weging, in onderscheidene rigtingen en van verschil- 
lende zaken door toepassing, ligt opgesloten. Zoo 
ziJQ dungsr^ tongèr^ tonge ^ dongi dongjé enz. 
allen oorspronkelijk dezelfde woorden , en wijken alleen 
yan elkander af in bnone toegepaste beteékènissen. 
Zoo is donder de beweging van het geluid ; tonge 
het be wegene ligchaam der tong zelve, en verder ook 



Digitized by' 



Google 



les 



Ae beweging ran bet geluid fip het spreken • iaal^ 
soo als in bet Engelsche longue^ spraak, Deensche 
timge^ en ons tonge^ het clani»^ ijzeren slangetje in het 
huisje ran een* evenaar, ook naar fijne beweging 
^s gebeeten; dong^ de uitwerpselen der dieren, 
Tooral' de danne %rek; zoo zegt men nog bij onst 
sa wfjdk a$ dong; dongje^ die onreinheden uitwer- 
pen^ waarin het denkbeeld van beweging en wet 
Tan eene sterke en snelle beweging heerschende is. 
De Heer xamiesou geeft ons in sijn Scoliish VkUanari} 
opi dat men in Schotland nog bet woord io ding 
bezigt in den zin van drijven , to ding down is ne- 
derdalen p nedervaüen ; ü V dingin on bateekent 
aldaar het regent , het sneeuwt. , To ding, drijven^ 
is aldaar» even zoowel als ons drijven ^ het Friesche 
drieuwen, in eenen actieven als neutralen zin « gelijk 
de spraakkanstenaars bet noemen, gebruikelijk. — Toen 
in lateren tijd door de ophooging yan zijne bedding 
en de uitbreiding zijner oevers de Dunner hand over 
hand afnam, zal men hem hoogstwaarschijnlijk den 
naam van Peazens^ die hier een ondieper, langzaam 
vloeijend en meer of min moerassig water aanduidt , 
gegeven hebben. Eene zwaardere, min of meer door 
drukking, zuiging enz. bewerkte, met een afgebroken^ 
en klokkend geluid vergezeld gaande beweging wordt 
uitgedrukt door de wortels pa, pe, pi ^ pOf pu. Van- 
hier, terwijl dezebeweging hier op die van water wordt 
toegepast) ons Friesche pasjen (spreekt uit pa-sjen) , 
peasjen, peaskjeny van de geluidgevende beweging 
van hel water, wanneer het door iets gedrukt wordt, 
b. V. wanneer men in het gaan zijne schoenen vol wa- 
ters beeft yp^sjen , wateren ; pooijen , iemand tot drinkea 



Digitized by 



Google 



|84 



dringen, doen drinken, ook nog, zoo wij meeneut 
poesjen^ water of eenig ander yocht nitstorten en 
daarmede iemand of iets bemorsen ; putskjen , 
gnizig en al klokkende drinken. In al deze woorden 
speelt het water, en wel het bewogene water, de 
hoofdrol. Vergelijk hiermede nog het veronderde 
Grieksche sriW, p/o, ik drink ^ hetgene thans alleen 
nog in het zoogenaamde, a aorislus Wio, epion^ dk 
dronk f of zij dronken ^ van hel Verk woord «riW, 
pinó^ ik drink f welks toekomende tijd wtitr^t pösó » 
ik zat drinken , yan «■«« | póó , ik drink, afkomt , 
overig is. Men kan hier ook bijvoegen het Latijnsche 
potare , zuipen , drinken ; patas , drank; potor^ drinker. 
Dan terag van dezen nitstap! 

Zonde no dit een en ander. geene onderscheidene 
familiën alhier , bij de vestiging van onze vaderen in 
deze streken, vooronderstellen en aanwijzen? Leidt 
de verdeeling van Friesland in Oostergoo , TFestergoo 
en Zetten-wouden ons ook niet even goed tot het- 
zelfde gevoelen? De namen van Acht*karspelen\ 
Trijn'wouden^ Fijf-deelen^ ja de oade oorspron- 
kelijke verdeeling onzer Provincie in Grietenijen, 
zouden deze niét in nader of verder verband staan 
met de verschillende familiën, waarin het Friesche 
volk het eerst was afgedeeld? Ons komt dit natuur^ 
lijk voor. Hoe veel verschilt het dialekt in den Zuid- 
hoek van ons gewest van dat, hetgene in Oost- en 
fFest'Dangeradeel gesproken wordt! Ja, heeft niet 
de stad Hindeloopen weder hare eigenaardigheden in 
haren tongval even als, vooral voordezen, het thans 
zoo diep vervallene dorp Molquerum /* Hóe verre wijkt 
wederom het Friesche dialekt, niet alleen in letter- 



Digitized by 



Google 



rtfr 



Manlen, maar zelfs ia woorden te Grouw en yerder 
bezaiden Zeeuwarden en i^ de omstre)Len van Sneek 
' af Tan dat, wat gesproken wordt in denZaidhoek, in 
de Bierumen en in Oost- en West-Dongeradeel! Hoe vele 
woorden komen daarin niet roor, zoo als de heerlijke 
«proeven, ons door onze vrienden, de gebroeders 
HALBERTSMA in honoe Lapekoer van dit taaleigeii 
geschonken, leeren, welke nien in de omstreken 
Tan Dockum niet hoort en zelfs niet verstaat, en zoo 
omgekeerd! En wederom is er een zeer merkelijk 
verschil in het Friescb, 'dat bezuiden en hetgene 
benoorden Dockum^ in de Wouden en op de klei 
gesproken wordt. In de wondstreken zegt men alge^ 
meen: hi^ di^ wt, giel^ diely hiel ^ enz. In de klei* 
streek hoort gij niets dan: hij , dif^ tviy, geel^ deel, 
heel, enz. 

•De taal Tan de Tisschers in het dorp ^leru/nenhet 
gehucht hei Moddergat onderscheidt, zich weder 
merkbaar in tongval Tan die der overige bewoners 
van fFest-Bongeradeet. In de eerste wordt de u met hare 
volle zuster de oe niet zooveel gehoord. Hét is aldaar 
altijd fier Yóor jfjoer ^ stjrt voor stuut^ yt voor uut^ 
tys voor tuus. Zelfs onderscheiden de bewoners dier 
twee plaatsen zich wederom onderling in tongval van 
elkander. Ja, eindelijk, wanneer wij acht slaan op de 
fijnere onderscheidingen in tongval, kunnen wij veilig 
aannemen, dat er verschil, hoe gering het dan ook we- 
zen moge, in dezen tnsschen^dorp en dorp bestaan zall 
Vele vandeae kleine en minder in het oog loopende 
verscheidenheden moeten wij gewis op rekening van 
tijden en omstandigheden zetten, welke zoomenigvuU 
dige aanrakingen en vermengingen tnsschen familiën* 



Digitized by 



Google 



m 



Beirerkt hebben , ea cUardppr ,Uo|[tamerband haren 
infloed^ ap de taal deden gelden. Deze namen seker 
op vele plaatsen meer c^ minder van dat onde ei« 
genaardige dialektveracbil 'w^^ en bragten op andere 
in tegendeel nieawe, wijzigingen yoort, schiepen dus 
hier gelijkheid, daar ongelijkheid, waar deze roor- 
heen in de klejar der taal niejt bespeurd werden. 
Maar zonder onderscheiden^ familiën, welke zich, 
de eene vroeger, 4e. andere later, op verschillende 
tijden das en op verschjllende plaatsen alhier in 
Friesland nedergezet hebben f aan te nemen, kannen 
wij dit versohiJDsél nimmer goed ophelderen, vooral, 
waüneer wij op de* grootere i^deelingen van deze 
landstreek' het oog vestigen. 

. Dan waartoe xnOer woorden verspild over eene 
zaak, wier wezenlijkheid zonneklaar wordt aapge- 
foond door het werkelijk be^taiin van leqiie, i;oodanige 
üamilie van. anderen stam en taal. op het Bilde in dit 
ons Friesland (en huidigen dage? . Deze,.: van Noord- 
Hollandsche afkomst^ ondersdieidtvziQh j^ot op heden, 
toe genoegzaaia van de Oudianders rof Fi^iezen door 
bare Noord-IfoUandsche spraak, bij , al de ver- 
anderingen, ^welke* dé .tijd fin onderlinge verkeering 
tusschen deze Nienwlanders eov 49.. Pudlanders in 
eigendommeUjke zeden bewerkten; , 

Hoe hei mét opiiigt>tot .4^<9</l»aak in «S^f^Z/erZa^^t 
gelegen is , wie lian eb^ lal 4M: bep^L^^b? Mogen wij 
hier eene gming; w.sg6n> ndaq^, IK>«dc» hw.ij er niet 
vreemd van stjn^ om ;to stellen^ t dat drie .&miliën 
liich alhier in de drie kerkdorpen hebben nedergezet. 
•Klein is iJhier wel het dialektTersebilt maar klein is 



Digitized by 



Google 



ttj 



ook heiland ibél siine iieyotting. Er beslaan ecbter 
selfs nog in dit soo lleine land afwijkingen in den tong- 
dag. Ziet hier f vat er ons ran is aan de hand 
gegeren/ ' 

Te Ramsloh zegt men: ifnii^ neen; te Struckbngen 
U het: Nd; te Scharrel weder obi: Nd, 

Te Ramsloh ■sipreeVt'menz Saucs^ mes; ieStruck" 
lingen: Sicsi te Scharrel: Sdcs. 

Te Scharrel heet het: Spade ^ een lep, lodde, 
schep, schap, zoo mede in Strucklingen; in Ramsldh 
U het Spdde. 

In Rantshh eindelipL zegt men: Pdn ^ Teen; in 
Scharrel en StruckWigén: Tan, 

Het yerschil bestaat hier wel bloot in de onder- 
scheidene uitspraak der klinkletters , doch kan men 
op zulk eene kleine uitgebreidheid Tan oppervlakte 
wel mëèr TérwacbtenP Zonde de benaming Tan 
Scharle^Presen , althans wanbeer wij de eerste , boTen 
hiervan opgegevene verklaring als de waarschijnlijk* 
ste aannemen , ons ook niet als mét ^en vinger naar 
zulke onderscheidene famiJiën in dit landtje benen 
wijzen? Zulke familiën kunnen erin la teren tijd, bui- 
ten die Scharrélér , in deze moerassen nog wel twee zrjh 
aangekomen: Wal ongerijmdheid zoude er in dese 
gissing steken? Dan genoeg bier van! ' 



yfi] willen nu nog eene en andere taalproef ter 
inleiding op het taalkundig deel van on» werk en ter 
opheldering van di^.gene , wat wij yan de Friesche afkomst 
én den aard der Sagelterlanders beweren , volgen lateiT. 

Onder het eigendommelijke van het Friesche rolk 
behoort wel voornamelijk zijn groote oTcrvloed aan 



Digitized by 



Google 



188 



eigenaardige eir oarapronkelijke eigenhaEiien, Deze 
maken zeker . ie wortels uit van naanw en werkwoor- 
den , doch zijn tevens,, als ran den hoogsten onder- 
dom, ineengekrompen en veranderd , van eéne zeer 
moeijelijke uitlegging. Daar de eigennamen eene soort 
van erfgoed der familiè'n , eea* band tnsschen hare 
leden en eene herinnering, aan en eene soort van 
gemeenschap met de afgestorvene leden der familiën 
uitmaken^ kan. het ons niet bevreemden , dat een 
volk ftls het Friesche eenen hoogen prijs stelde op 
zijne eigennamen, hen onwrikbaar vasthield, en er 
zeer noode en zeldea toe kwam, om die, namen der 
vaderen met vreemde, al waren het dan zelfs bi[- 
. Ifelfiche, te verwisselen. De geestelijken, hierop zeer 
gesteld, vermogten in dezen onder onze vaderen veel 
minder, dan wel elders, door hnnnen veel vern)0« 
genden invloed. De zelfstandige Fries, zoo weinig 
op het vreemde gezet, heeft zich ook in deien niet 
verloochend. 

De verbazend lange lijst van Friesche eigennamen» 
door wijlen den geleerden wissBc^BERGH ons gegeven, 
en die nog voor groote vermeerdering , vatbaar is, 
leert ons dit een en ander, in verband en overeen- 
atemming met bet nog bij ons standhoudend gebrnik, 
op de overtuigendste wijze. 

Ook Het Friesche van het Sagelterlandsche volkskarak- 
ter in dit opzigt zal den desknndigep lezer blijken uit 
eene kleine lijst van SageUerlandsche; mannen- en vrou- 
wennamen, welke wij aldaar voor het • grootste 
gedeelte uit de kerkeboeken opmaaktea en alhier 
laten volgen. 



Digitized by 



Google 



189 



Idjit van Friesche Eigennamen van Mannen en 
Vrouwen in SAGELTERLAND. 



• 


MANNENNAMEN. 


Alrie. 


Cèdde. 


Gèrld. 


Petje. 


Albert. 


D^tert 


Hajce. 


Remmer. 


Ahl. 


DSderic. 


Biiine. 


BèDt. 


Alged. 


Dirc. 


Hamce. 


Bejner. 


kniréB. 


Ditje. 


Béije. 


Bint. 


ADtón. 


Dó^e« 


Beje. 


Rólof. 


B^ne. 


Epke. 


Bejn. 


Sicce. 


Berend. 


Else. 


Hinne. 


Sjód. 


Bette. 


Éme. 


Bipe. 


StèfEen. 


Beule. 


Enne. 


Jargen. 


Tkde. 


Bóle. 


Èppe. 


Laatje. 


T4Sle. 


Ból. 


Èsdert. 


Laotet. 


Vossa. 


Bosc. 


Eulcen. 


Lodewic. 


Wèdderce. 


Brna. 


Eilert. 


Lobbert. 


Wirce. 


Glas. 


Focce. 


Maps. 


Wigem. (?) 


Cnèljes. 


Folcen. 


Mejnart. 


Wilce. 


Codde. 


Gert. 


Mémet. 


Wit. 


Cóp. 


Gejsce. 


Occe. 


Wubbe. 


fiört. 


Gereld. 


' Omme. 





Digitized by 



Google 







^9* 






VROÜWENNAMBH. 


Allje. 


Gésce. 


Limce. 


Slsceo. 


Aotje. 


Gèpce. 


Usbetfa. 


Stince. 


Bejce. 


Gesina. 


Lacce. 


Tótjc. . 


Durcen. 


Gimcen. 


Marejce. 


Taulse. 


Èlscc. 


Grllje. 


Mèrgcen. 


TéclB. 


Ènce. 


Hélce. 


Mètje. 


Tjaberg. 


Èogel. 


Hilce. 


Mincen. 


Trinoe. 


Folce. 


Hille. 


Modde. 


Trln. 


Forsce. 


Hlsce. 


Nóntje. 


Wendde 


Gèbbece. 


Jatte. 


Rérend. 


Wipce. 


G^dert. 


Lënee. 


Rlnst. 





Verreweg de meeste dezer namen zijn Tan Frie* 
scben aard en geene verfriescbte namen van deze of 
geoe beiligen. Zeer yele, hoewel dan eenigzins yer* 
anderd, wat den yorm aangaat»' zijn das ook nog 
bij ons in gebruik. 

Dat in Sagelterland ook nog Toor het Oferige het 
Friesche gebraik faeerscht en stand boadt , om den 
voornaam des vaders achter zijn* eigenen in den 
zoogenaamden tweeden naamval te zetten , zoo als 
cóp EJLBR9, GEPCE HBiBS cnz. « 18 boven reeds door 
ons opgemerkt. 

Wij geven hierop eene korte lijst van deze en gene 
spreekwijzen, welke wij in Sagelterland opdeden en die 
tevens bijna geheel Friesch zijn. ^e lezer oordeele! 



Digi'tized by 



Google 



»9' 






CA 

I-r §•- Tl '"^«sl! 2- 






a 



« §• S » J* *• <g "^^ S' 



«• 



5' 




fftC"^' §-l8'i:*:^3$-? -s"!-^^ 



■"* 2 S * |. * ,f - «5 3 a 3 C3 <^ T 












Digitized by 



Google 







' 5: ta > ^ 
' <» ^ '^ 

$>^ 'S' 

"* • s. 

Os 

tl 






'I'S.'B. 



a; S" s^ § S. !*' -■ -5 



il 



a, "fa's. a * 2 
■■ü 



O 



s- 

<% • 
't* 



^ D 

S " 

? 2. 

o» 
o 
tr 



"'S 

'S ^ 



r 



^9 









^ ^ ï^ 



SS- S, 






i^n 

»s* s ^ 






"1 o 



2S- ^ 









SS §5 §3 g^ ? ^ 5? ^ 1= ;:; 

•^ j» ^ S* Q- 

5» t: jt "^^ <^ 

f* 8 55* ö ** 

Is; S- 

o 

p- 



s I s ^ ^^ 












Digitized by 



Google 



'93 



Voor de onderfcbeideiie b^amiogen Tap paarden, 
met betreiking tot het geslacht eoz. , vindt men hier, 
even als bij ons, de rolgende namen, met nftzon* 
deriog van hdngst^ dat grootendeels, zoo niet ge- 
heel, nitgestorren is, daar wij het alleen maar lennen 
in de woorden: hynsle'koerke ^ hynste-Jber fkynstcrib 
hynstC'krebbe^ hfnstc bjrtling ens. 

In Sagelterland is 

Hingst ons Friesch Hynst^ in het NederL Hengst. 

Mér • » Merrie^ • • • Merrie» 

Hdngst » » Hynser^ • » » Paard» 

Bttn • » Huun, » • » Buitu 

Straalt ons uit dit een en ander de Friesche Lleor 
der Sagelterlandsche taal reeds helder in de oogen, 
uit de Tolgende grootere taalproeven ran het Sagel-* 
terlandsche dialeit, welke wij hier nog verder bij« 
voegen, zat men hare Friesche gehalte niet minder 
gemakkelijk en zeker kannen opmerken. De twee 
eerste zijn door ons nit het Friesche dialekt onzer 
Provincie in den anderen tOQg val o vergebragt, waarom 
wij het oorspronkelijk>(3 er ook nevens gevoegd heb- 
ben , opdat de lezer z<{0, door de vergelijking zelve, 
hierover te, beter zonde kannen oordeelen. Het derde 
stukje, door een' Sagelterlander zei ven opgesteld, heb* * 
ben wij gelaten, zoo als het ons door hem is ter 
band gesteld geworden. Hinder taalkundig gezag en 
waarde wordt er te gelijk daarom ook door ons aan 
toegekend. Het Onze Vader in het Sagelter-Friesch, 
hetwelk men ook^ piaar hoogst onnaaawkenrig^ 
bij den Heer hocbb aantreft, slait alhier de rij. 

i3 



Digitized by 



Google 



19? 
T A A L P R O E V E N. 



Sagelter-Friesolié 



Ons Frie^ch. 



Di Brdne mit di Blesse De Brune in de Bles op 
oppe Thrju Reumer, de Trije BomePs, 



Brüne^ 

»Wo!bèstludër,Blèsse? 
Wëlic canne dl nit mór ; jo 
sjaesoèldut, joh! so mk* 
ger, dat me ^Ue ribbe inne 
balg wél tèlle cude ; taxi de 
sleVtbi'mboltau? &k fisel- 
toppe aacnipt? det stónt 
er scjuw fór. Fi mSn! 
'tgrlest mi, wan ie 'm god 
a.iïc^cje ; aa wèt fór framd 
god rent d'^ ut da nosterge 
ut? Ic we't 't nit, oï Frènt- 
/er dia lèstc mèrket nit is, 
Én den 't fel nej d^ lójer. 
Fènt! ju sunt iu fxèmde 
bannen wésed. 

^ Bles. 

Je', Brune! in rare ban- 
nenwésed. Ie ben nou trei- 
len jeVdld; ic bèb Sjensin- 
nigc base béfd. Op min 
tfèddejér foraftigtjuc'ton- 
ne 'to Estetmdr förc^pet, 



Brune. 

•Hoe! bist doa dat, Bles- 
Ie? Wel ik Koe dy net goe 
langer; dou sjogst ergam* 
meluwt, jue! sa meager^ 
dat men alle ribben wol ijn* 
ne beealg telle kin ; in de 
stut by 't gat oaf ? fijlter- 
lokken oaf knipt? dat stiet 
er scbean foar. Fy . man ! 
it grijst my , as ik dy g^e 
besjean ; in het rint dy moal 
goed ta de noasters nwt? 
Ik wit net, of Jreanf^er dijn 
leste merk net is , in den 
it baaitje nei de looij^r. 
Feiot! dou best ijn rare 
^^nnen west.. 

Bles: 

Ja,Brane! ijurareban- 
nen west. Ik bin nou Iret- 
tjen j!er ad , mar ik habnu- 
were bazen b^n. Op mijn 
tredUe jier fpr'fijftig dikke- 
(onrteft \di ' Eastermdr for- 



Digitized by 



Google 



igS 



Sagelter-Friescb. 
I)eii ie etter JFèrgd cëmeb. 
Hin nejebftsew&de, ichide 
en stap uttusead, der tou 
most ie an 't gawtrkfje. Det 
sèlge ]ér lërde ie so folf 
dèt ie to Wcidum den pris 
iron. Dèt cUog d& hele 
Swètte l&ns. It w&sórs so 
folie geraehte nit we'rde } 
*tgeIicoede sèlver, m&r ie 
wist nit wèt *t*was. Minb&s » 
di en gr&t wórd dw&o k4* 
d« 9 gèng der l&ü ür ut ; 
ür&l teas et , as wi bi en 
bèrbèrgecëmen: «Dér.beje 
•en flttggên bles, cópin&nr* 
»Jë/di bftogst stint god op 
•sin béne; dèr sit en poe- 
»eel&nP' (Ie hiede dli órs 
en balg as en windhon.) 
•C&n 't god lópe?'' «Wèt 
•lópéP flioge! dèt*et grin lm 
•blaw fór ne ègene wértb. 
»To Weidum bèth et en 
• pris wonnen, dèt was 
•nies r* (Ie hiede dè órs so 
fol as ie hogede.) 

Mib orde bis wés endtte 
stèdde; dër e&ai ie in H 
Gastbüs. Thrja Reumer &n 
tt Swartewejs Tolb^ wire 



Oos Friescb. 
koft« bin ik nei JFergea 
komd. llijn njé baas sei| 
ik bie in stap uwt tuwsen, 
derom moast ik oon *t bird* 
drayen. Ikt selde jier leer- 
de ik sa foUe , dat ik in 
pries ta ^eubim woon. Dat 
klonk de heele Swette lans. 
It wier oors sa folie gerop 
net wurg ; it ii jkke saWer , 
mar ik wit net bet it wier. 
Mijn baas, ij ingoe wird 
dwaan koe, gong er loed 
oer ïiwtf oeralwier't, as 
wy bj in berberge koam- 
liien : «Derhabje in adig 
libteske, keapmanP >Ja, it 
v^spnl stiet er op sa itbeart ; 
•in der zit in pnggel oon !** 
(Ik hie doe oors in beenlg 
as in wijnhoen.) »Sint it 

• eak wat oon ?" » Wat oon- 

• rinne? fleane! dat it jin 
•grien in blanw forde ea- 

• gen wird. Ta ^eiV/iimbet 

• it de pries woon, mar it li jk- 
•ke neati'* (Ik hie doe oors 
sa folie as ik hijsje koe.) 

Mijn twade baas wier 
in «tedman; der koam ik ijn 
^tGastba ws. Trye Romers in 
i3« 



Digitized by 



Google 



1^5 



SageltcT-Friesch. 

cl4 widste éaicn; mardèt 
IjQwen durede nit lange , 
WO dèt mit folie flagge 
séice gongt. Min bés gëng 
f rejendej bei da middej al 
èddre etter ne Ocse, om 
mit sine Ijude ur 't gawtrkf- 
jen tobèlen, ia plats dèt er 
órs mit sin scorle fór, as 
to fóreo, for sin tènneb&nc 
stod, om en pund coffij to 
wégen. Da clanten bljuwen 
wej I ^n de nérlnge yeriós 
hi» Bas sin jéid op, Sc fat 
êtn flèscsc. Do bi en tjoe 
lan-noiaris, mit en Ijuw 
as en c^f in 't berst, di 
wónd ^as , dèt dk bllngste 
di we) op den ëwende 
socbten , as« bi sèlf mar 
droncen as iten bide ^ mar ■ 
mit mi eude't trèdde bal- 
we botèlje : win minner 
lide; dèt was^ en grat gat 
in en m^nscen m&ge, &n 
scolsede al to foUe; der- 
om me mist ie etter en ore 
bas, kTK dèt Yiks fjdrege 
WiUje< Ho jagjci dèt da 
cjéte fanne wej (log. As 
Vil de'r ütte stèd ültidea, 



Ons Friesch. 
't Zwarteweister Tolbaws 
wiern de fierste einnen; 
mar dat libben doerre net 
lang 9 lijk as 't mei folie 
mooije dingen giet. Mijn 
baas teag freedsmiddei al 
ier nei de Okse , om mei 
sijn Ijue oer birddravers 
ta praten, ijn pleats.dat by 
mei in scbetteldoekje for« 
lijk als ta foren , foar sijn 
teanbank stie , om in poont 
kofjebeane ta weagen. De 
mlngers bleaawen wei, in 
de njerring teag de door 
nwt. Baas sijn jiid op , ik 
fet in oerdwealsk. Doe 
by in izjok 14n*notaris, 
mei ^B lijf as in bjeast* 
keat, dy wend wier, dat 
de bijnzers it paad joons 
zocbten, as by zeis it 
zoer bie ; mar mei my koe 
it treddeheal flesse wijn 
minder lye; dat wier in 
great gal ijn in minske ma- 
ge in scbalpere al ta folie; 
derom moast ik nei in oor 
baas,: in dat' wie gleaune 
Wiltje. Doe jeije, dat 
de stront « fen de dijk 



Digitized by 



Google 



^7 



Sag^ltcr-Frlescli. 
gsng *t 80 gaw» clèt d& 
pórted us fónt sog brnej 
beft etter flëgei». Dl Ijude 
bilde-, dèt wi forbi weren , 
hn d& crëmers ^llerblidst* 
Dèt d&rede sa l&nge, dèt ie 
stoo m^ger w«s an op thna 
béne sprong, Itn min hk% 
sin tascejëhl' oppe was« 
Hi hide d& récenge uit god 
n&ced. Wi crigeden hé 
rest: ie oppe stalle \n 
WÜtje-bds fan bus etter 
en stèds rëcenmèster. Wan 
ie wéromme sa wèt op 
t fodder c^m , racede ic bi 
en capman, dér fol bang- 
ste xéi\ do m6st ie dA. 
tèlstap lére; mardètgéng 
as mit &s Scholmèster ; di 
man was nén gróte ütrjuch* 
ter mej'e pènne, ^n wen 
dér en fr&md pr&ler in dèt 
Mn c&m mit en neije wise 
fèn scrjawen, scul di mes- 
ter in en ègenblic en Pre- 
fessor in 'tscrjuwen wérde. 
Mis was 't! nenm^nsceen 
dèt neije scrift lése: kn 
wan di Secretér en bréf fèn- 
ni&B&èster crig, dèt 't w)cif 



Ons Frièfich. 
fl'eag. As wij ta-in sted uwl- 
rieden,. gong it sa blrd, 
dat de poartten nws^fende 
zwang bast efternei fleegen. 
De }jne blijd, dat wy forby 
wierren, in* de- kreamers 
alderMijdst. Dit doerre sa 
lang, dat ik stoakmeager 
wier in op Irye föetlen 
sprong, in nvijn baas sijn 
bnwzjild op wiér« Hjr bie 
de . rekkening net goed 
makke. Wy kriggen beide 
rest: ik oppe stel in 
Wiltje-baas uwt fen bfiwz 
by in sleds rekkenmasler. 
Doe ik wer sa wat op^oerre 
w-Ier, rekke ikby in keap- 
man,dy folie bijnsten ried ; 
dér moast ik dé telstap lée- 
re ; mar dat gong lijk as mei 
uwz Scboalmaster; dy man 
wier gin nwlrinder mei dé 
pin , in doe er in freamd 
poehaan ifn 't lin koam mef 
in nye mode fen scbraft', 
zoemiaster ijn in amery in 
Prefestér ijn 't schrjonwen 
wirde. Mis wier itf nin 
minske koe it nye schrcift 
lezzep in doe . Siktari«> 



Digitized by 



Google 



tga 



SageUer^Friesch. Onfs Frieiich. 

In 't wlirme I>èd Uig, lis in brief krigge ten mas« 

di S^cretér, dèt bi en c6 ter, dat itwijfijn'tiiraarm 

aligted hide mit hunderd l>éd lei, Hes Siktaris, dat 

p&m ongel, èk cwad hi: /er in kon slagte hie mei 

•so ,so I dat meestert goed.'* hoendert poon smoor, in 

Dèt g&ngmi nit béder: hj zei: »zoo, soo! dat 

f fin ne gawtrkfera stap au, » meestert goed.** 

fin springe as dfi acstere/* Itgongmyneatbetterifeti 

Blèsce crlgt en sl^c mitte de hirddravers stap oaf , in 

8wf pe fin t jugt -wej. In 't springe lijk as de eksters'', 

fincommende j^ ckme jd Bieske kriggitinslagmei 

wél wér bej en oorren. de zwijpe in tzjogt hinne. 

Takommende - jier komme 
ze wol werby eltzjoar*. 

Nederlandsch. 
De Bruine met de Bles op de Drie Bomers* 
Bruine. 
»Hoe! zijt gij daar, BlesP Wel ik kon n bijna niet 
meer; gij ziet er zoo oudsch nit^ zoo mager, dat 
men alle ribben wel in bet lijf tellen kan- en de 
staart bij bet ga^ af? en de yoetbaren afgeknipt? 
dat* staat er scbeef voor. Foei man! het grijst mij , 
als ik n goed aanzie; én welk. vreemd goed loopt u 
nit de neusgaten? Ik weet niet, of Franeker uwe 
laatste markt niet is, en dan bet vél naarden looijer. 
Jonge! gij sijt in zonderlinge handen geweest. 

B^es,l ,-. ; . ,.. 
Ja> Bruine'! in rare banden gêwciesl. Ik beli nu, 
dertien jaar oud, maar ik heb wonderlijke meesters 



Digitized by 



Google 



^99 



gehad. In mija derde jaar voor Tijftig dakatons te 
Oostermeer verkocjbt^ ben ik naar fFarrega gekomen* 
Mijn nieuwe baas zeide, ik bad een stap uit duizend, 
daarom moest ik harddraycn leeren. Dit zelfde jaar 
leerde ik zoo veel, dat ik (e Weidum den prijs won. 
Dit klonk de gebeeleiSwe^^e langs. Hét was anders zoo 
Teel geruchts niet waardig; het geleek zilver, maar 
ik weet niet wat het •was. Mijn baas, die eengroot 
woord doenkonde, ging er luid over uit; oyeral was 
bet, wanneer wij bij cenc herberg kwamen: » Daar 
»heb je een aardig biesje, koopman!'' «Ja, dat paard 
•staat op zijne beenen zoo \ behoort; en daar zit een 
•buik aan!" (Ik bad toen anders een' buik a)s een haze* 
windhond.) »Kan het goed loopen?'* » Wat loopenf 
•vliegen! dat bet groen en blaauw voor de oogen 
• wordt. Te Weidum heeft het den prijs gewonnen, 
»dat was niet met al!" (Ik had er toen anders zoo 
Teel aan als ik dragen kon.) : , 

Mijn tweede baas was iemand uit de stad; daar 
kwam ik in bet G:asthuis, Drie Bomers en het Zwarte* 
wegs Tolhuis (twee herbergen) ^areo de Terste plaat* 
. sen; doch dit leven daurdé niet laog^ zoo als het met 
Tele fraai^e zaken gaat. Mi ja baas ging vrijdagsmiddags 
al vroeg naar den Os, om met zijne menschen over 
bet harddraven te spreken, in de plaats dat hij ^an*' 
ders met zijn schoptje Toor, even als te Voren, tooi^ 
de toottbankstond^ om een pQnd koffi^ te wegen. De 
klanten bleven weg» en de nering ging de deur utt. 
De baas zijn geld op» ik Tet en darteL Toen kwam^ 
ik bij een** 'dikken land-notaris / met een' buik als 
een berfstkalf, die gewoon was,, dat de paar- 
den den weg des aTonds uit suc^ zelven zoohten^,. 



Digitized by 



Google 



aoo 



wanneer bij celf te teel had; maar met mi{ konda 
bet derdehalve flesch minder lijden • dit maakte eena 
grpote ledigheid in eens menschen maag en schol- 
Terde al te Teel ; daarom moest ik naar een* anderea 
baas, en deze was vurige Wilt/e. Toen jagen, dat 
de drek yan den weg vloog! Wanneer wij eene 
stad uitreden, ging het aoo snel, dat de poorten 
ons door het zog bijna achterna vlogen. De men* 
schen waren blijde als wij Toorbij waren, en de 
kramers het allerblijdst. Dit daurde zoo lang, tot- 
dat ik stok-mager was, en op drie po6ten sprong, 
en het zakgeld van mijn* baas op was. Hij had de 
rekening niet goed gemaakt. Wij kregen beide rast : 
ik op den stal en Wikjebaas nit- van-huis bij een* 
stads rekenmeester. Toen ik later weder wat op het 
voer kwam, kwam ik bij een* koopman , die veel 
paarden reed; toen moest ik den telgang leeren ; maar 
dit ging mij even als onzen Schoolmeester; die man 
was juist geen overvlieger met de pen, en toen er 
een vreemde pronker in het land kwam met eene 
nieuwe wijze vaa schrijven, toen zoude meester in* 
een oogenblik een Professor in de schrijfkunst worden. 
Uia was het! niemand konde dit nieuwe schrift le- 
zen : want toen Secretaris eenen brief van meester 
ontving, dat zijne vrouw in het kraambed lag, las 
Secretaris, dat hij eene koe geslagt had met honderd 
pond smeer daarin, en zeide: »zoo, zoo! dat mees- 
•tert goed.'* Het ging mij niet beter : ik kwam van 
de harddraversstap af, en sprong gelijk de Eksters." 
Biesje krijgt een* slag met de zweep en vertrekt. 
In het : aanstaande jaar komen zij misschien weder 
weleens bij elkander. 



Digitized by 



Google 



201 



. Saselter-Friesclu 

J)l Mrstene Pogge dn 
di OcsCé 

Wfin ik èrme cla rice 
Ijnde wollen fólgje, scèl 
him ferd&rf wél gaw op« 
slócce. . 

En Pogge sag éa mèl in 
en Stic wédlÉn en Ocse 
wédjen. Hi wirt nejlic op 
bim, om sin gmtte, &n 
ll&set sin ftjen rum fel 
op. D& frégede hi sin bar- 
dene, of hi non al gr&tte» 
was as di Ocse. Dk cwiden 
fftn dI. , Non sètte hl sin 
fèl mit al sin mfieht noch 
mfirAt, kn frégede him 
Qoch^nsenf wèl di gr&tsté 
w&s. Jü cwiden wéromme: 
di Ocse. Op 't leste gans 
kn gfirrisjend, i^n wil dat 
hi noch bl&set, b&rst hi, 
kn lag so mit sin toritene 
m op ik grigd. 



Ons Friesch. 

De ' barste Kikkert in 
de Okse. 

Az de earme rijkke Ijoe 
woirfolgje, sil har 't foar- 
dear wol ganw ijnswolgje. 

In Kikkert seag ris ijn 
in stik weidl&n in Okse 
weidjen. Hy wirt nijdig 
op him , om sijn grnttens , 
in blaast sijn eigen roem fel 
op. Doe freegehj sijn bern, 
of hy non jiette al grutter 
wier az de Okse.. Dizze 
seine fen nee. Non sette 
hy sijn hnwd inei alle man- 
nemacht nog meer nut, 
in freege har jiette rei^, 
wa*tgrntstewier. Jaeseiene 
wer : de Okse. Op it lest 
hiel in al rasen , wijlst hy 
jiette blaast, wat hy kin^ 
barst hyi in laai sa me^ 
sijn scheerde hnwd op de 
greide. 



Nederlandscb. 

De gebarsten Kikvorsch en de Os* 

Wanneer de armen de rijke lieden willen naTofgen» 
dan alokt hel rerderf ben spoedig in. 



Digitized by 



Google 



202 



Een KikTorsch zag eeos in e^n weidland een Os 
grazen. Hij werd nijdig op hem , omdat hij zoo groot 
was, en begon zijn eigen ruim ?el op te blazen. 
Toen vroeg hij zijne kinderen , of bij. nu niet grooter 
dan de Os was. Zij antwoordden: neen, Nu zette hij 
zijn* haid met al zijne magt noch ikieer nit, en 
Troeg hun nog eens, wie de grootste was. Zij zeiden 
wederom: de Os. Ten laatste geheel en al razend , 
en, terwijlhij zich nog opblaast, barst hij, en^ lag 
daar met zijn gebarsten vel op de weide. 

Anekdote. 

En spitsbouwe to Londen lin 'o hoes, weer ktn^ 
keldereij waas, saag^ det jen %st9iTl demante knoope 
iin siin roak hiede. Bie nqpm en saokf oei siin tasce 
«n sneed den vornemen H^er dao, knoape, dao hie 
. iin siin roak hiede, der ou« Di^ rike heer wUjde det 
toe dao rjuchte tiid wüs». nn merkte dao dewere^i 
loek kittig ook siin aaoks oette taske . nn sneed den 
ganwdeiw en ohr öü, »Ho! het!" roep die yerwoen- 
dede; »en orh! deer bei je jpe knoape w^r.** »Goed,^ 
kwaad die Heer, »dèer bestoe ook dien ohr weer*** 

Het Onze Vader in Aet 

Sagelter^Friesch. ^ 

B^be fise, dër dA bist In Ak hemel! gehilged \i din 
n&me, to us come din ric; din wille gescjowe inne 
b^mel kvk óc oppe ierde; us dejlice brlid réc us dej- 
ling ; Iin ferréc . ds^ 6se scélden as óc wi ferrëce use 
scéldqere^ ün f^r us nit in fersècinge, man erlós us 
ftn dèt éwele , ameow 



Digitized by 



Google 



ao3 



Wanneer de deAandigo op dèse Taalproeven ep 
brokken hét oog werpt , tal bij gewis 'oyeral het 
Friesche grondwerk in dit dialekt ontwaren. Hij 
lal » ja , wel yeel verloop en meer en meer toenade- 
ring tot en vermenging met het Plat- of Nederdaitsch 
ontdekken; doch in stede van zich daarover te ver- 
wonderen, zat hij er zich veel meer over moeten 
verbazen 9 dat znlk eene kleine bevolking in dage« 
' lijksche aanraking met baren » die bet Platdaitsch 
apreken, nog zooveel van de taal harer vaderen heeft 
kannen bewaren. Het Oad-Friesche dialekt « hetgene 
men in de Broekmer brieven en het Asegaboek aan-^ 
treft, komt nafaarlijk, aU nabaar-dialekt, het naaste 
met dat y^nSagelterland overeen , en daarmede moet dit 
bet eerst vergeleken worden. Ons Wesler-Lanwersch 
dialekt was toch van de vroegste tijden af, zoo als 
de Friesche wetten » daarin geschreven, leeren, an« 
ders gewijzigd, en is in het tijdsverloop door aan- 
roerins van het vreemde er nog verder yan verwij- 
derd geworden. Opmerkelijk is het nog, dat ook de 
Sagelter-Friezen bnnne Sehibbolets even als wij bezit- 
ten, en deze aan de vreem4elingen , om zich in bet 
aitspreken daarvan te oefenen, opgeven. Zoo gaf 
een dezer Friezen, die ons naar Frysoyihe reed, 
aan ons als zoodanig een, dat wij niét zouden kannen 
uitspreken, op: njügen ^n^njügentig^ negen en negen-^ . 
tig. Deze had med voorheen ook in ons Friesland/ 
Dezulke waren : hurd read reektrjirre üerre^ d.i. hard 
rood gerookt rookvleesch eener jonge koe; Jjowwer 
lotte kleare Ijippe^aaien^ opuusfenne-hemeyniennestp 
vier beproefde, zuivere, kièvits-eijeren op den^hoek 
van onze fenne (stuk weidlands) in één nest; der is 



Digitized by 



Google 



ao4 



mn CtUrk sa krol ar dij CUarcampster kroOtérede 
(crolhierige) Glurc. Herc! alk Clurken is hij ta crol^ 
daar is- geen geestelijke zoo laimig (koppig) al» de 
kralbarige Klaarkampster geestelijke. Heere! allen 
geestelijken is hij te loimig. Verder nog: de Blijer 
grutte brijkloky de Farwerter grutte mangektók^ de 
groole brijUok van BUja^^ de groote mangelstok Tan 
Ferwerd; trije stringen grutte ^ hurd-reade iloet'kmlen^ 
drie strengen groote, hoog roode hioedcoralen ; 
njuegen in njuegentigf of acht in tachtig^ boerc" 
sckytkretten^ negen en negentig p. of acht en taobiig , 
mist-sehnif-karren der boeren. 

Onze Sagelter-Fries was er niet weinig over ver- 
wonderd , dat wi) zijn- njdgen dn njdgentig zoo^ goed 
konden uitspreken , daar bij met ons Friesland en 
deszelfs dialekt niet bekend was, maar het zeer wel 
wist 9 dat zijne Daitsche naburen hiertoe, geheel buiten 
staat waren. 

Dan laat ons bier een einde aan deze onze berigten 
over de Friesche dialekts-eigenaardigbeden %naken. 
Na Tolge de korte schets der spraakleer en de lijst 
van Sagelt^r-Friesche woorden , door ons in het 
landtje zelf opgemaakt. Ons werLis, dit weten wij» 
slechts stukwerk: wij gavea wat wij. konden. Laat 
anderen er na de gapingen van aanvallen, en het 
gebrekkige yerbeleren. 



Digitized by 



Google 



Sagelterlandache Taal. 



'• De taal van Bet SagsUertand is, wat den 
groDdvorm en hare innerlijke Eamenstelling betreft, 
eene en deselfde met de Friesche* Alleenlijk onder- 
scheidt z\\ zich Tan het Friesch door eene eenigxins 
andere uitspraak Tan sommige woorden , en beyat 
mede woorden, welke wij in de thans gesproken 
wordende Friesche taal niet meer gebruiken, doch 
in de oudere schrijftaal alsnog Toorhanden zijn. 'Wij 
hebben gemeend, hier, in het kort,, de taalregels 
met eeffe, door ons gevormde, spelling met onze toon- 
teekening te moeten geren, om deskundigen in de 
gelegenheid te stellen, haar ie beter te beoordeelen* 

2. Zï) heeft de volgende twiqttg letters : 

a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, 1, m, n, o, p, r, s, t, u, w, 

3. Daar wij de uitspraak uit den mond der be- 
woners hebben opgenomen, en zij in schrift nergens 
gevonden wordt, zoo zullen wij hier de waarde ha- 
rer letteren , in verband met de haar verwante talen , 
naar ons gevoelen, opgeven. Uit dit verband na 
blijkt, dat zij ten aanzien der klinkers, wijzigingen 
in dezelve heeft, zoodat men die dan hard, dan 
zacht, dan vol, dan scherp hoort. 



Digitized by 



Google 



306 



4* ^ ^^ ^°^ ^^ harde a io: achl^ acht; qfgrund^ 
afgrond; almugend^ almogend; amer^ emmer; aplc^ 
appel; angeldi^ aangezigt; arte^ erwten; askia^ 
eischen ; axle^ schouder. 

De holle 4 vindt men in : éUndom, eigepdom; dmme^ 
adem; bdm^ boom; ddl, dorschyloer; dwdne^ doen; 
gdbely York om mede . te eten; spreek; aojendom^ 
aomme, haom^ daol*, ^dwaone ^ gaobeL 

Be scherpe ^ is in: hra, ploegen; hpMe^ bakens; 
dhd ^ dood; spreek: esere^ (epceele , dceed, — De lange 
a, hebben wij door dit teeken ^ aitgedrakt. 

5. De korte e vindt men in : rlpele^ vlasroepel ; 
^'StèlpCj deksel. — De lange ^ in: lécia^ laken, misprijs 

zen ; cése , kies ; récenia , rekenen ; réscdp , gereedschap ; 
Spreek: leek je ^ het se ^ reekenjet reeschaop. — De 
scherpe è in: scèrp, scherp; rès ra « rosten ; règgfe, 
rug; spreek:, sccerp^ rce$ie^ ragge. 

6. De i i? kort of lang. De korte i vindt men in : 
isc^ een, bebouwdp akker; ingdng^ ingang; midd^^ 
middag. — De lange /in: Wi», mijn; linéf^ lijn; 
mfge^ pis; sile^ seel. , Somtijds wordt de <\ achter 
een' klinker gevoegd, als / uitgesproken; zoo als: 
dei^ dag; /weif weg; nei, naar. Doch wij gelooven 
beter te 'doen, deze i door de verlengde £ (/) uit te 
drukken, om meerdere duidelijkheid en onderschei* 
ding te hebben. In het begin der woorden, als zij 
voor eenen zachten klinker komt, hebben wij de i ook 
als / geschreven; b. v. in jeld , geld ; jélhejd^ geel- 
heid; jitntf ginds; jégel^ tandvleesch; /er^en, /giste- 
ren; yZr, jaar; ^e/Vr/a, begeeren ; rfume^ riemj 
fljóga^ vliegen. 

7. O is onze o in: onnuts^ onnut; (yprUcia^ Cff 



Digitized by 



Google 



207 



staan; ocse, os; ordel ^ oordeelt vonnis. -— De lange 
6 Tindt raen in : nSse , neus ; nódwt'ce^ noodweek ; 
'loghe^ dorp. — De diepe, naar a orerhellende o vindt 
men in: sl^g^ sloeg; sl^jen, geslagen! song^ zong; 
mdcèy melk. 

8. V is kort in: lucht ^ laclit; rjuchta^ regten; 
^^urgia^ ivurgen; u/c, banzing. — Daarentegen is ü 
lang in: bdterstCy buitenste sddic ^ zuidelijk. — De tf 
gebruiken v^i) voor de klank oe in *tNederlandscb, 
als: hdsf huis; üse^ onze. üc^ uit- ürweldigja^ over- 
weldigen. Zij wordt als o uitgesproken in tunge^ 
tong; munte^ munten. 

g. De V is bij ons niets anders dan de lange i% 
en wordt door ons niet dan in vreemde woorden 
gebruikt. 

10. Ten aanzien der medeklinkers valt hier op te 
merken. De c gebruiken wij overal ^ waar men dezelve 
in andere talen vinidt; zoo ook voor de k, 
^ De ƒ ook voor de Nederlandsche vi b. v. ƒdn, 
van; Jrjond enj/pnd, yriend ; /Jdnd , vijand. 

Overal waar wij in andere talen de zachte g vin- 
den , gebruiken wij in deze taal de ƒ. - . 

Somtijds aspireren wij de letter door de A, om 
meerderen nadruk aan de woorden te geven. 

Voor ^e qu gebruiken wij cw. 

Wij schrijven de r ook in die woorden, waarin 
zij in de uitspraak niet gehoord wordt , om hierdoor 
hét radicaal van het woord beter te bewaren; zoo 
als: berden yWnd- mérden ^ morgen-, spreek: beeden^ 
nieedcn, — Deze r zetten wij cursijf. 

Wij hebben gemeend aaii de s genoeg te hebben, 
en het is daarom dat wij de z er uitgelaten hebben. 



Digitized by 



Google 



ao8 



De w gebraiLeo wij als in de andere talen* Alleen 
hebben wij begrepen , deze letter mede in de plaats 
Tan uw te mogen gebruiken, omdat de u hier 
niet andevs dan WeliuIdendheidshaWe en om den 
toon dèr w kan te geven is bijgevoegd. Zoo schriji^en 
wij éw^ eeuw; ndw^ naauw. 

Voor de x schrijven wij cs^ •— Toor $ch en sk 
schrijven wij se. 
De a heeft dus in onze schrijfwijze Tier toonen: 

a, a* df ao; d, see en 4, aa« 
De e drie: 

e, e; é^ ee en è| 9» ' 
De i twee: 

i, i en /, ie of ii* 
De o vier: 

Of O; St oo; 6» on en d| oe. 
De u drie: 
u, u; d, uu en ü, oe. 

I. N A A H W O O R D E N. 

ir. Deze zijn mannelijk » vrouwelijk en onzijdig. 
Men kent haar aan het lidwoord, dat er voorgaat, 
hetivelk in het mannelijk di^ in 't vrouwelijke de en 
in het onzijdig geslacht dèt is ; b* v. di cèrel^ de man ; 
de tunge^ de tong; dèt dr, het oor. 

ia. Wat hare verbuigingen betreft, deze zijn 
bijna gelijk als in het Nederlandsch» en ondergaan 
geene veranderingen. Enkele hebben eenen tweeden 
naamval op e» anderen op 5. — - De meervouds*eindi- 
gingen zijn allen op e/t, uitgezonderd die woorden, 
welke eene e of $ in den tweeden naamval enkel# 
vond hebben. 



Digitized by 



Google 



109 



Tot . buigifigSTOorbéeldeb kannen dienen: cèrel^ 
man; tunge^ tongs wjdf^ vroaw* 

• Enkelvoud. 
ManL Vrouw 1. On«, 

zn.yaL dl cèrel, de tunge, dèt wjuf. 

2 1—^ f&n dicèrle, fèndatunge, f&n dètwjufofwjufs. 

3 — kn ik cèrle, &n dS tnnge , èn dèt wjfif. 
2j — — den cèrle, de tange, dèt wjüf. 

Meebvoud. 

I — '— - d^ cèrle, d^ tangen, dk wjujire* 
a ' >M i fan d& cèrle, fènd& tangen, fan d^ wdjwe* 
3 .—.^ kn dk cèrle, èndU tangen^ an d^ wjuwe. 
^ — — . ds cèrle, da tangen, dk wjuwe. 

x3. Sommige woorden worden in het meervoud 
zamengetrokken , zoo als: cèr«/, man, meervoud cér/e; 
wdperty wapen, wdpnc. -*• Die op eenen harden 
medeklinker , achter eenen korten klinker, v^rdah- 
beien de sluitings-medekiinker, aU: dam^ dam; 
mv. domme; ym^ veel, m^,fdUe; Idm^ laih , mv. 
Idmme; ram, ram; mv. ramme; roc^ rok, mv. rocce. 
— • Den woorden dej\ dag, en wey, weg, wordt in 
den tweeden naamval enkel?oud eene s toegevoegd; 
maar in het meervoud verandert/ tot g^ als: dége^ 
dagqn; 4v^e, wegene Maar nejl^ nagel, heeft ney/e, 
nagels. 



Digitized by 



Google 



91 e 



II. BUVOEGELUKE K^AMWOORDEK^ 

• 

14. zijn bepaalde of onbepaalde, en worden allen 
gelijk verbogen. Zij bebben drie graden: den stelligen , 
vergelijkenden en overtreffenden trap. 

Enkelvoud. 

Eerste Graad, 

Manl. Vroawl. Onz. 

1 n.val. di gbde, de gbde/ dèt gbde. 

2 . fön dk gbde^ f knik g6de, fan dè góde* 

3 ka dk gbde, kn d& göde, ka dk g5dé. 

4 —^ da g^de, de gbde» dèt gbde. 

Meervoud. 

da göde. 
fan dk göde. 
^o dk göde. 
d^ göde. 

De deelwoorden worden gelijk de bijvoegelijke 
naamwoorden verbogen. 

Tweede Graad, 

De vergelijkende trap wordt regelmétig, door c/*, 
ere, achter de drie geslachten te voegen, gemaakt, 
als: grdt^ grdter^ grdtere^ b.- v. fgrdiermin^ grooter 
man; grdtere hdnd, grootere band; grdter bitdéH^ 
grooter kind , en als de eerste graad verbogen. 

ê 



Digitized by 



Google 



Ml 



De^de Qraad. 

De óTertreffendetrdp wok>dt door bijroegiog tan slof 
ste gemaakt, en mede gelijk de eeirste eerbogen : 
b.T. grdUte mdn^ grdtste hdane^ grdtst berden f 
sib^m Teril^llti aUetdbsi^ Üd^ dldste. 



ra. 


VOORNAASIWOO&DEK^ 




x5. Deze asljn: 








a. Persoonlijke. 








Enkkltoud. 






1 Pers, 


apers. 3 pers. ManL 


Vrooivl. 


Ons. 


I nyal. ie. 


dA, hi, 


tja, 


hit. 


2 ■ 1 min, 


diD, sin,. 


faire 9 


sin. 


3 mi, 


dA, him, 


fair, 


him. 


4-~ ïoi. 


di, him, 

Meervoud. 


fair. 


wt 




JA, 


hjA. 




a— — Ase, 


jttwe, ., 


faire. 




3 As, 


jfi. 


faire. 




4 . As, 


jfi. 


fajA. 





b, BeziUet^ke, 

Ebkif* iperö. mM, tiiijn; lipers. <im, uwes^3pers. 
Oüt.di Marf. i//l, u'ijW; 3 pers. Vrouwl. Mre, faaar. — 
Meerv. i en ^jfers» üse^ onze; 2 pers. /f2ive , uwe; 
3 pers* JUrej faare. Tot voorbeeld diene: s/n, sijn. 

Maül. , Yronwl. en Onzijd. 

Enkel?, i tt.yal. s!n. 

i4* 



Digitized by 



Google 



^t^ 





'ü n.val. fin slne. 




3 — ftn sine. 


Heery, 


4 ..,..-. lóne. . 




c. Terugwijzende en ^ragend^. 




Enkelvoud. 


« n.val. 


hwèt, wat. . 




hwèls, van wien. 


3 


hwèl, aan wien. 


4 


hwèt, wat. ;j 




d. Bepalendel 




Enkcltoud. 




Manl. Vrouwl. Onz. 


•i n.val. 


di, de dèt, 
'tkn'AÏ, fan dêt. 


3- 


In dl, in dèt. 


4 — 


dl, dit. 




Meïbrvouo. (In alle geslachten.) 




I n.val. dl. 




a ftn dl. 




3 In dl; 




4_ dl. 


Het andere bepalende voornaamwoord, hetwelk met 


ons dezcy ciAoy^reenkomt, vindt men in deze naam- 


vallèti : 


• •■" •;';■-'• ^ ■ . ' ; . ' -■ ' : ' 




.Enkexvoup. . ' 




Manl. VronwJ. Oni. 


I n.val. 


dusse, dass?^ .„r*'**i ,*.'/■ 



*;« 



Digitized by 



Google 



213. 



i. •— — dassen^ ■ 



Mbeavoud. 



I pers. 

3 

4' — 



Oor. 
fliQ dit. 
to diU 
dit. 

dasse. 
fi^ dosse. 
fin dosse. 

dasae. < 



ew Onbepatendeé 
8i]Q manich f menig; dt^ alles, al; n^ii^ geen; 
.Z^, yeel; other^ dè andere, hettwee^e* Deze wordeiL 
gdijk de bijyoegelijLe naamwoorden verbogen. 

i6. De Telwoorden zijn : 



u Tellende. 


2.. Orde get^ende^ 


éa 


de fiirnste, ërste. 


twê. 


dètörde, iwlide. 


thrjïL 


— thrèdde. 


i^öwer. 


— fjórde. 


iin. 


—fifte. 


aècs. 


, — sècsle. 


sógen. 


— sogende^ 


achte. 


---aolitste..- 


njogen. 


— ^njügende* 


Ijltt.^ 


— tjêaide. 


alwen. 


— alfte. 


twdif. 


— twelifte. 


fhrèttin. 


. — thrclllnstc. 


fjdwertin; 


— j^wertinste.' 


fiftin. 


— fiftinste. 


fiècstin. 


— sècsitnst^. 



Digitized by 



Google 



"4 



sogentin. 


dètBOgentlnite. 


tcHtin. 


— acMiBM. 


njdgeDtin. 


*— DJögenliiMle. 


twintkh. 


— twintiehtte. 


én and twinticb. 


-—én and twinticliHe. 


triticli. 


—trUicbste. 


^öwertich. 


— -fjiwerticlute* 


fiftich. 


— fiftichsle. 


•ècstich. 


— ^sècsticbste. 


•ogenticli. 


-HiOgeoiicbste. 


tadieAÜeli. 


^^tacbtichste. 


Djjogentich. 


-«-^i^ugentichste. 


hündred. 


— hondredste. 


düsend. 


— -ddseadste. 



De twee eersten worden aldns yerbogen: 



Hanh 



Vrouwl. 



Onz. 



in.yal. én, 


éne. 


éne. 


a éne. 


éne. 


éne. 


3 ftndSiéne, 


&n dk éne, 


kn dèt ébe. 


4_ én, 


éne. 


«ne. 


ManL 

* 


VrouwL 

iwk. 
twéne. 
kn twéne. 
twen. 


Ons. 



... 4 . ii* 

Thré, thrjü^ 4ri^> wordt niet yeryoegd. — Ver- 
der heeft men éns^ eenmaal; iwla^ tweemaal; thrjat 
'driemaal; fj^wcrmaal, viermaal eni. 



Digitized by 



Google 



^i5 



W BRK W O OED E N. 
. j^*. Dft^verïeeÜDg Tan iezeUe geschiedt het best in 
twee hoofdsoorten : de opene en geslotene. De eerste 
ei|i4>gt in den onir^ tijd, yan de aantoonende wijs op 
d/f, f)f t§;\ m het lijdende deelwoord op d of t. De 
^leCede Mjjftr etn-Jettergreptg in den onroltn. tijd en 
^Qdjgt; ei^eo alt in het Friesch/ op dé karakter- 
lett^.vait bet werkwoord, en in het lijdend deel- 

De opene heeft drieUaasen,, yan welke dé eerste 
in den onyolm. tijd ade en in het lijdend deelwoord ' 
ad heeft ; de tweede de of te en in het lijdend deelw. 
d oi t; de derde dezelfde uitgangen met eene kiin- 
Ier-verandering in de hoofdlettergreep. 

De geslotene heeft zes klassen, naar de klankver- 
andering in den onvolm. tijd ; — maar daar drie van 
deze in het meerv. yan den onr. tijd der aant. wijs en 
in den ony. tijd deraanvoegende wijs dezelfde klinker- 
verandering behouden, die zij in h^t enkelvoud yan 
den onvojim. tijd hebben; de drie andere daarentegen 
in het meerv. yan den onvolm. tijdenin den^nvolm. 
tijd van de aany. wijs eene nieuwe klinker-yerandé- 
ring aannemen, — zoo worden deze, naar hunne 
onderlinge overeenstemming , het best in twee afdee- 
lingen verdeeld: hierdoor komen de klassen, die zich 
het meest jgèlijk zijn, digter bij elkander. 

De eerste yan deze zes klassen heeft inden onvolm^ 
■tijd e, de tweede i, de derde de lange d, de vier- 
de de korte a, diemeti^ verwisselt, de vijfde de lange 
éf die met i verwisselt, en dé zesde de lange a, die 
in het meery. en in den onvolm. tijd der aany. wij^' 
somtijd» tot e overgaat. 



Digitized by 



Google 



di6 



Deze werkwoorden hebben geeno lijdende yormen; 
eI) moeten door het balp«werkwoord omsdiroyen 
worden. 

Zij hebben vier wijzen : de onbepaalde , aantoonende , 
gebiedende en aan?oegende wijs, mettweetijdeninde 
tweede en vierde, en een in de derde wijze. — Zij 
hebben ook, door to bij het handelend deelwoord 
(of wil men lieye^ , bij de onbepaalde wijze) te voe* 
gen, eene afzonderlijke onbepaalde wijs , zoodat 
hnnne zamepstelling geheel en al met die der Friesche 
• taal oyereenkonit. 

i8. Deze negen klassen ziet men in de yolgende 
voorbeelden. 



a. Opene Hoofdsoort. 




Teg. tijd, Onr. tijd, 


Onbep. wijs 


I klasse, m&cie, m^cade, 


macia. 




hëra. 




wèrca. 


b. Geslotene Hoofdsoort» 




I. Met doorgezette klankrerander 


ing. 




r^ca. 



2 ^. léle, lit, file, lëla. 

3 fëre, fór, fóre, féra. 

2. Met wisselende klanky^randering. 

4 finde, fónd, fnnde« flnda. 

5 driwe, drëf, dréwe, driwa. 

6 — - bji^de, b&d, bede, bj&da. 



Digitized by 



Google 



ai7 



Tot yeryoegings-TOorbeelden Toor al de drie re- 
gelmatige klassen tan dete lioofdsoört zullen dienen: 
mdcia^ maken; léra^ leeren» brdnga^ brengen. 





I klasse 9 2 klasse. 


3 klasse. 


Teg.tijd. 
Heer stellig, 


Onbepaalde mjs. 

m&cia, léra, 
tom&cien/ Ieren , 

Beelwootden. 


brftnga. 
brftngen. 


Handel. 
Lijdend/ 


m&ciande, lérandei 
m&cad/ lérad, 


br&ngand 
brfingen. 



Aantoonende wijs. 
Tegenwoordige tijd. 

EHXELTOUD. ^ 



I pers. 
3 

3 



icmlcie, 
du m&cest,' 
bi m&ceth, 



lére, 
lérst, 
lért, 



Meervoud. 



br&ng« 

br&Dgst. 

%r&ngt. 



brfiagath. 



wi, i, bj&m&ciath, lérath. 

Onvolmaakte tijd. 

E 9KB LV OUD. 

I pers. icm&cade, lérde, brocbt. 

a — r- dum^adest, lérdest, brochtst. 

3 — — hi mficade, l^rde^ " brocbt'e. 

Meervoud. 
lyl, ij bjft m&caden, lérden, brocbten. 



Digitized by 



Google 



%%8 

üTtgciiWMVJHgd Üfd» 

Eheblyoud. 

I perii AU ie vifteie^ Itfr», 

a — - dètdamloeslt ^reit». iMrftDgst. 

3 -~- ditUmficet, Ure^ br&o^t 

. .ICSBftYOirD. 

dèl wl| ft bjt nficien, l^ren,. brftogèiir 

'EllKB2.V0ü^m 

I perSé dètic mftcade, . l^rde, Brochte^. 
a ■ — d&m&cadest, lérdest^ brochtest. 
3 —— — himftcade, lérde, brochte. 

Meervoud. 
dèt viri^ i| bji m&caden , Hrden, brochten> 

* Gebiedende wijs. 
a pers. m&ce, lér, braog. 

Pc Geslotene Hoofdsoort. 

Tot Yeryoegings-Yoo^h^elden bonnen dieneo: rêca^ 
' geyeii'r tófa, laten; Jéra^ varen; Slnda\ vinden^ 
scHfwa^ schrijven, en bjdde^ bieden. 

, Onbept^alde ivijsM 
Tegenwoordige tijd. 
iW. ' aki. 3kl. 4U. 5kL 6kh 

r^ca , . ^ JAa , féra ^ fipda , ^ .,>criwa , bjlida> 



Digitized by 



Google 



iotée^üf ItfteDy teven f ündeu^ icAwWf bjftdeo» 

Mmmeoèt. 
rtfcande, létande^féhuidt,fiDdAii4et0erliraBde,bjftdMUfew 

Lijdende. 
réceoi l^ten^ féren, fanden, acrSwevt Mden- 

Tegenwoordige ti}d. 

Enkeltoüd. 

I pers. ier^ce, I^te, (ére, finde, scriwe, bjftde. 
a " '■' - dar^cstf'Iëtst^ fórst, findst,^ scri&ti bjutst. 
3 hir&t, tót, fdrt, findt, scrift, bjüt. 

Meervoud. 
wiyi» hj&Téoen, I^ten, fóren, ïinden, serlwen^bj&den. 

Onvolmaakte tijd. 

Enkelvoud. 

rèc, lit, f4r, fóod, scrtf, b&d. 
rècst» lUst, fórst, fandst, scréfst, bidst- 
rèct» Ut» fort, f&ndt, scréf, b&d. 

Hebrvoüd. 
rèccen, blt^^ féren, f&nden, scr^wett, b^deat^ 



Digitized by 



Google 



aio 



Aanpöegende wijs^ 

dèticTifce» lette, fóre^» finde, scriwei bjlcfe. 

— durectst, lèttest, fóresti findest^ scnwesti bjftdest 

— b/récet, lette, Uv^%% findet, scriwet, bj&de. 

.;. : '.M-BsaVOUDr. 

— récen, letten, férea, finden, scriwen, bjftdèi;. 

. , Onvolmaakte tijd. . 

ElfKEX.TOVD« 

dèticrècce, lUe', fóre^ fftnde, scrówei bi^de. 

— du rèccest, litest,. {orest^ fitndest, scréwest, b&dest. 

— b/ rèccet, litet, fóret, ülndet, scréwet, b&det. 

MBEaVOUD. 

— rècceBi lltten, foren, fiuiden,, jscréweni b&den* 

Gebiedende «ivyV. 
r^c, lit, far, find, scr'if, bjud. 

. . Vervoeging van de Hulp^werkwQordên. 

Het tot de ^® klasse > i^ boofdsoortbehoorende bulp- 
werkwoord hèbbuy bebben. 

Onbep. wjs. Onvolmaakte tijd. 

Teg.lifd, bebba. Enkv. icb/de, bi'dst, b/d. 

.Meer stellig, to hëbbén. Meerr* w«\ i, bja be'den. 

Deelwoorden. , Aanvoegende wijs. 

Handelend, bèbbend'e. ^ Enkv. dèt ie bèbbe. 
Lijdend , héwed. Meenr. dèt wt* bèbben. 



Digitized by 



Google 





,.«51» . 


'Jmt. ivgs. 


Omfobn. tijd. 


Teg.tijd, ictóbbe. 


EnkT. aèticb/de. 


dAbèsti 


~ Meérr. dèt wi b«'<tei. 


h/ bèt. 


Gebiedende wijt. 


w/,!, bjabèbbeö. 


'-' ' ■ hèf. 



Het tol de i^ klasse, ft« hoofdsoort bebooreodeliiilp* 
werkwoord wésa^ siJD. 

Onbepaalde wtjs^ 

Teg. tijd, w^sa. Deelw* liand. wésende. 
Meer stellig, to wesra. lijdend, w^sen. 

Aanioonende wijs, 

Teg, tijd , Enkv. ie ben. Onyohn. tijd^ Ënkr* ie was. 

du best. ' du werst. 

b/ is. bi* was. 

Meery. w*, i, bji^sind. Heery. w#*, i, hj& weren. 

Aawoegende w^s. 

Teg.ti|d,EnkY.dèticben. Ony. tijd, Enky. dèticwére. 

— du best dèlduwe'rest; 

— b»* Bé. dètb/ wëre. 

lAeery*. dètwi', i, bjUend. Meery. dètw«\ i, bjèw^ren. 

Gebiedende wijs* 
Enkelyond^ wès. Meeryond, send. 

Het {pt da 4^ klasse, 2^ boofdsoortbebooreDdebQl]»* 
werkwoord 'ivtlrifa,^ ^spreek woedde) yfoxim. ;« 



Digitized by 



Google 



«fltt 



OniepaaUe ¥fijs. 

Teg* ti}4^ , wP^^* Deelw. lianM* wArdende. 

Heer ftlelff ,tQ ^r^rdep. — — Jijdead^ wfirden. 

Aantoonaidc wijs. 
Teg.tijdi icwtfrde* Onvolm. ti jd , ie word. 

vrérii. Wtu*dt« 

Meer steil, werden. Heerroad. worden, 

Aam^oegsndc wijs. 
Teg. tijd, . dèl ieiwtfrd«« OnYQlm.tiïd, dètiowvdé. 

Gebiedende wijs. 
2 pers. wurd. 

Het tat de 3« klasse, i^ hoofdsoort behoorendeholp^ 
werkwoord scüa^ znllen* 

Onbepaalde wijs. 
Teg. tijd| sc^a, Beetw. handel» scélande. 

Aanloonende w^s. 

Teg* tijd, ioscèl. Onrolm. tijd, ie scoL 

scèlst. . MemrToad,^ scoloii^ 

scèl. 

Heer?oad, scden. 

Aanpoegende wijs. 

I^g. tijd , d^t ie scèllé; OtiTolm. tijd, All it ^colé. 
Meer steil , dèt wt kcéUü. Meert oad, dèt v^i ébolen • 



Digitized by 



Google 



399 



ï)e hulp-werkwoorden zi]Q dez^Vier: hèbba, wèsa^ 
wdvda en scéla. Door deze bij de lijdende deel- 
woorden yan andere werkwoorden Ie Toej^n^ l^rijgt 
men de tijdsbepalingen » welke wij alhier in de werk- 
woorden hebben oyergeslagen. Hier znllen wij thans 
opgeveni welke tijdsbepaling zij, bij andere werk* 
woorden geroégd^ aUdraklLeiiy' '«n> ho6 lij bij dt- 
zelve gevoegd worden, 

Hèbba wordt bij het lijdend deelwoord gero^A»^ 
en drnkt als zoodanig den yohnaakten en meer dan • 
volmaakten tijd uit, zoo als: 

AaHioonéndè ^js, 

Volm. tijd, hi het runnen, hij beeft geloopen. 

M. d. Tolm. tijd., hihide sjaen, hij had gezien. 

Aanvoegende w^s. 

Volm.tijd, dèt ie hebbes wéten, dat ik gezworen hebbe. 
If .cLyolm.tijd,dèt hi bidebenamed,dat hi j benoemd hadde* 

Wésa drukt den volmaakten en meer dan irolmaak- 
ten tijd yan vele niet werkende werkwoorden oit, 
zoo als: 

'Aantoonendc wijs. 

Yolm. tijd, is cumen^ is gekomen. 

M. d, y olm. tijd, wascümen, was gekomen. 

Onbepaalde wijs. 
wésa cfimen , gekomen zijn. 



Digitized by 



Google 



Hcbba eo ^wésa worden beide met hèbba aaogevald; 
b. T, hèbbe héwed^ gehad hebben; hèbba wésen 
geweest bebben. *. , - 

JFlfkda drakt den teg«en onr. ttjd nit; b.r. : 

wërde fanden, wordt gevonden, 

würd fanden ^ werd gevonden. 

-Scéla wordt bij de, onbepaalde wi|s gevoegd « en 
drukt als zoodanig den toekomenden en volmaakt toe* 
komenden tijd oit. 

Toek. tijd, scèl cuma, zal komen. 

Yolm. toek.tijd, scèl b^ra , zonde hooren. 

Als men een* eigenen toekomenden tijd wil hebben^ 
dan zal. deze moeten zijn: scèl wdrde funden^ zal 
gevonden worden, of scèl ^véseƒunden^ zal zijn ge-* 
vonden. 

Ook andere werkwoorden kunnen als hulp-werk- 
woorden gebruikt worden; inzonderheid nidga , mo« 
gen f kunnen. Doch daar dit met hetgene in andere 
verwante talen in gebruik is overeenstemt, zal het 
niet noodig zijn hierover breeder uit te weiden. 



Digitized by 



Góogle 



fVoordenlijst. 



A. 



jic , ook. 

dchapple, oogappel. 
dchhler^ ooghareii. 
dchUd\ ooglid. 
échwity hetwitvan'toog. 
acht, acht. 
achtende, achtst^. 
achtendehólwe, zeveo en 
(een half. 
achtlne , ' acbttien. 
achtinste, achttiende. 
dcUc, akelig. 
dclichédf akeligheid. 
2icse, bijl. 
acsUf schoader. 
hddre , aderen. 
ddebar, ooijeyaar. 
Adelcer, edelman. 
Adeldom^ adel. 



Age, oog. 

dgenblic, oogenUik. 

dgenehrun, wênkbraaiiw# 

hgentUc^ eigenlijk* 

di, een ei. 

«ith, eigen. 

dindom , eigendom, 

hl, aal , paling. 

d/a. en én, een ieder» ie- 

(der een. 

hlce, ieders. 

dld, ond.' 

dldèr, aldaar. 

dldre, oudere. 

lUdste, otidste* 

Mefuce, aalfnik. 

hlentoppcf aalsoep, pa* 

(lingaoep. 

al/Uf e}lde« 

i5 



Digitized by 



Google 



2l6 



algemén^ algemeen; dnjtngen^ begonnen. 

'allebêy beide, alle beide, dnfktja^ aanvatten, aan- 
aUerwégenCj allerwegen, (paiken, 

(allenthalve. dnfkted^ aangeyat. 

dlmachty almagt. dnfira^ aanroeren. 

dlmachUgef almagtige. anfired^ aangevoerd. 

almügendy ■ aWermogend^ drifirei*^ aantoerder. 

dUer^ altaar. angcldt^ aangezigt, gelaat, 
^^erfèccentf, altaarUeeden. <J/i^/, angst, Trees. 

attide^ ïmmtt , te allen ^nlind^ aangeleund. 

(tijde* ^nllnja^ ergens tegen 
alyven^ elf. (leunen. 

alwiêty wederom. ^nsètu bont , ingelegde 
dmbacht^ bedrijf, bediè- (snijboonen. 

(ning. dnsètte eólf suxirkool. 

dmboidj aanbeeld. ' dnsjkn^ aanzien, acbting. * 

dmer^ emmer. - <^7t5/&;ta,bescboiiwen, aaii« 
dmerbénde^ ijzeren em- < (kien. 

(merhoepen, dnsprèca^ aanspreken. 

a/nmef adem.^ dnspréca^ bezoeken. 

arif aanC. t 'Angprèccen,^ aangesprokétk*. 

AntóiieM, • aangebeden* • dnsprèccere ^ bezoeker, 
ankédja^' aanbidden. ' (aans]prekf^. . 

dnbrknga , aembréngen. dnte^, tea jarig 4'and. 

dnbrkngen\ aangebragt. hpbk ^ waterbakens% ' 

ancUy enkele, eenigè; aple^ appel. 

(de enkel, dr, oor. 

dncemèmme^ overgroot* br^ eerder, vk'oêger. 

(moeder, hra^ eereb. 

-dtfderdy gekntfêöioird; dr^'^^a, arbeiden. 

^irndxrtfa)^ antwoorden. dr^^^w, arbeider, werk* 
dnfknga^ begli^nl^. « - ... ^jaidin. 






Digitized by 



Google 



«7 



drcljdwene^ oorkloviog. 
hrde^ (spreek ceedé) aarde. 
hred^ geëepd:, 
drhèl^ anderbal/; if. 
hrfscop^ erfeaia* 
drig^ bezittiiig* : /. 
dn'rsetif,^ ooriJEer. 
drlappc V. . oorlel , ,oorkp« 
èrm, arm f . (pauper). * 
hrmeif ^meiit (brachia). 
drringe^ oorring.. 
drs^ aadera. . , 
hrs^ de aars. 
hrscnéce , a^sknopp. 
'drséce^ ooitaak. 
^btper\ bagedis. 
iirte, erwteo* 
&sce^ ascb^ 
hsced(^j , ascbdag. 
dscja, eiscb^n. 
4>fcere, eiscber. 
aste^ bet oosten. 
htier,, naar, #cbter, 
httercdmeUnga f nakome-» 
(tingen.. 
^rlüe^ , Kialatenscbap. 
Mterléten^ nagelaten. 
awolfitsya^ afkiiminem 



hwendcy avond. 
awgrund, afgrond. 
awleugsnjay afzweren; ver* 
(zweren^^ 
ayvlcugmedp afgezworen ^ 
(verzworen;, 
awtdca^ aftrekken. 
awcUcedg afgetrokken. , 
awmhncy awmj4ney af- 
(maajjen. 
awmhnedy afgemaaid. 
awmhled ^ afgeachild'érd* 
awmdlja^ afscbllderen. 
awmatta^ afmatten, ver- 
(moeijeni 
awmattedy afgemat. 
awmjdnd , afgemaaid. 
awrltUj af^cbearen. 
awrüen^ afgescbenrd. 
awrjuchty afgerigt. 
awrfuchta^ afrigten. 
awscawja , afschaven. 
awscdwedy 'afgeschaafd. 
awscéda^ afscheiden. • 
avjfsciid^ afycbeid. 
awsonderedy afgezonderd. 
a^sonderja , afzonderen. 



Digitizeïl by 



Google 



2l8 



B. 

Bibcp Tader* iedictf bedekt* 

bica^ bakken* .beden ^ 'beide. 

bacsiéncf gebakken fteen; bédeif gebeden. 

bid^ beTel. bidia^ bidden. 

bidem, geboden. bedingt Toorwaarde. 

bU^ de bal Tanden f oet. bidinga^ bedingen. * 

bUa, apreken. hedrouwcd^ gedrógd. 

bilca^ balken, loeijen. befUta^ Eiek worden. 

bilgt de baik. befóigia^ verTolgen. 

bUge^ blaasbalg. befólged^ Teryolgd. 

bimcelètters , gestikte let- bèfia^ achter, 

(ters op 't linnen, tèftcop^ achterhoofd, 

iftme, boom. bèjlerkcse^ achterstel Tan 
banc , ' bank. (een' wagen. 

bange f Terdriet. bè/ierstCf achterste. 

barch^ Tarken, swijn. iegr^iva, begrayen. 

bkrdj baard. .begrhwen^ begrayèn. 

bkrféiSf^ barrcToets. begrj'utf aangesproken « 
barna , branden. (gegroete 

bdta^ nattig, Toordeelig begrjuta^ groeten. 

(zijn. behUda^ behouden. 

behngsügja^. bang maken. behUden^ behouden. 

bekngstlgsd , bang gemaakt, beja , buigen , rhggels ür 
bèc^ mond, bek. befa^ achteroyer buigen* 

beeÊatd^ bekend. ' bejéredf begeerd. 

bèdf bed. bejéiia^ begeeren* 

bedappa^ betrappen. bejid^ beitel. 

bedaptf betrapt. beljusterja^ beluisteren. 

bèddepknne^ bed% Tuurpan. belówad^ beloofd. 

bedècca^ bedekken. belówia^ beloTen. 



Digitized by 



Google 



^n 



lèU, hoSp, balt. 

èelürfa, beloeren, iemand 
(zonder sijn weteni | 
onvenraclits) aan- 
pakken. 

benqucsia , bemesten. 

bén^ solder, Jóthéii^ de 
(vloér. 

bendmed^ benoemd. 
' èéndi^ band. . 
bende f stijlen^ gebinten.. 
benJma^ benemen. 
berden^ (spr. beeden)kind.' 
bérdenldsf kinderloos*. 
bére^ draagberrie.. 
heréodja^ vaar onder de 
(asch stoppen. 
herêcenja^ berekenen. 
berécned^ berekend. 
bérem^ , giSt. 
berjuchta^ beregten. 
berfuchiad, beregt. . 
berópa, beroepen. , 
beropad , beroepen. > 

bescina^ bescbijnen. 
bèsctnad^ beschenen. 
besèi , in beslag genomen. 
besèlta^ in beslag nemen 
beslüen^ beslist. . 
besórgde^ l>esorgdhei4. 
besorgfa, yreexen. , 
béierja^ beterea. : 



bethSincaf bedenken/ 
bethkncad^ bedankt. 
betlgia^ aanklagen, aan- 
(tijgen. 

betlgad^ aangeklaagd. 

bctimmerja^ betimmeren. 

betingia^ bedingen. 

betjkndere^ bediende. 

betjüda , beduiden. . 

beiji^ga, betuigen. \ > 

betjügedy bewezen. 

betjM^ bednidt. 

betongerij bedongen. 

bewdredf bewaard.. 

bewdria^ bewaren.. 

bewéra^ beletten. 

bewéred^ belet. 

bewilay somtijds., 

bewissed , , Tergewist. 

be^yis^ia, Tergewissen. 

be^vópt , bescbdteid. , 

i/, bij, bi him, bijM^/. 

bj&da, bieden. 

iyir, bier;. '. 

bicanna, bekennen* 
bkand , bekend*. , . \ 
bicidgedp beklaagd. 
bicldgia , beklageoi . \ * 
/^%i/ina, beginnen* \ 

bigonnen , begonn^». . . , 
bihêJwa^ behid?en. v. /\ 
bile^ bijl. 



Digitized by 



Google 



a30 



bOéda^ belaideD. 
bOèt, beti»d. 
MtAmo,, benoemeiif . ^ 
binda^t bindeiK 
binndce^ 'strook Tto ge* . 
Uearde xijde onder 
de yroawen^mnts* 
binutsiaf benotteir. 
binuUedf benat. 
bin'wjaf iwelei». ^. 
biTêwjedf gesweeldï . 
biséca^ bexoeken* 
bisécadf besocht. 
büUia^ betalen. 
biiscen ^ een weinige , 
(leta, wat. 
bj^ise^ beddetaek. 
Mwenge , de koorts. ; 
bwja^ griddüja^ koortaig 

(«ijn. 
btiue^ de blaas. 
Uïft^, blaauw. 
blèd^ Mad. y^ 

bléda^ bloeden. 
Wfc, blik. 
bUccenc sfü^^^ blikken 

(sèef. 
*tóVfc, TtoKjk. 
blfdscop , blijdtcbap. . 
bUndedf blind gemaakt. 
blind ja ^ ..Terblinden. 
£/(^, bloed. 



blódfrjmda , , UeeÜTrien^ 
(den. 

(/lója\ bloeijen. 

bbjen^ : gebloeid. 

bóCf boek. 

ioe^e, broek; 

boo^^étè^ boekweit. 

bód^ bord, plank. 

£oj^, boog. 

bóljCf tobbe. 

dofld^ bai, atier. , 

boUecalff M&ukM. 

bóné, boonen. 

boppe% .boren. 

bord (in én tnldtóde}^ ijfé«^ 
xén haak in ^ene ani}^ 
bank. 

bord f rak om tinnen scfa(H> 
tela.op te «etten*^ 

bdromsléce, omalag om de. 
(boor« 

badscop I boodscbap. 

br&chtf gebragt.' 

brkd^ <brood.. 

brSidbb^, boterham yatf 
) i . «:Wart bröod•^ 

bridwuXf ivarte broeds^. 
ï <weèk» 

brknga^ bmngen. 

brécf ongemdi, gebrdb* 

brécc^ Jhreok.' . 

bréce^ boete |. brenl^. 



Digitized by 



Google 



23 1 



bréd^ bftód. 

bréd^ breed. ^ 

bréda^ braden. 

bréden^ gebraden. 

bréf^ brief. 

Jrègge, brug. 

brefncappe^ hersenpan. 

brejnpdnnef idem. 

bricce (hdngsté) , paarde* 
schoenen om door 
't Teen te loopc». 

brjivwa^ brouwen. 

brjwwen^ gebrouwd., 

brüdscèt^ bruidscbaT. 



br^rtf bruin. 
brustt de bont. 
bmsibén , bonlbeen. 
b^j bnik. 
bedelf boedel. 
biU^ buidel, zA^ 
bidt, boop. 
bunce^ beenderen. 
Ailr, kamer. , 
bürschopi buurschap. 
buia^ behalyen. 
büter^ boter. 
buterste^ bcdtenste. 



ciceUr, babbekar. 
cê^ f sleutel. 
cW, -kool, (vuur). 
cêdct kalk. 
cUd^ koud. 
cUf, kalf. 
cèjner, kamelr. 
c&merdAre , kamerdeur. 
candler^ kandelaar. 
cante, braband«che kanl. 
ckpla^ koopeuy 
cappe, muts. 
cat , kat. . : 
cattebloCf eetbal^ederkat* 
(teUé 



C. 

cedel eis earrdce\ melk- 
(brokken. 
céma f kammen, 
cè//*, snede. 
icèrse^ kaars. 
cèrsesnucer , kaarsensnui- 
(tér. 
cèrwd^ snijden. 
cèrwia^ kerren. 
cése^ kies. 
cesine^ kozijnen. 
cessen^ beddekussen. 
chbon^l , kettingbeugel; 
chüèpp^r^ blikken en^mer' 



Digitized by 



Google 



aSti 



cèttCf ketting* 
ceucay koekalf. 
ccuceuct keakeo.. 
ceulUf koelen, . 
ceuledf gekoeld. 
ceuhing^, koning. 
ceur, keur. * 

ceuraj kiezen. 
cHtigt spoedig, gaanw. 
cidde^ hit, klein paardje. 
cjéiig^ vuil, morsig. 
cjuwe f de kin. 
cldgiay klagen. . 
claffhy beklappen. 
clampty plank, post. 
clkthre , kleederen. 
cldwerja , klauteren. 
dhrnhkccy klemhaak* 
clincpotf ijzeren pot met 
(drie ppoten. 
cljuwbeilelf kliefbeitel. 
cljwway klimmen. 
c&c^ kloek, wijs. 
clundermolcc , gestremde 
(melk. 
\ cnèppely houten zeel. 
cnibel^ knie. 
cnibelscjuwe , koiescht j f. 
cnibelfiomf de ok^el. 
cntptangSf nijptang. 
. cnobbjs., huil. 
cn^p^ knop en knoop. 



cnópnédle , speld. 
cnswelf knokkel. 
c^c , koek. 
coden^ hayef. 
coffibamdner\ koffijbran- 
^ (der. 

coffimiu^ koffijmaatje. 
coffimeulne^ lu>ffijmoIen. 
c^l^ kool. 
cole , kool. 
C0I7I, kom. 
tomf^r^ komfoor. 
cop^ hoofd p kop. 
cóper^ koper. 
cöppe^ brandewijnskop. 
chvt riten i (spr. koet riiten) 
yerschenrd. 
eèrf, kort. 

corwc , (spr.loeroew) korf. 
eraf t f kracht. 
craite^ hooiwagen. . 
cralle , koralen. 
crdmwj^^f^ kr^nifrouw* 
cramsbeje^ lijsterbes. 
crattisfögle, lijster. 
rrSa, kraan. 
crénc, krank, ziek. 
crappasser^ . . krabpasser. 
crèb , kribbQ. 
criga^ krijgen. 
cri^le^ chai$. . 
ciistenja^ doopen. 



Digitized by 



Google 



^3 



cristmerdenf kersdag. 
c/^%, kmis. 
crf^shdce^ Lmisliaak. 
croUe^ krollen. 
cróne {om^t iérden op io 
tw(fnjen)jt tweernhas* 
peL 
CA» koe, mv. ril/,l)ee$ten« 
c^ana^ komen. 



cumUf kennii» nli bi 
cundcy gek. 
curticin » jak met slippen* 
curwen^ gesneden, gekerfd. 
etU^ kait. 
Qwida^ spreken. 
c¥^ile , kwijl. 
cwCna^ kwijnen. 
cwï'ty rrij, kwijt. 



BA^ de , my. Tan het lid- 
woord , in alle geslach- 
ten i« en 4« n.vaU 

ddc^ nefel. 

ddch^ evenwel, toch. * 

dde , dood. 

ddf^ doof. 

dól, dorschvloer. 

dól^ neder. 

damdf gedamd. 

damjaf dammen. 

dómsc^ daamsch, Eekere 
stof, damast. 

dan^ dan, want. 

ddw I dauw. 

de , de , Tronwl. lidw. 

dicht ^ lamp. 

déce^ deken. 

dej , dag. 

dejUci dagelijks. 



D. 

déla^ deelen. 
dild^ gedeeld. 
dén^ gedaan. 
dépe , doopen. 
dér^ daar, 
déra , hinderen. 
dérèttert daarna. 
dérhèr, daar yan daan. 
dèsieldnger^ des te langer. 
dètf dat y het , ons. lidw. ; 

d^t dért himmcs y dat 

Iet hem niets. 
deuptf gedoopt. 
dt' , de , manl. lidw. 
dichif na, dichte h\ na« 

bij , nej bi. 
dtna^ opxwellen. 
discy tafel* 

disselbtm , disselboom. 
djépf diep. 

f6 



Digitized by 



Google 



^34 



dUppt^i dieper* 

djbrf daQF, dierbaar. 

(^üp^ diepi Taart. . 

dobbCf waterplas. , 

dóderce v eijerdo jer. 

dóc , doek. 

dórCf dear; dedór bèl 
sleten r. de dear is 
gesloten gevfeest. 

drdnce , drinkplaats voor 
het vee. 

drdttca , drinken. 

drdncen^ gedronken. 

dréga , dragen. 

drejn, gedragen, 

Jrèppie, drempel. 

dreuma^ droomen. 

dreum^ droom. 

dnft:^ reed, drift, weg. 



drinci^ . drinken. 
drincddobbe , diinkplas 
voor 'tfee. 
drjuwa^ drijveo. . 
dr^ge , teems , leef . 
drówa , dreigen. 
dr^le , knobbel , buil. 
d&cerbóre ^ dnikerboor. 
dngd y deugd. 
dikn ^ dronken. 
düra , dnrven. 
dvLsend , duisend. 
dmendste \ daizendste. 
d^sig^ duizelig; d^ig in» 

ne cop^ daiselig in 

't hoofd. 
dvLwel^ duivel. 
dwdn f doen. 



Eddery vroeg; hhlsce ed- 
der^ zeer vroeg 
^ddrcy eerder. 
édswére^ gezworene. • 
égentltCf eigenlijk, eigen 



ejde, egge. 
ejdia^ eggen. 
^je , water. 
ejnig, eentg. 



cjldnd^ eiland. 
èlc ^ ieder ; èlc and én , een 
ieder. 
èllebowe , elleboog. 
è//ie, elle. 
dommelijk. èncet^ inkt. 

' ènkershóde^ inktpot. 
énd^ einde* 
éndja^ eindigen. 
éndigjüf idenu 



Digitized by 



Google 



as 



én/cUdich , eokelf oud , een- 
TOodig* 
énmdif eenmaal* 
énsen , idem. 
épeii^ open. 
ipena ^ openen. 
ipenhér^ openbaar. 
ipenhirtich^ openhartig. 
épemchhejd^ opening. 
A*, Troeger. 
érd (spr. £re«{), aarde. 
érdf lange turf. 



ird$pade^ spade om tarf 

te steken. 
èspeUy espel, distrikt 
Ó, naar; etter ^ naar; ét^ 

ter Ramstoh^ naar 

Ramslpfa. 
èimdl^ etmaal. 
éwelf kwaad. 
ervende ^ ayond; schemer*. 

éwende, schemer- 

avond. 
éwen mdcia\ effen maken. 



F. 



¥ adder » gevader , peet. 
fiUa^ dooden. 
fêUen^ gedood. 
fAkc^ valsch. 
fdn Wely yan wie. 
fdngia^ vangen. 
fdngst^ vangst. 
fdrgere^fdrc, bigg^. 
fdrmike^ vare koe. 
favwa^ verwen. 
farwed^ geverwd. 
f^ty vel. 

fatia^ vatten» grijpen* 
fee , vak. 
Jlchta^ vechten. 
fédem^ vadem. 
fejlen^ gebreken., 



fHgtd, geploegd. 
félgen^ féUnge, ?elgen, 

land, das genaamd. , 
fèlhéd^ weinig. 
félig, veilig. 
Jent, jonge knaap. 
féra , vafen. 

férat voeren; wilféttdir 
wejy wie reist daarheen. 
Jerbjdda^ verbieden. 
ferbarna^ verbranden. 
ferbêrga, verbergen. 
fercérd^ gekoren. 
févdichi^^ /^ei^<^)i vaardig. 
ferdomja , verdoemen. 
ferdrhja^ verdragen, ver* 

zoenen. 

i6* 



Digitized by 



Googié 



a36 



ferdiét^ ▼crJriel. 

fergrdtera^ Tergroolen. - 

fergrdterd^ vergroot. 

ferjéla , yergeten. 

fcrlówa , beloven , Tcrxe- 
keren« 

fhrré^ Terder. 

ferrédiey verraden. 
/erscdncunge f schenking, 
vergeving. 

Jersèca^ onlkemiea. 

fèrsen^ gcyroren, 
fersèua , Terzetten. 

fersmddia , versmaden. 

fers^ma^ verzuimen. 

ferstdnd^ clóchejd^ ver- 
stand. 

fertéra^ verleren. 

fer^rdela , veroordeelen. 
flst^ vast. 
J^sta , vuist. 

flsieldej. vastendag. 

fhtiuy vasten. 
fisflgja , bevestigen. 
fèstslèCf vuistslag. 
fèt^ vat, ton. 
féte^ voelen. 

A/i Tijf. 
fifiin^ vijftien. 
fiftlnste , vi j ftiende. 
ƒ//!, fijn. 
finger^ vinger. ' 



Jinstere , venster. 
Jira, voeren, leiden. 
firmja^ vormen. 
firwej^ verre. 
fiic , visch. 
Jjunde^ vrienden. 
fjèddendélf vierendeel. 
JJcldférend^ reiiend. 
Jjend^ vijand. 
fjórendéles üre^ kwartier 
uur. 
fjordct vierde. 
fjordendél^ vierendeel. 
fjower^ vier. 
fjowertin , reertlen . 
/jjSwertinste^ veertiende. 
fjuchla , schelden, 
fjürcorwe (spr. fjoerkoe- 
roew)^ vuurkorf. 
JjUre^ vuur. 
fjdrhérd {sfv.Jjöerheed)^ 
vuurhaard. 
fjdrstén^ vuursteec. 
Jlacs , nias. 
Jldjne , dorschvlegel. 
fl&sc^ vleescfa. 
flejn^ gevlogen. 
JUnCf knap^ vlag* 
JtmUtén , keisteen. 
flibga^ vliegen. 
Aüseboge , boog. 
floclita^ ylechlen. 



Digitized by 



Google 



%Zf 



fl^d^ vloed. fCrlidmer^ voorhamer. 

fiuchty de vlugt aan een Jorm^ vorm. 

spinnewiel p waarover f6rm%ntder^ voogJ. 

de draad door dè ijse- Jornoma^ vernemen , Tor- 
ren tanden loopt. staan. 

fodderjap voeden. Jornite^ voorsle. 

foggen^ tedfleveêren. Jerjéta^ vergeten. 

yoW> gevouwen, cene plooi, f^rwaria^ bewaren. 

Jlodup Touwen, plooijen. fóthén^ -vloer. 

foldwiy yoldoen. fóiwarpel, voetwerveU 

fóle^ veulen. fównc^ maagd.*. 

fólgedy geploegd*. frAmd^ vreemd. 

fblged^ geyolgd. fné^ vrede. 

fofgid^ volgen. /rédlic ^ vreedzaam^ 

fdgia^ ploegen. f^S^^x ^1*^8^? • 

/ofc, volk», fréjen^ vrijen. 

Jrohnligenentf H. Sacr.a- fréjendej^ yrijdag; stiüc 
mentsdag, des Heeren fréjendcj ^ goede 

ligcbaams feesf. «▼^ij^^^&r. 

fon\ van. frèst, vorst, spits van 
f on dér\ van daar. een dak«^ 

fpndfty vondst.: fri; T^ilig» 

fonie^ doopvont. frim&cia^ heTrijden^ 

fór^ voor. frjüsa^ vriezen. 

fórdlderc^ voorouders. Jr6m^ vroom,. 

forénsit^, onlangs. f rost ^ vorst. 

J}^dndertja^ Jorandwór- frjunda^ vrienden. 

dja^ verantwoorden, frbwmbr, vroedvrouw»^ 

force, vork. fllg^lf vogel.' 

Jorcop^. voorhoofd. fltgelscOle^ vogi^lkooi. 

fórge, vore, aUervore. yü, veel. 



Digitized by 



Goögle 



%3S 



Gdbel^ tofIl om tiet te 
eten. 
gaffcle^ scjotekf gaffel. 
gdn, gegaan. 
gdnga , gaan. 
gans f geheel. 
gast, gast. 
gastldndt hoog land. 
ga/, wonde, beet. 
gaw» gaaaw. 
gedinen , gordijnen. 
geUd, geluid. 
gekte ^ 'geluk. 
gemende , gemeente. 
geuk^ta f genieten. 
genoch , genoeg. 
gèrdel^ gordel. 
getjuchtstjdnere^ gefegts* 
dienaar. 
gèrs, gras. 
gèrsldnd^ grasland. 
gescjoda , geschieden. 
gesündy gezond. 
gewald, geweld. 
gewissia , verzekeren. 
giél^ onvruchtbaar. 
gissing, vermoeden. 
gistcc^ , gelde Loé. 
glès^ glas. 



G. 

' ^Usbejtél, beitel. 

gtèsr^tem glasruiten. 

glCda^ glijden* 

^6de 9 gloed. 

gfö/a, gloeijenJ 

Sfofen , gloeijend J 

gnisa, spotachtig lagchen. 

gntistery knarsbeen* 

gbdy goed. 

g^, goud. 

golf, hooivak; Friesch 
goUe. 

gong, de gang. 

grdtf grcwït. 

grdtdórey schuurdeur. 

gruwa , graven. 

greb^ gi*aff begraafplaats* 

grép, greep, vangst. 

gréwerscèe^ gravenscbat^ 
belasting Toor de 
vrije jagt en visspherij 
der Sagelters. 

grienetbvnsdej , witte dön* 
derdagJ 

grlma , morsen (griemen)* 

grtn, groen* 

grfpa, grijpen. 

grommelja , donderen* 

gds^ gans, m.yl gése* 



Digitized by 



Google 



a% 



H. 



Hd^ fiooi. 
hdee , haalJ 

hdcje^ haakje; ishdcje^ ijs- 
baakje. 
hdfèc , faooiTakl 
hdfévdkh {s-pr. hootfeedig) ^ 
hoovaardig. 
hdforce\ hooiyork. 
Mg, hoog. 
hdgia f behagen 
htigti'd^ hoogtijd. 
M/f hengsel van een' pot» 
h^day honden. 
hkle, half; 

hèletüms sllchejtel^ half' 
dnims steekbeitel. 
KkUa y halen. 
hkls, hals. 
hUsjuCy jnk« 
halter^ halster. 
haltertejly faalstertonw. 
hSjnend ^ hemd» 

kleine hamer. 
lAndy hand. 
&fiȣfeomvc > han dkorf. 
Aiinj^crowey handschroef. 
lAmUjdc^ey handdisseh 
h^MCy haan.^ 
hajigiay hangen. 
hkngi'rsen» hangijiEer. , 



hmgsl, paard. 

Mngstebricce , schoenen 
Toor de paarden. 

hêingstehowé f paardenhoef. 

hkngsle njbslrige y - neusga- 
ten der paarden. 

hanney hen. 

har ja ^ de zeissen aanzet- 
ten.. 

hart , hart; 

hase^ haas. 

haspel^ haspel. 

héstich» haastig. 

hatte^ hitte* 

hauêr ^ wild zwijn. 

hibba^ hebben. 

hèc, staketting. 

heccer» hakker. 

hhccelsCf gesneden voeder» 
baksel. - 

hédf, huid. 

héde^ heide. , 

hérdene (crrf), turfbokr 

hècct hak, hiel. 

hechte f snoek. 

hejly hagel. 

heila , genezen.' 

hély heel, geheel. 

hélay halen, Terbergen^ 

hèlpa , helpen. 

hemel, hemel. 



Digitized by 



Google 



%^o 



hkngde, hengselen der 
deur. 
hér, haar* 
%er y hier. 
héra^ hooreD« 
hérde {sfT.heed)^ de haard. 
hhrdja^ hard liialLen. 
Kerst t herfst. 
héta , noemea. 
hir, hier. 
JiUc , huwelijk. 
hiUe f hel. 
hüUg^ heilig. 
hinca, mank gaan « hinken. 
hinderiay hinderen. 
hingstf hengst. 
hire, huur, pacht* 
hire^ haar; da*s hirens y 
dat is het hare. 
hitsele , hekkei. 



hji^er^ hayer. 

A/^, El]. 

hóce hk y hoop hooi. 
hód 9 hoed. 

Aór£^eii(spr.&o^en), hoorn. 
hordncn , horens. 
Ao/ie, henpe. 
hoUy hoat, m.r.holtcry 
boschen. 
hosccy hoaten klomp. 
h^lja , huilen. 
hundt hond. 
h^ndredy honderd. 
hvLTiingy honig. 
hüSy huis, hüs en hérdy 
huis en haard. 
h^shircy huishuur. 
h^smarty huisman. 
hishimmeUay huis-schoon* 
maken. 



I. 



JaddcTy uijer. 

ICy ik. 

jhy ja. 

ye^e/ , tand? leeseh. 

jély geel. 

ƒ(%;?, geld. 

jéldpvkde y geldzak . 

jéüiédy geelheid. 

jérey pis, mistwatcr. 



jèrsen , gisteren. 
iggCf rand, boord. 
iggCy het scherp Tftn 'i 
Ewaard. 
yir, jaar; neijirsdejy nieaw« 
jaarsdag.. 
•7^ eelt. 
/me, honigbij. 
i\necbrwe , bijenkorTCO. 



Digitized by 



Googlê 



i4i 



' immer f altijd. ijre, ijs, ~*; 

indklingteandinUtwerie^ ê'shdeje, ijsbaakje* 

indelengteenindebreedte. iV^i eten. 

incrjopa (spr. inkjoepe)]^ üen^ bet eten, gegeten. 

insloSpen. jü^ gij. 

inginga^ ingaan. jucea, keppelen. 

jan, tegen; jon di dóre jdeeedf gekeppeld. 

êji runnen^ tegen de jfUe^jole^ wagenrad, iviel. 

deur aangeloopen. junder^ ginder. 

jonspréca^ tegenspreken, juni^ ginds. 

jonM^órdig (spr. junwoih jdwen^^ eren gelijk. 

^%)f tegenwoordig, jdwennef, eren na. 

irsertf ijser. iwenja^ e£fen maken, 
. iscy akker. 



LaMa^ Ugchen. lipa^ loopen. 

Utcia^ misprijzen I laken, last, last. 

Iddere, ladder* Ihe ^ schimp, spoi. 

lagtt, langet aan de tip-. Ucen, gesloten. 

muts. lèceene, beddelakens.. 

l&iline^ jaaglipi. léda, luiden; oh?, tijd. 

lijn f lam, (agna). Ibd, Inidde. 

Urn» lam. lede, sniart, leèd. 

Ikndf land. /è£ff^,leggen;A</eyf,bijligt. 

' Ihnde, lendenen. léje, toom, leidsel. 

Iknger, langer. Iele, leelijk. 

Iknf^iUej Terlenging der léna, kenen. 

Tunrhaak. lép, i.) slecht; lepe j! rent 

Ikngewêijne, lange wagei^. slechte jaren; 2.) on- 

lingte, lengte. deugend , lep wirc , on« 



Digitized by 



Google 



%^1 



deagend werk ; 3^)erg , Ijkw , lief. * 

boos« tfkweTf lierer. 

Upe^ flaaawte. Ifkwhèbba^ bemmneir. 

lésa^ lojten, oar. lifdAtf. Ijocht^ lichh 

lésen , gelost* Ifocht dq\ licht dag* 

lèsicj laatste. IjochtmU ^ KcUtmisse. 

léty sU^i^ Wlïy dilkfiug Ijhde^ toIIL 

dSigrine, dat koarn, Ijuw^ lijf* 

die graDen, staan mooi. Ibgc^ dorp, stede, plaats. 

léta^ laten f nalaten. /<^'dr, leder bereiden,looijen. 

/èz/a, hinderen, beletten. I6ja^ weerliehten. ' 

léivèrce^ leenwerik. fói», loon. 

h'ca^ gelijken. longe , long. 

licerw&e^ gelijkerwijze. lópa^ loopen; onr. tijid 
RcmêLcia, effen maken. lép^ liep. 

hcnantf tigchaam; doden losja^ lossen. 

Rcnam^ een lijk. htca^ sluiten; qnr. tijd 
hde^ leden, (niembra)^ lóc^ sloot. 

Ti/ie, Itjn. hteht^ lamp. 

lip , lip. ^ lucht , lucht. 

list^ list. kifhtsóre, kaarsensnniter. 

titi<ff weinig. btchijérden^ kaarsepit. 

ttwja^ leven. lunegc^ mvsch. , 
thwendlksy (s-pr^ljoe^eud- 
' lo0s)f lerenloos. 



M. 



ï*, naastbestaande. mhlia, sehUderen. 

mêge, de maag. mftn, man. 

m4/, meióiaand; mkim&nde. man , men , maar. 

mUdj geschilderd. m^d\ gemaaid. 



Digitized by 



Google 



Hi 



mande, g^meeoacliap* méta^jou éme^ te geni^oet 
mindeji^ inaandAg* komen* 

m&ne» de xnMn. ntéie, iiiaal)e* 

m&nM, meDgeii* meuser^ mortier, 

m&ngie/y beslfigf mengsel* middej , muUeg. 

mknia^ yermanen/ mzW^vice, woensdag. 

mimch , menig ; wo mtnich , midwintersdej , kersdag. 

hoe menig, midsdmer^ St. Jan (^4 
m&n5ee, menscb. Junij)^ 

TTiar, ten zij.' mi/ia, meenen. 

marcp merg. n^ig^% pissen. 

maste ^ het meeste. ^^gC'» pis. 

ma<, vermoeid. milde ^ mild. 

mè</, n&et; mèd én érem, min^ mijn. 

met elkander, minder^ minder (minner), 

mérden (spr. meeden) ^ minste, minste, gering9te. 

morgen, mis^ verkeerd ^ onregt. 
m^denè«f<2re, morgenvroeg, misdwi^ misdoen. 

merden erende ^ morgen- m/ana , maaijen, onv. tijd 

avond. . mhnde. 

mérdens^ morgens. mjucs^ mist. 

médlêind^ hoóiland. mjucshkce , misthaak. 

m^\ mag, van m^ga^ mjucsja^ bemesten* 

mogen, mjucslddere^ mistladder. 

mhllenfe^ malen. mjucs wetje ^ mist rijden. 

mhmme^ moeder. mHcej melk. 

menüle^ mintiat, mond ^ voogd. 

mèrc^ grensscheiding^ , morde , moord. 

mére^ merrie. ' motte, tarfschip der Sa- 

mhster^ meester. gelters; héle motte^ 

mhstersce^ de vrouw van hklwe motte. 

den meester, m^ga^ mogen, kennen. 



Digitized by 



Google 



*44 



muje^ moei» Untie. mirt^ ^ maor* 

jvièfa, mond. mdrstt^ange^ mQarpItftt. 

mtmtat munten; f éld ittt^ möf, muis. . 

fm. mutsce^ wtouwen nmls* 

mumie^ imiDt. muUe^ motzwtjo. 



N. 



M, nooir. 
nft, neen; 
nacca, nek. 
nfi^f, nood. 
nftmif, noemen. 
namme^ naam. 
nSre, treurig. 
ii&^ hèbba^ niet hebben. 
Ttawfy nareli 
nêdcPy adder. 
nfdlè , naald ; séjnedlé , 
naainaald. 
ney, na. 
neijer:, nader. 
neüaf Eoos. 
ne/7, nagel, spijler. 
nejltjusier^ piccetjuster , 
stikdönker. 
nejsif naast. 
nemens^ niemand. 
nén , geen« 



nénhljide^ geeoerbande. 

nèppe , nap. 

nhttelceuningf distelvink. 

neugja^ noodigen; neugj'a 
oppe wèdscopf ter 
bruiloft noodigen. 

nichUf nicht. 

nics^ niets. 

ntgia^ nijgen. 

nimmen\ niemand. 

n\t , niet. 

n\i bi cunde , gek. 

noch^ noch. 

nochénsen » nogmaals. 

Ftd^ivice, noodweek. 

nóse^ neus. 

714. na. 

naj, nieuw. 

nummer f nimmer^ 

nul f nuttig. 

mUCf noot. 



Digitized by 



Google 



^45 
O. 



Oc^ ook. onnutSf onnol. 

ocse^ 08. onwédtr^ onweder* 

of^ of. ^, de andere. 

of ter ^ dikwijls. hrhhl (spr. oerel)^ ander- 

cfwél I alhoewel , ofschoon . half* 

fgené^ oren. órsf anders. 

bger^ oerer. orth^ oTergeblcf enliooi of 

6me^ oom. stroo* 

onclóa. waanwijs, gek. ^m, scheppen, hoozen. 

enhérich^ ongehoorsaam*. ^sfki^ hoosyat. 

P. 

Pacca^ pakkeQ. p'^pj<^% kassen. 

pacced, gepakt. pUsce^ roede* 

pdd^ pad. pl&nca^ plank. 

pèle^ paal. piégia, rerzorgen. 

pkndja^ panden, in de pUge^ ploeg. 

boete slaan, plógitsen^ ploegijser. 

pfinne, pan. pl^gia$ ploegen. 

panscy pens} c^panse^ plucced^ geplukt* 

koepens. pluccja , plakken ; on?, tijd 
pftr, m* f. phreitf peer. ^ pluccede. 

pariJ macia^ maiten* poggs^ kikrorsch* 

phsjcy paschen* pbl, poel. 
phscdej\ paaschdag. p^te^ pooten, beenep. 

passer^ passer. posseleijn^ porselein. 

piccetptster^ stikdonker* posi, balk, plank o?ereene 
pipe^ pijp. sloot 

pipe^ kus. poüèlse^ potlepel. 



Digitized by 



Google 



a46 



potsia^ scheren. 
prdlia^ pralen. 
prewja i proeven. 
prin, breinaald, priem* 
püija^ puiien., pellen. 



piaster ^ blaasbalg. 
pui^ put. 
p^tMe^ paitaal. 
putswingelf patzwengel. 



R. 



Rkd^ rood. 

ram^ wedder^ ram, weer. 
rdntin , vensterglazen. 
rkngebór ^ ronge-boor. 
r^py zeel, touw. 
rêirfaj loeijèn. 
raspa, raspen, 
r&we, roof. 
rkwa 9 roovcn» 
réca^ geven. 
réca , , reiken , toereiken ; 
onv. tijd rèc. 
róre/ia, met een grove kam 
kemmen. 
récend^ gerekend, 
réoenja^ rekenen 5 onv. ti}d 
réc^;nde. 
rèci^ gegeven. 
red^ rad. 
rédd^ raden. 
rhgge, rug. 
nf/e, rij, regel. 
réjhn^ d warshouten in de 
muren. 



rèn^e, ijzeren banden. 

'rènna, loopen; onv. tijd rft/i. 

rep^ paardekrib, reef. 

réscop^ gereedschap. 

rèsta^ rusten. 
. rét^ scheur. 

reuc^ de renk. 

reuma f ruimen. 

reumer 9 roemer, glas. 

ribbe f rib. 

rin , regen. 

rïna, regenen^ onv. tijd 
rindc. 

rineboge^ regenboog* 

rxnerif geregend. 
. ripele , vlashoepel . 

rir, jonge koe , rier. 

rWa, rijzen. 

Tïsen , gerezen. 

rUen pkncbce^ gerezene 
koeken. 

rita , scheuren. 

riten {to)j verscheurd ; <?<)rl 
(coet) riten. 



Digitized by 



Google 



M7 

rjucfUf regt roggejhrwe^ roggegarwe, 

rjuchta^ regten. schoot 

rjuchierbdnde^ regterhand. rome, room. 

rjitme^ riem. ronge^ rong van een Vagen» 

rjuwe, hark. ripa^ roepen. 

roc^ rok| rssArsen^ rooster» 

réc,, de rook. rotte, rot. 

rdcedfthsc, rookvleesch. rüca^ raiken. 

róf, korst tan eene wonde, rude^ schurft. 

roof. rugeripje^ rijm. 

roffdsedwe^ handschaaf. ruUesmér^ reuzel. 

^oggCf ToggQ, ramRo^ ruim, yrij. 

*roggebidt^ roggehoop bui- r4n, rain, paard, 

ten's ,hQÏ8« rwrja^ roeren. 

Saes, mes[, doUi. tajigerich^ aangebrand. ' 

skdy bron, put. 4<wimelja^ Terzamelen, 
shde^ zode. bijeenbrengen. 

sidelf zadel. scabeeeen^ blikken em- 
skl, zaal, kamer. mertjo. 

5a/^, zont. sedda^ schaden. 
siJtfèty zoatTat. sckUy schalen. 

samt^ flaweel. $<^^me^ schaamte. 

samt bende ^ flaweelenban- ^c&mtf/ , schammel , waarin 
den. de wagen draait* 

sknd^ gemaand. scande^ schande. 

shig^ zang. seap^ kleederkast. 

sknga^ zingen* s^kwbknte^ schaafbank. 

sSingdf geschroeid. scawe, schaaf. 

singen^ gezongen. s^éda^ scheiden* 



Digitized by 



Google 



^48 



toéde, scheiding. 
seép^^ schaap. 
seèldent chelje^ schelden, 
. ' krakeelen. 

'seélda, Yechten, 
seèlja^ schellen. 
seèn^Uf schenken. 
soépa j scheppen. 
seéra, snijden. 
seérde ^ ploegijzer. 
seèrp^ scherp* 
scèt , schatting. 
soeulee , theekopjp. 
seienja^ schoonmaken. 
xcil^ dop, schil. 
scil^ verschil. 
se^la^ schillen. 
sc'ddèrktsjc , schilderij. 
^^vneréwende , schemer- 
avond. 
sein^ het vel, de huid. 
s^in^ schijn. 
seina^ schijnen , blijken. 
seinee^ ham. 
scine^ scheenbeen . 
seinebunce^ idem. 
scinfèlf lantaren. 
seióle^ schot. 
seip y schip. 
seipmhit schipper. 
s^otCele^ hooigaffel. 
sejiUh y schiet. 3« pers. 



sc'ire {jnénb&lansjé)^ tong 
in den evenaar. 
tooldere^ schouder. 
seowestreu , strooschoof . 
scóWf schoorsteeur 
sc^wa (fprn 5«o-e), scbon* 
wen. 
seriwa , schrijven. 
scdAtén , schnifstee§*' 
scümèr^ schnimspaan. 
seümse^ ivild, scitmsee 
hSjigst^ wild paard. 
sé^ , zaak. 
s^ea , zoeken. 
sèos^ zes. 
sè^stich , zestig. 
séda , zaai jen. 
shre 9 pijn , smart. 
séjh^ naai jen. 
séjnèdle^ naainaald. 
srjsse^ zeissen. 
sélden^ zelden. 
sèlge^ de zelfde. 
silseop , gezelschap. 
ségeUer (spr. sceeUer)^ sa- 
gelterlander. 
sèlwem^ den zelfden. 
sèlwer^ zilver. 
sende, zonde. 
sèt^ ogenblik, foren, sèi, 
▼oor een oogen- 
blik. 



Digitized by 



Google 



^49. 

^lUrsen^ iJEerwaardezaag slcuwe^ kinderoyermoiiw* 

mede geset wordt, sljuchtj slecht. 

séwer^ speeksel. slot^ slot. 

sichtjcy zichten. $löU^ sloot. 

sidc, diep* ^lowe\ maileo, pantoffelsi 
sCde^ zijde. sloffen. 

Si^delpldnce ^ zijplank. slwncr^ slnimering. 

tfiV/y zeissen om Geheide te smdca^ smaken. 

maaij'en. smdce^ ^ smaak. 

ffiVe, zeel. smèdda^ smeden. 

Si^ncp zeoaw. smèUa^ yersmallen. 

Sin f zijn, Siti ^twejncy sm%'dja^ smeden. 

zijnentwege. smidscóle^ smidskool. 

«<'/7e 9 omtrek om de mist* smfta, smijten. 

hoop, waar de aal of smittt^ smidse. 

gier zich verzamelt. smocht^ honger; ie heb 
tltta^ zitten. smocht, ik heb honger. 

sjd^ zien. smóra^ smoren. 

sjónga, zingen. sndbel^ mond, snarel. 

9Jd^Vy het zwarte yan het sn^teria^ spreken. 

oog. sné, sneeaw. 

sjm^a^ zeven, reinigen. snéde ^ zichtstok. 

sjwvve^ zeef. snCda^ snijden. 

sld^ slaan; ony. tijd ffój. srAdlade^ snijdhaak. 

sldjen', geslagen. snot^ kwijl, snot. 

sldtja^ slatten. jm^*e, snaar van het s^in* 
sléce^ slag# newiel. 

5/^ge/,l^rm van eeneblaasbalg. 50, zoo. 

slép^f slaap. . spgen, zeven. 

slèrt^vjuf, morsige» vuile sógentich, zeventig. 

« vrouw. 5Ó/e, zool. 

slélusce, slagtanden. ^ónct söon. 

17 



Digitized by 



Google 



aSo 



sopje ^ borrel, zoop je; ic 
mcjnénsópje^ ik houd 
van geen borrel. 

spade , spade. 

êpknge, spang, gesp, hals- 
sieraad der Sagelier 
yroawen. 

spknsdge^ kleine saag. 

spknna^ spannen. 

spanne^ spanten op een dak. 

spéce^ spaken. 

spégelf spiegel. 

spérUy speuren, sporen. 

spérhïc , werktuig om rin- 
gen te maken • 

spicer, spijker. 

spXcerbór^ spijkerboor. 

spicerirsen , spijkeri jrer. 

springa , spr in ge n « 

spritizen f roeden der ven- 
sterramen. 

spmja^ spuwen. 

stcU, staal. '* 

stappa, stappen. 

stdt^ gest6oten^. 

stécpasser , stèekpasser. 

sièlpe^ deksel* 

sténcóley steenkolen. 

sttnhdsj steenhuis, sitns, 
bürgt. 

stirc^ sterk. 

stéi^t (spr. stoeet) , staart. 



4téiü^ stoten; onr. ti|d 
' statte, 
siwelbkrs^ baars, 
stigCt getat van ao'. 
stjèrwa , sterven. 
stjitr; stuur, roer.' 
stjura^ sturen, 
^f/a/, . stijf. 
stóle^ stoei. 
stbrj groot, 

sthtewlce , wittebrood^ 
week. ' 
stite botje ^ boterham van 
wittebrood; 
sirkm , . stroom. 
strandt y schutting, sta* 
ketsel* 
strange^ strengen. 
stretej straat« * 
streu;^ stroo. ' 

stricelbéndy baiid, waar- 
mede de vrotilwea het 
haar opbinded; < 
striken , ges.troókéil . 
stnmei , kanten stl'ook om 
• de muts. 
stumper^ stumper b 
jttc, tiiA^ sacj^tdtü ^»' 
dw^ , zich sefven ver- 
driet ^«indoen.' 
iucceri suiker. 
sudich, zuidelijk. 



Digitized by 



Google 



ü5i 



iAIhese^ dwarsbijl, ^ 
tr&mert Eómer. 
sundej^^ zondag. 
sundetf sondcr. 
sundereóle^ doore kooien. 
sunéwenée^ satardag. 
sunne^ %oxu 
str^ zunr. 
swalfce , ziralaw. 
swhrd (spr. ' sv^med) , 
zwaard. 
swantia , omzirerTen. 
twart^9 roawkleeding. 



fivêcce^, oaastleger; gtem^ 
idem. 
iwèüa, opzwelleiï. 
swèmma, zwemmeo. 
swérai zweren» . 
swlt^ zoeL 
iwéie^ zweet. 
swèuei^ grenasjöbeïdiiig.. , 
8wit wdj^ zoets wei. 
swig^a^ zwijgen* 
swimCf zwi|m.. 
swjuwa^ zweren, onzeLer 
zijn. 



T. 



The, be^stfoo yan bet dak. 

tóce, het dak. 

tèctf gedekt. 

thfelcCf 8Ghri)fbord. 

idl, getal. 

ikncja^ bedanken. 

$kne, teenen. 

iknge^ tang. 

tapja , tappeil. 

tar, teer. 

iastUf tasten. 

taw , tonw. 

lowMi leder bereiden. 

tégede^ tiende, belasting. 

^^la\ spreken. 

tilUr^ bord. 



téningCi beminge, omtni- 
ning. 
tèrscUj dorscfaen. 
tèste^ martest. 
teuffélce^ aardappel. 
téwa^ toeven. 
ihanca , denken. 
thjknia^ dienen. 
thjkndisc , toonbank. 
ihécopj theekopje. 
thélètse , theelepeltje. 
ihérac , rak om daarop het 
theegoed te zetten, 
ihérmcy darmen. 
thèrp^ dorp, kerspel. 
thrju/Uiich^ drieyondig. 
»7* 



Digitized by 



Google 



aSa 



thrjucanteJtU , driekante 

ihrjuwe^ drie. 
iichte^ dicht. 
tila, diep ploegen. 
tilhkr^ roerend. 
tilja^ boawen, bebouwen. 
iilla , beffen , dragen. 
tule , kleine brog. 
timpe (/ètn 'tir)^ oorlel. 
tinnen^ tinnen. 
n'sdej, dingadag. 
//a, trekken, 
//è/t, tien. 

tjenwordich (sp. tjenwc^- 
dig)t tegenwoordig. 
tjdcsel^ dissei. 
tjiiga^ getuigen, 
f/^e, getuige. 
ijuster^ duister. 
tjuwe, teef; 
iOy tot. 
tüy toe, dicht. 
io béter, des te beter. 
toasacs^ snijmes. 
to hopcy te zamen. 
tb Idca^ toesluiten. 
ró/>2e, toom. ' 

to metSy somtijds. 
to règ y achterwaarts. 
torn (spr. toden) , toren. 
tórnsdej , donderdag. 



tosc^ tand. 

towtUen, terwijt(bij wijlen). 
trine, traan. 
trappe , trapw 
trhwa^ draven. 
trècpot^ theepot. 
tréda , loopen. 
trèdde^ derde. 
trèddendél, derdedeel. 
tresse^ luts, tres. 
treurja^ treuren. 
thrja^ driemaal* 
trfascenj gedocgd, be- 
mest land. 
trjuchter , trechter. 
trjuAve^ trouw. 
trohbe , toele vao het rad. 
trogge^ baktrog. 
trouwa , dreigen. 
ttMck^ ^oor. 
truehscjdta , d oorscb ieten . 
thtchsléóe^ werktuig om 

gaten in het ijzer te 

maken. 
irdfel, troffel. 
tsdce^ de kaak« 
tshf^ kaf. 
tsèrce^ kerk. 
tshrcwej t kerkweg. 
tsèrnfay kamen. 
tsèrndemblce • karnepaelV* 
isèrne , karnmofen. 



Digitized by 



Google ^ 



a53 



tsèrspèl(Bp.tsespel)^ ker^peL 
tsèiel^ kelet. , 
tsês , kaasv 
tsücen 9 ' koike». 

tdmtsiceèeitdét dUinü steek- 
Leitel. 
l4m5<OG , duimstok, 
<il/ie, taiQ. 
t4v4, twee. 



twdjérig^ tweejarig. 
iwdng^ il wang. 
twhrs^ ilwars^ 
twi<tj tweemaal 
twingUf dwingen. 
twi*n}ay tweernen. 
twisce bede , t usscheo bei de < 
twisce , tasschen. 
twispall^ oneeaigheid. 



ü. 



ülc , bunsing ; hi^ stjönct 
as én ulc^ bij stinkt 
gelijk ,een bunzing. 
i^mmecèrff een l:^ele «nede 
broods. 
Ammccbm a , omko me n • . 
nnimetrdlai omdraaijeiv^ 
^der^ onden 
dfuienV^e/t), bet ijzer, bet- 
welk men ond^r een 
ander legt ovf^ er eea 
gat in te slaan. 
ijid^setuhCf ^Ibeesobo* 
tellje. 
^Liiderstund^y ücb/verme* 
. ten. 
xjifrédUc , Tvedeloot. 
Üp. op, ^ 
updrifi^ opreed» 



uphjèlda ^, o^^hondeUf^ liêtr 

uplanga, de sparren opeéiie 
mtbonwing-dec sc^un^n 
uprisfif^y, opstaan. 
upspréca^. een die zit .ap roe* 
pen^om iets te, zeggen. 
upstajida^ dpstaan., 
ixptiUe^ opbefTe». 
^p tvèccer 4viVe , op welke 
^ . wijzfr. 
Apwerfle^ plaats waarop 
het hais staat, 
ür, over, 

• ürtó^le/ffór^. overgroot- 
moeder. 
urcunta , overkomen. 
ürMh£{^/<Xy overhandigen» 
urfiiuidigfay idem. 



Digitized by 



Google 



a54 



nrUwja^ orerleyeo. it^ndtgUiy Terlondigen. 

iamacht, de Tolgende nacht, ^cèppinge^ aitbdiiwsele*» 
érrécaf oTerreiken. n«r:jcha«r« 

ursjSi^ oTersieo. ntdèm^ boTendien. 

Artjugay OTertaigen. idÜjuUch^ mUaadig* 

vLTwildigja^ Ofcrweldigeo^ Alttifai r c, buiteolandicb. 

ü/e, onze. iUstal, uiUtel. 

ü/, ait. uiwhrdSf nitwaarU. 

W. 

fTd, wie, wanwétend, onwetend. 

M'dce, wak, slenk. wauwelend grhi^ boiten« 

'V^jaf dooi jen. gewoon groot: Frieich 

^koia y waken. on^vüene grdt. 

wies 9 was . 5vfi^e/i, wapen; n .▼. ^pne. 

wkos, wies, ywa wicsa^ wkpia^ noodgescbrei mt^ 
groei jen ^ wassen . ken . 

\vifiS0y groeijen. wkreld^ wereld. 

4vtie$en , gegroeid» w^ria , bew^r^i. 
wkgcy wandf aijde. • wkier^ water, 

wè/, w>el* weccer, welke. 

wlifne,'wagen{9p4Wook9i)'i «iv^ie» weide. 
wêdd , wond. ^éden < gewijd. 

whUe^ bogen y golf, m«er, wédenhdf^ pastorlebait. 

water, wedé/w, waarderen. 
ivoZfe, ombeiniog. wëdicop^ bruiloft. 

il/& mknkhf hot menig. 4^iibe, wieg. 
won, wanneer. iH^èg^ verloren. 

wkna^ gewennen. W^g^ef?*» , weigeren* 
wambiBs^ rroawenjak. > wècht^ gewigi* . 
A%*knney wanne, korenwan. wej\ w^, nt.y* M^. 



Digitized by 



Google 



255 



. weja, weiden. 

4vc/ër , koren-waai jer , 
wijane. 

wcjne^ stWtwefne^ sijnent- 
wege, 

wejnima^ wegnemen. 

weisen bétdene , weeskind 
(spr. ^^f eisen. beeden\, 

tve/, wie. 

wél, wel, ja iv<2, jawel. 

wélichf moedwillig. 

wètfe, pul. 

w^i wi.el, 

wencel y winkelhaak. 

wèndelktce , touwhaspeK 

wér, waar, wdaracktig^ 

Wr, wederom. 

wèrdérdj gewaardeerd. 

wêsdf wezen, zijn. 

1V&, nat. 

wht<, wal. 

Hvélet weil, tarwe. . 

wéticKédf\ natheid. 

w!ce , week» ' 

wtderforty yerder, wij- 
ders. 

wld&wjüf^ wednwê* 

wier^ waar. 

wierdntf waarom. 

wierth&nca^f "wreken; 

wier we/, waar heen. 

wjérde (spr. wj<sede)\ 
waarde; ^ei is die 



ddc wjérd^ wat kost 

die doels. 
wj^rc , wierk. 
wjhf, vrouw. 
wtla^ rusten. 
wile , rust. 
iViVze , w^imcy stokken om 

bet spek op te leggen. 
wmna^ winnen. 
wicsHja , wisselen. 
wis^ zeker, wis. ' 

w\sa^ wijzen. 
wi$e^ wijze ; ticerw&e , 
gelijkerwijze. 
wA , wit. 

witemcop , wetenschap. 
wocïU , wicht , meisje. 
wogeria , woekeren. 
wolcCy wolken. 
wolte, wol. 
wrac^ sleéht. 
wracce (s\s , wrakke kaas. 
^vrècja^ wreken, 
wrènttic^ waarlijk. 
wréwelj wrevel. 
wringe^ bek. 
wundey wonde; 
wunthe^ handschoen. 
Wi^r£?a(sp.%voe^e),wordeii 
wurgia , worgen. 
WM/771, nu)t. 
wurlle , wortelen. 
wdslenej ; woestijn. . 



'Digitized by 



Google 



Bijlagen. 

I. 

COPIA des Sagtcrlandes Gcrechteg. 

Anno 1587 am ^4 Janaarij hebben die gaotse 
gcmeinte Tand Ingesessene des Sagterlandes disse 
Daeslfólgende articoU yerordent, aaff vand ange- 
naemen in massen ynnd gestalt als folgt: 

I. Item erstlicken iat endtslaten, dass allé die 
jenige, so dass Landtrecht za doende haben, sollen 
den twoluen wegen des landes twe Borgen rand ge- 
louea stellen, so im lande paelrast sindt, es weer, 
dan cleger oder beclagten, wêlche parteij die sache 
Terlustich sin warde, die snlae saU den gewinnen* 
den deill seiner ynkost vnd schaden nha erkentniss^ 
der twolaen verordenten irihlegen vand behalen , aach 
vort des landes gerechticheit van beiden . parti|eii 
erleggen , and so iemandt dat teWe sa rechter seiti 
na ludt, des ersteo, anderen vond dradden articalen 
nicht doen woll , denselben sall dtass Landtrecht in. 
der sache nicht gestadet werden , idt si cleger oder 
beclagler sunder de sententsse allhir im Landtrecht 
tho ieggen ghaen. 



Digitized by 



Google 



%5j 



3. Znm anderen sollen alle ét jeningen so das 
landtvecht sa tbuen:haben, schte dagen sa i>orn tsh 
Gantiell abiiindigen lassen^ dar «milt de twolaen sicb 
darnaeh sa richten , tand der cleger sall den he* 
clagten audi Tort achte dage sa Torn dar^egen eitie- 
ren lassen , dattder beclagte üS dem salvigen dacfa, 
wen de olage den Verordenten aüergegeaeö wardfc 
dariegen sa erachinen darnaeh he sich wete su 
richten. 

3. Zum dritten sall der cleger seine clage scbrift- 
tich Tbei^ehen, , darinne clarltchen anseigen sall, 
initt watt parteij der clager sathnen hatt, ock duet* 
licken namhafftich .machen war be de clag i^ffstelt, 
vp WO . menich stncke T«nd articall. Darlefg^n deü» 
beclagten sall fri staen der clage copei vund dem 
beclagten achte dage tiedt sin antwordt darjegen 
inzabringen. 

i 4- ^^ok vflT sulch Torgebent dess clegeres vnd 
beclagten willen de Torordenten ebres besten ver» 
'standes sich erkleren vnnd , sententieren mitt yorbe* 
holt/ so de, twoluen sich auff dem ersteu santach 
darna also bolde picht konden resolaeren , dass sie 
aff den anderen oder drodden sondache mogen be« 
soheitt gebjBn , yand wes , se dan also ■ nach Nlandcs 
gebrauch Tor recht erkennen nah gehorter clage, 
vand . andtwordt and bewijss» wollen se des dem 
samptlichen erbgesessenen ^es landes Torstellen, vnd 
vplesen lassea/. da mitt das landt alsnlche- sententia 
rattfiaier«>, rofid befestigen, auch niitt des landes 
siegell vnterdrucken, woferne es de ^ partien; vff ere^ 
▼nkost begeyen warden, vor das siegell ein oetr»kes 
(of ortrikes), 



Digitized by 



Dy Google 



ft58 



5. Item wan bImiq cleger'Viind.beolÉgterireclage 
rood Mit wordt ta Rameslohe rSm kirckbatie vorge^ 
ben, soilev se daaselb'oluie iettic|iA padieftl irooS 
TDgeatneitiicheit Tbrgsben i f Dsd der eine -jegeo den 
anderen sicb witM worden oder det daat nicht ver^ 
greilfen ao ienandt dar nber warde dohi»^, aall 
den lande Terfallén' sein mitt Tiff goltgl» jdoch' hoger 
obriebek y<irbehoUlens-' vnnd wen nnhn eiser in eol* 
chem broecke worde vallen, sollen aHe Erbesossenen 
des landes za gkiefaerbandt (so feme be sich we- 
géren warde dem lande dem broedie anssangeben) 
pande aass' dem: baose ^sa bemen, de heJfFte dés 
broeckes üism lande "de'ftnder belffte den xwoloen 
rand bij der aelben i^tev/de parteien tha ntdraobt 
aaeek^ ingeben en aiidere tor de twolven stelle ttko sein» 

^. Item idt tfollen aneb denr awolyen Tororden- 
ten Yom einem ieder so das landtrecbt za thncnde 
baben, ynnd inen :.da« ilandtt^cht au g^en gaen 
wnrde^ de snUen den swolffen yerordneten, glichf 
taié des landes Ingeaesseben, so^ die seotenlien milt 
Tetlen wurden^ sampt dier «wolnen vff straten » wege 
vmid stege Tvnd bierbaaeken vnbeleidtget vond va* 
bescfaediget bliae» l laasei^ Tand in keinen ¥ordaobl 
genamen: werdeife «bs bei poene .vmid bogester straffe 
yon :x got^l , darran salL 4em lande de belffte Tér* 
fallën éein^, .de< ande»e belffte sollen die twolne ge«* 
tiiessen, fdock bober c^iobeit das Ire ünbebaltent 
Tcmd darvan den . awolvmi 'yoderi de de.sententien miti 
feUen winrdén, T aJso jenag)! verlall gefcbein warde » 
dersèlbe söU den awoiren des. be> seinen £ide na^ 
bringen ynd niebt ^mdersla^n tnd de. iGetfordenenten 
eder zwolnen dem lande vordon. 



Digitized by 



Google 



aS9 



7, Item 4$ swolffe woljeii ^uch mechtich seio 
deö drodden deill-dtts l^ndei^tfRecbtiobeir. 
' 8. Item de swoUfe : iijle isoUen. «icU alieseil van 
M partïcD £ftche ceebtbengicb Jbebibeii^ oder ao der 
laodlsache wa thitóo hebben , uff dem dar xq besUm^ 
Rieten dacb tu Bameslohe uff^m kirchbaae auzwolff 
Tren ersdiieneny aüch gleicbfals de pa^rti^n, so 
recbtbengich iseint, darvan sich nemandt absunderen 
aall ane erheblichen bewtjsliohexi Tr^acben , odersanst 
das er dorch leibe awacheit torbindept^nrde, iri^qd ap 
iemandt ausbkiben ifrurde sali der^elbe der annreseti-^ 
den Terordenten des dagea ^niost mUt elne^ Yeer4<9 
beers Verfellen sein. , 

9. Item ft<> iemandt Tnder de awölnen ablienich 
oder snnat kranck wnrde,, Toüd ein landtrepht zu 
der seit soU gewiset werden « ao 9aU anch frei atacin 
dèn anderen, ao iü dein kerapeU.sein darde mangell 
webr , einen anderen bestendagta. niaon in die snloe 
stede an enraeblen , Tnde welcheren deselben vaelen 
sall gebora am erscbien bei poenat ein iunne be^a diB 
belfile debü lande de ander bcOfile.dem twolnien. 
' ló. Item wanneer rin TrtelL.n{Ie geAraget landt* 
recht' watdt; entalttten, daaselb aal heiroUch. ynnd atill 
Terswegen Tnder der feW4>Iiien.|;éha]tenwérde|r/Tnnd 
iriéht nageiseebt Vlierden, bes kir iseilt daaa dtfsa rrtell 
Tor den ganisen lande affgeleaen wirdt» uq iemandt 
^▼on ^e» mrolffendar yber b^&inden# aall den swolfien 
in^awei tnnnè beera vorfallen aijp yund des aropte 
enbettét ! sein, rund . ein anderen, beatendig^D man in 
dieaelbe > stede waelei)« V * . 

II. Item Wan de sententie aaeleroflenet w^rdeü, 
ider ao daaa land zu aamen toder aich waa aa 



Digitized by 



Google 



9&0 



thneode befft, saH ein jeder hatl&wepdt selbst, so 
ferne er mitt leibe schwaeheit nicbt da durcK wurdhe 
Terhindert, o^r saust bewislréhe orsache olfflie baUn 
landes were, sulebes vorbrlngen lassoi^: yaord er- 
schienen uff den kefcboff £U Ramehdo ta iwalf 
ubre, mollen ancb ketne knecbte , megede óder kinder 
dar scbtcken , alles bei poena eiiv tanne beers de belffie 
den zwolffen die ander belffie detn lande, dar uff 
die 2w<^)ffen ein jeder in seinen kerspell oder dórpe 
bi eren eide vfflesen vond £tt erkennen geben ob dar 
well mangelde tnde so ferne ieoiandt in solcb^ 
TDgeboraam, in sulcben broeoke falien warde, vand 
nicht in gnaden afTdracht machen wall, den. snloen 
solten de zwollFe ein ieder in seinen kerspell pande» 
éas dem haose nemen ,. danitt das der landtsrecbt 
nicbt terkortze* werde. 

i<2. Itenl weiin er ein landtreohC von den awt>lffién 
soU erkant werden das* > sollen vand wollen sïe.sahipt 
alle den ingeseten des laodes< de de sententien teUt 
erkennen 'Werden 'nacb ibire betsten wiasenschüft er- 
kennen nach inboldt diéser articnlen. vahd bBdtreohr 
ten gebraucb , so^keff ihnen ist ebv beill vundsalicbeit , 
^vünd sich daryber nicbt» an giffiten^ gaben, frnncU 
scfaaftt, oder Tlendtfchaffi:, bewegen lassen. 

i3. Item wenoefr .':de zwplfifen Ire Sttntentien be* 
sinten, so sollen der eieger wnd 'beclagten aff wieken 
bes soange de senlent^a wirdtanssgesprocben:, b^i 
poena ein Innne, beers , de belffte den svv^laende 
faelffte dem^ lande, daaisie vor ers^ten mttt dem 
samptlicben lande sicb beraden, rund de se<ileniien 
inen vorstelfen ob ock salohes den samptli<ïilen lande 
in alles gel^, darttff se wollen de» pactien b4B«- 



Digitized by 



Google 



301 



scheidt geben, vnnd wen das landt mit den x woloen 
radsUget, so sollen de. jenige so dar nicKt eu bero* 
pen sindi affivicken bi poena ein tuane beers, de 
helfiFte dem lande, de ander belfPte den swoiffen, 
Tund wen se dan also tnder den swolfPen vnnd des 
gantxen landes falbort wefrdt, endtslaten Tand er« 
lendt, sollen das gantxe landt neben den zwdlffen 
geleich ratificieren yand befestigen darmit sollen 
endtlicben belde partien der saeeke entschieden seijn» 

14. Item der schreiber soll haben tor de clagé 
I schaff Yor datt antwordt i SGha£F an sa schreiben, 
Yond Yor de sententie zwe schaff. 

i5. Item der tnge werden 'tor hordt, sollen de 
Ewolffen vor abhorunge der gezeoge haben dre schaff 
Tund die schreiber eIn schaff. 

16. Item de ladSnge is ein olden halben stnver 
yan ieder partei ynnd sollen de parteien citiert wer- 
den yod den zwolaen einer in den dorffe, dar de 
partien wonhaftich seindt, vond sollen ein ieder 
gehorsam erschienen pine den zwolffen ein tunne beers. 

17. Item de zwolffen sollen yand wollen des lan- 
des gerechticbelt bi eren eide binnen oder baten 
dps, landes zu rechte yordedigen yand yorbidden, 
war se konnen, yand mogen, ^ff des landes ynkost 
ir«nd schalden. 

, .i8> Item desse artloulen siodt yao dem lande 
aogetamep; darlegen baben de zwolffen sich yor- 
pliehtet dem lande einen eide za lejsten yff des lan* 
4es - gebr^aucb disse articulen yestichlich za halten. 
Dariegen haben sicb'das landt vorbeholden ses yon 
d^n zwolffen zu samen abzajdanoken, na ymbgapgs 
eines jares ; im gleiohen haben aach die zwolffen^ 



Digitized by 



Google 



dfo 



ehren freien koer «ich forbehtltea tiach tmb- 
gan^h eines jares tor das gantae laadt 6 sampllidi 
ab ttt dancken* 

pro originaü Copia 
Des Sagterlanders gereditidieit rogatoa 
Scriptor testor RaüOLFt Krbmeriuck, 
Pastor in Strucklingen 
mpropria. \ 

in nsihmen der swolffen ibrer befoU 

macMigten 
FoLSKB AmuN xtt Boldiagen 
Fredbrich Eilcricb sa StmckUngsn 
RoMiiER EiLRicH so Uteuden. 



COPIA des extracts der vndersehriffl. 

Anno (r)6o4 den *io maij bekenneicb lOBiNNESBAL* 
GEM41V mit mijnen eigen baüdt, dat ich hebbe Tan 
wégen der amptliUen wilckbit sTEcntGR Drost, goDT'* 
FRiDE voN HCiDBif Rentmeister tu KloppenJ^orck^' dati 
ich dem stifflt Munster will her Trum, treu tand 
holde sin, darlegen des Sagterlandes^ ihre ' hestA 
wissen yund dohen, solches wié die ToHge vogten 
hebben gedahen, vnnd sie bij ibrer priTilegiam tand 
gerecbltcbett naeh ihrer yfarólteren rond g^rech- 
ttcheiit ra lassen , auch ein iederen dar bij za handt* 
baben, darch das gemene Sagterlandt| was^die awolf- 



Digitized by 



Google 



ï^ 



fen dor sa ton der gemeioe ]«»dt mitl Difhmeti bei 
éider fiKcbty lodAii EOLMcas, Junge eu2.ardt za HoUcii^ 
Bui.AEOT,yaiB,wiiBiiT»8TRiCasN«ai{af7ie&5fo&e> Ebbls 

XUPBRi WIBKS RBWE f 11 BoUwgh^ EIJI»ERS «AUB » ALRICS 

SüLARS Ktt Viemde^ luini suLiziTi lubbbrt go/rtemitt 

n>qilT BtltBRS t ilWBHT TCXLCKBlf m ^c&aiTviL 

Dalrjegeti békenne ick^ dat die breCf, welches der 
breft den mi die avipUote mij tiotgegeiien , datt die 
in keiii^É gewerde scball geaohtet werden ^ snlchea 
bekenne iofa miH eigenen handt. 

lm welchen brené gemèldet worden i^, dat die- 
ienigen'der sieh au mij vM^sepen scbollen lieff, gnelt 
T«nd blottTcrhreiK hebben,, :welofaen brefifsa Oytha 
dnroh den Berrn Kentemeiatw godtfriedt toa BBiDBir 
Reotm'eiater ist gesachty datt die breff die inholt sie 
nicht also gèmeinet» Diss bekenne ioh joHimnEi 
lOLOEiaii mttt eigener handt Tnnd der breff ist 
casaeret. 

p Copia testor 
Bt7i>0XFF KEBMi^Riircx Postor üi StrucUingen^ 
rogatUi scrip$ü\ 
nomine der gefol machtigen. 



Exlractus dfir vndersehrifft noch dcm articulen 
\ ^ ahs verfasset. 

l^achdem ,im achlzebenden ariicul dieses tnsers 
landts Recbtsbachs yerfasset , das die zwoIfTe ?er- 
ordentemiuinar mitt cinem Eide sich auff des lan« 



Digitized by 



Google 



!l64 



dfes bagehr^n rerpfltcbten 8oIIen obgerürte articofen 
TagtcDcli' ca halten, aU haben sechs dèrseiben so 
anno t6i4 an^f neüen Jar toü lande erwelete mitt 
namen eilrich johIns so Hoütn^ HitiftiCH TincEBissa 
Rameslohe , herbics. bole rund geribd heli's sii Schar* 

rely DUDEKSBOS8B£a£o/l£zilljr TOfld HAIJE CEERBLTB EIl 

Kleinhéuisen anff selbige zeit za\Sai7te«/dA^ in der kir- 
chen in jegenwart meiner ynderges. PastórisAi^ obge- 
xetzete artieuU angehderet vond dieselbe an staU Ihres 
leibliche eides getrewUch za balten angenomen» .^ 
Die dai^ anch gleicbfals die anderen seebs der Ter« 
ordeneie, io am folgend^i " iGiSnene jaer erkoren 
getfaan • als clawes bijp, vond : brakdt luw^ts zu 
Scharrel 9 mi.kKDT haijes zo Ramesloe^ Junge gebIbblt 
EU Hollen^ frbdebich bggers zu Struchlingeh Tond 
■ENCKB 'AWEcs ZU Kleinhauscn so aicfa iegen die ob- 
gemelte ersten iseehs geleicbermasseo an statt ihres 
lelblichen eides ferbonden Tond yerpflichtet die Tor- 
gezetsle articuilen getrewTicK vond Tasilicb zo hal- 
ten, Tund denselben fleissicb nacb zo leben, alles 
gescbeben zu Rameslohe in der kircben in jegenwart 
mei oer budolpbi drehmanri Pastoris in Rameslohe^ 
so auch dieses auff ibre begerent , auff obgemelte 
zeit hir in gezetzet damitt binforder ander sich 
destomehr darnacb zo richten haben. 

stundt 
▼ndergeschrieben 
Bim. Dbost pastor 

ia Rammesloe scripsil 
p Copia RuDOLP KRBMEaiirci^ 
poólor in SlntckUngen 
descripsit 
rogaius nomine der zwolffeii. 



Digitized by 



Google 



a65 



Folgtt Qopia det vormaninge^ vnt warnunge der > 
getugen des meeneides. 

Err de ene minedt schwerrt, Edder ein falsche 
tucheoisée doetbf de ladet vp sibh den yorfloeck 
den Gott den Torfloeckten vpperlacht hefft, vand 
wardt ook nummer delafftich sein . den ordt der 
Gott den gebennedeiden thogesecht* vand beloaet 
liefft» sander wardt Ewichllchen mijtt lijf vund 
seelle. vorfloecket rund vordommet sein, dar vmme 
bedencke sich ein Jeder tnghe woll , datt he de helle 
.«lare warheit watb hem darran bewost ist, tage, 
▼und de loghen schowe tand mijde. 

So warih jnw getaeghen hijr mi j talie samptlichen , 
▼nnd ein jeder insnnderheit in statts juwers lijflichen 
Eides pflecht ynnd bijjuwen deel! des hemmels Ernst- 
licheii Tormanet ingebonden , Tperlacht» nund 
benalen, dasa ghi mi dassen saecken dar ghij hijr 
nha tmb citiert sehdt, wan ghij dar vmme gefraget 
werden I darinne watth jaw darfan bewust is, de 
warheit tho seggen yund jaw das nicht Tuderlaten , 
so leef£ juw ts juw heill, seelvand saelijcheit, vund 
jaw dar aner yon kener persone noch von clegier 
oder bedachten vmb gefft ymb gane, ymbfranschap 
oder feindtscbnp beweghen laten. 

p Copia 

aUo plat {onzeker) lautend 

testes 

BuD. KsEMEamcK 

Pastor in Strucklingen 

mppria. 

18 



Digitized by 



Google 



!»66 

11- 

Ordmmg oder ariiculen fur Schuttemeisters np da§ 

Saêerlund nach ehren vhrahcn gebrueck vnd 

gerechtigkeiCen. 

Erstiick ateit eodsctilaten nach oldèn gebraeck datt 
de Sckuttemeisters scholen holden op des landes 
unkoslen rechte tnatben und gewegte'als nahmentlick : 
(_ ) halfennd fordendel. 

Item eiR schepef- haWe and fordendel. 

Item en recht heer krass uade hal?e. 

I^em en eleh haWe andt fardendel achteadele nndt 
and sestendcle das vertekent. 

Item solch fordendeie undt halve. 

Item eine rechte wage Enster. 

Item schahle, i^^échle ponde, behle halwe und far- 
dendele mtt acbtendele. 

Item alles naeh Lehrer mathe and geweckte wie 
alhier im Saterlandt ge(braeck)ych isz . • • • • de 

sckepel de fordendeie — — - Kruess miogel 

half fordel tho metten. 

Item. thom anderen scholen de aambtlichen and 
ingesetten des Saterlandtss oeck forth alle ytheimscbe 
koephide de alhier guth binnen landes tho koep 
bringen and kennerliche mathe oder wechte methen 
oder weghen scholen , beek nicht netlenen Er and 
beforen se yom de» Schuttemeisters yor geborlick 
wroeghgelt gewroget und getekent sint bij pine en 
tunne beres, de helfte des broeckes den Schuttemeis* 
ters und ander halfftétho anderholding der gewichte 
und n^alhe and daf bfeckhaftige stack in de bande 



Digitized by 



Google 



267 



dér armen yorfallen 1 so ferne cUrinbaTen befanden 
wartb üad: okht in gnadea tho behoeft der armea 
affJragen wol» 

Vodt tbom dradden so faeoben de.Scbattemelsters 
nacb ölt herkommende landt aettliken gebrneck maeth 
nnd mao|it dèa sambtlicken and Ingesetten des Sa- 
terlanders be se rieck öder arm der genen so mil 
fijnen nabmep alhier binnenlandes np dat munster« 
sedel nicht en steith Eincn Jehderen nach. seitien 
Termogen nnd gelegephelt tho behoff nnscre gene- 
diger beren np gewber tho setten , dar de gene sin 
li^fdagen in gnaden nicht affdrage wahrt nnd sii^e 
gewebr dar np be gesettet is bij der snlvege pine 
nnd straffe anstnnds gelieckfals tho bolden nbd fer- 
dich tho maken« 

Item haben de Schnttemeisters mathe nnd macht 
aichen wass recht isjt. 

Item tbom ferden scholen de tappers nnd beer- 
k^ogers alhir im lande ander and vor den sermon 
np sondagen und fierdaghen bedeldaghen nnd dar- . 
lieck ferdage schehen kein beer scholen tappen naeh 
olden gebraeck oeck gelieckfals vom datt lanttho 
samen in lantsaeken oder lantrechten tho Rambshh 
d^ be^rtappers kein beer tappen er nnd beforen. 
de landtsaeken oder landtrecbten sint ntgestraken 
TÜi besebeden Ttbheimsche frembde weghferdige Inde 
den man en kras bers oeck den Inlandiscben nnd 
Tthlandischen krancken Ehre nothroft bij pine en 
tnnne beers, and so ferne bier ener haven dede 
and. breckaftig befanden worde , de schoU den Schnt- 
temeisters mit ener tannen beers yorfallen sin and 
steith d^sn Schottemeister freij pande dafor ath de» 

i8* 



Digitized by 



Google 



!s68 



hoese tho nehmen and de salfege pande na terlo- 
pene lerteia dagen tho setten and tho treckea» na 
lands - gebrueck so ferne de breckaftige bianen de 
fertein dage nicht afdragen warde. 

Itetn wan dat landt tho sahmen Is so steit: 

Item einen Jehderen freij na den Sermon den 
▼thtandischen tho tappen and scholen de tappers nnd 
berkopers falie mathe tappen bij der 8iil?egen straffe 
und pine wie Tor angetagen. 

Item thom fifften hebbenr de Schnttemeisters matli 
und inachd dat ber np und aff to setten na verlop 
des/^inkopes von der garsten and molt and hoppen 
and I schall nement vom den Ingeseten des landes 
oder tthheimschen dat baven der setting der Schntte- 
meisters ap oder affsetten , pine en tanne bers , and 
so hier eiie baven dede and angehorsam befanden 
de schail vom deu Schuttémelsters ap en tanne bers, 
pande ath sin haes genamen werden and de pande 
na Terlopene ferteio dage to setten and to trecken 
na landes gebrueck so de breckaftige binen de fertein 
dagen nichd afdragen wartb, de helffte de Schatte« 
meisters and de andere helffte den Inlandischen armen. 

Item thom sesten In dissen nafolgenden pancten 
and artlcnlen sint de Schnttemeisters oeck richters 
geiick we Tor geghen klager and beklagten so dar 
ener breckaftig an befanden worde'n and era dar 
klage van vor qneme. 

Item thom soyende so schall en koper oder ver- 
koper he se inheimsche oder vlhheimsche mehr * 
hebben wald diese nafolgende pnnten and artica- 
len alsz: 

Item tho Lchr ap den fenster nmb reht geit gelth. 



Digitized by 



Gopgle 



aög 



' Erftrtu^ yau 'ed broelli dar ihein vötu tn terup 
gebackea wetden iii witte das halbe and luindrc 
naoh als Tor. 

Item dat schonbroeth uod sin gewecbte Tudt koep 
gelieck we Item tho Lehr wecht und geit 

Item ea punt ro bottep. 

Item en punt .witte botter 

Item ea 'pant russel * 

liem en punt speek 

Itefi» en p«nt sote melks keese 

Item en pnot grare keese 
. Item en paot taigh 

Item dat haire Terap solts 

Item dat hal ff yerup halff 

Item dat fordendel solts 

Item dat half fordendel halff 

Item^ dat erna solts 

Item dat pant sepe 

Item punt fisches 

Item de herinek und buekling bij stncken als he 
tho Lchr durch das minste und das meeste up den 
fenster geit. 

Item das crnss Engels- ber 

Item* das crnss lopsch her 
- Item das cr«ss hamborger her 

Item das' cruss Bremer her 

Item das cruss bomolije 

Item das cruss raffolije 
! Item das^ crnss trahit einen sessling sn gewk). 

Item cruss ther eineD dreijling sn gewin. 

Itehi' ein yersehop{wesohsch6p) rogge yeer stuver. 
mehr gelte als vom kauff ingekoft« er kauffe dens^sU 



m 


witte 


ni 




iiii 




m 




K> 




I 




11 




i8 




9 




iiit 




II- 




I 




m 




II 





Digitized by 



Google 



%^o 



bigen woheher Ëioer Ihm kaaffe beij f traife hie stt 
gesetset und mit farbehalt meines oder des heren 
straffe farbehalten. 

In dieser boTengesdirevenet settunge is al gesettet 
umb rcth geit , - .' 

Item tho borg steith Item eineii Jehderen sinen 
kophandel freij nmb einen ebrlidien gewin. 
' Item thom achtenden so Jehmand in diesen bayen 
geschreyene punten oder articnien einer breckaftig 
befunden warde , so scball daa breckaftig gnth no 
dar breckafligs an stande tho.behoft der Inlandischen 
armen se. Item in gnade nicht affdragen warde in 
de bande der armen yorfallen sin^ and das snirege 
breckaftig gath an stnnde den armen dorch de Schutte- 
meisters uthgedelet werden und als dan iioch den 
genen sijn fenster tho gèdan sin, tho kopen und 
Torkopen beth so lange dat de gene mitdenSchutie- 
meislers darumb Tordragen is bij pine 6n tunne beèrs 
dar vom den Sdiuttemeisters ^e twe dele and den 
dnidden dele tho underholde der math» und wechte. 

9 und so ferne hierinne eper angehórsum steUb 
oder befunden worde, de schall van den Scbiktte* 
meisters up en tunne beers/ pande i^ dem hnèse 
genohmen werden and de pfandena yerlopene fer- 
tein dagen tho setten und tho treck«s na lands ge- 
brueck undejwollen de Scbnttemeistert den breckijf- 
tigen in gnaden aff tho dragen annehnsen dat stèit 
em freij tho doen oder laten. < ^ 

IQ. Item schall oeck nemande de malhe and wechte 
we Yoran .getagen tho sijnen. egea nntc im huesze 
holden oder gebrueken, pine en tunoeibersdem lande 
yorfaiUea snoder nah umbgang der wroegc ala 



Digitized by 



y Google 



ayt, 



fbrtb wederutuo . llio Ramhslo in der kirckei» 
briogen. 

ir. Item vatl de ScbuUemeister^ in eren ambthe 
uthrecjiten scball Tor em yon bekiagten war bekant 
oder bewies(Kck sein,, 80 ferne de broeckafUge up^ 
sebijnbar dath nicht befunden ward. 

fX* Item $0 dar {emande wehr de op de Schatte- 
ineisters Item if^ wege. eres amtes, klenes 
oder grotes tba beklagende hadden , de 8ul?e sebal 
Item an enen von de twolff verordenten des landes 
don, in den dorp dabr de klager woneth desgUeekeii 
'de Schuttemeislers oeck weder xitnU, ao ferne dar ene 
werde den Schuttemeisters uogekorsam oder pant 
wegernnge dede, dat scholen de Schattemeisters den 
$wolff terordent^n cUge wi^s tho erkennen geven , so 
nicht so scholen de Schattemeisters den 1 21 verordenten 
mit einer tonne bers vorfallen sin^ gelieck fals de 
partien so* Item Jebgen de Schattemeisters tho 
don hebben, 

i3. Iliem oeck scholen de SchuUemeisters de» 
{aUrss dre oder fer mail ambgaen wan item em am 
leesten rath donken and gelegen isz, and des inhólt 
des bokes vof rechtigen and so ferne se> and so ferne 
ener in demambgangoderverschoninge sijner'gewehr 
breckaftich befonden ^de« gelende wer badde, de 
Schattemeisters sqholc^n se den Schuttemeisters an 
Stonde ^avergeben and tov. geborlicke Aanszan inwen* 
dig acht dagen wed^ lossea oder de scholen, tof 
stiuisen de helffte der Ranszun den Schuttemeisters^ 
und de ander helfte den samtlichen Landes schattea, 
tho behoff krueth and lothundsulcks bij: den Schutte* 
meisters in i^orwarange tho sen^» and soferne ener^ 



Digitized by 



Google 



^7^ 



breckaftig we Tor angetagea riek aogehorsam oier 
ene keine gewehr hadde damp desnlvege gesettet 
is; desnWege schall Tan den Scbuttemeisters tbo 
beboff erer and den lands scbatten np en tonne bers , 
pande vib dem bnese Tan dem Schattemeisters gena* 
men werden, ande de pande na Torlopeoe ferteia 
dagen fho setten und tbo trecken na lands gebraeck 
80 ferne dé breckaftige binnen de fertein in item 
der nolh am besten verdedigen kann, tind scbolea 
de Scbuttemeisters darbij en ricbtig manstersedel 
albier binnen landes holden , dengeliecken 'oeck dar 
wan de Salters ron wegen anseren genedigen berren 
nacb anssen nralten gebraeck and gereebticbeit bin« 
nen der stadt Ojri(^ gemanstert werden Item so is. 

Oeck scholen de Scbuttemeisters Jahrlichs idtlicbe 
miblen ambgaen and den samtlicken and ingeseten 
des landes ere gei^elir darup en jehder gesettet is besehen 
ofte se oeck gütb sen-, and fVeij passeren konen naob ladt 
der manstersedel, oeck hebben de Schattemeisters 
neffen den zwolff yerordenten Eren and falbarth den 
ingesetten des landes mit erer gewehr damp se ge- 
settet sinth moeth tbo samen bescheden and se tho 
beseben, and tbo munsteren, off se oeck gath sen 
aYid freij passeren konnen , na lade den monstersédel 
na lude des boeckes, nicht fortfahren so scholen se 
, den twolff vorordenten mit. ene tunne heers Torfallen 
sen^ sofeme se in deo ambgang samaftig sen wor- 
den, nnd nicht np de articalen des Schattemeisters 
boeck acht geven , qp dat des landes gerechticheit 
nicbt verkortet worde. 



Digitized by 



Google 



Idjst van de Kerken en hare opkcmsien in hei Noordland 
gelegen f welke aan hei Klooster Corveij behooren. 

Ex copia Sceculi XIIL 
UU suni redditus Abbatis in Norüandia, 
§ 4o. Iste Ecclesie periincDt ad Ecclesiam Cor- 
beijeasein. Asschendorp cnm Capella Bhede^ Lethen 9. 
Werleihe^ Sugéle^ Meppen, BochlOf Vrederen^ Bi* 
phem, Oyte^ Croppenstede^ Kneient Bernestorp^ Vis' 
hike^ Bachem^ Hesepe qne subest Ecclesie Meppen* 

Uittreksel uit eene oorkonde bij xinbliugsb , 
Munsier. Beiir&éiej II iheil^ s. aa8 der Vrkunden. 

(B. 1.) No. II. 

Graaf otto viff texxlivbciig htloofi , dat »jn eenige 
zooriy BEKDRiK, de dochter 'van den Graaf otto vak 
RAVEKSBpRo, Heer von Vlotocon ^ jütta, wanneer deze 
het dertiende Jaar bereikt hebbe^ ter vrouwe zaLne^ 
men^ en zei de voorwaarden vasi ten opzigte van den 
bruidschat t der morgengave enz, 

1238. 
Ex copiario Bccles. Cathedn Monasi, circa med. 

Saec.XIFconscripto: Ubr.l. Bisi.I. N.XFÏI. 
Uniyersis hujos scripti inspeotoribns. Otto dei 
gratia Gómes de Tekenenborgh, A. M. tixor soa dilecta 
salutem^ et eteme vite felicitatem» Gom omnia que 
fiant in tempore moueantur com tempore et transeant» 
oecesse est ut malernm prava eontentio deslrnatvi' 



Digitized by 



Google 



374 



acta hominnm scriptnre munimine roborari. K^Terint 
igitar ntiiversi. Qnod nos ex consensn et consilia 
iixoris nostré et cègimioram ét hominuin nostrorom 
et inifiisterialiiim pröfBisimus. Quod filias Qoster 
HIIIRIGU8, qoi solus erit dominus in Tehenehurg filiam 
Comités O. de Ravenesberghe juttam scilicet docturus 
est in ttxorem snh tali forma. Quod dictas O. Gomes 
de RaueDsbergbe Assignabit fiiiè süe cemitisse jutten 
curiam cappele eum 'oinüibiis boiiïd atlinentibas et 
cam mioisterialibtts de ca^pele inft*la Osenbruggfaé» 
Thekenebürgb et Wiltenaelt manentibus. « Ita tamen 
ut dicti ministeridles CbittitTs O.. 3e Rauensbeirghe sint 
quamdia Tixériot nisi forte filtum geoèraret, twicvèro 
jam dicti ministeriales erimt filie s«e et e^us marili^ 
Si vero dictus filius moritur tune bona seqountar 
filiam suam quoBSque aliam Gomes^O. beredem ba«^ 
beat. Qui in Tulgari -dicitnr leuerpe. Igitar nos 
«ssignabimas filio noslro Gomiü H. Curiam Óyte 
eum omni .^roventa et atilitate , et illdm dictos Co- 
mes assign^bit Comitisse J. qaando tboruni ejas in- 
trolerit. quod in' volgari dppeUatfir Morgengaue. 
Preteréa ministeriales Oijthe manentes dabimaé nos 
filio nóslro Gomiti H. at ipse eos 'dtcte Comitisse as- 
signet ad Morgengaoé. Item comitiamr SygeUra assig- 
nabit filius noster dictüs Domicellè dicte superius 
sub' tali forma^ Ut si ftrtè morialur filius noster 
Comes H. sine hëreSe quod dida DomieeUa Gomi- 
tiasï^ J. possidebit sibi a^s^gnata p^oificie. . Gum mor-^ 
jtoa^.ferci fuerk boQi^ qttQ §ibi To^ant assjgnajta redi- 
•buR^ TeVeneburgl^ et ^d \v^^o^ bere^es ^los. Si for4e 
woriatar Comitissa J. qood dictus filius noster Comes 
H« possidebit bona. sibi assignala p^ifice. — Post 



Digitized 



izedby Google 



375 



mortem Vero suam bona sibi assignata redeant Ftoêowè 
et ad jnstos heredes illoa. (^ Item si medio tenpore 
moriator dicta Gomitissa J» et Gomes O, de Banens^ 
berghe aliam generaret iUam ducet Gomes H. filioa 
iioster. et aio de siogolis qaousqae Gomes O. jaslam 
heredem babeat qai ia yolgari appellatur leuerve. {\y 
Igitur omnes filie qoas generat Goroés O. dictus.^oa- 
liter possidebont beredltatem saamniai eas monialesi 
faciat. -— Pretere» dictus Gomes O. et dos babebimus 
liberom arbitriom faciendi de bereditate.nostra quod 
Dobis placitam faerit. Igitar post mortem Gomitis O. 
de Baoensberghe recipiet filia sua Gomitissa J. herc' 
diiatem mam Vlothowe et omnem hereditatem soansi 
io 8uperi<Mre parte Wijttennuelde cum omnibus mi< 
msterialibos attinentibns. IJxor (§) vero sua posside^ 
bit Vechlam et Bonne et Vrysenber^ et Frysiam et 
omnia biis atti^ientia cum ministerialibus^ C^) Item 
omnia bona qae iaoent in inferiore parte Wijttennelde 
possidebit qniete* Post mortem Tero snam filia sua 
Gomitissa J, bona omnia enumerata pacifice posside* 
bit. -^- Si Gomes O. de Banensberg justum aliuni be- 
redem non babeat, Mechtyldis Tero Gomitissa de 
Tekenbnrgh nxor nostra curiam bergbe et curiam 
Damme. cariam Hesepe curiam "Werse cum omni- 
bus attinenliis possidebit. Gum . rero mortna fnerit 



(*) Volgen» de goedterdeeUng der beidt broeder* losiwijk eii 
OITO yvtk Haifetuhirg^ "was otto de burgt Flotho t/tn deel 
gevaUen (iafl6). Mun9K Bdir. IJL No, 6i. 

(■f) Lijfelijke etfjenaam. ^ 

(§) Zij heelte sopbu, gelijk uit andere oorkonden blijkt. 

(^*) Men Tergelijke de goedferdeelings-oorkoode tan 123&. 



Digitized by 



Google 



^tjö 



^cUs ^nu^ias possisebit filias cjas Gotiies H. sapradlc- 
tos. Item Dominas Ladolfus de Stenaorde vir Dobï- 
lis cl Johannes de Ahus yir noLilis prömiserant fide 
&t» qaod filias noster Gomes H. ducet fili'anr O. 
Gomitis dfe Rauensberghe GomitisKam Jcrthain. Ilcm 
dicti nobifes promiseraot fiide data quod Gomitissa S. 
( ) pessidebft bona saa que ipsi snperms cnume- 
rata aunt pacifice. Igitar dieti nobiles prorarseruot 
fide data qood si Gomés H. moreretar antequam con- 
dormiret Gomitisse ïpaa debet remitti Tirgo Gomitf O. 
dte Raoensbergh et suis ministerialibns el hoe eliam 
promisernnt omnes mioisterialés nostri et furaTerunt 
if) reliqoiis. Igitar Gomes H. non dacel GoroHissam 
JUTHAM iinte Xllt annos nisi ex volantate Gomitis O. 
fueril et uxoris sue el ex Talunlate nostra el uxoris 
nbstre. Saper hHs omnibus ut complèantar jarave- 
runl el proraiseronl fide data mioisterialés omnes 
utriusque partis. Acta sant hec anno domtnr M*. 
GC*. trecesimo octaya. 

AANMERKING. Dit yaorgenomen buwelijk^ «egt 
LAXEiJ in zij'ne GescTüchie der aUereit Grafen von 
Rai^ensberg^ bl, 27^ is naar alle waarschijnlijlheid- 
nooit yoltroklen geworden. Want als de moeder en 
dochter twee faar later bij het graf yan haren gemaal en 
yaJer (f) (in het jaar 1248) ieBersebrug (een yrouwcn- 
klooster in het Osnabrugsche, hetwelk Graaf otto en 
fti'pe gemalinoe sophu, de ouders yan xütta, in bel 
jaar fsi3i, toen deie nog niet g^ebore^ was» gesticht 



* (*) d. i. SOPHIA. 

(f) Hij stierf 1 245 in KovemBer. Lamei/ , T. e. «of. X. ad 
Pipl. XXXIK 



Digitized by 



Google 



^77 



€D naJerband nog b^iftigd hadden^ een eeuwig licht 

instelden I noemden zij beide xich in deze daarover 

gemaal ten brief Cratfinnen ran Vechle^ welke beer. 

lijkbeid baar in eigendom toekwam (nJNG, Hist» 

Bentheim. Cod. Dipl. W. XXFIII.) : een bewijs dat de 

paden bunne geslacbtsnamen naar bnnne bèzittiogen 

veranderd hebben. Hetzelfde zien wij reeds in otto II , 

Graaf van Havensberg^ die als Otto van Vlotowe in 

de oorkonde alhier voorkomt. De jonge Graal van 

Tehelenburg moet kort te voren gestorven zijn. Maar 

in bet jaar 1248 leefde bij nog. Want In April van 

dit jaar bebben otto d. g. Comes de Tekenebur^, 

Metth^dis Comitissa eorumque ftius flEimicus het van 

Harst in bet Osnabrngscbe naar iki//e in het Tekelen- 

bnrgsche verplaatste vronwen- klooster met een st«kwei- 

lands begiftigd. Ten minste is dit Graafschap (*) 

apoedig daarna door zijne znster hcilwig aan de 

Graven van Benthem gekomen. In bet jaar laSi was 

J2JTTA reeds met wax^bam vak montyoib gebawd. 

J. NiESjERT , Bettrajge zu einem Munsierischen 
JJrkundenbuch aus valerlandisclien Archiven 
gesammelt, I band^ II abiheilung^ s, 7. u.s.av. 



t9Ht 



(*) Hei Gcaa&chap Sögel^ waartoe pok de HiiiiMaeKii^ belioorJ*. 



Digitized by 



Google 



(B. 2.) 

tJit V. KiHDU!9GBR MuTister. Beüruge^ III band. Sé 
i6o — i6l der Urhunden. 

No. 44. 

Vergelijk tnsschen de broeders otto en lodbw(jk 
van Ravensbergj nopens hunne geërfde vader^ 
' lijke goederen t 1226. 

Ex copiar. Saec. XIY. 

Hec est forma* compositionis, qne facta est inter 
fratres Comités, èe Ravensberghe Ottonem et Ludo* 
Ticam apud Henrordiam in presentia Domini Wilbrandt 
Paderbarnensis Episcopi et altoram magnomm ?iro» 
ram, qai aobseribeiitar. Gomes Qtto dimisit Gomiti 
Ladowico ad castrum Raretisbergh ista: . Adfocatiam 
hl Bareborst toiam preter ea^qne infra excipientar; 
Eeclesiam in Rjsenbecke, et omnia, qae illi attinent 
et advoeaifamvillios; advooatiam jn Wettere , el omne, 
quod illi attinef; duas Cotnètias adjacentes Rapens^ 
berghe unam videlicet in una parie Osnyngi et aiiam 
in Altera: item istas daas decimas, io Barghen 
nnam, alteram in BaTenhem; item Bylevelde totum, 
et omnla iila, qae sibi attineat in novalibas et in 
aliis, et domum Halderynchasen ; cariam in Crawin* 
kele; cariam Drefere; cariam Rotben; cariam Barglo 
et omaia illis attinentia. UH, qai dicaotar ejnlütLe 
Lade, et qui consneverunt servire Ravensbergbe, abi« 
canqae maneaot, servient Gomiti Ladowico; illi qui 
consueverint serTire Vlotovre, ibi servient, nbicam- 
que maneant; idem erit de Vechta ; .idem erit de 
Vrjsenbergbi sed illi, qui censum dant, serviendo 



Digitized by 



Googk 



V9 



aliodiU ^% carlis^ maneant Dominis, qaoram sont 
allodia. Omnes illi Frysones qai manserint id co- 
metiis comitis Ladowici, illos habebit, reliqaos om- 
nes babebit Comes Otto, qai vemant de stia Frisia 
hb alia part e. Comes Otto habebit castmm Vlotowe; 
bóDa ia Yolmarinchen et omnia illlus attiflientia ; 
Langenbolte et daas domo3 io Bekeo; item adyoca- 
tiam saper totam Yillicatiooem Yolbrachtiogeo et om« 
nia iliias attloeatia. Ista dao excepta suot ab advo- 
calia ia Bargborst Per predlcta Comes Ladowicas 
separata^ est ab omni hereditaie patris sui, excepto 
eo, qaod bona propria et bereditaria, que adbac 
non sont divisa, ubicumqoe fuferiat recepta,* illa di- 
-yidet Comes Ludowicas , et eliget Comes Otto. Idem 
erit de Ministerialibus non dtvisis. Haie composition! 
interfuerant et testes sont Domiims Wilbrandos Pa* 
derborneo^is ^piscopus, Comes üioricas de Aldenbarg. 
Dominiis Herwaniiu* deXjppia et Bernardus filios ejns , 
Gotscaloofl ée Loon ^ Conradus de Wardenbergh , 
'Willikiaas de Blaukena, Flofentius elfc Wescelas 4e 
Qulsrnbeyin» , Herbordas de Spredqvre , Fridericus 
Sniphard^ Alexander de Bekesete, Conradus de Gol« 
lenstede, Bertramas Spryck, Alexandeir Hovet, Alber- 
tas Dapifer, Rembertus de Rotyogen» Albero Bane, 
Helmenricas de Dole, Echardas et Wernerus de Othe- 
linge i Helmicas Vrjdag , Nicolaus Daptfcr de Vlo- 
towe , Arnoldas de tJnruere, Hermanas Matevrant, 
Johes de PaderburnOi Delhmaras Boso, Arnoldus 
Pincerna, Jobes de Vorde, Hinricus Gograyjas, Jor« 
danas, Hermannas de Varwere ^ Wydekindas de Gre* 
ToneV Swltbardas !Dapifér, et' ala quam plafes. Acta 
sant Aiiao M*. C*C. yicesimo sexto Kal. May, Impe- 



Digitized by 



Google 



a6o 



rante romanorum Imparatore Friderico. Ut antem 
hec. omoia nnlli reniant indobiam , de consensa par- 
tiutn conscrlpta est hec littera, et est coiumQDita 
slgiüis istoram» Domini W, Paderbarnensis Episcöpt, 
Comitis Henrlci de Aldenburg, Hermanni de Ljppia, 
Gomitis Ottonis et Comitis Lndowlci fratram de 
RaTensbergbe. 



(C. 1.) 

Bij KmBLiKGER, MunsU Beürdge^ lil band. 's. 
184 — 187 der Urkunden. 

No. 74. 

Walkam, Heer van Montjoye (Monzfoue) ^ jutta, zi/ne 

vrouw en sophia , weduwe van Graaf otto van 

Vloiho^ verkoopen en schenken respective hunne 

aUodtdal" efi leengoederen {een aanzienlijk 

deel van de tegenwoordige ambten Vechte^ 

Eemsland en Oost-Friesland) onder eenige 

bepalingen aan den Bisschop otto van 

Munster en zijne kerk. iaSa. 

Ex Originali. 

In uomine Domini Amen, Walramiis nobilis de 
MoQzjoae , Jutta axor Walrami et Sopbia mater Jatte» 
qaondam Gomitisse in Yecbte, omnibas in perpetnum. 
Quoniam solempniter acta tractu temporis > excidunt 
a memoriis hominum , nisi script! testimonio per- 
hénnentar: proinde biis litteris annotare decre?im.aS| 
quod» quicquid Dominii habebamns, aat ber^ditario 



Digitizêd by 



Google 



éSi 



•ut qooTis alio jure ab Ottone quondam . comité in 
Vlothowe iil proprietatibus, possessionibas , castria, 
manicionibns, {arisdiclionibns, Tasallisi bominibus 
cum nnlfcrsitate ac omni jure, quöd nobis compe* 
tebat, et qnod ad nos devolvi poterat^ noroine pre«* 
dicti Dominit, nos Ecclesie Monasteriensi et Oltoni 
cecundo ejas Episcopo libere conlnlimns et absolate. 
Ego etiain Jotta conjux Walrami bona » que ab Ottone 
Comiti de Tekeneborgb et Heinricbo ejas nato michi 
fuerant assignata ratione donationis propter noptias, 
quod valgo Margbengaae dicitur, videlicet proprie« 
jtatein O^the cum suis pertinentiis , cometiam Sigheltra 
et alia predicte Monasteriensi ecclesie ac prefato ejas 
Episcopo liberaliter et integraliterdonari cam omni jare, 
michi in hiis competente* Item nos Walramus f 
Sophia et Jatta de omnibas feodis, qae yel ab im» 
perio vel alivmle nomine prefati Dominii tenebamasi 
Simonen de GbemenCi Wiihelmnm Racen et Hinricum 
nalum Burggravii de Strombergh, recepta ab eis 
homagii fidelitate, inpheodaTÏmus, qui taliter infeo- 
dati a nobis predicta feoda de nostro cpnsensa et 
ratificatione Monasteriensi Ecclesie, Ottoni Episcopo 
et Ministerialibns dicte Ecclesie titulo pignoris ad sam* 
mam qaadraginta miliiamarcarum obligarant. Ceterum. 
bona fide promisimus et, qaamdia Ti?emus, non 
tesignabiinus aliqua, vel aliquod de prefatis feodis 
in manns Domini a quo ten&ntar, nisi faciamxis ad 
Yolontatem Monasteriensis Ecclesie et ejüs Episcop 
et saper eo dedimus fidejossores , nobilis viros Adol- 
fam Comitem de Monte, Gerhardum de Wassen • 
h m r^h ^ Omoncm de Holenarlan et cornutam, 
milites, in hac fidejussione ad trienniam ex 

19 



Digitized by 



Google 



i0m 



hodia duraturds, ut me^io tempore Menasteriensie 
ecclesia memorata feoda ab eoram dominis aecpatar; 
ad qaoram resigoationem coram ipsia dominis, dam 
ab eadem Ecclesia reqnirimur , debemos et rolamas 
esse paratu Hoc etiam est adjectam, quod nos ïc- 
elesie Monasteriensi in aniversis ad prefatum Domi- 
ninm pertinentibus hec non Sjmoni de Ghemene^ 
Wilhelmo Bucen, et Hinrico nato Burggravii de 
Strombergb in anirersis feodis; qne ipsi de mana 
Dostra receperunt» plenam warandlam prestabimas, 
quonsqae Monasteriensis ecclesia predicta feoda con- 
seqoatar. Si Tero memorata feoda a Dominis sais 
Monasteriensi ecclesie fneriiit denegata, nos ad res* 
taurum seu ad recompensationem eorondem compelli 
non debemas. Ego tarnen Walramns hunc casum ad 
cantelam excipere dnxi , qnod Guaerra aliqaa inter 
Tcnerabilem Dominom Arcbiepiscopnm Coloniensem et 
inter progenicm de Limbargh binc inde ii^rnente roibi 
Uceat super feodo babito a Coloniensi Arcbiepiscopo 
eidem dedicere et renunciare, nxore tarnen mea et 
ejus matre iilad sao jure retinentibos rennntiationir 
mee tempore pendente : eo adjeeto qnod gaerra ces« 
santé optinebo me recuperare idem feodum a Domino 
predicto. Üt igitor boe factam nostmm omnibus 
clarescat et perpetao stabiliter sabsistat, presens 
•criptnm exinde confectam'sigillis nostris roboravi- 
mus sabnotatis testibos, in quoram presentia id ges* 
tam noscitar apad pontem Haeb, ridelicet Adolfo 
comité de Moote, Gerbai^do Domino de Wassen- 
bergh, Walramo comité de Nasaowe» Hinrico comité 
de Yern^borgby BarcbardO) Domino de Brok»! Ooirooe 
de Mulenarieo, Cornoto^ Ingbebrando de Bareke, 



Digitized by 



Google 



a83 



Kntgbero de Ellenei Everhardo de Horit, Leonlnoet 
Aiberto de Brabele» Godfrido de Dencelake, item de 
Vechte et Vrysenbergh militibus Bertramo Sprjk, 
Herraano de Willekin, Herborde de Spredowe, Jo* 
hanoe Voss et fratre ejus Herbordo, Alexandro Horet^ 
Hermaono de Ladinchuseo , Ottone de Dath, Otlone 
de Meppen, Hinrico de Wetere; item Hermanno de 
Holte, Ottone de Lon yirls nobülbus , et aliis qoakn 
pluribns. Anno Dominice incarnationis Millesimo dn* 
centetimo quinquagesimo aecundo, quarto decimo 
Kalendai Juili, indictione * decima feliciter in Do* 
mino, Amen. 

II. S* II* o* L« S« 

In eene aanmerking geeft de acbrijrer dq 
èene besebrijving dier drie zegelt^ welke wij 
weder Toorbijgaan, 



C. 2. 

VH 1. iriESBaT, Munster. Urkundensammtung^ 
IL band. s. 434—436. 

No. CXIIL 

Honing wiLl-EM beleent den Munstertchen Bisschop 
OTTO met het Greuifschap Vechte^ enz. 

1253. 
Ex Charttdario Caihedr. EccL Monast. Dist. I. 

N. I. Idb. I. , 
Wilbelmns Dei gratia Bomanomm rex semper Aa« 
gusto^ Vninersis sacri imperii fidelibus presentem 
paglnam isftpectaris gratiam snam ac omne bonum. 

ï9» 



Digitized by 



Google 



^84 



lUastris benignitaii eternoniin intaitas« et eitcellen- 
tie regalis : largitas ad promotiones ecclesiasticas mul- 
timode nof inuitant. Begïns enim ex hoc faonór in« 
tendiLar et acquiritar largiflua divine propUiatio ma* 
]ë$lati8, vbi Ecclesie dei mnneribüs ditate principam 
etlibeitaiibtts votiois donate faaore, specialis gratio 
confouentur. — Hinc est qaod nos ad internentum ve* 
nerabiliam domini H. titali sancte Sabyne presbyteri 
cardInaUs apostoHce sedls legati, G. coloniensis Ar- 
ebiepiscopt. et II.Leodiensis Ecclesie, de pro^identia 
consilii nostri Comitatum et vniuersa bona in/ra fry* 
iiani et extra sita. que nobilis vir Otto comes de 
Rauensbergh tenüü de manu Imperïi ihulo feodali^ et 
que nobis per liberam resignationem Walrami de Mon^ 
zoye tam pro se, quam pro JuUa uxore sua , ad 
qudrn d'icta bona fuerant jure hereditario deuoluta, 
Quam etiam pro omnibus hcredibus dicte jutte, onini 
jure quod sibi nomine dIcte cixoris sue in prefatis 
bonis compclebat ex' quacanque causa rcnuriclaniis , 
simplioiter coram nobis legitime vacauerit, Venera- 
bili O/fan/ Monasteriensi Episcopo dilecto principi nostro 
et sanclo Paulo, etejusdem successoribus in perpetuum 
infeodamus et concedimus^ a Dobis et imperio jure 
feodali perpetuo possidenda. ét eis bona ipsa aucto- 
ritale regalis culminis confirroamus. Testes qui in- 
terfuerunt sunt hii. Legatns Coloniensis et Leodlen* 
sis predicti. Symon Padeburnensis Episcopus. Th. de 
Clive. W. de Juliaco. W. et O. de Nassowe. Adulfus 
de Monte^ A. de Waldeke. Engelbertus de Marca et 
Conradus de Retbergh comités, et YV« dux de Lem* 
burgh et aiii quam plares. Datum Colonie X Kal. Aprilis. 
Indict. Tudecima. Anno domini M* CC L« tertio, ; 



Digitized by 



Google 



\ 



lAS 



D. 1. 

Bij V. nuDiojiGBR (er a. pL IH. f. 5 r 9— 5^2 tier 
Vrkunden, 

Nmn, 186. lit. A. 

Overeenkomst en afspraak tusschen de Bisschoppen 

en steden Munster en Oinaörug^ om den burgt 

Cloppenburg te delegeren ^ in te nemen en voor 

de beide Stichten te bewaren* iSgSi, 

Ex Orig, 
Wy van Godes Genaden Ofcto to Monstere, unde 
Biderich to Osenbrage, Biscope, Borgerroeister und 
Bade der stede to Monstere nnde to Osenbrage eri- 
Lennet" unde betaget openbare in dessen Breve, dat 
Vi\y na Bade unser Vrende nmme Nod billen unser 
beider Lande zind endreGhllcb geworden to stallene 
Tor dat Slot tot Clöppenborcb ; unde ivert, dat wij 
Heren, unde stede Monstere nnde Osnabruge stalteden 
unde uns God xeligede» dat wij dat selre slot be« 
lureffUgeden unde wunnen , xo zoUe wij dat selve Slot 
mit al siner reebten olden tobeboringe, Herliebeit 
nnde Gerichte bebolden, alse dat dat uns vorge^re* 
Tenen Heren , unsen Stichten nnde Steden vorgescre^ 
Ten gelike sal staa to Wiane- nnde to unsen. Besten; 
unde wy ea zolen ninerleye Behelpinge noch Vordel 
EoeLen Tan* dés yorges. Slotes wegene » bemelike noch 
openbare, wy en don dat sementlike mit enander« 
Were ock, dat jenich üplop» Soelinge eder Vede unne 
worde toschen uns vorgescreyenen Herent unsen Lan* 
Jan.unde Steden Torgescr^ven is, zaen sal unser nin 
▼or den anderen Yordei zoken> nook nynerteye Be- 
helpinge hebben legen den anderen rm den Torge*^ 



*Digitized by VnOOQlC 



28$ 



screTenen Slote unde syner Herlicheït; unde we dat 
Tan UDzer wegene Torwarde, 2al dar to zitten, ande 
wj en solen ene noch dat rorgescrevene Slot nnde 
slne Herlicheit nicht bestedigen, noch nemand van 
nnser wegene de wile , dat de Yede waret. Weré ock . 
dat nkis jenige Degedinge wedervoren , eder ander 
nns npstnnde ran den vorgescrevepen Slote ander zy- 
ner Herlicheit des^ wy nnder ans nicht endrechlich 
werden en kanden, dar behbe wy aoze Vrende to 
rechten Scedeluden to gezatet , alze wy OttQ BIscop 
to Monstere Dyderiken yan Hameren , wy Dyderich * 
Biscop to Osenbrnge Heren Gerde Bdcke Proyest to 
santé Johanne to Osenbragge, wy Borgemester and 
Raed to Monster den Borgemester to Monstere, wy 
Borgermester ande Raed to Osenbragge den Borger^ 
mester to Osenbragge* Unde desse vorgescrevene 
Scedeslnde zolen ans bynnen den nesten Verten nach* 
ten dama^ dat dat an se gebracht wert, dar amme 
sceden met Rechte , dat ze spreken zolen appe ere 
Eyde; and wat se ans eyndrechtllken nppe ere Eyde 
vor recht zeget, des sole wy rolgen. Wer ok, dat 
ze des Rechtes nicht endrech tig werden en kan n'en , 
so hebbe wy Heren vorgescreven sementlike enen 
Overman dar to gezatet, alze Johanne MorrSarie den 
olden, de np synen Eyd na zinen besten Zinne and 
Redellcheit dar ap spreken zal bynnen den lieèten 
achte Dage dar na, dat dat an eme kornet; nndemCt' 
wellker Partye de to velt, des sole wy volgen. Wer 
ook, dat desser vorgescrevener Scedeslnde wellch 
aflivich worde, in wclchcr Partige dat dat wte ran 
nosé Heren and Steden, de solen enen anderen Scedes- 
man weder in des Doden Stede zett^i, umme den 



Digitized by 



Google 



^ 



nesten Verten nachten dar na, dat wi) mit Boden and 
mit Brevei^ dar to gemanet werdet ; node des gelikes 
zole wy Heren sementlike don mit dessen Orermanne , 
wanner dat geyellet. Wer ock, dat nnser Heren 
Torgescreven.welic afliviQh wotde, des God nicht en 
wiUe, 80 en zole wy Stede Monster and Osenbrngge 
njnen anderen Qeren off Yprmnnder huldigen noch 
in laten f ze en solen desse selven Loffte nnde Ejde 
don, de desse Torgescreyene Heren gedan hehbetTore, 
nnde de bezegelt mit zinen Transfixbreve dor 'dessen 
Breef' gesteken f dar desse Bref unTerbroken in sji^er 
Macht mede bliyen sal. Alle desse vorgcscreyene Stucke 
nnde Articalè , nnde er jtlich bysnndere hehben wj 
Heren Borgeinéstere nnde Baede der stede Monsterè 
iinde O^nbrngge malk dem anderen geloeret, Tcrzit 
nnde gezekert an gudén Trawen by nnser Ere,. nnde 
hebet de mit npgerichtedea liffliken Vingeren rechtea 
ilanedes Eydes ton Hilgen gesworen « stede » yast nnde * 
nnvorbroken toholdene znnder Argelist. UndewyOtto, 
Byderie Biscope, Borgemeister nnde Bade der Stede 
Monster nnde Osenbrngge Torgescrefen hebbet des to 
Tnghe nnie Ingezegele on dassen Bref gehaiigen. 
Datum anno Domini Millemissimo GCCmo nonageaima 
ortie feria quarta post festam Viti martiris. 

L« S* Ii« S* Lt & ]j«-S» 



Digitized by 



Google 



a88 



D. 2. 

Aldaar s* 5^3 , 5a4- 
Nam. 186. lit. B. 

DiDERiK, Bisschop te Osnahrug^ verklaart ^ dat de 

afspraak in den vorigen brief met zijn ^vil en weten 

gemaakt en met zijn zegel bezegeld was, toen hij 

nog gevangen zat , 1 3g3 • 

Ex Orig. 

Wy Diderich van Godes Genaden Bjsscop to Osen* 
brucge bekennet in dessen openen Breve vor allen 
Lnden, also alse de erwerdige in Gode Vader and 
Bere Her Otto Bjscop to Monstere and wy, und nnse 
stede Monster and Osenbrucge ander eynander over* 
dregen synd to stallene vor de Cloppeuborgh« and, 
o£F ans God seligede, dat ivij de bekrechtigeden and 
^/ninnen, wat malk daran bebben solde, dar Breve 
up gegeven and van ans vorg« Heren aud unsen 
Steden besegelt syn. Uod wante wy do to Tjden, 
do de selven Breve gegeven and besegelt worden/ 
in Vengnisse settenand weren, to bekenne wy, dat 
de vórg. Brever mit anser Wytscap, Willen and Val- 
bord niyt unsen groten Ingesegele besegelt synd« and 
bcbbet des to Tughe nnse Ingesegele an dessen fireiF 
gehangen. Datum Anno Domini Millesimo tri cenie^ 
simo nonagesimo tertio^ in Crastino commemorationii 

Sancti Pauli. 

L. S- 



Digitized by 



Google 



^ 



Nom. 190* 

Aldaar s. 53o— 535. 

Overeenkomst tusschen de Bisschoppen ie Munster en 

Osnabrugen hunne stichten ^ krachtens welkemvEfitK^ 

Bisschop te . Osnabrug^ het deel van hem en zijn 

sticht aan de sloten Cloppenöurg en Oijte en de 

daartoe hehoorende ambten aan den Bisschop 

OTTO van Munster en diens sticht voor iioo 

goudgulden en tegen het Munstersche regC 

op Voirden heeft afgestaan en oyerge* 

gedragen, 1897. 

Ex Orig, 

Wy Dyderich Tan Horne van Godes Genaden Bï»-'^ 
sebop to Osenbruggef doet kondicb allen Luden,. 
de dessen Breeff seyt off horet lesen« und bekennen 
openbare vor nns und Tof nnse Nakomelinge und 
Geslichte, dat wij dem erwerdigen in Gode Vadere 
unde Heren Rern Otten van der Uoya Bisscope to Moo8« 
ter» und synen .Nakomelingen und lynen Gestichte van 
Monstere bebbt gelaten und gesat tof elven hundert 
gude olde rynsche Guldene, gud van Gplde und 
recbt van Gewichte unsen Deyl, den wy und unso 
Gestichte hebbt an den sloten tor. Cloppenborgh 
und Oy te und ander Herlicheit upd Ampten dar to 
behorende myt eren Tobehor^ngen, alse van des 
Gewynnes wegene, dat wy myt unsen Vrenden de 
Cloppenborgh und Oyte hebbet wynen und beki*eeb*; 
tigen helpen. Und wj und unse Nakomelinge und 
<}eatn>kte solen en dat laten vor desse vorscrevene 
elven bonderl Galden eweliken und jummermere» 



Digitized by 



Google 



<9» 



ond eo folen das nitoiinermere aif losen : «nd trj 
bebt TortfegeQ," nnd yortyget gensliken ia dessn 
Brere var uns und iinse Nakomelinge nnd Gestichte 
up alle Recht nod Ansprake , de wy nnd nnse Ge- 
stichte bebbet an der Cloppenborgh nnd Ojte , nnd 
eren Tobehoringen yan des Gewyunes wegene, alse 
yorsCrcTen is y nnd hebt dat gelaten in Hand und to 
Behoef unses Heren von Monster Torg. nnd sjner 
Nakomelinge nnd sjnes Gestichtes yan^ Itfonstere ; nnd 
bebt ook qujd .gelaten in Hand nnd to Behoef unses 
Beren van Monster vargemeld und syner Nakome- 
lingen und synes Gestichtes van Monstere nnd heb- 
bet ock qujd gelaten alle de gene', de nns nndnnsero Ge* 
stichte gebuldiget hebbt van dessen yorg. Ampte 
nnd Slote wegene, nnd tatet de qnyd m dessen Breve 
van der Hdidinge « de se nns darvan^ geJaen bebt. 
Und were dat nnse Bere va» Monster vorgemelt 
off sjne Nakomelinge Degedinge angencgen mjt dem 
Greven van Tekeneborgh, also dat se em eren Dejl 
van der Cloppenborgh nnd Ojte weder laten wolden, 
so solden se em ock nnsen Deyï^ den Wy en gela- 
ten nnd vorsat hebbt , assè vorg. is y weder laten 
Vor elven hutidert Guldeae^ alse vor^. synd , suiider 
]enigei*hande Argelist. Und weret, dat nnsè Here 
van Monster vorgemelt off^ syne Nakomelinge nnd 
Gestichte dem Greten van Tekeneborgh de Cloppen*-- 
borgh und Oyte myl eren Tobehoringen weder le- 
ten, so solden se nns nnd nnsen Nakonaeling'en 
nnd Gestichte besorgen, dat nns ock alsodane Vor* 
bnnd und Verlof iiisse weder vore tan den vorg.* Greven 
to Tekeneborgh « alse se dar van J^neget van desscr 
Wederlatinge wegene, wthgeitfget Geld nnd Gnd dat 



Digitized by 



Google 



V 



en chr yore werden mach'. Ock ijnd Varwordie^ 
were dat wij off unse Nakomelinge nnd Geatichte ' to 
Veden qaemèn niyt nnsem Heren ran Monster yorge^ 
ntelt off mjt ajnen Nakomelingen und Gestichte, de 
wjle se de Cloppenburg nnder hedden, so sal da 
Gloppenborgh tind Oyte nnd dat lapd nnd Ampte 
dar lobeborende nsjt eren Tobeboringen yelich wesen 
de Vede ntb, tor nns und vor nnse Nakomelinge 
nnd Gestichte nnd ror alle nnse Helpere, nnd de nmb 
nnsen Willen doen nnd laten wilt; niid so en sal nns 
nnd den nnsen ock njn Schiiden weder geschejm yan 
den Torg. Sloten, noch dar Weder lo, sunder Ar** 
geilst. Ó0k syild Vorworde, dat uns unse Here van 
Monster Torg. weder gelaten bevet ako dane Becht, 
alse fae nnd syn Gestichte bebbt an dera Slote ton 
Voirden tm Utbwysinge der Breve, de he nnd ^n 
Capïttel nna ünd ünsem Gestichte darnp gegeten nnd 
besegelt'hefabt. Und were dat jènich nnser Nakome* 
Hnge fij^sseope to Osenbruge, ofte nn^e Gestichte 
▼an Osenbruge na unsen Tijden, nnsen tieren van 
Monster vorgemelt ofte syne Nakomelinge und Gestichte 
an degedingeden nmb de Gloppenborgh und Oyte 
mjt eren Tobeboringen» alse van un^es Dejls ne- 
gene, desse myt Becht nicht vordegedingen en. kun- 
den ; so solden unse Here van Monster vorg. und 
syne Nakomelinge nnd Gestichte ere Becht weder 
hebben an den Voirden, dat se dar an hadden vor 
Datum desses Breves, und sollen dan der'VertIcbnIsse, 
de he vor sich nnd syne Nakomelinge und Gestichte 
gedaen hevet in synen Breve, weder ledich und 
loes wesen* und dar mede in eren Bechte unverr#» 
di^ und nnverlnstich bliven. Ock synt Vorworde , 



Digitized by 



Google 



»9» 



were dat onse Here ran Monster Torg. off syne Ifako^ 
melinge nnd Geslichte tygene lude^ Dienstludc ofte 
vr^^ Ziiife wonende bedden bjnnen den Voirden, 
oftedatsedich Land, Kenipe« Holt eder Weyde geboawet 
nnd geskten worde ute den Voirden^ de horden in Ga* 
de ofte Erve , de unaeni Heren van Monster und synen 
Gestichte ta vordegedingene borden, dar sollen e ge« 
Ijke wol ere Becht an bebolden. Alle desse vorge* 
screvene Punte, ond ere jtllch bjsnnder hebbe wj 
Diderich BUscop to Osenbrogge Torg. vor nns und 
Tor onse Nakomelinge und Gestichte gelovet und ge- 
aekert an guden Truwen und mjt onsen Ijfliken up* 
gerichteden Vyngeren gestanedes Eydes over den Uil« 
ligen gesworen , unsen Heren van Monster vorg, und 
synen f^akomeliogen und Gestichte atede, vast uud 
onverbrokcn to hpidene sunder jenigerhande Argeüst; 
nnd hebt des to Tuge und BeLantnisse unse In^e« 
segal vor uns und vor upse Nakomelinge und Gestichte 
wê dessen Uref doen haen. Datum Anno Domini Mil- 
lesimo Iricentesiiiio nonagesimo aeptimo, ip^o dio 
beatorunv innocentum marlirum* 



Digitized by 



Google 



99S 

E. 2* 

Jfieseri. Munsi. ürk.Buch. Iband II AbthM.ZS,ZS. 
No. XVI. 

Overeenkomst tusschen den Bisschop van Munster^ 

dien van Osnabrug en hunne stichten ^ volgens 

welke OTTO, Bisschop te Munster % het sticht Osna-- 

brug zijn regt op Voirden overdraagt^ en daar» 

tegen pan Bisschop .dibdebik diens aandeel 

aanCloppenburgen Oijtevoor/i loo verkrijgt. 

1397. 

Ex Copia coce^a ejusd, Archivi Rubr. Cloppenburch. 
JT. 2, Ut. A. 

Wy OTTO Tan der Hoya Tan Godes genaden Bynsop 
to Monster doét kondich allen luden den dessen breff 
seyt offt boret leisen und bekennet openbare Tor Tns 
Tnd Tor Tnse nakomelinge Tnd Gbesticbte^ dut wy 
sntt Wys^chap Tnd Tulbord d^r erzamen vn^er lenen 
glietruwen Doindekens Tnd Captttels Tnser kerken 
to Munster hebbet ghelaten dem erwerdigen in Gode 
Tadere Tnd beren ^ hem Diderlke hysscope to Osen* 
hrngge Tnd syneo nakomelingen und synen Gbestichte 
van' Osenbfügge alzodane recht alze wy Tnd Tuse ' 
Gheslicbte hebbet an den Slote to Voyrden Tnd an 
dem grunde dar dat Tppe h'cbt Tnd an den garden 
Wysschcn kempen holle vnd weyden de se begrepen' 
gehroken Tnd gebouwet hebbet vte den Voyrden Tor 
datam desses breues « Tnd wy hebt en datselue recht 
gelaten erflike Tnd immerroer , Tnd hebt darvp Tor« 
legen Tnd Torteget genaliken ia deaaeó brene Tor 



Digitized by 



Google 



^94 



Tns Tnd Tor Tnsa nakomelingo rnd ghesticbte md 
hebt dat ghelaten in hant ynd to behoef ▼nses herctt 
▼an Osenbragge Torgg ond sjner nakomelinge and 
sjns Ghestichtes yan Osfinbmgge» were aoer dat wj off 
▼nse nakomelinge vnd ghestichte ey^cnc lade denst'^ 
lude offte vryelude wonende bedden bjnnen den Vojv 
den ofte ock dat sedich lant kempe bolt eder wejda 
gebouwet ecler ghesleten worden yte den Vojrden, 
de borden in gude off in erve de tns off vnsen na* 
komelingpn to vordegbedingen worden, dar solde 
wy vnd vnse nakomelinge vnd gbesticbte gbelyke 
wal vnse recht anhehalden, vnd hiir amroe henet vna 
de Torgi vnse bere van Osenbragge vor sieb vndajne 
nakomelinge vnd gbesticbte weder ghelaten vnd gbesat 
synen vnd synes Gbesticbtea deyl den se bebf an der 
Cloppenborch vnd an Oyte myt eren tobeboryngea 
yor eluen bandert gade olde rynsscbe galden also 
dat Ii6 off syne nakomelingeii vnd gbesticbte des 
nimmermer weder van vat vod vasea gbesticbte 
losen en 'solen na vtwysingeder br^ae debe Vos darvp 
gbegeuen vnd besegelt beoet, mer weretdatwyoff 
vnse nakomelinge vnd géatiohte degbediogeaogbenigea 
myt dem Greueo van Tekeoeborcb alfo dat wy em vsseia 
deyl van der Cloppenborch and oyte n^t eren tobebo» 
ryngen weder lateo wolden ^ so solde wy em denselaea 
deyl den vns vnse berê van Qs^nbrugge vorgi gbe^ 
laten und gbesat henet ock weder laten vor eloea 
bendert guldene aiso rorgf synt sander jeninigber bande 
argbelist , vnd so solde wy ocl^ dan vnsen berea 
van Osenbragge Torg( vnd synen nakomelinge and 
gbesticbte besorgen dai eo ock alto daoe vorbood 
vod vorloffnUse wedervore van den Qr^ipen fan T^ke* 



Digitized by 



Google 



miboTg trlte wy ynd ynse Ghesliciile dar yan Vrjgei^ 
Ttl^geseget g^lt Tnd gut dat vnè daroan werden ntach, 
Vorttner so lange alze-wy vnd yn$e nakomelinge 
tnd gbestickte de Cloppenborch vnde Oyle vnder 
bebbt io en soll Tiij vnsen beren yao Osenbrugge 
▼org( Tnd sjnen nalomelingen vnd gbestichte vnd de 
be mji recbte yerdergbedingen macb njnen scbaden 
scben laten van der vorg| sloten noch dar weder to, 
noch ock sjnen lopluden vp den Straten in 'dem lande 
dar dore te wanderen sander Argbelist. Oek en soll 
wy sjner borchmanne nyn entfaen to borchmannen 
t»r Cloppenborgh dar to wonende. War ock dat be 
off syne nakomelinge vrye lude denstlude off ey^rit 
lade wonende bedden in der berscap van der Clop« 
penborch off Oyte dar solden se ock ere recht an 
beholden. Alle desse vorgf punte Tnd erer ytlich 
bysonder bebbe wij Otto Bysscop to Munster vorg| 
Tor vns vnd yor ynse nakomelingen vnd gestichte 
gelooet ynd gbesekert in guden trawen vnd myt vpge- 
richteden lyfliken Vjngeren gbestanedes eyder aaer 
den bilgben gesworen ynsen beren van Osenbrucge 
yorgl ynd synen nakomelingen vnd gbestichte stede 
yast ynd vnverbrolen to boldeiie sunder jennigher 
bande Argbelist » vnd bebbet des to taghe vnse In- 
gheseghel vor yns vnd yor vnse nakomelinge myt 
Inghpseghel vnses capittela to Manstere yorgf an de$« 
•en breff doen baen. - Vnd wy Domdeken vnd Capittel 
der kerken to. Manstere vorg| bekennet dat alle desse 
yorgi stücke myt vnser virysschap vnd willen sjnd 
gbeschejgri ynd des to tage is vnser kerken Ingbesegbel 
"^jy ^Qses beren van Manstere vorgi Inghe^egbele an 
de«[sen breff gbehangen. Datam anno doróini Mille* 



Digitized by 



Google 



>Ö6 



•imo CCC* XC septimo. Ipso die beatomin ianoceii^ 
tam martyrom. 



r. 

Bêj den zelfden, Ur zelfder plaatse , U. 3S. 

No. XV. 

Oorkonde van den Munsterschen Bisschop otto 

VAN HoYi, waarin hij beloof i, om zijn aandeel 

aan de ambten en sloten Cloppenburg en Voir* 

den bij het sticJu Munster te zullen houden» 

JEr origin. Archivi Cathedn Eccles. Monsis. rubf* 
Cloppenburg iV. II. Utt. C. 

Wij Olto van der Hoya van Godes genaden bysscop 
to Monstere bekennet in dessn openen breue vor 
allen Uiden vor vns vnd vor vnse nakonielmge vnd 
Gestichte « dat wy vnd vns^n nakomelinge vnsen 
deyl den wy vnd vnse Gestichte Tiebbt on den sloten 
Lande vnd Ampten tor Cloppenborgh vnd to Ojrte 
myt eren tobehoringen, des wy de Helflte myt vn- 
sen Vrenden bekrecbtiget vnd gewunnen hehbt . und 
den veyrden deyl gewesselt bebbt van den Bysscope 
vnd Gestiéhte van Osenbrugge vmb alsodane reèht 
alse wi) vnd vdse Gestichte hadddo am dem Slote 
Ion Foyrdeny solen vnd v^illen ia ten vnd behaldeo 
by vnsem Gestichte von Monster, vnd bebbet vns 



Digitized by 



Google 



^97 



des TO^bonden yor yds vnd. vor ^nsen nakomelingen 
ynd Gestichte bj der Huldinge de vrj Tnsem Ge- 
stichte gedaen hehbt vnd deden do wy dar entfangen 
worden , vnd bebbt, des tö tuge vnse jngesegel Tor 
Tns vnd rnse nakomelinge vnd Gestichte mjt Inge- 
segele ynss capittels to Monster an dessn breff doen 
haen. Vnd . wy Domdeken vnd Gapittel der Kerken to 
Monster yorg|. bekennet dat dyt mjt Tnser Wisschap 
vnd Yulbprd geschejn is vnd ^^s to tnge is rnser 
kerken Ingesegel mjt Ingesegel vnss heren van Monster 
vorgi : an dessn breff gehangen. Datum anno Domini 
millesiino trecentesimo nonagesimo septimo. Ipso die 
circamscisionis Domini. 

De beschrijving der twee, aan dit stak hangende 
xegels» die hiesert in de aanmerking hierop geeft, 
laten wij kortheidsbalye weg. 

Alleen voegen wij deze woorden van dien ge* 
leerden man hier nog bij: »Men vergelijke de oor- 
konde, nummer 190 in kirdlingers MunsL Beitrage 
band^ III s. SSo, welke uit het origineel uit ditzelfde 
Archief, Rubr. Cloppenburg^ 2T. a. M. b, genomen ia." 



G. 

Num. XXV. 

PUgtige afstand van den Grave van Tekelenburg ^op 
Cloppenburg^ Beifergern enz. Van het jaar t^oo. 

Ex Originali, 
Wy Giawes Greve to Tekeneborgh doet kundich 
allen ^ de dessen breff seyt oft horet lesen, and be* 

ao 



Digitized by 



Google 



298 



lennet opealMtre yor uns and TOr onse rechten Er« 
rtn uöd AnerrCD, dat wy in Yorfüllinge, Wederleg- 
gtnge nnd Vorbeteringe Roves , Brandes y IXoetslages , 
Scfaattinge nnde maniges groten Schaden nnde Yor- 
drejtes, de deme Gestichte van Munstere van nnsen 
Stoten «nd «te unsem Lande gescheyn sjnd by onse- 
rer Olderen Tyden nnd ock by uaser Tyd, dem 
ervrerdigen in Gode Vadere und Heren, Heren Otten 
Bisscope to Munster, synen Nakönielingen Bisscopen 
to Munster und synén Gestichte ran Munster bebbet 
gegeven, upgelaten nnd npgedregen» und gevet , 
latet up und dreget up, in dessen Breve erfflike nnd jum* 
niermeer to hebbene nnde to besittene de Herscap« 
Ampt unde Borgh to der Cloppenborgh , de Borgh und 
Stad to Oyte , de Borgh tor Snappen ; nnd vortmer 
alle Herlicheit , alle Gerichte hoe nnd syde, alle 
Mansohdp , alle Borgere \ allé Leen ware geistUeh nnde 
wertlich« alle Lee ngude« alle vrye nnd eygeoe Gnde» 
aSie Lude, alleRenthe, Bede, Bodinge»^ Kloc^enslaoh , 
Wilibanen , . Vysscherye , Vorfal nnd Upkominge 
myt %llen eren Tobehoringeo in Tórve, in Twyge« 
in Watere, in Weyde, in Holte, in Velde, nnd wo 
jde gelegen synd in den Kerspelen van OytCi van 
Cropcndorpe, van Lastorpe» van Ëssene, van Lo* 
nyngen. van Lynherden, van Molbergen, an den 
Waterstrome, an^agelterlande, an den Scbarlevresen^ 
und war und wo de gelegen synd bynnen nnd buten 
den Ampten van der Cloppenborgh und'^van Oyte, 
de unse Olderen unde wij in unde to dessn vorg. 
lierscap und Ampten van der Cloppenborgh nnd van 
Oyte géhtYt hebbet wynie an dessc tyd. 

Vortmer «ile Herlicheit^ alle Manschap, alle Leen« 



Digitized by 



Google 



*99 

warcf alle Leengnde, alle vrye Lade und Gncié, alle 
eyg^oe Lude and Gude , alle Ërvetale « alle Galde , 
Reiitbet Recbticheit, Vorval and üpkonijage myt 
allen eren Tobeboringen , de anse Olderen ande wy 
in deme Lande vaa Eme^lande gebat bebbet wjnte 
an desse Tyd, ande by Namen uppe den Humnie* 
lingen. Vortmer dat Ambt, de Borgh ande de Stad 
to den Bevergerne, alle Herlicbeit, alle Gerichte hoe 
und syde, alle Manschap, alle Borgere, alle Leen^are 
geistlich onde wertlich, alle Leengude, alle yrye und 
eygeive Gode, alle Lade^ alle Gulde, Renthe, Vys- 
scherye, Wiltbanen, Vorval und Upkominge myt allen 
eren Tobeharingen in Torvc , in Twyge, in Holle 
in Velde, in walere, in Weyde, und wo de gelegen 
synd, de unse Olderen and wy wynte an desse Tyd 
gehad hebbet in den Kerspelen van den Bevergerne, 
Tan Rysenbeke, van Sorbeke» van Greven, van Hem- 
bergen, fan Betten, van Rene, unde de helfte des 
Kerspels van Schapen, alse van der Oetm^rsstrate 
wynte to dem Hilgenmeere; vortmer an demCloestér 
to Gravenhorst und eren Guden , an dem Spellerwol 
de, an dem Oestenwolde, an dem Staderwolde und 
an allen eren Rechten und Tobeboringen. 

Unde uppe alle desse vorg. Herschap, Ampt^, 
Borge, Stede, Uerlicbeit, Gerichte, Erve, Gude, 
I<and und Lade myt allen eren Tobeboringen, alse 
hyr vore benomet unde bescreven is > bebbe wy Glawes 
Greve to Tekeneborgh vorg. vor uns unde vor unsen 
rechten Erven und Ancrven vertegen, unde "verlyget 
in dessen Breve myt Hande und myt Munde; und 
synd alyngh ut gegaen' alles Eigendomes , alles Rechten 
and aller Ansprake, de wy aldus lange dar an gebat 

ao* 



Digitized by 



Google 



3oo 



bebbet, ofte hjr namals jenigerleyge VTys Jar an 
. bebben mochten ; and bebbet dat gensliken nnd al- 
tomale gegeven and gelaten in Hand and to Behoef 
desses vorg. Blsscopes to Manster ande syner Nako- 
melinge unde Gestichtes: and wj and anse rechten 
£r?en and Anerven solen und willet se na Vortmer 
na desser Tyd byr an reslllke ande vredelike besitten 
laten, and en nammermer Schaden, Hynder ofte Vor- 
dreyt doen, ofte doen laten hyr an in nynerleyge Wys, 
noch Nemant van unser wegene. Und wy bebbet en 
alle desse vorg. Stacke Tor ans unde vor anse rechten 
Erven und Anerven gelovet unde gese^kert, vast und 
anverbroken to boldcne san der jenigberhande Arge- 
list, und sunder Behelpinge jeniges Rechtes geistlich 
ofte wertlich: und bebbet des to Tuge unde Bekant. 
nisse unse Ingesègel vor uns und vor unse rechten 
Erven und Anerven an dessn selven Breff doen 
hangen. 

Und hebbet vort gebeden Arnd Bysscopinch Bich* 
tere to Manstere dessen Breff myt uns to besegelne 
umb merre Bekantnisse der Warheit. wante dit vor 
deme Gerichte gescheyn is. Und ich Arnd Bisscopinch 
eyn gesworen Richter to Manster bekenne, dkt desse, 
Vorscrevene Gifte, Updreginge, Uplatinge, Vortich- 
nïsse, Bekantnisse, Lofte und Eyde in aller Wys, 
alse hyr vore gescreven is vor my in eynen gehegeden 
Gericlite gescheyn synd , dar ich Stede and Stoel des 
Gericlites beseten badde, und hebbe des to Tnge 
umb Bede willen Junchern Glawes Greven to Tekene* 
horgh vorg. myt synen Ingesegcle, mynen Ingesègel 
an dessen selven BrelF gehangen. 

Hyr weren an und over de erwerdigein Gode Vader 



Digitized by 



Google 



3or 



Qod Here, Her Diderich Bisscop to Ossenbrugge, 
de edele Arnd ran Goterswijck, de erberen Heren 
Heoso vaa Behebasen» Domdeken, Lubbert van Roden- 
berge Vicedom, Alef van Lembeke Kelner, Herman 
Tan Munstere nnd Herman van Keppele Canonike der 
kerken to Mnnstere^ Heydenrich de Sasjse, Berod de 
Droste Albertes-Sone, Hermaime van Mervclde Bem^ 
des Sottc^ Herman van Bilrebeke Herman Korf Hem 
EferdesSone, Hmricb van Ore,Gerd Keppele, Joban 
Halewat Knapen und anderer gader Lade genoecb. 
Datum anno Domini millesimo quadringentesimo , ipso 
die Grt^piói et Grispiniani Martirum beatorom. 

Inscriptio jSigilli Inscriptio est 

L. S. est „S.Nicolai: Go- L. S^ „-IrS.Arnoldi 

mitis: de Tekeneb. „ d-ci Blscopincfa. 

Vit v.ziiiDLiNOfiR*8 Munsterisehc Beüraga^ I band^ 
en aldaar t. 85 ens. van de Urhunden» 



Digitized by 



Google 



5ot 



Lijst en Staat van het Sagelterlander Aréhief^ zooab 

het was in den ja^re idl2, toen het openlijk op 

last van de Fransche regering verkocht is ^ en 4Vtf/ 

voor de som van 38 franken ^ 28 centimes. 

Echter Aderden alleen de ij eerste nummers 

,voor dien prijs verkocht^ en wel alle door 

Sagelterlanders weder gekocht. Het overige 

werd ter Mairie van Ramsloh gedeponeerd. 

Deze verkooping greep plaats te Ramsloh den aS Do* 

cember^ V voormiddags te 10 itren^ van het ge* 

noemde jaar. 



lm jahr acbtzen handert and swolf, den zwanzig* 
sten des mooats August des nachmiitags om vier 
uhr, vtxrde in auftrag des kerrn prefecten Rltter 
Ton KETABEHG durcb ans Maire der Communen Schar- 
rel f Ramsloh und Struckllngen mit zuziehung des hierza 
specialiter Gommittirten herrn frinz trerkamp pfar-4 
rern za Strucklingen and in gegenwart der yormaligen 
Vorstehers gornelius sghmits aas Scharrel und eilert 
BLOGK aus Ramsloh dasz sogenannte Sagterlander ar- 
chive in die kirche za Ramsloh revidirt and befan- 
den, wie folget. 

I. Dasz sogenannte Sagterlander archiye bestehet, 
üusserllch in eine angefehr ?ier fusz langlich^ Tier- 
eckigte- mit Tier fuessen and mit drei hangscUossern 
Tersehene hölzerne kiste, in welcher nachbenannte 
•achen Torgefnuden. als 



Digitized by 



Google 



3o3 



iziveiscbelFel-^ füstmit 
verops- J eisen 

j bande n. 

3. Eid Tiertel hölzern veruj^-fasz nilt eisen Landen, 

4. £in Iiölzern trüchter. « 

5. EIn hóhettk kannenmaasz. 

6. Ein zinnern yierte) kannerunpasz. 

7. Ein zinnern achtef kannenmaasz. 

8. Dreij nnd sieben achtel pfund bleijernes gewicht. 

9. Ein linnen sack mit ungefehr einen vemp alten 
rübesaamen» 

10. Ein spgenannte Eisene Ëlsterwaage. . 

11. Ëtn eisene Ehlenmaasz. 

12. Dreif* eisene Ach-oder mark^Eiscn» 

i3. Ein Metallënes Dracki^Siegel mit der umscbriA : 
S. parochianorum in Sagelle. 

i4- Ein g^scbriebenes buch in folio ihU weiszle* 
deren nmschlag toÓ iSSy. die Sagterlands gerechtsa- 
men enlhaltend. 

i5. Ein geschriebenes btich in folio mit schwartr 
lederen amschiag yon 161 5. gerichtiiche Terbandiungea 
Ton Yreijherrn Richter xiMELiNG zn Friesoij.t^e etc. 
enthaltend. 

16. Ein geschriebenes bnch in octavo von 177a die 
Sagterlands Schuttemeisters rechte enthaltend. 

17. Zwei mit bindfaden zusammen gebandene Rolicti- 
altes^ papier abschriften yo^ geriehtlichenhandiongen, 
snppliken, dccreta , nnd briefe, entbaltelKd. 

Die I7o. i3 bis 17 inqlasive sind darauf sofort im 
arjqhiye der Mairle deponirt worden ,, nnd die No. 2 
bis 12 inclosiye, wieder einsweilen , bis weitere Ter* 
fugqng, ia No. i yers^hlossen and am ort nnd stelle 
in die kirohe zo Ramsloh belassen. 



Digifized by 



Google 



3o4 



So geichehen Ramaloh tag, monal nnd jahr wi« 
ob«Q. 

KOBNILLIBS SCHMIT. 
ElLEHT BloGK. 

F. Trenkamv, pastor. 
Dtr Mairt G. T. Heidhaus. 



1. 

Verordening van de Twaalpe des SageUerlahds , dat 
geen vreemdeling zich met der woon in SageUe zal 
mogen nederzetten^ ten zij hij vooraf bewijzen 
\ ; van afkomst^ goed gedrag enz. ingediend heeft. 

Van Palmzondag 1617. 
Nach dem far diessem allerhandt ungelegenheit 
wegen der aassheimbschen aad in diesses unssers 
Saeterland sich einsetzen gefaiien. Ist^anff Sontagh 
palmaraiu 16 17 auff gunstige zulassing und befeich 
des woledlen und gestrengen berrn sghweück drost 
zur Gloppenberg yon der samptlichen eingesessenen 
des Saegerterlandes einbeliig beschlozen dashinfüro a 
dato diesses niemandt auss anteren herren landen sicb 
(nach Saegerterlandt ?) begtben, darinne za beuren 
oder eioe platz oder wonnngh zu kauffen ebe und 
befboren derselbige den gesetzeten zwelfifen des Sage- 
terlandes seiner geburdt yorigen lebens und herkunft 
gennchsame attestation and bèweisstumb scbriffilich 
elngebracht soUe macht haben lind dar anch ein oder 
ander von unsers Sageteriandes eingesessenen dawider 



Digitized by 



Google 



3o5 



lu handlen sidi wnrde gelosten Itssen solchen ob* 
gleich einokomlliigen etwas Terkaoffen oder Terhea- 
ren warde, ohne wissen/ willen and sdiassing der 
Zwel ffe des landes soUe er nicht allein Tor allen scba- 
den (Termuge nnsers landtrechts) so darauff fallèn 
wurde , gehalten sein , sonderen wollen and sollen die 
Zwelff Terordnete wegen des ungehorsambs ihnen su 
straffen nnd solche angerichte handlang eu Gassiren 
bemechtiget aein. Alle ohne gefehrde anse befelch 
and bescbloss der semptlicben ansres Sageterlands 
eingesessen. Beschrieben anno 16^7 am Sontage 
palmoram. 

Zwelff Terordnete des Sagèterlandes* 

Van baiten op stond : 

Befelich das kein aazlander sich alhier setien 
soli etc. 



K. 

Deductie hunner vrijheid van de land/olge; door de 

Sagelterlanders aan het regerend Domkapittel te 

Munster^ bij vacature van den bisschoppelijken 

stoel aangeboden y met twee Bijlagen L, en Jtf. 

JFaarscJujnlijk uit het laatste der i^^* of eerste 

der i8^* etfiiiV. 

Hochwürdig ,, bochwollgebohrne 

and 
Gnadige herren. 

Wieder das jehnige, wasz ahn seithen der hofeam* 
mer wieder anss Saijterlander obnlangst eingedient 



Digitized by 



Google 



So» 



worileoi d!e notfaarft ia irorhandolen beitebuet lu ror- 
drist dor faaaptsachiicber lorwnvt dareiq» dasz ein 
zeillicher biscboff als ein. reicba regaliaerjter Fürsi 
des hoohatiffss MunstBr vi regalmm das jus $equelce io 
Iraft habender «niversal jarisdictioii über alle «eipe 
nnterlhaenen sa praetendiren babe tmdt deswegen die- 
jebnige untertbaeDeD, welcbe sich Ton sdlcben A re- 
galibus dependireoden jure sequeloB eximiren» wollen , 
ein sölcbes per modwn prit^ilegii sa erweisen scbüldig. 

Wan aber dieae regula nwdt was abn *seitben der 
hofcammer diesEals gesücbet werden will , ad petir 
torium gehdrig, undt wir snpplicirende Saijierlander 
dabie Vantlich in possessorio yersireo» so mag ein 
sdiclies dahie nacli ahnweis alteren rechten nicht at*- 
tendirt werden, undt swarn nmbdweniger das (:wel- 
cbes dan noch weiters nicht dan ad roborandum 
possessorium ahngefübrt wirdt:) LentHch ist dass das 
ambt Cloppenburg yor einige hanner ^hren, sa der 
grafschaft Tccklcnburg gehörig gewesen, undt von 
daniien aobn dieses bochstift Munster Kommen id(fue 
pro primo, 

pro 2^* ahngefabrte regula universafis^ qoud vi rega-* 
Hum jus sequelce Celsissimo principi competat ^ ver- 
schieclentlich seinen abfall leidet, gestalt notorium 
dass in ambt Cloppenburg das (wirck) Loningen, (wirck) 
Essen\ jah Cloppenffurg selbst undt die stadt Frisoijthe 
Ton sölchen praetendirt^n yur^ 5^^0/0; obwohlen diese 
alle ibr landtscbatzangs contingent gleichfals bijtra» 
gen:) Ëiimirt gehalten and belassen werden. 

Weswegen dan pro 3^»o wir sapplicanten Saijter- 
lander mehrere fueg at>d orsaeb haben ?on sdblcen 
iure^sapj^ke Eiempt sa seinï gestalt das wir oder 



Digitized by 



Google 



3o7 



fiefanefar unseres Siijterlandt annoch zn der graei* 
êchuh Tecklenburg gehdrig gerresen nach ahnleitnng 
adjumti nndt dkhbeij sub n". 2»erfiiidtllche8 Extracius 
des nhralten Tecllehborgischen in der arcfalve dah* 
aelbsten obhandenen Légerbaobs jebder f eits fïir charlb 
Jrije /reesen gehalten « kentlicb anch dasz die freijen 
dabie iin hoohstift a taU jure eequelas Exempt, undt 
keine folghe leisten. 

£in ivelches anch die hofcammer selbsten nndt xwarn 
wegen nns Saijterl^der specifice ahnerkandt^ undt 
abnerkennen tnüssen, indeme die beij ilinen obban- 
dene recbonnf^en des anibls Cloppenbvrg (:so y\t 
deren yon andertbalb bündert jabren beij der bof- 
cammer obbanden:) deren ausang dieselbige durch 
weijl. Secretarinm X^uartb yidimirt, wie bijkom* 
mende abnlage sub n, 7 abnweiset nns Saijterlaiider 
mitlheiiig lassen ausdrüklicb mittführen das wir 
diensten undt aller pfacbten freij gegen vier undt 
tinen balhen tnnnen butter , welcbes ein gradffi^ 
schaisz genetinet wirdt^ nnde stimmet in so weith 
<lieser Extract mit dei* uhralte graflicber Teckien- 
bnrgscber archiven wordtdenClich überein. 

Ein welcbes ibro bocbfürstlicbe gnaden weijland 
CHRiSTOFF BEHNJkRD gleicbfals (:wie der abnlage beij- 
gefaegten Copeijlicher achem sub n» 3 dartbuet:) be- 
reits im jahr thausendt secbs bündert funfsig neun 
in so weiib abnerkandt in dem wir auf unseres un<» 
ilïtrthaenigst snppliciren nndt dabbeij remonstrirtea 
altes berkommen immunltatis et ExempAonis dabmahlea 
so gar von der folge *ur wnlfsjagt Eximirt undt be- 
frei jet worden. 

Wèicbcm. wan pro 4*é bj%ca kombl^dasi die hof > 



Digitized by 



Google 



3o» 



oammier kelnen émitiigen aetum erweisetr oder dartbaetv 
Lan, dasz wir Saijteriaoder in huodert, jah iweif 
hondert uodt gahr dreij bnndert jahre» jehmahien 
zur landfolghe au^ebottet oder gebrancht wordeo, 
Tiel weiMger sam eisen undt aasrei o igung der graben 
abtn ambthaass wie nnser alter Richter sa Friesoijlhe, 
80 über die ^o jahren dahselbst richter gewesen krafb 
adjuncU sub n. 4 attestirt nndt dan die diszeithsz 
fürgeschlagene zeugen deren dreije über die 70 undt 
fast za 8<> jahren alt aisolehe possession ExempUonis 
a tempore immemoriali beweisen, So- folget jah notb-. 
wendig, dasz dieserseiths fürgewandte obralte pos« 
session nicht allein bestandig erwiesen^ aondern ancb 
durch ahngeregte Extracius (:deren eine von der 
bofcammeF selbsten berkommet undt mitt getheillet 
worden:) satsamb colorirt worden. 

Es wiii zwam die hofoammer dabgegen ein rescrip-^ 
tum lambtmannorum yon etwan dem jahr 1620 vor<^ 
bringen in meinang dadurch zu erweisen, dasz wir 
zur landfolge schuldig « weilen aber ein solches kent- 
lich einseithig undt danebent ad petilonum gehdrig 
alsz kan ein solches so wenig vim prohandi baben , 
als in hoc ppssessorio judicio uns praejudicirlich sein. 

Dan wiil auch abngefüret werden, obsólten die 
zeugen supep negatipa deponiren undt dabero keineo 
glauben roeritiren welches aber den stich rechtens 
nicht haltet, nach lehr FAKNicii, de testibus q. 6S^n. 
aai ein solches zu verstehen de negatüfa vaga^pura , 
ei non coarctata loco et tempore secus autemin negnti- 
va cQ(irct,afa loca et tempore ^guas cum cadatin sensum. 
testis dcut affirmativa ideo non minus cred^ur , testibus 
super tali negouiva deponentibus quam super affirmativa. 



Digitized by 



Google 



3o9 



'- Idem ibidem n. aia. 

Siquidem quando testis deponit super eo^ qnöd pe- 
rosimile est deponenti esse notum^ tune sufficit simplex 
teitis negatio et quod dicat se fuisse praesentem • at non 
vidisse fieri. 

Idem citato loco n. 229. 

Dan will auch die hofcan^mer ex testium depositió* 
nibus erulren als "wan diszeits argumentum ex pariiate 
der friesojjtfaeren genohminen undt daraus dieszeitliige 
Exemptio fandirt werden wolle, undt daaz die zeugen 
'Vlïïs pari tem pri\^ilegiorum cum ciy^itate friesoijthensi per 
Expresstim negiren. Dabgegen «ber'is wol zu be- 
mercLen ^ dasz wir Saijterlander paritalem mitt der 
tadt friesoljthe^ nichl nuhr in po Exemptionis a 
sequela tnlgo die landtfolghe, praetendireo ^ undt die 
possessio Exemptionis per testes^ gnucbsamb probirt , 
deswegen dan anch was die zeugen etbwan super 
privilegio civilatis extra qucestionem juris seque* 
les et hac ex parte praetensae possessionis libertatis 
pro et contra unter sich deponiren (:obwobln ex 
allegaiis keine contrarïetas eruirt werden kan:) dieser 
pfartbeijen so wenig schadlicfa als Tortheilbaftig sera 
kan, immassen dabie keine quaestio ist , ob die stadt 
frisoijtha Exercitium venationis et plscaturae undt der- 
geleichen pritfilegia habe oder nicht. 

Wasz entlich anch ex depositione testium ad inter^' 
rogatum 34 fürgebracht, dasz die Saijterlander zur 
wulfejagt ufgebotten undt balt zur funf balt zur 
zebn auch wol zu zwantzig man gefolget, Ein sdlcbes 
batt kentlich milt dem jure sequelae keine gemeio- 
icbaft yielweniger mitt den eisen undt audreinigen 



Digitized by 



Google 



3itt 



deren graben abra aaUithauf , als wobüber dabie die 
fragbe ist. nnd weilen anch krafl abngefiibrteii beij 
der abnlage sub n. 3. Ecfindtlïchen rescripU de dato 
22 g^'*«' iGSg gnadigst befohlen uos mit aiifbottnn^ 
sur ivalfe-jagt nicht z\x beschweren sonderen damït 
za Térscbönen undt ahngeregte erscheinung cur 
wnlfs jagdt nuhr aas nnterl^nïgsi schaldigen respect 
nnseres nis gehorsahiuer onterthaeoen nicht aber 
auf pflicht undt scbaldigLeit gescbehen sein magb 
(:dahr sonsten die schuldige zur wolfsjagt alletnahlen 
Lopf für kopf wie notorium nodt die hofcamraer selb- 
sten nicht in abrede sein kan sn folgeli schuldig:) 
so kan jah ein^jebder imparlialiter bier auss Ton selb- 
sten ermessen, dass abngefürte beschebene folgbe 
sur wulfsjagt nichtausschuldigkeitf gestalt wir sonsten 
alle obne unterscbeidt undt swarn man fiir man bat» 
ten folgen mussen , sonderen aus untertbünigsten 
geborsamb^ undt devotion nnbr einige manscbaft undt 
swarn nach abnzabl unserer des 'Saijterlandts Einge* 
sestenen nicht einmabi den 40^^ tbeill ersebienen. 

Gleicb nubn ahn seitben der bofcammer aller wol- 
lerwogenen obdeducirten umbstanden nach wieder uns 
nndt unsere althergebracbten besits ^el quasi im* 
munilatis a jure sequelae nichts besonderes furge- 
brachti undt in Ewigkeit furgebracht werden^ kan 
dabro selbst aigene recbnüngen Ats ambts Cloppenburg 
TOn bundert und mebr jahren ein wiedriges beceugen, 
dass ühraltes arcbwium Tecklenburgicum dahrthnety** 
dasz wir für cnkKL^J'reye Jreeseai Tor mebr dan dreij 
hondert jahren gehalten , und die xengen dahbeij die 
ubralte possessionem immunilatis gnuchsamb dartbaen 
nodt bierüber daa ^m rechten yerseben^ dass ein jeb* 



Digitized by 



Google 



3*f 



der bei) seinen besitz vel ^r/d5» alierbilligst 20 handhaben. 
So ist nndt gelanget ahn Ew. hochw. hochwollge- 
bohrne giiaden unsere nntertbanigst faesfallige bitf, 
die wölien gnadigst geriihen allen oberwehnten ivoll 
coDsiderirten uttibstanden nach uns arme undt geringe 
unterthaen^n beij alsöicben so statllicb erwieseneo 
besitz vei quasi der landtfolghe Eisens nndt aasreini- 
gnng deren graben ahm amblhausz ta scbiifzen undt 
jcn handtbaben, auch fordersanibst tn erkennen nndt 
SU befeblen, daas urir wenigst ad /interim wieder so 
ülthergebracbte possession der freijheit nicbt gravitt 
nvirden mogen , darüber. 

Éw« bocbwr* bocbwollgebobrne gnaden 
faesfaUige knechte 
Eingesessene in 
Saijterlandt 

Buiten op stond: 

Abn 
Ew. bocbwiirdiges sede raeante gnUdiger regieren* 
des Tbumbcapittul za Munster. 

Unthertbanigste gegenabnzeigb luid 
bitte 

Cum adjuncto 
In sachen 
Sagterlands 

nnd 
hofcammer. 



Digitized by 



Google 



3tti 



L. 

. Autheniiek extract uU 4^ drehit^en van Tekeleniurgf 
nopens de vrijheden der Sagelterlander-^ Friezen. 

Zonder jaartal. 

Au ff abermahliges begehren des Ton dem Sader^* 
landerschen maDneren abgefertigten sein mit Torwissen 
biesi£>en Ilernn Gantzlers die beim hoebgraflichem 
arcbifF alhie ett^an vorhandene alte protbocolla , ■ 

Torzeichnung und register Saderlandt nnd dasige ohr- 
ter betreffend wiedernmb fleissig nacbgescblagipn and 
befindet sich dieses und nicht anders darein, aiss 
alszo; Die chables freije freesen im Saderlandt. t 
{amJ) graf en schaiz uu) (4i) tonne dotter t* 

Pro extractu. 

IDOLPH ARROLD 'WEIDTBUSH Celsi et ifbw 

trissimi domini Comids TeckUnburg ar^ 
chivarius et Sijndicus Comitatus Teek- 
hnburgensis. 



Digitized by VjOOQIC 

J 



3i3 

M. 

'Pro copia eum originaU concordantc 

CHRI8T0PH BERITAAD LOHN WotOriUS 

subscrïpsü. 

Authentiek uittreksel uit de Vorstelijke rekeningen van 

het ambt Cloppenburgy ten opzigte van de pripi- 

liglen der Sagelterlanders. 

Zonder dag- en jaa|:teekening. 

Die eingesessenen des Saijterlandes geben jahriicfai. 
am batter, welcbes ein grauen schatz genannt wirt« 
damit sie dienst und aller pfacht befreijet -werden» 
welcbe butler auf die waage sa liefern za Oijtha 
«cbuldig sein , funftebalb tasz butter 4' Taai. 

L. S. 

Infidem Extractus^ 

c. B. QUANTB SccretaHus. 

camerte m, fp. 

Borenop stond: 

Extractus aus der fürstlicber recbnong ambtes 
Cloppenburg,/blio 35, pagina prima 

Claa (?) Goncernens. 



i( 



Digitized by 



Google 



3.4 

N. . , 

Acte van een verhoor van eemge hoogbejaarde SageU 

ierlandsche geiuigen^ aangaande hunne vrijheden^ 

opgemaakt door den Notaris egbertus benbici. 

Van het jaar 1699. 

In Gottes Nabmeit Ameit. 

Zu wissen seij hieniltt Jehdermanniglichen Dehme 
gegcnwartlges documenlum küo£fciger zeit zu sehen 
'Voeler hoeren lessen vorkohmmen wirdt, dass im Jabr 
nach Christi üosers einigen Ërloesers nnnd Sahligma* 
kers gebuhrt Thausent Sedishundert Neanzig Neun 
anno indictionis septüno am sieben unnd zwantzigsten 
togh monats Novembris mir Endtes gemelten Notario 
Jurch DI1ETRICHEN HiNEKAMP ZU Scharll -wohnbaft als 
gevolniacbtigten des Sagterlandts nachfolgende reqaisU 
libn Schriftiicb Eingebandiget worden. 

Domine Notarie! 

Wir Torsteher oder Zwolfie des Sagterlandes zu 
Endt untergescbrieben muesen Euch Kotario nah- 
mens der gantzen gemeinbeit biemit zu Erkennen 
geben, wassgeslalt unsere TorTatlere unnd wir der-' 
^esiall pri^ilegirt gewessen, dass man sicb der freij- 
bcitcn zu jagen, scbiescn und fiseben rubig bedienet ^ 
und von keinen diensten und debren praestirung so 
weinig milt den leibe oder Scbifife aiss pferden und 
wagen in Sagterlandt zu zagen gewust, aucb nimmer 
zu prgestrren (: ausser wass in kurzen jahren gescbeben :) 
abngemubtct worden , und also wie woll wir aaff 
platten landen gesessen Yor anderen iXess ampti Clop- 



Digitized by 



Google 



3i5 



penbürg Eingesessenen baaersleulen Jehderzeit Exitnirt 
gewessen, dahgegeo aber alle jahre anseren goadig* 
iten Landtsfarsten uad herrn 4a tonne buUer auff der 
wage za Friesoijtbe hergeben und liewren tnüesen ; 
üund wiewoll wir in solchen liivrantz uns atinoch 
so willich alss schuldig befiadeiiy so baben wir 
doch vor einigen jabren Erfabren müesen, dass wir 
diesem obnahngeseben wieder altes berkobmmen in an- 
seren wollbergebracbten privilegüs betrabeit^ unnd 
aller dienstbabrbeiten unnd landlfolgen der rente- 
ineisteren recbnungen zu wieder gleicb anderen ge< 
meine baaersleate zn praestiren zugemubtet und durcb 
sebarfrcr Execution darzu gebalten worden ; in debm 
wir aber der botfnung leben dass Ibrer bocbfnrstli- 
cber gnaden gegnadigstér wille unnd meinang nicht 
'seij Ihre getrewe untberthanen in Ihren wollberge- 
bracbten privilegüs ond gerecbligkeiten zubetrüebcn, 
also baben wir nicht obndienlicb eracbtet Etlicbe 
ünseres , also Sagterlandes Eingesessenen, der EUestcn 
abhoeren und wass dieselben yon unseren privilegiii 
und gerecbtigkeiten, aucb leistung einiger diensten 
tesliren wurden , Torzelgen zu laesen «nd solcber 
zeugnis unserer noturfTt nach zu gebraucben und yo,r- 
zeigen Ench Herrn Nptarium freundtlich Ersücbendt^ 
géstalt, Ibr Ëucb zu koep bemme^s , haije BORGMAfiS und 
cx«iBS HOPRENS aus. Scharrel aucb aidtjs henrichs zn 
Ramels und deutje eulerdes ^u üthendc yerfu^geui 
unnd unserer , also dess Sagterlamles privilegiën freij* 
beiten unpd gerecbtigkeiten halber, wie es Torzeite» 
damitt giebalten^. wass die Sagterlandere für dienste 
praestirt und zu prsesiiren Schuldig zu Erfraegen dessen 
andtwordt flcisig yerzetcbneny unnd unsdarab ia 



Digitized by 



Google 



BiS 



Jbrma probahti Instrumentum oder Inslmmenta far 
die. gepiire Ertheilen. 

BIBRICU WILCKENS. ENGELBERT HEUEICBS. 

VPKE BLSENS. HAIJEN VOCKElT. 

GEROI.D HENRICHS. WU.M JkSSEff, 

DEDDE BORGMANS. EIJLBRT nil/ES. 

ADLRICH [REMMERS. 
JOBIN AHLERS. 
WILCKE K5IP. 
EIJLERTHAHEWS. 

Zwolffe dess Saglerlandes. 

In dehm nnhn ein solches tragenden Notariat amp* 
leslialbcr Ihnen reqüirenlen nicbt verweigeren sollen 
atsso babe micb betit dato den acbt und zwanzigstên 
gbris dieses 1699 Ja bres nacber Sagterlandt begeben , 
xtnd vorgescbriebener reqaisition za folge die dareln 
Lcnente Etllcbcn des Sagterlandes initt nabinen koep 

REMMERS, HAJJE BOEGMANS, CLAES H0PKEN5 , AIDTJE 

HENBICHS und DEüTJB EiJLERDES der Sagter freijheiten , 
privilegiën üod gerccbtlg\elten auch diensten balber 
Erfraeget and davon der wabrbelt gemaesis za deponiren 
tegebret, welcbe aussgesagt tinnd bekandt alsz folget, 
ünd zwam Erstlicb koep remmers in abnwessenbeit- 
nacli benenter gezeugeri so bier sa sonderlich Er- 
bitten ahngezenget and bekandt tne folget, 
Koep remmers aigner bekandtnigt noch ad fanff 
tind achlzig Jabren alt, gaeter vernütifFt wie nicht 
ahders abn dcnsclben za verspueren wabr, sagte dass 
Ihme nicht bewust dass Ihnen Sagterlanderzu gemuhtet 
•worden raltt dem leibe, wage oder scbiffe Einigen 
dienst za prxstircn , aarh nimmer aufFgeburdet nach 
der lafidfblge «u arbeiten, fascinen oder pfaele «a 
Ihvren, batten auch ein sokhes seines wissens nicbt 



Digitized by 



Google 



317 



Terrichtet aossev wass ' sie vor weimg jahren auiT 
einkohmmeD scharfferen befelcbenen , und darauff 
wieder sie ergangenne Execation thurr luuesen, sie 
hatten tod undencklichen Jahren hero biess zii heuti> 
gen tage jahrlichs de graven Schatt also 4^ tnnne butter 
ahn Ihren gnadlgen landts hernn geben und tu Frie- 
soijthy auff der wage Uweren mueseu, dabgegen web-- 
ren sic wie Er ypn sei^ien EIteren. offtmablen geboret 
pfacbten and aller so EsJLra- als Ordinari diensten^ 
freij, aucb sicb jebderzèit der freijheit zu jagen, 
fi$cben, tind schiesen rabig bedienet^ wuste aUo 
Ton keiner dienstbabrkelt so sie zu prsslirén acbnl'^ 
dig zu zagen, sie webren cu weilen in seiner jtigendt. 
abns am.ptbaass mit ihren gewebr zu Erscbeincn auff- 
geboltet worden , alwob sie aucb Erschienen und 
balte er aucb selbsten seinen man mitt daViinn ge- 
habt, welcbe dess morgens bei j der soxioe auff und 
des abendls beij dersonne aucb wieder darab gangen, 
und nur alleln bei} der sonne ihren dienst autTs 
amptbauss verricblet dabgegen webre ihnen Sitgtw- 
lander Essen und trinckén , aucb pulver und biie 
gegebenr worden^ sonsten battea sie sicb jebderzèit 
abn der Stalt Friesoijth gehalten, weiters waste er 
der reqülsition zu folge nicht zu deponiren , sondern 
erpot sicb auff Erfordern dlese seine aussage allemahl 
zu wiederboelen , und mltl seinen leibiicben Mde 
zu verificiren vermoeg zu- meines Notarii banden 
getbaener bandttastung ; so geschebeu zu Sckarrell 
in wii>M AwicKS bebausung' beijseins Hernn JOHANiiBif 
WESTERMAN pastom dabselbst und johan henrichen 
pLATEir alss bierzu Erbittenen und adhibirten geteu* 
gen obne gefebrde und argelist wie obcn. 



Digitized by 



Google 



^i8 



Dahselbstea Erschiene aocb aaff meinef 
Nolarii begehren haijb borgmahs , welcher 
in gegenwahrl Toriger Hernn geseogen 
der reqaisition zvl folge aaissgesagt aod 
bèkandt also folget 

Er iirebre ohngefehr 90 jahreo alt, hette inmittels 
nicht Erlebet, noch Ton seiDca Etteren noch ande- 
ren jebmahls gehoeret dass sie Sagterlander gedienet, 
oder ZB dienen schuldig wesen er uraste nicht dass 
ihnen zu gemahtet worden, brieffe za tragen, Eisen, 
steinc oder pfannen za fahren , fascinen and pfale za 
uweren ^iel weipiger dass sie solches in der tbat 
prssstirt noch geld dah far gegeben betten, ausser 
was ohngefehr vor jahren geschehen , war za darch 
wurcllicher Execation aie gez wangen worden , sie 
Sagterlander betten zwar beij seiner jagendt ahns 
ampthauss Cloppenhurg mitt ihren gewehr muesen 
Erscheineii woliinn Er zwar selbsten nicht milt ge* 
wessen bette aber yon dehnen so dahinn gewessen 
W(U1 offt gehoert, dass sie dahs^lbst niit Essen and 
trincken krSut und loet.Torseben worden, und wan 
sie dess morgens sich dahselbst sistirt betten webren 
&ie dess abendts wiederamb dimittirt worden; -betten 
aod^ zeit seines lebens die freijheit za jagen tind 
fischen rubig genossen, daligegen m'aescn sie nebenst 
ihrer Contribotion den grairen schalt (:nach ibrer 
Sagter sprach :) also 4^ tonnen buttér ahm ihrer hoch<^ 
furstlicben gnaden aoff der wage za Friesóijth. f rms* 
tiren, welches Er alsoiwahr za sein and aaff erfor- 
derea mitt seinen leibllcbêh aide za rerïficiren sti* 
püUiSo versprocbcn. . 



Digitized by 



Google 



3,X9 



Folgendcn tages aUo am ^^i^n NoveiirLri» 
dieses 1699 jahres &istlrte sich auff mei* 
Des Nalarii begeUren vor mir uiid End- 
te3 gemelten gezeugen in dedqe bobo* 
MAKS behausiug. CLiEs hopkens auss 
Scharrel aod bekandte als2 folgct. 
£r ivehre. ahn die 78 jahre alt, sie geben jahriichs 
den graf en scbats also 4^ tunne batter abn ihroboch- 
fursllicben gnadennebenU der gewobnliehen scbatzang, 
und maesen solobe batter zn Friesöijlh auff der wage 
liwren dabgegen webren sie, wie Er von seinen vat- 
ter saliger oftmahls geboert und Er aaqb nicbt anders 
Erfabren, (:ausser wass nnbn in kurzen jabren ibnen 
ibren ubralten privilegiis ünd gerecbtigkeilen zu 
-wieder abngemubtet und aufferl^gt worden:) aller- 
bandt diensten nnd pfaebten freij gelae&en , und von 
allen amptes lasten, ao dab die banssleutc in ampte 
praestiren maesen Exempt and befreijet géwessen und 
-webren in ibnen privilegüs and gerecbtigkeiten der 
SisiXi Friesöijlh gleicb gerecbnet, warabn sie sicbaach 
jebderzeit gebalten, sie betten die fiscbereijen uond 
jagten milt jagen, schiesen , kurrbanen fangen alle« 
zeit freij Exercirt und es webre ibnen ein solcbes nicbt 
besperet worden, Er selbsten webre vor obngefebr 
40 jabren raitt dess Üernn Drosten vox groetoauss 
Scbulten auss gangen za scbiesen und belle ein jebder 
sein gesebossenes wild zu sicb genobmmen und be-* 
balten. Er belle aucb von seinen vatler saliger gebort, 
da^s sie Sagterlander zu weiln ans an>ptbauss zur wacbt 
Erfordert worden, wobinn sie gefolget webren aber 
nicbt langer dabselbst géwessen , alsz dast sie nur desr 
morgens beij sonnen auffs amptbaasa und dess abendlf 



Digitized by 



Google 



3io 



wiederomb beij sonnen darab gangen ihnen welire 
dahselbst essen nnd trincken gegeben, and dass pal- 
▼er mitt ein kleine schüssell za getbeilet worden; 
Weiter waste £r niebt za deponiren sondern erpot 
sicb diesem nacb seine gethaene bekandtnuz aaffer- 
fordert mltt seinem aide za verificiren vermoeg bier 
aber zo meines Notarii banden gelhaener stipulatioOy 
so gescbehen obne gefebrde beijseins herman seitdekeii 
und jonkff HENRicaEsf plateh alss hier za sonderlicbs 
Erbittenen und adhibirten gezeugen. 

code/n dalo babe micb nebedst Endtés 
gemelten gezeagen nacher Ramels za 
AIDT7B HBNRicHS in aigner behausing ver* 
faeget, welcber ad 81 jabren alt mitt 
gaeter Ternanfft deponirt ahz folget 
Sagendt Er webre in Sagterland gebobren und auff- 
' ^rzoegen and all^ zeit darein gewobnet , bette aiso 
von seiner frawen Elteren saliger mitt nabmen rem* 
MERREN HAiJE2(s so abn die 80 jabren alt gewessen 
Gepchcit Ahlrichs so 9S jabren alt gewessn offt und 
vielmabl geboert^ dass sie wie sie annocb thun 
4; tunne boUer abn ihro bocbfnrstlrcben gna* 
den nebenst ibrer schatzang jahrlicbs Endtriebtea 
muescn , dabgegen webren sie pfaebt and aHer dien- 
sten freij, betten aucb von proestirung einiger diensten 
nicbts gewast zu sagen, betten sicb aucb der freij- 
beit zu jagen und scbiesen aucb fiseben rubrg bedie- 
net, wie sie dan aucb zeit seines lebens nocb getbaen 
und bette man Tor obngeftr 20 jabren nocb Ton 
keincn diensten , briefftragen , wagen- oder scbtfffabr 
flfiit steincn pfannen oder roggen nnd solcbeir wurd*. 



Digitized by 



Google 



Sm 



licher prsstiiting , Ton keiDem Eisen fagcinen odei^ 
pfael liwerüng , TOn arbeitnng ndcli der laDdtfolge^ 
im S^agterlandt tn sagen gewust and ivebre ihnen 
ancb nicht zu gemnhtet, ausser wass ntihn in weinig 
jabren gescbeben, zeigete dahbeij abn Ton seinen 
frawen etteren talüggeboret zn haben, dass Einsmabls 
der Hernn Drost zn Cloppenburg dabselbst im Sagter- 
landt auff der jagt divertirt gewessen , nnd des Voigtes 
nachbahren nmb ein pferdt zür jagt zu lehnen be- 
gebren laesen , welcber darauff selbigen Erpotlen , Er 
wolte ibme docb wpll ein pferdt zur jagt lebnen, Ër 
be$orgete aber immittels dass dar auss ein dienst oder 
scbnldigkeit Endtsteben mogle warauff der Hernn Drost 
geriplicirt bette; »wan du dicb dessen besorgcst so 
'w'iW icb lieber zu faess geben' so Er dabmabls ancb 
getbaen bette; ünd wan sie nacber Cloppenburg 
niitt ibren geWebr erfordret worden , betten sie dab* 
selbst nar einen tagb and keinen nacbt ibren dienst 
Terseben^ dabrgegen* webre ibnen Essen und trincken 
aucb kraot and loet hergegeben worden nnnd in debm 
Er dieserbalb niebt weiter zu deponiren wuste^ erpot 
Er sicb aaff Erforderen diese seine aassage mitt seinend 
aide zu Terificiren mediante siipuladone ^ so gescbeben 
obne gefebrde in déss deponcntis bebausing beijseins 
TOHiN BXNRiGHEif DERKEn Custem dabselbst and fri£De« 
RiCQEiv JANSEN alsz bierz^ Erbittenen gezongen. 

Diesem negst deutje eulebdes zu Vthende 
« in gegenwabrt jungst vor erwebnten 

gezeugen deposait alsz folget 

Sagte Er webre abn die go jabrc alt, und wuste 
Ton keinen Herren dienst im Saglerlandt. zu sagen, 



Digitized by 



Google 



i%% 



M .betten Dimmer^ e^oeo vag^n oder brlefWeDst 
j^ethaea , uod thuo a:^ch solchQ dienste nicht sooderen 
webren jebderxeit vor anderen lauersleuten befreijet 
gewessen dahgegen . o^uest^n sie 4» ^^^^ btjitter ^ ahn 
ibr^ hocbfurstlichen gnaden geben, wass sie ^ber 
nabn in weinig jabr^n abn Eij<en, Stein und pfannen 
fahren Hwerun^ d^r fascinen und pfaelen abns ampt* 
bausz Ctoppenburg unnii i^onstea thun moesen, darxu 
irefar^n sie durcb warckllcbe ExecfitiOnes jebdesmahl 
gezwungen worden sonsten hitten sie Sagterjauder 
solches nimmer g^tbaen» and webren ibnen ancb 
Torhinn nicbt abng/emahtet worflen. Wo nitt Er seioea 
aassage bescbiossen und seiblgen auff Erforderen 
mitt seinen JeibJicben aide zn verificiren .i^ediante 
ad manus mei Notq,rü facta süpulationc yerspro* 
cben ' obne gefebrde 

Ferners am 3^^ depembris selbjgen i6gg jabres 
hatt AHLBicH REMMERS auss HoUen mir Nolano vorge- 
pracht iOHiNSE9 xe^£r Gasteren zu ScharreU und 
VERMAN soRGHiN dabselbst mitjt Ersucben diesel he yor* 
binn inserirter r^quisition zu foige aucb zu Erfrae- 
gen und dessen andtwort der vorigen binn zu za 
setzen ^ 

WaraaiT ' diesellte aqff beacbebener er 

forscbang: gea^twortet also folget and 

zwam erstlicb johaKv menen 

Weicber aussgesagt dass er 60 jabren alt, and 

waste nicbt dass die Saglerlander za einiger dienst- 

leistang jebmabls aaffgeboltet weiniger dass sie solcba 

praestirt unnd wie er jebderzeit geboerl webren sie 

selbigen za prsestiren nicbt sobaldig, die Sagterlander 

muesten jabrlicbs ibren gnSdegen landtsfurslen and 



Digitized by 



Google 



z^ 



beriin4«^*** batter geben daligegen weliren siedieast 
UDcl pfaohtfreij, wehren anchxeit seiDés ahndenckens tou 
alle ap Extra- alss ordinari diensten befreijet nnd vor 
aoderea haassleaten Eximirt gewessen : aber beij ihro 
gnadea Herrn Drasteti Toif geoktbauss lebseiten wehre 
au er$t mit ibnep dabvrieder gehandelt worden wie 
selbiger berrn Drost ihnengedrawet, in debm Er 
defanen Scbarreleren abngemubtet ibnen,^ znm EUer» 
^roecj^ eine Yiebetri£Ft ina sobwartzie moer zn rergon*. 
nen und ein za willigen, uod aie Sagter: (weiln sie sol- ' 
cbea Duoer niobt endtbebren iobnnen): ibme solcbe 
drifft Terweigertt, bette woUgémeUe Hernn Drost sa- 
liger debnen za ibme abgesebiitten Sagterlandern ^ 
alsz z. AUTBT^ BÈRBBCDTS und seinen miltgezeugen herman 
BORGMAN in seiner gegenwabrt mit m eb reren zu ge* 
sprocben , » wollet iho solcbea mir nicbt verstatten sq 
sollet ihr nach diesem gleicb anderen banssleuten mitt 
nacber Vechta za Eisen gebn /' wie aacb nach der 
zeit ibnen Sagterlandern dass Eisen und andere feroere 
dienste za praestiren abnbefoblen und darzu ge« 
zwnngen werden ^ welclies er dej^onens also wabr za 
sein offentUcb bekandt^ und nacb verlangen mit sei- 
nem aide bestareken konte und wolte, in krafft der 
bier zu meines Ifotarii handen getbaener bandtastang 
. Welcbem nach herman borgman ancb süpulato vor 
mir Sfoiario und Endtes gemelten glaubwnrdigen 
Herren gezeugen bekandt, dass Er abn die 60 jahren 
alt und wie sie gegen bergebang 4> tanne butter so 
sie jabrlicbs praestiren muesen "jebder zeit ron pfacfaten 
und aller diensten so ordinari als entr^ ordinari be^ 
scbwebren, die scbatzung aussgenobmnien , befreijet 
geplieben, zeitbero aber dass sleden abgelebtcn Herr 



Digitized by 



Google 



M 



Drosten dia vielietrifft xam Elkrbroeck int schwartte 
moer Dicht Einwüligeii wollen , and er bermaii borg* 
Ukff selbsten mitt ahn selbigen derhalben abgeschicket 
gewessen bette woUgemelte Hernn Drost ihnen mttt 
den Vechtischen Eisen gedrewet und wehren sie 
Sagterlander nach der zeit zu praestlrnng allerhandt 
dienstbahrkeiien und Vechliscben Eisen mitt aaffge* 
botten nnd darzu Executtre gehalten worden; vor- 
hinn betten die Sagterlander nicht ven ^enstleistnn* 
gen z(i sagen gewust, wie Er dan nsitt seinem leib' 
lichen aide darthuen kon te und anf¥ Erforderen sich 
bieraitt siipulato offerirte. So geschehen zu Friesoljih 
in meines Notarii behausung ohne gefehrde und arge* 
list in ahnwessenheit des wollEhrwurdigen Herren 
LUBERTi MEMERiNGS Vicariuift hiesclbst and meisteren 
JOST KARHST also hicrzti Erbettenen und adhibirten 
glaubw^urdigen Herren gezeugen. Uhrkandt meines 
Notarii aigenhaqdiger unterscbrifft^. und be^j ge- 
truckten gewohnlicben Not^riat zeichens. Anno mtnsc 
ei die ut supra, 

Itu fidem prcemissoruni Ego egbertos 
behrici Notarius publicus ei ImmatAcU" 
latus ad hunc acium debüe reifuisiius 
scripsi et Consueio NdaricHus mei signo 
Communivi* < 

BCBERT9S vHEIiRICI. 

Notanus XP. 
Loeus sigilli üoiariaUs m quo 
haee verl^a: •pinci paiien* 
tia durum. In marginif partt 
Muperiore suni liierae 
E, H. 



Digitized by 



Google 



2%S 



O. 1/ 



Schrijven van den Heer dutell, Bigter te Frysoühe 

aan de Heeren President en Raden der Hqfkamer te 

Munster f wegens den door hem bepaalden dag 

(8 Januari] 1707), waarop het verhoor van de 

Frysoither getuigen , in de zaak van der Sagel- 

terlanderen vrijheid van de landfolge^ te 

Frjrsoithe zoude plaats hebben* 

Hodiwurdige Iiocbwollgebohrne, hocfa Edele' 
unndt hochgelahrte gna(lig gepietende uond 
hochgeEhrte hernn 

DasE Tom einem bochwnrdïgen Tbanibliapittul aaf 
der Sagterlander wegen der von ibnen praetendirter 
landfolge eingewandter untertbiinïgen siipplic onnd 
yerlanglen zeugen Terbaers ipihr Ricbteren lu /rie^ 
^ soijle gnadig committirt worden dasz bellebf^n Ew. 
bocbwollgebobren gnaden und bocb Edele berren 
ausz den anscblusz mit mebrereo gnadig unnd groesz- 
gunslig za verleszen nacbdemablen nubn dabei j auch 
anbefoblen wórden dasz die abn seitben obgemelten 
Saijterlanderen übergebene positiones der bocbfurst- 
lichen lammer ad dandum si lubeat interroga/oria 
cum denuntiaiione temiini' sollen za gestellet werden 
SC babe icb Biebter obgemelt selbige za soicbem ende 
diesem anscblieszen unnd Ew. bocbwollgebobrn gnaden 
unnd bocbEdele berren anbeij geborsambscbuldlgst 
benacbricbtigen unnd andienen sollen dasz der aebter 
tag monatbs Januarij negst antreltenden jabresz za 
alsolcben verboer anbestimmet unnd determinirt feije 
worden weicbes dan abn seitben bocbgemelte Cammer 



Digitized by 



Google 



ZtS 



Terhoffenllich wird begnehmigt werden , gebén /nes- 
oijthn onterm gewohnlichen gericbts siegel aiind dess 
Notarü subscrlplion den i4 december 1706 

L. S« JOAN BENKICH SUMSANOS Noian'us 

^ andt gerlchtsscbreiber 

Ex commissione jucdcis friesoijlkensi$ 

Bnitenop stond: 

Copia 

Annen hochwardigen hochwoUgebohren 

berm berm Garamer praesideot depulirt 

onnd Rhaten der hoffkammer tu Munster 

roeinen gnadigen unndt hocbgeEhrten 

berrn etc. 

nnterlbanlge denantiation wegen adinslantiam 

deren Saijterlander crafft erbaltener gnadU 

ger Gommission abboerenden zeugen ad dan* 

dunt si luheat interrogatoria, 

Intimatuni den 20 
december 1706 
per me 
E. SHiDDiKCK, Nolar. immairic. 



kMCt 



Digitized by. 



.Google 



^?7 



O. 2. 



Woordelijk uittreksel uit eene acte van verhoor van 

eenige Frysoither getuigen , als johan von der horst , 

oud 'jiGjaaft joost kirhoffs, pok ^6 jaren oud, 

WINHOX.T WINHOLTS 78 en lOHAN SCHUDDEN Of^cr 

de 60 jaar oud. Dit onderstaand getuigenis is 

door genoemde personen afs^legd voor den 

Bigter rabIn v^ilhelm duvell teJFrysoithe , 

en betref t de vrijheid der Sa gelterlan-' 

ders van de landfolge* 

Yai» het jaar '17071 den 8 Januarij. 

Dit de sptcialia Interrogatoria. 

I Ob zeoge wisse wass ein priyilegiunt eigent* 
lich seijeP 

A Waste wolil dass £s eipe freijheijt wehre aber 
nicht aigcnllich zu definyeren. 

B Waste solches nicht üigentlich za definijeren. 
C en D Wissen es nicht, 
s Ob zeuge wiste wasS su beweissung deren pri« 
Tilegien &igéntlich erfordert werde? 

Alle vier — wissen es nicht. ^ 

4 Ob zeage nit veriheine das ein privdegium ói^ 
dinarie morte dantis exprimire? (expirire?) 

A Nescili 

R Vermeinte nicht, waste auoh nicht aaff s« 
gélehrte fragen za andtwordten. 

C Vermeinte nicht wahr. 

D Vermeinte dass die einmahlen gegebene frèij* 
beit immeir Coniinairte. 

5 Ob zeage lesen konnef 



Digitized by 



Google 



3i8 



A, B, C. Wahr. 

t) Wahr, konte wohl bacher, nicht aber schrif- 
ten lesen. 

6 Ob zeage der stadt friesoijthe pri^filegia gele- 
sen oder gesehen habe? 

A Wahr. 

B. bette sie wol Icsen gehoert 
C Wahr. 

D negaiivc» 

Si affirmat quaeratur. 

I Ob selbige in einen bnch oder anderen beij ein 
ander gemachten papier geschrieben gewehsen? 

A Sagte Trebren in za sahme gebandénen briefeUé 
B Sagte auff bei} sahme gebunden papier. 
G beij zu sahme gemachten papier. 
D Ccssat* 

II Ob darnnterSiegel oder original hande gewesen ? 
A, B Wahr, G Glauble wahr, D Cessat. 

III Von welchen solches geschrieben, Sigillirtoder 
nnlergeschrieben gewesen? 

A Wehren beij der geheimben Ganlzeleij Tcrsie- 
geit nndt geschrieben. 

B andersteu nicht alss Ton Jhro Hochforstllchtt 
gnaden. 

G Von einen zeitlichen landtsherren. 

D Cessat. 
y Ob zcuge Ton den prwilegiU der Stadt Fries» 
oijthe deponiren konne Wan davon nichts gesehen et 
specijicft modum quallterP 

A Negative. Ér bette aie aber gesehen daher Ef 
daTon depouiren konte? ^ 



Digitized by 



Google 



)i9 



B Ifegative, 

G. Negative. Er hette sie aber gesehen. 
: D Sagte nicht weiterss alss wasa Er gehoert foelte , 
dasa géhoer undt selbst aigene geabte actus verbi 
gratia venationis et piscaturae etc. pro modo qua^ 
liter spècificirendt, 

8 Ob zeage wiste wie die gleicheit dehren priifi'* 
tegiotmm probirt undt erwiessen werden mnsseP 

A Wuste aigentiich nicbt, weillen Er kein ge- 
lehter wehre. 

B— D Nesciunt. 

9 Ob zeage vermeine dats ein lirspel dnrch nicht 
geschehene auffbottuiig also forth eia prwilegium 
davoni dass dazu nicht schuldig uberkoh mme? 

A Daraoff woste sich nicht za resolviren. 
B Wuste nicht, 
C Nescit. 

D Yermeinte nicht wahr, wan solchess rerschó* 
nangsweisse oder einige wenigmahlen geschahe. 

10 Ob zeage wisse woh dass Saijterlandt gelegen F 
A— D Wahr. 

ir Ob solches nicht am endt diesses hck;bstiftts 
Munster andt fernor vorn Ambthaosse gelegen? 

A Sagte yier meile yom ambthausse entlegen 
za sein. 

• B Sagte wahr, wehre wol yier meile weges Tom 
Ambthaasse entlegen. 
C, D Wahr. 

'12 Ob ,so)ohe8 nicht mitt graeben andt morassen 
^e^gpstalt ^fnVAWageU andt durchgegraben dass schewr- 
lich dabin zu kohmmen? 



Digitized by 



Google 



330 



A Wahr wats pferde andt wagen Mibelaaget, 
EU fuesse lLODte*xnan aber wol darch kommen. 

B Es lege im morass dahero wol zu fuess nicht 
«ber mit pferde andt wagen man dahin 4ohmmea 
lente. 

G Wahr, so^iel pferde andt wagen beiangete. 

D Wahn 
x3 Ob leuge wisse dass alle jahr aHe Kirspel in 
GoppeQburgi&ehem zur landtEolge verbottetf 

A Wuste nicht. 

B— D Nescüinl. 
i4 Ob seuge nicht vlelmebr gestehen mnesse « 
dass fur zwantzig nndt dreitzig jahren fur undt nach 
einige jahren yerbeijgangen dass die landlfolg^ der 
(5rter nit verbrauchet worden? 

A Hette von leiner landlfolge ehender gehoert 
oder gewist aiss von zeithen Lochsahligen andenckens 
Bischoffen ferdinandi Ton Paderöorn andt Munster 
itï coetero waste nich| za deponiren. 

B KescU. 

C Wahr. 

D Waste nicht. 
t8 Ob zenge nicht wahr glanbe dass einen Lands^ 
herren freijstehe einen sehnldigen aaffznbotlen oder 
Uk hanss bleiben zo laessen? 

A — D Glaabten wahr. 
%! Ob zengen nit «bckandt dass die landfolge ein 
general seij wozn alle scbatzbahre nnterthaenen aof» 
em lande schaldfg undt gehalten? 

A Waste sich nicht zu resolWrtn wéillen sich 
ni&nnif;er aaeh ^nrch die possession sa sehats^i 
pflegete? 



cht; 



Digitized by 



Google 



»1 



B» G, Ne8«innl, D wisse sicb DicMzaraolfireM. 
sa Ob nit diejeoige welche sich davon eximirea 
wollen solches durch eln sfeclale privUegium sa thuen. 
schuldig ? 

A Wehr^ seinein ferstanc^e ca hoch andt waste 
da?on nicht sa depooben.* 

B Nescif. 

C Nesat. nndt w^hre il^me sa boch« 

D Waste sich nicht sa r^solvirfsn. 
a3 Oh seagèn Terreinen da$s wan ein Landtsher 
auss gaetheit oder dass der landtsherr der landfolg^ 
nicht nothig habe selbe nit auffbotten laesset solcher 
actus omissionis alsso forth fur dnen privil^gio aiass* 
gedeutet werden konne? 

^ Wehre sein Tcrstandt sn bodt. 

B Verqaeinte nicht. 

C Glaabte nicht wabr. 

D Vermeinte nicht nach seinen wentgeo ▼er» 
stande. 

214 Ob zeugen nit wissig dass die Saijterlander 
far diessem sar wolffsjagt au£(gebottet andt dabei} 
erachienea s^ijn? 

A Diéselbe wehren zweijmablen andt swaren 
derge^alt aaffgebotlet gewehsen dass sie gleich aocb 
die stadt Fnesoijihe dahmahiss gethaen nuhr einige 
w^nige mtinschafften ad funfTzebn oder hochstens swant* 
sig dahim gesandt halten ? 

B, C. Wahr, P waste nicht. 
^5 Ob seagen nicht gestehen ttiuessen dass wan 
einer sich voor pner aniversal gewobnheit dess lao* 
def e^imirep wplle solches durch beweissaog einer 
spepial exemption geschehen maesse' 



Digitized by 



Google 



S5i 



A Glaubl^e wahr. 

B Waste sich darauff nicht zxx resohiren; 

O Ifescit, 

D Vermeinle wahr. 

26 Ob die zengen wissen dass die Saijtérlander 
mehr privilegiën haben als die andere auffm lande 
wohnende schatzbare nnterthaenen Jesstifftes Munster? 

A, B, C, Wabr, D helle ess wol gehoert. 

27 Ob zengen nit gestehen niaessen dass per unum 
actiim intermedium dass ' jus et possessio des landts* 
herren Gonservirt werde? 

A Wnste sïch nicht za resoWiren weillen ihme 
selbiges zn boch wehre. 

B Wusle sich daraa£f nicht za resolviren. 

G Wehre ihme zu gelehrt za beandtwbrdten. 

D. I^ach teullicher ansslagnng diesses inlerroga* 
torii hatt zeuge selbiges; undt dass in solchem fall 
dass recht eines ^ landtsherren ohngekrancket biiebe 
seiner meinung gestanden. 

28 Absóbderlich dab dass jus der folge za dem 
regali einéss landtsherren mit gehoerig nndt also abs* 
que lituio possessionis nicht praescribirt werden kano. 

Caetera suppleat dexteritas Vominl exa^ 
nnnantis. 

A Daraaff wuste Er deponens sich nicht zu re- 
solviren weillen Ihme solbigess zu hoch wehre. 

6 Konte sich darauff nicht resol?iren weillen 
Er keine rechlssgelehrter wehre. 

G Wehre ihme zu gelehrt zu bèandlwordten. 

D Nach deutlichér ausslagung diesses interro- 
gatorii had zeuge diess fragatucke ' nndt dass in soi^ 



Digitized by 



Google 



333 



chenfall dass recht eiaess zeitliehen laudtsherren olin- 
gekrancket bliebe seiner meinung iiach gleichralls 
gestanden ut ad septimum, 

Interrogatoria over de positiones SagcUanorum, 

2 Wahr dass sie der endtes wohe sie wobnen aUa 
EU friesr-Oijlhe andt im Saijterlandt viele jahren undt 
TOB jjugeat aafF umbgaogen. 
A— D Wahr. 

5 Wahr dass ihnen seagen die pri^degia . xm^i 
freijbeithen der sididi/riesoijthe wolb bekandt? ,^ 

. A— D Wahr. 

6 Wabr dass> unter anderen die stadt Jricsoijihe 
in specie von andencklic hen |ahren..Ton der landU 
Cplge, execnpt gehalten, undt noch de facto exenipt 
gehalten ivcrde? 

. A-n Wahr. 

7 Wahr andt zeugen bewast dass sie gehoert nndt 
selbst erlebest dass die Saijterlander der stadt JFV/e- 
spijj^e. gleiche ; freijheiien privilegiën .andt gerechtig* 
beiten von mehr dan / menschen gedéncken bero 
genossen andt annoch gebraachen undt geniessen 
tbuen^ 

A Nicht wahr.. , ;/ 

B Waste nicht. 

G Waste nicht; ess betten» aber die Saij^r^ 
lander sicb steetes ansie gehalten. 

D Hette es wohl gebqert ob aber solcbess wabr . 
wehre waste Er nicht., 

t & Imniaesen . wahr andt zengen bewast das3 die 
Saijterlander zwolfF manner baben sa ^ie auss roittel 
der geKneinheit^erwehlep.,flveIcbe fdss bargei;fa^3ter 



Digitized by 



Google 



iU 



énÉ alless achtang baben die scfaatsüug do gAbt aaii^ 
jofalageo, einnebmmeiii andt überlieferen? - 
A— D Wahr. 

9 Wabr undt zengen bewnst dass die Saijlerlander 
mit der stadt J'riesoijthe gleiche privilegia nndt freij- 
beit in specie wegen der landtfolgè haben ^ 

A, B» NesciurU, 

C Ins besondere waste Er Von kèinen priviTe* 
gien andt freijheiten zu sagen sïe betten sicli aber 
^ immer aA die iXdidi friésoijthe gehalten» 
D ïfescit. 

10 Gestalt wahr undt zeugen beifn^, ddss win 
anch desa gantzen ambfós Eingesessené baüren undt 
bansdleuthe zür landtfdlge attifgeböltet ündt gebratè*' 
cbet, die Sagterlaitdei* gleich fHe^oijihè dairon be<* 
freijet gehalten worden^ 

A Nescit. hette aber niemahïen gehoeft dasi 
lie dabasn auSgebottet worden. 

B HesciL 

G Waste yon keine besondere béfreijuiig wól 
itber , dass die Saijterlandère *{. wan siè (Vièsoijthèr 
nicht gangen*), zu Hausse gtsbllebén* 

D Wuste Ton keiner besonderen befrèi)ai^ 
auch Ton keiner auffbottung, wëhren aber ^ines 
wissens nimmer dah gewesen. 

tl Wahr dass Wkn anch endere dess athbtss i>aa- 
r^n andi scbatzbahire leulhe zmr landtfolgè and fK 
specie zu anssreinignng deren grSfften, aülFgrabung 
einiger deichen undt dammen oder sóiistéb^ wi^ ti 
auch nabmett habeü iü^g dttfigebofttet undt gèbraacitbt 
worden; dié SdgteWahdèr allètett ton nndènicklicben 
jaliretf dnVon U^irt tl»^< h^t'^t ^èhiift)stf #bi^eli, 



Digitized by 



Google 



355 

A Wuflfe Tott keiner ftuffbottung sn sagen. 

B Wn^te Ton keiner aoffboUang auch Ton keiner 
bijtonderen befretjcrng. 

G Wnste TOn keiner exemption , wuste aach 
nicht das» die Saijterl andere jehmdhlss erschienen 
wehren* 

*D Waste ton keiner exempfion doch aach uiclit, 
das8 die Saijterlander aaffgebottet andt erschlenen. 
i^ Wahr andt seagen bewust ^ dass die Sagter- 
kinder niemahlen sa sobber arbeit erscbienen undt 
gebraacbet worden andt swaren ton undencklicbea 
jahren her? 

A Wakr seines wissens. 

B Wahr. 

G Hette niemahlen gehoert dass sie erschienen y 
waste auoh nich yon einige aaffbottung su sagen. 

D Seines wissens wahr. 
i3 Wahr undt seugcn bewast , dass der abgelebter 
hérr Drost vok grotsauss ein kleines gütgen nachst 
Sagterlandt habe dass EUerhroick genandt? 

A~D Wahr. 
14 Wahr andt zeugen bewast, dass weijlandt der 
Hem Brost dahselbst om EUerbrokk viele grabenandt. 
daaime macheh laessen^ 

A— D Wahr. 
i5 Wahr dass selbige berr Drost die landtfolge 
dets ganaem ambtss Chppénbêtrg dahia aaffbotitn^ 
laeasen géhi^t undt gebrauchet^ 

A Wahr, 

B Heiten leathe gnüg dabei j gearbeitet ob fi«- 
aber daria aaffgebottet worden waste er nicht. 

G| D» NeichmL 



Digitized by 



Google 



356 



i6 Wahr aber undt zengen hewusl, dasssoirenig 
die friesoijther aiss die Sagterlander darzn auffge- 
bottet undt erschienen oder arbeiten gebolffen? 

A Es wehren dobmalss die friesoijther bittweisse 
ersucbet eioige maDScba£ften su bulfe za schicken, 
dah dan anch einige hingesandt ; die wol tractirt 
worden, ob aber ancb die Saijterlandere aldah ge- 
wesen wnste er nicht. 

B AuiFgestaenes ansucben selbigen berren Drosten 
TON GROTHAuss batten bittweisse die friesoijther da za 
gebolffen, Ton denen Saijterlaodern wasteer nicbt. 

C Die friesoijther wehren bittweisse dah geweb- 
sen undt mit essen undt drinken wol tractirt worden, 
Ton denen Saijterlandern konte er nicht sagen. 

D Die friesoijlher wehren bittweisse selbigen 
herren Drosten zu hulffe kobmmen. 

17 Wahr undt zeugen bewust, dass so gahr der 
berr 'Droste voN grothauss die Sagterlander. guetlich 
ersuchen laessen, sie mögten ihme auss nachbahr* 
0cha£ft undt auss frei jen, willen da zu belffen? 

A Waste nicht rcferendo se ad praedeposUa. 
B— D Nesciunt. 

18 Wahr dannoch die Saijterlander auss . forcht 
dass ihnen ein nachtfaeil darauss* erwacbsen mögt« 
ein sbiches nicht thuen wollen ancb nicht gethaen f 

A— D Nesciunt. 

19 Wahr undt zeugen bewust, dass die Sagterlan-' 
der yon undenchlichen jabren berozur landtfolge wie 
sie auch n^ibmen batt undt zu wass ende sie aueb 
gebrauchet 4indt veri^endet niemahlen • aafifgebottet 
oder gefolget? 

A Hette yon keiner au£Fgeboltung geboert. 



Digitized by 



Google 



53t 



B Wuste TOD keiner aaffbottung za sagen. 
G Konte er nicht sKgen ob sie ati£Egebottet| ob 
tie gefolget -wuste aach nicht. - 

D lletté niemahlss tod einer aafifbottong gehoert. 

20 Immaessen auch wahr dats wie zur zeith frie- 
DRicB CHRisTiAN hocLsahligen anclenkens im Sagter- 
lande durch anordnnng weijlandte^ johan hbAmans 
des oberjageren hinter des Pastores lande eine groesse 
quantitat torff gegraben andt des gantzen ambtss CIop- 
penburg landtfolge darzaverbrauchet, die Saglerlander 
so doch umbher wohnen so wenig auffgiiboUet , s^lsf 
dazu einen schuppenstich gethaen oder gehoiffen? 

A Wuste TOD keiner adffbottung^ bette., aber 
wol gehoert dass sie ess picht. gethaen uudt nicb( 
thnen wollen. , • . 

' B Wehren seines -wissens 4aza nicht anffgebottet , 
glaubte aqch nicht daas sie dazu geholffen hett6o« — ^ 

C, D, r^escinnt. 

21 Wahr undt zeugen bewust, dass zur aseith 
Ihro hochfurstlich'er gnaden güristoph- dernarpteit 
Terschledenen luahlen die wulffe jagt auff detn boem* > 
weg gehalten undt selhst mit beij gewohnet^ . 

' A Wahr, zn zweijmahlen. 

B Wehren "wol wolfTe jagten gehalten ob Ihro 
bochfur^tliche gDadietp selbst dabei j ge wesen waste 
er nicht. 

C, D, Wahr. 
.22 Wahr dass das ambt darcb die baaren man. 
für man darzu aufFgebottet und erscheinen mnessen? 

A Wahr. 

B Es -wehre das ambt dazu aaffgebottet, ob 
aber alle manschaffteD erschienen daton waste er nicht. 



Digitized by 



Google 



33» 



C Wahr. 

P Es webre class ambi dartti ttti^ébóttet , ob 
aie aber alle dab gewebsen troste et nicht. 
. a3 Wahr da^s berg(*gen auss respect dess anwe- 
lendéD landtéherren iindt nicht attss scbaldigleil so- 
wobl die friesoijthét alss die Sagterlander ehiige man- 
«cbaften ifur nndt awaren lo, l5, ao, odcr 3o man 
dahin geschicket^ 

A Sagte, die stadt Jriès^ijthê bette zeben Man 
die Saijterlander fuDÜcehcft oder hèehieos swantsig 
man dahingesandf. 

B Wahr. 

C Wahr, quónA tnefhhrum {nAmérum?) Unta 
aber sicb nigentlicb niebt erkiehren. 

D Wahr. 
^ tJadt zwatên derge^talt -wie irabt éns wan die 
frtes^jther nicht dahin gegen wollen sle Sagterlander 
BÜch sa haass geplieben oder wieden nach bauss 
gèkehret? 

k Hette 'solcbea wol taffen gf^bd^^t afmaten witötd 
er nicht. 

B— D Wahr. 
35 Immaessen dan ivrabr daas einttMablen die 
friesoijther sur wot-ffe- ^gt nitfhl geben wollen die 
Sagterlander fitteh eorttck gekebiret in des nritsengeii 
meister joesten karhoffs banss sitsen gangen ihlr 
gewehr nledergestellet» eine tonne bleres verdrunckea 
ibr gewebr ' loesgebrandt ^nét «o naeber hans ^* 
gangen P 

A Wehren wieder znrück gekebret^ ob aie^abef 
gétmnokéh bndt i¥as aie ^eUiieni^a^ia er itWbt. 
S Wabrw 



Digitized by 



Google 



iH 



G, Vf Veschmt 
^ W«iiir vinét sengèfi bewosti Jêsi aatser obaii- 
gefurther -wolffejagt so CHitiSTOPQ iieknaiidt hbclisSh» 
ligen andcDckens aetbst gel^alten titi4t beijgewóhnèt 
von anderen 'wolJSejagten die Saijterlander iiumer 
berreijft plteben nrtdt gehalten urorden? 

A Wahr^ ireillen er nicht waste, daas 8ie-an« 
denten wob daiu gekohmmen wehren* 

B> Sie Wehren so wditii gangen SLÏm die atadt 
/ticioijthe undt obne dies^e sieh nirgenU einfinden 
vollen. ' 

G Nescit wan aber sie friesoijiher nlcbt mitgan* 
gen wehren sie anch zu hausse geplieben. 

D Hette sonst von keiner anffbottung jebmahlsa 
gehoert. 

27 Wahr dass ubralterss bero in dcrgleïcben pri- 
Tilegien ala landtfdlgen andt wolffpjagdten die Sag* 
terlaödere denen friesoijiberen gleicb gescbalset nudt 
gehalten worden^ 

A Sagte, bette solches Ton denen Saijterlanderen 
wol sagen gehoert weiterss wuste er nicht, 

B Davon kontQ er nicht sagen, 

€ 0b ein ^éitlicber landtshèrr die Safflerl^êre 
jtenell friesoijtbéren gleich gestthaliset "vrtt^te ër tticbt 
trol aber daès die Saijtert^ndkrè aicb an die stad^ 
Xt^^soifiht gehahen nndt obne diessen nirgefcits bingo* 
hen wolttil. 

D Er ïielte ess «Iio wol s^en gebbiert tott' Ik* 
gèiifliébèr der saeben %*farhéït wuste er nitht. 
' 18 Wabr undt xeugén bewast ob sonst von ibrei» 
èttèfen woll gehoert dass die Saijtfefrltttidere za ander* 
itir lieftie dfedélcB ntldt ito%ea terpflicfatm afe» hA\ 



Digitized by 



Google 



H^ 



nother ford erenden kriegt lanfend^fi gefehrlichcn tei- 
tken dass.ambihaa» sur Gloppenborg siit gewehr 
BQ bestércken undt zu bewacheo^ 
A Wahr bette ess wol geboert» 
B üette es< 8em lebthage nicht géhoer£« 
G Hette ess wol sagen gehoert, sonaten wehre 
ihn darab nicht bewust. 

D Er hette die Saijterlandere nachldem ambt- 
hausse nmb solches za bewachen undt za bewahren 
wol hingehen geseben ob sie aber nehen.diess nOoh 
andere diensten schuldig webren wuste er nichjt* 



Besluie van den Bisschop van Munster christopf ber* 

KARDT, waarbij aah zijne ambtenaren te Cloppenburg 

bevolen wordt , om de Sagelterlanders voldoende 

bewijzen van hunne vrijheden af te vorderen. 

Ghristoff Bernardt etc. 

' IJns llebe getreüen. Ausz den anlagen hfibt ibr ge- 
borsambst za vernebmen, wasz die Ëingesessene def 
Sagterlandts, wegen . handthabüng ihrer angezogen^n 
priviiegien unndt gereclitigkeiten unterthanigst, ge* 
sucbt unndt gebetten; wellen nun beij deden vonjenen 
zQgleIch übergebenen aufifgesetzten articulen-,,zu elner 
obrigkeitlich bestattigten lantrechtsbuch,:, nyn auQh 
im jahr iSya unndt i5g2 aufigerichteten recessen 
unndt abscheiden (nienlion?) geschaht, uniidi son^en 
in /acto wiE^iters ^ieil angezogen, 80 w:oU-iii..^lnem 



Digitized by 



Google 



34 1 



aUs anderen^ aber nichts beigelagt annd bewahrt 
wirt, alsï kabet ihr yon besagten Saglcnlander ihrca 
nacbrichlungen , so dieselbe uregcn pralendirtcn pri- 
vilegiën ond gerechtigkeiten haben mogen , in probanü 
forma abznforderen «u gleicb auch Euch ober ihr 
angeben, bestendig weiters ia infornviren, mul ons 
jtoit £weren guetacbten forderligst alles gehorsanibst 
Ba überschicken , and wir verpleib^n Each mit gnadcn 
wolgewo^en. Geben in unser «ladt Coesjdt den i5 
januar 1659. 

Onderaan stond: 

Ahn 
herren ^eamblcn xur Cieppenburg 
abgeben. 



Bevel van den Bisschop van Munster rEHDiNAND aan 

de ambtenaren te Cloppenburg^ om de gegrondheid 

van der Sagelterlanderen be^vering^ dal ztj vrij 

zijn van het brief dragen^ beter te .onderzoeken. 

Ferdinakd etc. 

Unsz liebe gctrewe wir haben Ewren jan'gslbin we- 
gen der eingesessenen des Saterlandts des briffftra- 
gungs halber ahn unsz geiangten gehorsambsten bericht 
Empfangen , nachdematen wir aber daraasz nicht 
ersehn waramb und auff -viiasz fundament oder ursach 
gemelte Saterlauder sich in uberspringung der brieiTen 



Digitized by 



Google 



iu 



«lid ansdiiAiDg, dt itt n^btf ei^ bo^t^i^t^ wf^ig^r^c^ 
beseagen Eodi aber dtS5 aUö l^rprii^^ hïfriynf ^ 
bekant setn oder beszer erkijodigei. werdjsn iniusi 
•Isz habt ibr deme nach wa farscben, be?j dem al^f^q 
berkokmnieQ zu ballen sogleicb d^VQfi f^iK bi^ricbt^ 
Qand akzdan fernere goad. Terordmiog za EnYarUeq, 
pUiben Ëuch damit in gaaden geivogen. Geben MwuftifT 
den 8 anguatua 1687. 

Onderaan stond: 
Ahn die beaml^te zu Cloppenburg 

abgangen. ^ 



B. 

Besluit van den Dom-Veken Senior en CapilteUtfeeren 

te Munster^ bij vacature van den bisschoppelijken 

Mtoelf waarbij de Sagelterlanders bij voorraad 

van de land/olge ^fiforden vrijgesUld. 

Copia» 

Wir thnmbdecbant seoÏQr i^d4 sambtlipbe Capitolarn 
der hobeh Cathcdral kirchen zu Munster alsz bei j nocb 
furvirchrender erledigang des bischofflicher. stuebli 
regierciider berren z fuegeti biemil zu wiasen, nacb- 
dem wIr an<z denen zwischen dte bocbfurstlicbe bia« 
alge boffcammer nnd denen so geliandten Sagterian* 
dern der Jëhrlicber landfolge balber gescbloiene hao« 
delungcn nnsz die nnierthanige relatiod abstatteii 
laessen, 



Digitized by 



Google 



^49 



So ist nnser gnfidiger befelcb hieipit dass gedachto 
Sagterlander fur erst and biss anderwarttige verordt"» 
nung citra ca&um necessitatis voq der or dinar ie Jahr^ 
licher landtfolge befrcijet seïjen und Terbleihen nnd 
ohne eines zéitlicber landts herren oder unseren be- 
tonderen befeich and yerordtnong Ton niemandten 
hiewieder beij arbitrarie strafF gekranckt oder brein* 
diacLliget werden, die biss hiehin verubte und vor- 
genobmmene executiones Ihnen Sagterlandern aach ia 
keinen nachtheilig sein sollen. Urkundtlicfa irorge* 
trackten Insiegels nnd gewönlicben Secretarij anter« 
scbrifft: geben aiiss unser capituiar Tersambloog iii 
Munster abm ao»t<^n martij des 1^07 Jabres. 

' J. W. BispiNO Secret 

Pro copia cum originali concordanie 
uripsi^ subscripsi ac subsignat^i JOAV* 
mss BEBVAimcs GRODTBAua uois pu^ 
Hic» €t Immairiculatus deiiiere^siüMêé 



Digitized by 



Google 



344 



S. 



Verzoekschrift der SageUerlanders aan den Bisschop 
van Munster y om verder bij het genot yan- hunne vrij^ 
heid' van de landfolge gehandhaafd en voor de 
uitvoering van de hun gedane bedreigingen van 
de ambtenaren te Cloppenburg beschermd te 
worden» . 
Zonder jaartal, doch uit het eerste, 
der i8 eeuw. 

Bochwürdigst-hochgehohrner ftinsl 

Gnadigster herr. 
E\r. : hochfiirstHchen faochgehohrnen gnaden müssea 
vir hetrangte dehro anterthanen nnd eingesessene dcst 
Saijteriandts unterthanigst geiiorsambst abn undt vor« 
tragen, wasz massen wir «eith wehren der Sedis 
tacantz fïïr einem hochwürdigen hochwollgebohrnen 
thutnbcapittai durch zeugen nndt in copia beijgeben- 
des atteslatum dehro Friesoijtischen^mehr dan viert tigh 
jahrigen richtern godtfridten duyell beschieneu , dasi 
^ir ubraltevs hero im besits der freijheit von derordl- 
nari landfolge bestanden Ein bocbw. thumbcapitlel unss 
beijgebendes manulenenlz befebl gn'adig recbtlich mitt- 
geth^lllet. Wan aberwir solcbeo Erbaltenen gnaJigen 
befehl gerad zu wieder, von upseren II. H. beampten 
wegen praestirung der landtfolge de facto uiit barter 
execütion bedröet worden, Ein söicbes aber onbillig 
iss, undt Ew. bochfiirst. gnaden gnadigste will undt 
meïnnung auch nicbt sein wirdt, dasz wir geringe 
leulhe wieder ubraltes berkommen beschweret wer* 
den, und unss einige newruog wiederrechtlich anff- 
gebürdet werden solle 



Digitized by 



Google 



345 



So ist «ho Ew. hochforstl. gnaden ansere antbers* 
Ihanigst-faessfallige bitte die gerahe goadigst onss ar- 
men betrangten unterthanen beij alsölcheo recbtlich 
bestriiieoMn hesiiz Ubertatis vonder landtfolgesuacbat* 
aen und* beij den manntenenU befehl ohnanderlich in 
gnaden Ica belassen; worahn anss betrangten Eine 
sobderliche fiirst^f atterliche gnad gescheht , diewelcbe' 
wir jeder seith wieder so rerdienen nicht onterlassen 
werden Ew. hochfürfttl. gnaden co kngfristenden 
hohen wollstandt nndt glücLiiche regierung dem aller-* 
hochsten Empfebleiide verharren 

Bw. hochfurstK hoohgebohr . . gnaden 

unterthan. gehorsambste 
unterthanen undt sümptliche einge- 
sessenen in SaijterlanUlt. 

Het epaehrtft Tan buiten was: 

Ahn 
' f hró biychlurstl. hochgeb. gnaden au Miimur und Pa- 
dcrborih nnseren gnadfgsten Landtsfarsten undt herren 
unterthait. fnessfallige bitt 
nnserer 
armen unterthanen undt eingesessenea 
in Saijterlandt amptss Cloppenburg. 



a3 



Digitized by 



Google 



U6 



Verslag van de Munslcrsche ho/kamer aan het Dam^ 

kapittel aldaar van de gegrondheid der vrijheid van 

de landfolge^ door de Sagelterlanders beweerd. 

Hoohwürdig I, bochwollgebohrne respee 

geebrte nnndt gnidige berm, Lerrn ## 

Aóff dan aha seithen desE Cloppeobargisihen ambU 
drotteo freijherro scmciESiffG abn einem bocfawardigen 
TbambcapittuU in puncto der Saterlandiscben landt- 
folge abgestattenen abo nnszaber mit dem befebl re- 
mlttirten berïcbt umb daruber unparteijiscbe relation 
abzustatten 6o findet sicb vorerst in denen CIoppen« 
burgiscben recbnungen foL 43 Iaat aniage sub a dasz 
die Eingesessene des Saterlandesz jabrlicbs abn bat« 
teren 43 tonne, damit sie dienst nnnd aller pfaebt 
befreijet sein, geben muessen^ ansz weJcbe^* pr/Rr/y[7<a 
dan die Satcrlander sustinlren wollen, dass dieselbe 
hoc intuitu ancb der landtfolge befreijet sein mc^szen : 

£sz ist sonsten aucb binge^en ausz dem beij biesiger 
Cammer registratnr befindtlichen nnnd biebeij gelagten 
rescripto ambtmannonim de anno < 1620 zu erseben 
dasz die Ooppenburgïscben beambten bericblen dasz 
die Salcrlander ïür diesem nnnd. zwarn ante annum 
1620 scbon die lancUfolge nicbt allein binnenyr/esot-' 
/%a sonderen, auch abm ambtbausze Cloppenburg iinnd 
Vechta verricbtet baben alszo dasz allen anseben 
n9ch nnter den nabmen der dienste die befreijnng 
von landtfolge nicht comprehendirt werde absonder* 
licb dab generaliter alle schatzbare persohnen dem 
lancltsberrn die landtfolge praestiren mneszen obschon 
init anderen dienst unnd pfachten nicht obligat sein* 



Digitized by 



Google 



Hl 



VéirfetgUch ètt .tutigeneraliiau oUigaêionit' il» Sa- 
teriaader ^peciaUter die Jiefreijung vou der laadtfolge 
dociren maesven^ irir habea dieses abo plata oosa 
abgfforderlen bericht aIszo diesstfreandtlich unnd 
respectiye gehoersambèt referireo annd demnecbsi 
dero gDidige Terotdoang darüber gewartigen wollen. 

Eir. hocbwnrden hocbwoÜgebohro unsereo aespecT 
geehrten unnd gmdigeD herm 

Dienstfreondtwillig oniid respect! re «iilertbaotg# 
gehorsambste 

Cammerprxsident depnrtirte Capituiarherr« 
onnd r'liie 

vidil 
C. B. Pettbübouff c/»c#0r. 
Sigoatam Munster am G aog^iü 
1706 

Baitenop atond; 

Copia. 

■ — ' - Abn^ 
EiH hocbwurdiges tbambeapiiiiiJI 
wa"^ Munster alsa $ede vacante 
regierenden berm herrn 
DieDStfreaDdtlicb unnd respe^* 
uiiterthififg«« geboersambster 
ï bes^lcbt 

oabiiientf 
ï der^boffeamnier 
Tragen èet SateriaAdiaehen landtfolge. 
f^^tnUUnm ei ' lèeiunl ^ in Capitulo g augusti f 706. 
C%mmtmicelurr4fiïiw^9ltr\hniwnvmk befiirderaambat 
ibren erbeblicben gegjmberiebl dtHibec üd Amüm, 



Digitized by 



Google 



348 



Capitulum eifiiiiechicken. lia resohuum in. CapinUo 
ui supra. 

J. M. KiFJLiikG : Secr. m. pr 

Cum adjuncto A. B iicni prion rescnpto. Deze wór- 
den vermist. ' 



Verzotkschrifi Jier Sagelterlanders aan hunnen lande» 

heér^ den Bisschop van Munster en Paderbotnf 

om vrijgesteld te mogen ^vorden van de betaling 

van eenen vreemden krijgsbetfelhebber en het me ' 

nlgvuldige exerceren^ met het besluit daarop 

geifaüen. 

Zonder jaartal , doch alt het begin der i8e eeow* 
Hochwardigst, hochgebohrner herr! 

Euer hochfurstliche jgnaden wfrd ttreifeU ohne toü 
dem was beij dero bphe apwessenbeit aufm^ Hutnmelinge 
an dieselbe wir am abstelling des fuhrers QQterlha-> 
Digst flehend belangen lassen annoch errinnerlich be- 
Torstehen. 

Aach za folg dero gosdigsten befelchar der Richter 
zn friesoijle bereits ab der wahren beschafiSsnheit 
pflichtro&szig berichtet haben, wie ^di$t Erstlich woXer 
XLïïs sichere so genannte Schnttemeisters b^tl^Uet seijn 
deren an der zabl secbs jahrlichs viermaJi dfMieo leuten 
das gew^r. visitiren .wan lej-bige nichl ia ^ocbtigen. 
siaüd beftmdieii' wipdnabfftf^afen and sdni ten am -mi*^ 
inentiick^'iii '^defl >waf«ii ^ennren. ; - ^ 



Digitized by 



Google 



349 



Xwei^ens dase wir jabriiclïs nm j^fiogsten ëbenaaf 
glèiciier mantei^vd^A Tdgel- al^scbiessen wie die stadt 
/>tésoi)7tfsodocbiiiilket6emfuhrer zu schaffen hat aacli 
' Df^ittens dasz unsere gemeinbeit zumalen ia sebiecb- 
teii* armen leuten bestébe welche wenig zeit beij haus 
sich aafbalten sondern mit höcbster miibe ;? and arbeit 
|a stondlicber lebénsgefahr dureb das.botben-fabren 
tag ^ and nacbt zu erwerbung des brodts and berren 
tebatzang vom haus in Ostfriesland in der arbeit 
séijn müszeQ» 

' Wann non gn&dtgster Fiirst and Herr! bieraas^ ibro 
hocbfurstlicbe gnaden bocbst vernunftig c^messen 
konnen gestalten die fernere salarirang eines fübrers 
am nns in den wafen za üben tbeils eine iautere 
obhhótb tbeifs aneb uns geringen armen leute bocbst 
bescbwerllcb * ja eifi oniis ^eij ddrcb welcbes wiir in 
kartzen (: in dem wir. allemal aaf des fübrers aniunft 
. warten nnd zu banse bleiben unsere arbeit Tersaomen 
widrigen falls, da$x wir dem f&co denuncirrt werden 
gewartigen; raüszen :) zar hocbsten armut and augen^ 
sebeinlicbes ohnmoglicbkeit ad prcsstandas contributie 
nes endlicb ' gebraebt werden. . Oorowegen zu* ibro 
boóbfttrstl^ gnaden weltbernbmte gemuisbilligkeit wir 
unsere untberlbanigsler léste zuversicbt begen gcstall' 
teu «dïeselbe als unser gn^digster laiidesvater unséren 
dero treusteti uoterlbanen geringen zustand ' so wol 
al» die wabre bewandnis der sacben mildést und fürst* 
. TSterliebi^Zttl berzen- nebmen' weier uns mftt éihén- 
unndtigen bescbwer obnscbuldig lietiSidéti werden.- 

Alsz gelanget bierdurch an ibtd bocbförstlV gnaden 
unser armen 8%imtlicbe Satc^landerên unterihanigst 
faszf^ltiges «flebeit» und bitten, sie gnadigst'gerahen 



Digitized by 



Google 



aSo 



nunmekro na$ Yoa der ^tierflassigeii. fernerea mic- 

unterhaltung des fübrerea ^etzers m-:gnaclen tube- 

freijen, anbeij führohin miid^^t sa terstaUeo, dass 

wir gleich die zu Frï^soïjte ohne einigen fubrer durcb 

unsere sechs Schut te meisterea in gueten geweer beo-^ 

bacbtet und exerciret werdeq inögf^* 

Solche hohe gnadea werden wir nebst den uoairigeB 

durcb ioDbrqnstïges gebet zo Gott sucbea z^ verdte*- 

oen al» in wessen ainiücbtigen scbotzsirm dieseibe su 

langfristender bocbfarstl, regierang und selbftwak- 

lenden hoben wobiwesen antertbantgst einscKVkijSsend 

iFerbarr«ii 

Eure bocbfurstl. gnaden unseres gna- 

digsten fnrsten and berm 
ttntertbanigst trea gehorsamste antertbaneo 
nnd sammtlicbe Eingesessenen yon Saijterland an^bt 
Cloppenburg. 

Oecretum crat. 
Nacbdemalen ibre bocbfurstl. gtiaden za BlunHe^ 
tind Paderbarn unser gnadigster berr die g^l^geabeil 
des orts find der eingesessenen tm, Saterland im gna*- 
digster consideration gezogen so bleib^ es zjirar dabei] , 
dasz die suppUcantes zvt salariirnng des fnbrers dai 
ibrige beijtragen sollen. HoeUgemeller ihro fürsUi* 
cber gnaden haben aber; wegen exercirnng dabin i» 
gnaden dispeoisirtt dasa bis zur andqrwarter ^▼erord^r 
nnng selbige nar l^weijmal in» jahr y^getfobmt»^ wef deft 
soUe warnacb sicb dann der fübrer aa ficbt^n lial. . 

Urkond bpebAirstL^bapaxeicbens nnd secretea stege !•: 
Menuet d«n 9^,9^??» ij^:^ .' 

/ Fjiitïx AaicoLDos . L. S< 

4^d sf*pplifdm ét9 Eing^ewientn dra SalerJandj 



Digitized by 



Google 



pro copia taahcn&ca su^scrib^ 

et iubsigmiifit antonius joft»» 

. 9ÜVS i.OfrTBst ^ ' Noiarius publicutl 

Het epschrift tan het req^aest vao baiten was; 

ai» 
ihre hochfarstl. gnaden pa Munster und Paderbom 
nnseres gnadigsten fursten and herten 
untherthanigst gehorsamst und 
fleheDÜiche hitte 

wegen 
der fïihrers hetzers • . , 

namens 
deren sammtUchen Eingesessenen 
des Saijterlandes ambt Cloppenburg, IC* 21 

prees, den 9^ i'jxt^^ 



Schrijven van de hofkamer te Munster aan den Jleere - 

Rentenieester molen, om de Sagelterbanders wegens 

hunne weigering van de iand/olge geene executie 

aan te doen» 

Eyrre bericht and yon wegen deren Sachterlanderen 
abgelasenes an^ and vorschreiben ist ton der Sach« 
terlander abgeordneten zn recht einkommen , wie wihr 
nohn den Sacfaterlander privilegiën and pfllchten hal* 
ber Terschiedene einrichtangen beij nnser hofcammer 
in archivio bewahret haben, and far beschehener bc^ 



Digitized by 



Google 



35a 



Mndigèr and gmndlicber informatioD nicbts gewissea 
•aff Ëuwer bericht retcribiren konnen aUs woUet ibr 
bifs dt^rbin tob ftrnere EsacUoo and ExecniioB 
ansleben* 

Signatum den 19, ^^ 1705. 

W. ScBULimiG / 

Aan btt hoofd detes stond : 
Copia. 

Vod Mregen die Sacbterlünder und darab praeUndi* 
rcnder landfolge an Uerro rentheaieiateren MOLiir 
bcicbebeneo anscbreibeoa 

Buiteoop atohd : 
Caminerscbreibefi 

Hern Rbentmeiitereii 

dass mit der execution weget» 

der landtfolge fsgtii den Sagteren eiogehaHeii 

irerde solte. 



Digitized by 



Google 



353 



W. 



Verzoekschrift der twaalve in naam der Sagelterlan- 
ders aan den Keuruorst van Keulen cnz.^ om met 
tweemaal exerceren in het jaar vrijgesteld te wor*- 
den^ met des Keurif orsten antwoord daarop. % 

Zonder jaartal, doch uit het begin 
der 1 8» eeuw. 

Bochwardi^6t*DurchlaQchtigster Kharfurst etc. ^tc. 

Gnadigster Berr. 

Ewr KhurfostUcher Durchlaaehtigkelt 'mhet ohne 
xweiffel in^ gnadigsten andenkeii| was gestalten ans 
anbefohlen gleich anderen dero höchstiffts Munster 
untertbanen sechsmahien im jahr auffen Exercir-platx 
99 erscfaeinen, der von denen herren beiinibten ge* 
aetzten tamboar anzunehmen und dasz wir I3 yorste- 
hern gleichfals mitten gewehr erscheinen sollen ; 

Wenn wir non gnadigster Kharfurst und llerr diesem- 
pero gnadigsten befeich so willigst als schuldigst 
unterthanigst gehorsambst nachleben, so wird uns 
doch in gnaden erlanbet seijn in tiefster unterth^nig- 
keit zu remonstriren^ dass wir kentlich unsere ie* 
bensnothdur£ft und nahrung anszerhalb landes sa- 
chen müszen also nicht ohne unseren empfindlichsten 
schaden solche zeiten abwarten Lönnen. Alsz ware 
woU zu Ihro Khurfustlicher dnrchlauchtigkeit unsere 
liefst anterthanigste bitte solche Exërcirung bis aaf 
sweijmahl ins jahr, y9\6 Torbin gebraachlich geweseii 
in gnaden zu Tftrminderen^ aoch ousereA tatuboor» 
so wie bisher gehabl^ una zu belaszen, oder so ja 
die hemtr heamblen diMn stizen woUmiy w^beswir 



Digitized by 



Google 



354 



ihneii geroe gSnnen « solcher bei j ons bleiben und 
mit dem gewöhnlichen tractament vorlieb nebmea 
solle, demnechst dasz die yorsteliere zwar ihrgewelir 
seigen, dennach aber nicht gleich den anderen ge- 
melnen anterm gewehr stehen dorffen , auch dasz die 
absenten, so ihrer nahrnng halber abwesend, desz- 
wegen nicbt gestrafft werden mdgen , obsonsten gna- 
digst darunter zu yerordoen, fur welcbe gnade wir 
in tiefster devotion bleiben. 

Ewr KburfurstL Durcblancht* 

trea^ unterthanigst-gehorsambst 
Dero notérthaiieii im Saterlaade« 

Baitenop stond: 
Abn 
Ibro Khnrfarstl. Dnrcblancbt. zu Cóllni Bisschof «i 
Munster BSdesheimb tind Paderhorn etc. 

tiefstnntertbanigster sapplicatien 
HDserer 
Dero trengehorsarabsten unttr- 
Ihanen tm Satèrland. 

prcüsentai. im gtheimb^ 
ten rfaat am 8 janaar; lyiS, 

Insinnirt am 3 julij per me hbnricijm klügb notarutm 
debnen herren Rbentemeisteren znr Cloppcnburg^ 
proesentibus requisitis testibus berendt deets und 

FEITS « • « 

■j 

Yerder« . ; i. •. .. ,,j. ^ 

Ihrè Gbürforstliok DarcU. %n CóUn Bissdiops sa 
Munster etc.: nnsares gaadigst^n berrea gnadigtter 
trktehrÓDg mnnd wUl tat bieoMrfD, daazderton dene» 



Digitized by 



Google 



355 



beambten angeordneter tambovr iin Saterlandt wobnea 
unnd roit dem jenïgeo, wass voriger Saterlandiscber 
lAipiboar ge608ieiif' aioh contenttren solle, so dan 
dasz ier Yor^tehern beij denne masteroBgen unnd 
exercirea j^warn ihr obergcwehr mitbringéa nnodt 
▼orseigen, jedoch denea gemeiaen geleicb darnuter 
sa stehen nicht schuldig seijn sollen, mithin dass 
diejenige welche in ihren handel absent seijn, inregen 
. auszblcibung yom exerciren nicht gestraffet, diejenige 
aber, welche beij hausz seijn, jedoch ohne ebehaffie 
nrsach dannen auszbleiben doppeit gestraffet werden 
sollen. 

Urkandl. CharfarsU. Secret Ikviiegéls unndi der 
yidifliatioD. Signat, Munster am 8 janaar. 1728. 

V*; I. W. Freijberr YOifTwicKEÏM 

B. MUHSTEKMilff. 

Ai jiQp^capi der Saterlanderen, 
Met een papieren segeL 



tnn 






Digitized by 



Google 



356 



Verzoekschri/i der Twaalve van Sagelterland attn deh 

Keurvorst van Keulen enz* ^ om verschoond te mogen 

blijden van de aanschaffing van montering bij den 

wapenhandel^ met antwoord daarop. 

Zonder jaartal , doch al weder «it bel 
begin der i8e eeuw. 

Hochwurdigster Kohrfurst 

Gnadigster furst and berr, 

Eaer Eahrfustllcfae gtiaden haben in der beijlagè 
sub, n. I hocbst dero beambten za Kloppenburg, 
wie mit uotertbanigsten dank erkeonet wird, gnadigst 
aufzatragen gerubet in betreff des offteren exercirens 
80 viel es fuegllcb gescbeben kann, anP^ die einhalt 
derer biUschrifFten derer Torstebêrén des Sagter* 
landes rücksicht zu nebmen so wie w^e (?) ihro 
bochtforstlicber gnaden frantz arnold krist, milde* 
tter gedaebtnisz in der anlage sub n, a das Sagter* 
land, nacbdem die gelegenheit des obrts nnd ein- 
gesessenen in gnadigster consideration gezogen , wegen 
exercirung dabin in gnaden dispensiret, dasz soicbea 
nar zweijmabl im jabr sich für den fiihrer stel* 
len soUe. 

Die nmstande 80 bei} dieser gnadigsten verordnnng 
erwogen worden sind diese gewesen, dasz 

A) die Saterlander als mit wenigen ackerbow rer- 
seben tag nnd nacbt bestandig mit ihren botben auf 
den wasseren und in fremden landen fabren/dadurcb 
ibr brod nnd onera pubUca (laudsi^asteh) gewin»en 



Digitized by 



Google 



357 



maescen» and also dem exercireQ nicht wie tndero 
beijhanse seijende beerbte abwarten konnen. 

B) Die Sagterlander aber diese wasserfabrtcQ za 
ihren eigenen ruin und znm nacbtbeil des commercii' 
nicht einstellen kdnnen, wddorch anch nach anwei- 
sang der anlage ; st^f n. 3 dem landes herrlichen 
cerario (schatkist) fiir ansfubr deren keijselsteinen 
des 9LmXzp Meppen ^i5 reibbsthaïer, des amtes Klop* 
penburg 23 reichsthalers für soU, des gerichtes/riyso/f&a 
3oi reichsthalers jahrlich zafliessen. Wann nan gni* 
digst erwogen wird» dasz eines theils die anschaffung 
deren kittclen beij dem wenigen exerciren in Sater- 
land eine geringe anwendung findet anderen theils aber 
dem Sagteriand, so alters hero aas sieben Erben bestehen 
BoU, dannoch gS reichsthalers in mohnatliche ordinairen 
schatzang contribairet und nuhn a53 haüser bat» die 
anschatzang einer so grossen anzahl Ton a53 kittelen 
gegen andere beerbte höchst beschwerlich fült. 

So gerahen Eare Kuhrfurstlicher gnaden gnsdigst 
za erlauben dasz die yorstehern des Sagterlandes diese 
bewandnissen zur gn&digstén erwegnng nnterthinigst 
YcwsteUen» uisid dochmahlen gehorsambst bitten md« 
gen , die Sagterlander so bestendig mit ihren schiffen 
anf dem wasser liegen, and darbenebst furderfreij* 
heit Ton diensten der jahrlichen grafTen schatz mit 
4a f&sseiren butter Entrichten , Ton anschaffung deren 
exercir kittden in gnaden zu Entlassen damber. 

Eure Kuhrfurstlicher gnaden nnseret 
gnaiiïgstcQ fursteu und herren 
onterthatitgst treu, gehorsamste 
worsti^her des SaglerlanJcs» 



Digitized by 



Google 



358 



J)ujtem>p stond: . r; ^,.- 

An 
I}iro . KuIirfursUichen gnaden su Kólnn als Bissdioffea 
sa Munster 

Untertbanigste Torstellnng und btitscbriflfl 
mit 3 anlagQD (die er bij onlbrakeo)* 
deren 
Yorsteheren im Saglerlamd amts Kloppenbutfn 

Pras. ahaus dem aj September 

1779. CoTTBir £g» 

Het antwoord was: 
fis bat beijm Torigen bescbeid sein bewenden. 



Y. 

Klaagschrift der Sagelterlanderf cper de handelwijze . 

van hunnen Rigtèr ir; duvell te Fryspithe ten hunnen 

opzigte aan zijne^ Hoog Vorstelijke Doorluchtigheid 

te Munster, met antwoord daarop» 

Weder utt het begin der i8e «euWi 
hoewel sonder jaartal. 

Hocbwürdigst hochgebohrner furst 
Gn&digster Hem 

Ew. bocbfarstl. gnaden erlnnpren sicb gf«;dig^t be** 

lieben scnst aasz in Copia hiebeij verwehrte sub 5^ 

*. - ■ ■■■■• 

TJtrU 1707 praese^ntirtc sapplic oder bilt cumadjunctis 
worab das original beij dero geheimbsteo Cantsleij 
sich findety in gnaden za ersehen , wass wir dero* 
selben geringe undt betrangte ïaogesessenen des Sa<* 



Digitized by 



Google 



559 



terlandts wegtn ubralter Exemption ton Extraordina- 
rtenbeschwebrmisfcn alss ambtspost Eijtsgeldt * wacht* 
brandt, andt dergieichen, antertfasnigst gehorsarobtt 
remonstrirt baben, ob iwarn nubn^ ein gnfidigstes 
communicetur ahn dero beambten zu Clöppenburg ia 
gnaden ertheilt, aobeij befohlen -worden , bist fernere 
Terordnunge es in statu quo za belassen, undtobwoll 
wir arme leatbe solches gnidlgstes bescheids nicht 
andersten begreiffen, alsz dasz bisz fernere < vcrord- 
nung belj ubralter Exeniption yerbleiben nndt Ton 
keinmandten dawieder beschweret oder molestirt wer* 
den mogen, so besorgen dannocb dasz von unsern 
receptorn Ricbtern zu Frieseute Né düvell deme ohoero 
achtet wegen denen Extraordinarien hart überfallen 
worden dörfften, gestalt in bebneff fourage , fuhrers 
undt tamboursz'geldt rermög angelagtcn zettul sub 
A einige Extraordinarien bereits nicht allein aaszge- 
scbrieben nndt angesagt sonderen auch die Execation 
deszhalber anbedróhet worden , da wir doch ab Ex* 
tra ordinarüs befreljet undt nièmahlen von tambours* 
geldt biszhero gehort haben. undt alsz ohnbiUig sein 
Vill, dasz wir mit dcrgleichen newerungen yon einer 
zeith zur anderen besohwert werden. 

Belanget dahero ahn Ew. hochfurstl. gnaden ansere 
nochmahllge unterthanigste gehorsahmbste undt faesz- 
faiiige hitte, sie gernhen unsz geringe leuthe mit denen 
ExlraordinaiHjs. nicht zu besoh weren, sonderen die 
gnMigslë Eriauterung. nndt Erklkhrnng dahin ergefaen 
zolaszen, dasz zu deben* Extraordinarien wieder aldtes 
h'er Ivommen nicht gezwnngvniind dergestrit alles in statd 
qub 1ms« femere rerordnang belasteen werden nit>ge ,' ia* 
welchèrysertrosteter antertbanigsterzayersicht vérharren 



Digitized by 



Google 



36o 

Eir. hochfarsU. gtutden 
ontertb^nigst geborsambste Ein^sefsena 
des Saterlandes. 

Buitcnop stond: 
Abn 
Xkro hocbfarstl. goaden sa Munster andt Paderborm 
unlherthSD)gst gehorsabme 
nochmalige fueszfillige bilt cum 
adjunctis (die Terloren sijo) 

nabmens 
der ssmbüiebco Eiogesesseoea dei St» 
terlandts. 

Litt. A. 
Supplicanten bitten nnlerthlu 
nigst geborsarabst dasz in Ex- 
traordinarien wieder altes ber- 
. kommen nicbt beseb^ebrt nocb 
daza Yon receptoren gezwungen, 
nndt derges talt et in statu quo 
belaszen werden moge. 

prcüs. im geheimbten rbat, den 
19 Japaar. 1708. 

Verder stond dit antwoord op de kUgle. 

Ibre Hocbfarstl gnaden za Munster ond Paderhpm 
nnser gttadigster berr befeblen debro beambten zur 
Cloppenburg bierauff gnidigst , dasz sie uber den in* 
balt der deplieselben biemit sa gefcrtigter klag uad 
dieser sacben iigentiicher bescbaffenheit ibren umb* 
«Undtlioben antertbinigstèn bericbtanbero^nscUeken, 



Digitized by VjOOQIC 



36i 



inmittels aber die ucfae in bischerigeQ standt belas- 
sen zu dem aach den receptoren Ricbteren duvsll 
andeaten sollen dass Er mitlerweil mit femerer ex« 
action nnnd Execution wieder sopplicaDten nicht yer* 
fabren, sondern biss %u femerer gnadigster verordt- 
nnng damit ansteben solle. Uhrkandl. Torgedmckten 
hochfarstl. geheimbten rabts insiegels unnd der vidi* 
mation. Sign, Munster f den 19 januari] 1708. 

V'. I. F. VON PLETTENBSac. 
I. B. MüIVSTERMAN. 



Ad supplkam sambtlicher eiii- 
gesessenen des Saterlandts. 



Met een segel vat4 raod Isk. 



Aanschrijving van de ambtenaren te Cloppenhur^ aan 

de Officieren en dienstpUgtige landlieden in SageU 

terland^ dat Zijne Keurvorstelijke Doórluchtigheid 

de Wapenoefenin§en en de daartoe noodige 

montering afschaft^ 

Copia. 

Da seine . Charfurstliche Darchlaucht gnadigst be- 
scblossen haben, es in betreff der iniister«kittel,s,aacb 
des Exercirens des landvolkes lediglich beij den alten 
verordnungen und altem gebrauche« ohne den land* 
leuten ein mehreres als diesse mit sich bringen, zn- 

a4 



Digitized by 



Google 



36a 



zjamathen, tn belassen; mitbin da hierdarch so 
wobl die nohtwendigkeit der innster-kittel alt aacb 
das wolUUndige militar «xercil/u/Tt wegfallt« aticb die<^ 
aerbalb keine brncbten mebr stat baben, so wird s61« 
ebes den führeren and' mnsterpflicbtigen zu ibrer 
nntartbanigster befolgnng biemit bekannt gemaebt^ 
Kloppenburg den II September 1787. 

Kbar kölniscbe und bocbfarstlicÉ 
Manstrische beammte des ammta 
Kloppenburg, 

MÜLERT. 

In fidem subscripsi 

Pbilippus MABtiNi p. s. pasior 
Strucklingen m» p. 

Baitenop stond: 

Copia auihentica 
in puncto 
der gnadigst abgescbaften so wobl exercitü des land- 
Tolkesi als ancb der xu dem Ende zQ braucbenden 
muster-kittels. ut intus. 



Digitized by 



Google 



363 



a« 1 • « 

jIm dm Vpo§4 Mt ^agpUerland wordt door den Drost 

ti^n he^ mnht Cloppenpurg bevolen om de Sa^lter-^ 

kmders wtf^m de «6 personen <, uit hun midden 

ioi de kriJgtf&HH ^f^orderdf doch van hen ge* 

weigerdf op lasi Vfln ^s/ne JBoog-Forstelifke 

Genade niet n?erder te vervolgon. 

Aass gnedigsten liefelUbb fiiro ii^chfarst. gnaden zo 
Munster unnd Corueij ^ fuiseres gaadigstea Herrn 
wlrdta den Vogteq im^ Sagter^ndt bed^ntet , dasi er 
|r<^n ftiiSEsetsuDg d^jreii cuw ^forderten geiaelnen 
aaaKScha#B aelbigep lande ^ugetheilten 8jec}iazsehen 
man fernerhip keines weg^ ^usetsen noch dieaelhe 
-biaft Mreiterer hoch^tgemelten Ifaro hochfpratlicheo 
graden gna4i|(ater Terordoong beunrabigen 'splle. 
Cioppenburg den ?9 Juni) iS&f, 

Garll. GaoDtHAXJSz. 

Drosten, manu propria. 

Pro Cppia cum onginali vcrbotenus 
eoncordante rngelbbrtüs gbcsêli* 
authen, 'Cassar, Notarius Publicus 
extraxit et in fidem veritatit sub^ 
scrlpsiu . 
Inscriptio : 
Dem Vogten im 
Sagterlandt 
Dieszes 
Sagterlandt. 



a4* 



Digitized by 



Google 



364 



a. 2. 

Schrijven van den Brost cArll «rodthausz te Clop* 

penburg aan de Twaal^e van Sagelterland^ dat 

aan hun verzoek^ om verschoond te wotden van 

de aannemingvan den vreemden knjgsoverslen , niet 

voldaan kan worden , doch dat deze hjcn 

boven hunne gewoonten met drillen enz, 

niet. bezwaren zal. 

Ehrsarae guete freunde. 

Wass an mich dieselbe durch vorzeigem diesei 

\iregen desz obrtsfuhrern scrppllcatife eingeben annd 

begebren laszen « solches babe ausz der proesentirter 

supplicaiion mit mehren ersehen, ob nan zwam 

wobl icb derenselben snelcben gehrne stett geben 

wölte so ist aber söicbes anietzo schon zu spaeth 

▼ersicbére dannocb dennenselbeo , gestaldt sie geiuelte 

« iiihrer aber <lcro alten gewonbeit nicbt erschweren 

solle, gleicb dann crafft dieses denselben anbefoh. 

len wirdt dasz Er dieselbe mit keinem drillen auszer- 

halb speciall yom biesigen furstlicb. ambtbausz einge* 

schicLten befellicb exerciren sölie unnd ich yerpleibe 

Ewrer 
Cloppenburg den ig maij freundt 

1659. ^ Cabll Grodtbausz. 

b. '1. 

Getuigenis van den Rigter godtfbiedt Dütell te 
Frysoythe^ nopens der Sagelterlanderen verpUgting 

tot de landfolge. 
Alsz die Eingescssene desz Sagterlandts yon mich 
einstüadig begcbrt dasz ihnen eine glaubbafile zengh- 



Digitized by 



Google 



365 



nos erlheilen mógte, ob sie beij lebzeiten desz negst- 
verstarbenen hiesigen ainbts drostens herren carln 
Too GROTHiusz zu einiger landtfolge seijen auffgebottet 
worden und dem mir woli bewust, dasz Termelle 
Sagterlander zwarn beij anwesenheit deren in Gott 
abgelebten landtsherrco tvoR elwan zwantzigh mann 
zur jagt aofifen bewurbung buvell dasigen vogten 
sistleren laszen, aber niemahls zum Eisen, und ausz- 
relnigungh der graben am ambthaase aufifgebottet sein 
worden, sonderen allemabll dayon Eximiert und bc- 
freijet plieben, so attestier ein sölches biemit crafft 
eigenhandige^ unterschrifft und yorgetruckter gewon- 
Ueher plttschaff. Fneszoijth den 9 'j^^i» 1701. 

GODTFBIEDT DüVELL, 

Met zegel. richter zm frieszoijth. 

b. 2. 

t'erzoékschrifi der SageUerldndèrs aan den Domdeken 

Senior en Capittel-heeren te Munster^ om de terug^ 

gaue van de^ hun door de Ambtenaren te Clop- 

penburg gewelddadig '.on^omene panden ^ ter 

zake van hunne weigering van de landfolge. 

Zonder Jaartal, doch .naar het antwoord 

hierop, onder b. 3, yan 1706. 

Hochwürdige hochwollgebohren freij.herren 
Gnadige herren. 

Evr. hochwurden hochwollgebohren gnaden mossen 
wir arme betrengte Eingesessenen dess Sagterlandes 



Digitized by 



Google 



366 



nociitiiahleD fuessfaiUg Vortrageo, wie dass wir dero 
beide aassgelasseoe giiadige befallichere dennen H. U« 
beambten zur Cloppenburg gestalten selbige die anss 
entnohromene secha pferden ohnentgeltlich beij arbi* 
trarie straeff ohne die geringste verzögerung restitai« 
ren solten, gebursamb prxsentiren and insinniren 
lassen das elne so wenig aiss das andere nachgelebet 
worden f sonderen allemahl mit leeren worleren bin- 
ge wiesen worden, wie auss notis insinuadonunt £U 
sehen; gleich wir uun nicht sweiffelen dass Ew, 
hocbwarden hochwpllgebohren gnaden alsd jastitt 
liebende herren xageben werden dass ihre anssgelas* 
sene befellicbere dérgestalt disrespectiret and wir mit 
solchen ohnndtiged' kosten also ohnyërantwortlicfa 
berambgefÜhret worden — — 

So gelanget an Ëw. bochwurden boehwollgebobren 
gnaden anssere Dochmahlige fuessraUigebltte sieurabdie 
iiebe Gottes gerahen einess für alle die restitntion denen 
ejitnohmene pferden mit allen ernst and nacbdr^ck 
anzubefehlen damit wir in rabe and Ew. hocbwarden 
boehwollgebobren gnaden ferners za importuniren 
entiibrigen sein alsz 

Ew« lio<sbw«tdèn b<wh#cillgebtybr^ gnaden 
antertfatttlig géhors^ibbétè ontertbaDéir and 
Rtdgeses^nitti Ati Sagterlandes. 

Opschrift : 
Ahn 

Ihre hocbwarden boehwollgebobren gnaden herren 
thamb-l)ècbai]dt6ti Senioréü ^dd sdnlbtlicben Capi« 
tttlarberren alsz sedt t^ara/tfó régteretide herren etc. 



Digitized 



by Google 



367 

abermablige anterthaiMge fuessfai- 
lige bitte cum adjunctis i , 2 c/ 3 
(die Yermist worden). 

Derttii sembtliQhen Eingesesseneadessbetrangteo 

Sagterlandess ambts Cloppenbarg« 



b. 3. 

Het besluit van het Domkapittel op het vorige Sagel^ 

terlander verzoekschrift^ dat de hun onthoudene 

panden hun moesten overgegeven worden, zonder 

kosten er voor te niogen vorderen» 

Alsz im .bocbwürdig thambcapital bei] webrendetr 
Stils Yacaotz bieraber etwabigen berigi eioziehen las- 
•eo, 80 ist deszen gnadiger befellioh biemit, dasz 
sttpplicanten absque prcejudiciojuris partium hinc inde , 
troruber die cognition and etitscheidung kuafnigbio 
gebdrigen ortbs ▼orgenommen iinn4 erfolgen solle» 
die entnommene pfande obnentgeUlicb wieder ge* 
geben ünd yerabfolget werden sollen. 

Ita concluswn in capitulo i3^ Junü 1706. 

P. M. HbShdb^ Sijndicus. 



b. 4. 

HerJuuüd 'verzoekschrift van dezelfde aan het Dom'* 
kapittel te Munster Ofer dezelfde zaak. Met 
het antwoord daarop, . 
Hocbirurdige bochwoUgebobrne freijherren 
Gn&dige berren etc. eto. 
Ew« bocbwnrden bocbwollgebobrna gnaden baben 
aoff unseres untertbaniges suppliciren obnlensgl gnü- 



Digitized by 



Google 



368 



dig befohlen dast die uos wegen der gegen otisera 
hergebracbte privilegieo tindt frcijheitb praelendireoder 
IttDcIcfolge entoommeDe pfande ciira prajudicium juris 
partiumhinc inde ohnendtgeldtlicb restituirt undt ver- 
abfolget werden sollen weiges gnadiges befebl'wibr 
denen Herren beambten znr Cloppenbourg der gebübr 
nach prcsentiren nndt iDsinairen lassen. Man batt 
aber denselben keine parition leisten nndt die pfande 
restituiren wollen; sonderen ist dem notario insinu^ 
anti cautio de se toties quoties sistendo wieder allem 
gebraacb abgefordert undt selbige aucb leisten mues* 
sen, unterm Yorwandti dass durch die insinnation 
za viel getbacn baben» undt wibr deshalben aiss 
bruecbtflïllige angeseben werden sollen , dass wibr 
dass befebl denen berren beambten selbsten niebt 
in banden gelieffert batten , wie auss beijgebender 
relation notarii Voss mit niebreren sa seben gleich 
nnbn wibr alss einfaltige geringe bawerssleatbe nicbt 
Termeinen nocb unss einbilden können dass wibr 
durch die beschebene insinuation zu yiel getbaen ba- 
ben undt brnechtfüUig sein können , absonderlich da 
wibr nicht in dolo sein , nndt die insinuation zu 
keinem anderen endt thnen lassen, alss dass wibr 
za ODSscrm nachricbt nndt Terfoig diesser sachen 
dociren konten ; dahero gelanget abn Ew. bocbw. 
hocbwolgebob, gnaden nnsem nochmablige fuesfallige 
bitte, sie gnidig gemhen wollen dem vorigen befehl 
mit nacbdrack zu inbaeriren; damitt die unss ent- 
nommene secbs pferde obnentgeldtlich nnss restituirt 
werden mithin aucb zu manateniren, dass wibr we- 
gen der zulassigen insinuation nicht mogen bruecht* 
follig erklahret werden, welge hohe gnade wibr arme 



Digitized by 



Google 



369 



betrangte qnterthanen mit nnseren gebett beij Gott 
zu demerireD iidss. fleissïgst angelegen sein lassen 
werden. 

Ew* bochwnrd. hochwollgebohr. Gnaden 
unterthanig^geborsambste nnter« 
tbanen nndt sambtlicbe Einge- 
sessenen dess Sachterlandts etc. 



Antwoord bierop« 

Nacbdem Ein hochwardiges^e^e vacante regierenéles 
thutnbGapiltuU jnngsthin unterm i3 negst verflossenen 
monats Jnnij au£F dabmahlen bescbebenes untertha- 
nigstes suppliciren deren betrangten Eingesessenen 
des Sagterlandes auss darzn bewégenden ursachen 
die obnendtgeldtliche restifution and wiederanszfolge 
deren endtnohmmenen pfanden gnadiglich ahnbefoh- 
len deroselben gleichwoll bis anhero nicht nachgelebt 
worden; ao wirdt alsolcbem bescheidt nicht allein 
biemit nochmablen inhasrirti and dehrnhalben ver- 
würckte straeff vorbehalten sonderen aach dennen 
beambten zar Cloppenburg ssimht ond sonders goadig 
and wollernstlichst ahnbefohlen, gestalten sle nff 
gebührender Yorbringüngb diszes, darahn sein, and 
verfaegen sollen dahmit die dennen abermahlen spp« 
plicirenden Eingesessenen vorgenu entnohmmene pfande 
nan mehr und zwarn beij arbitraire straeff aluo ge« 
wiss ohne der geringesten ferneren yerzögerang obn* 
endtgeldtlicb and freij wieder dimittirt worden ma- 
gen , alsz lieb ihnen and Einem jeden ist ahnbedro« 
bete straef zn Termeijden , warnach ein jeder sicb 
za ricbleni fiihr. schaden and angelegenheitiahueien 



Digitized by 



Google 



370^ 

ond diszem gehorsamblich oach sa leben wissen 
wirdt. lia concluswn in Caplo afam 9 Jalij 1706 

V. M. BispiKG, Secret. 

Bailenop stond: 

Ann 

Ihro hochwurd. hochwollgebohr. Gnaden berren , bem 
thnmb-Dechandten Senioren, undt sanibüich Capitalar 
berren alss sede vacante regirende berren etc. etc. 

nntertbinige nochmafalige faessfallige Bttte 
cuni adjunctis i et n etc. (worden yermist) 
Debren sambtlicben Eingesessenen dess be* 
tra ng ten Sachterlandts ambts Cioppenboarg etc* 
pras, g Juüj 1706 in Capitulo. 

Verder stond aldaar-. 

Jnno 1706 den 12 julii babe dast in dato 9 pinii 
1706 vom hochwnrdigen tbnmbcapittul alsz sede vacanie 
regierende berren in specie biesigen berm Drost znr 
Cloppenburg berm scHmsnifG m;i2<nc^o^rSaterlander 
ibnen entnommenen pferde restitotion gnadigst ausz- 
geleszéner befelicb oripnaUiéreum copia sa verlesen . . . • 
*ber nacb Terleszang dasz original befeliich an rich 
ballen wollen gleieb nun daranffdabritiitdeszgleicbeii 
gedachtes ortginal dem S&terlanderen restituiren maste» 
balt ber Drost originat cum copia endtlig mir snrëck^ 
gelanget sageat Es wSrc deswegen aicber nacb Jtftt/t5f <?!* 
gesehrieben folglich babe heatte 14 ]n\it 1706 ktafft 
eo befeliob berr rbente mei ster volbür praesentièus 
ttuUfus reqmsitig johann HBiNBicftBrf afiEME.t, eolofT 
mmiui be^ vm^ Cloppenhorg mit rergebang gletch- 



Digitized by 



Google 



Syr 



hmCende copiatn gedachtes befeUich an herren mel- 
LAtrus behausxang iosiDnirt und p^r insinnation ange- 
Bommea. Getchebeii Cloppenburg ut stipra 

In fidem praemissorum iia 'peractorum et 
i^eriiatis testimonium chbistophorus sernardus lobbn 
ttotariui pubL et immatric^ scripsit , $ubscripsit , ao* 
Utoifue Notariatus signeto communwit: chrkstopuorus 

MRffARDUf LOHEIf, fUSSUS m, p. 



e. 

Schuldbekentenis van de Twaahe van Sagelterland aan 

den Rigler te Frysoithc en den Heer RUmeester 

HOFEMER, wegens krljgskosten. 

Wir ta entsgemelte abgeordnete and bevolrosch* 
tigte bekennen and uhrknnden biemit demnacb dem 
Sagterlander Ton den hochfnrstl. herren beambteh ist 
aogelagt worden sur verpflegung der in Jriesoijth 
Einqaartirter Gompagneii fur pferde wochentlicb 1696 
fg hewes 28 scheffel haber^ and 120 schaub stroh 
sa Itfferen^ unnd dem wir solche liefiernngh in natura 
sa verrichten nicht yermöghen, dasz wir dahero 
wegen der sweij ei*sten wochen wegen geliefert 
4 malt 8 scheffel haberen and 1690 ^ hewes auch sonst 
gethaen rerschass unseren Hr. Richteren schuldig sein 
sechssehen reichsth. neun stuper , dem herren Ritmeis- 
tren bofemer aber wegen der abrigen swei) wochen 
wegen gelieferten fouragir ein unt dreijzigh réichsth. 
sechs stuper^ wegen 4 rnalten und i scheffel haberen 



Digitized by 



Go5gIe 



3j2 



aler vierzehn reichsth, vcrhafftet rerbliben ^ nach dte« 
sera aber weilen affgem^lten lande neunzehen reuier 
unnd pferde mii desz herren Kittmeisters persokn ein* 
gerechnet zn Terpflegen zugetheiliet sein niit dem 
expressen befellicb, dass yon ii febmarij selbige im 
Jriesoijlh yerpfleget und fur ieden kopff mondthlich 
dreij reichsth» gegeben sollen werden i wochenüich 
den vierten theil solcber verpflegungs gelter alsz 
vierzehn reichtsth* ein orth ricbtig ohne einige rock» 
standt bezabllen sollen und wollen bei] verunterpfan* 
dang aller nnserer baab and gater zur wabrbeit nhr- 
kundt haben wir bevolmacbtigte obgemelten lants 
diese yerschreibung mit selbest banden unlerscbri^- 
ben so gescbehen za friesoijtb den 19 febraarii 1666. 

Vbit Elees 
A1.F Drileng 

JOHAN FuLKEirS 

A 

Ton Scharll sein nurck* . 

Buitenop stond: 

Sagterlandiscbe Terscbreibang 
wegen yerpflegung am berren 
Bittmei stèren hofembr 
mit 19 pferden. 



Digitized by 



Google 



373 



d. 



Becipis van het Hoogsticht Munster aan Sagelterland 
van tene aldaar gedane geUUeening^ welke vervol- 
gens in eene volledige obligatie zoude veranderd 
worden. 

Gopij. 

Dasz die 'kirspele im Sagterland ah Slruckling , Schart 
and Ranislohe bij diesen schwehren kriegs zeiten za 
besonderer nohtwendigkeit des bochstifflts Munster 
gegen 4 reichsth. jahrlïch. zinszen vod jehdem bua- 
dert , und diesen daruber ertbeilten interims schein , 
weicber mitt einer anff der landschafTt aQszgefertigter 
bundiger obligation auszgewechselet werden soll, in 
newen | i^aeke aaff den a^szgescbriebenen zweij- 
mohnatlicben kirspels (scbatzang?) weicbe d!e sumni 
Ton ein hundert achtzig neun reichsth. 20 schiU. dem 
lande gelebnet and vorgestrecket babe, besebeiniget 
endtsgescbribener za demempfang aütorisirter lliUiu^ 
ster den 18 Xj^ ^759. 

G. F. Greyb 
Ganceilist. 

Q uod haec copia cum vero originati suo verbote- 
nus concordat ita attestatur sebaldus Amtoniüs 
JOSEPHüs PANCRATz NotaHus Caesar, public, et 
immatric. manu signetoque proprio. 

Copia n)idimata 
zweijmobnatlicben dahrlebn qaitang 
pro Sagterlandt 
ti^ reichsth. 20 schill. pro ij58. 

Met bet zegel Tan den Notaris. 



Digitized by 



Google 



$74 



Bevel van clement IugüSt, Aarts- Bisschop te Keuten ^ 

om de vrije lieden met de gedwongene ven^oering 

van fourage niet te bezwaren, 

Von <}ottes gnaden clement augcst ErtzbischofF zq 
Cölnn bischoff zu Munster enz. 

Wolilgeb. lieber- gctreaer In dem uns die kUglicb* 
sie TorstelluDgen nach eroffoete (?) stadt Munster 
Sttgekoaimen gestal toa nossere DQter ^stej^ X^ vo* 
Figen jahrs wegen deaen befreijeten in leistuhg deren 
spannfuhren erlaszene gnAdigst. verordnain^ tAgJich 
nnd bisz hiehin misbranchet ^ dencn befieijeten die 
beschwerlichste nnd wettb entlegenale führen aaffge" 
burdèt waren» bingegen Torstebern ^nd provisores^ 
a^icb seibsten auch ihre dienstpfiichUgje in vorfallender 
gelegenheit die erleicbtemiig dadureh flage^cbafiet 
batten i^nd dan unsere gnadigst meinung noch wobl 
bleibt , da«z einweiiig und bisz anderweile gdadigst. 
verordnang wegen taglich zam transport der fonrage 
und sonstige kriegsbeforderungen ungesonnener (?) 
aucb weiter anszsch reibende obnboblbaren (?) spann* 
fuhren welche das yermoegen deren schatzpflichtigen 
nbersteigen , alszo die unseren vorherigen rescriptis 
benen te f rei je mit concurrirnng einiger spannfuhren 
auifgebottet worden moegen inmiltels aucb die strecke 
ernfolge des unteren 23 X^ 17 58 erlassenen gna» 
digst. befeich in dem stand erfullet wiszen wollen, 
dasz die freije von leistung deren schw&ren aucb 
deren anszerbalb landes gehenden spannfuhren ver- 
schonet bleiben so dan ihnen eine binlangliche ausz« 
rustungs frist gestattet weniger zu mehreren reisen 



Digitized by 



Google 



375 



alsB die unbefreijete auch sa hergebang mehreren 
pferden als diese die dieserbalb ins besondere erlas* 
zene yerordtnaog sawider keines ureges angewiesen 
werden solle. Geben Munster den 17 X^^ '7%- 

Gharforstl. G611nische sur bocbstiffta 
Munster* Regierung yerordnete gebeime 
Rathe 

TOff DE& RoLZE. 

HmraxiRMAir. 



Getuigenis van den Sagelterlander Voogd , hügo ta-^ 

MELINCK f terzake van der Sagelterlanderen verscfuUen 

mei die van Frysoithe over ieders aandeel in de 

buitengewone belastingen, 

Demnècb zwisschen der BargerschaSt zu Friesoijthe 
onnddieËiDgesessenedess Sageterlandts einlrrnng unnd 
speene (spone, spanning?) geraten wegen anssgebnng 
der contributions gelder unnd sonsten: alss habenn 
die Yon Sageterlandt mibr umb kbundtschafft meines 
gewlssensr unnd wass mir darnmb bewustb, dessen 
ibnen scbein unnd beweis mit zu tbeilen gebetten 
welches icb ibnnen nicbt zu weigeren gewuesth , so 
ist abndeme, dassicb von meineni gotsahligenn yatter 
weicber aber die funffuig jahrenzuyriesoi/VAa ricbler 
gewesenn, sagen geboert, dass in alsoicbenn vallenn 
die frietssoijterne jegea die Sageterlander je unnd alle 



Qigitized by 



Google 



376 



wege die halbscheidt bezahlet, wie aoch sa tMeh 
scbuldigh ,y Meine wisscbenschafft aber anianget , bei 
ietzand In die Tier onnd zwantzigb jahren alhle 10 
Sageter landt Vogbt gewesenn wie annocb ,, so babenn 
beij meiner zeil die friesoijtrbe den dritten tfaeil ge- 
geben^ nemblich wen die Sagetelander zwelj tbeile» 
80 baben die yon friessoijlbe den dritten tbeill erlecbt 
nnd bezahlet ohne waas seij aicb nubnn ibm Ihrer 
ein» zwei oder drei aich dawieder gesetzett, babe 
aacb fur mein persobnn im stoel dess Rhates zu/riess^ 
oijthé gesessenn, aber niemahlss andera gehoeret, 
i^ill selbiges, so es die nothnrfft erfurderen thaet, 
beij meinen lieblicbenn eidte darthnen und bedeuren 
sqr urknndt warbelt babe icb diesses mitt meiner 
iigen bandt gescbriben and andergescbrlbenn , He^ 
messlohe abn 22 Mai 164 1. 

HuGo TAMELI9CK Vogt bezeoge mit diesser 
meiner eigener bandt subscrib. 

Pro copia auscultata et verbölenus 
concordanti georgius baügb 
L. S. Notarius subscr. 



g- 
Extract uit een getuigen verhoor Oi^er de Begten der 
Sageller/anders en hunne positien daarin ^ den 
10 april 161 5 voor den" regter c tamelingh te 

. Frisoithe gehouden. 
I. Sagen wir zu dem Endte anfenglich wabr^ Tund 
fnleu^bar, das ob wolt wir dieses lóblicben atifftes 



Digitized by 



Google 



Tntbertbanea seju, doch füe nnieren dieses stifftcf 
E^ngesessenen dermas^en prifiiigiert Tnnd berecht! jet 
da»» ykïr Tuseren hochgebltlenden Obrigkeit viel we- 
ttiger jemandt anders niitt gantz kernen diensten rcr- 
bafftet aasgenohmen, wie ion altera vund Tnvber- 
deiiqklichè zeitt hero stets geprauchiich, das ivan vn- 
aerem löblicben amptbaase Cloppenburg einige nodt 
hei ^cbwebendengefehrKchen kriegsleafftenodersnosten 
«u handen Lommen, wir anff furstliche cloppeo- 
burg^cher Beampter erfurdert, mitt vnaereo gewebr 
am obgemelten amptbause Tns erfuegen mnsseo. 

a. Wahr, daswir daselbst aalF furgebende mun- 
atorungh vom Herrn Rentmeisteren mcbt allein mitt 
paluer vund lóelb, sonderen auch mitt nöttiger vn- 
terhollungh am essen Tu^d Irinckcn verpfleget sein 

3, Wahr, das obwoU wir aaffm platten landu 
gesessen demnocb vom alters bero wie noch heat ia 
tage sUtts gerecbtigkcit geprauchet vand durch zwolffe 
dazu aass vhserea mittell verordnetc beeidte manner 
nicht weiniger als Burgemeister vund Rahtt io sletten 
vnseres landts furfallende sachen entscheiden, rund 
Termuge ynsers beschriebenen vund von bochgepie- 
teoden vbrigbkeit bestcdiglem landsrcchUbnch einr 
halt nach angehörter clage, anlwordt vund hems^ 
die sentent* feilen vund gefellete sentenx mitt yn. 
sera landes Eiogesigel (: wie er bernnler su sehen :) 
befesligem, vund den partthen mittheilen, war mitt 
dam die parten obne besuchungh weiters rechten» 
einepfrieden tragen mussen. 

.4., Wie den imgleichen wahr, das wir nebens de» 
^??elffc verordenent^n auch den atetten gleich iia 
laagte secbss Schul^meister h^ben so aoff massc 

a5 



Digitized by 



Google 



378 



gewichte tand ander saeben , damtt alles riöhtig 
gehalten werden maege fleisige achtung gében musaed. 
wieds^n auch nicht weiniger ynser armen vorstender, 
80 alles welches vomm frommen christen in die handt 
der nothurftigen armen gegehen » aaffheben rermnege 
ihrer richtigen rechnung vuder die nödUeidenden 
vnsers larrdes armen getrewlich ansstheilen mussen. 

5. Nicht weiniger wahr, das wir ein frêles wèw 
dewerck mitt jagen schlessen fisschen vand derglicben 
gleich der stalt friêoijiha (: welcher gerechlicheft wir 
allerwege gepraucht:) Ton EIteren zu Elteren gehal- 
ten vund noch haben. 

6. Anch wahr Tund vnlenghbar, das iiiran'wir far 
diesem pro tempore zur harnischschaWung aufge-^ 
fürdertt wir nicht weiter als an die Statt frisoüka 
zu treeken berechtiget, dar dan dutch die hetnra 
Beampten oder dérselben yolmachtige vnser géwehr 
bèsichtiget vund nach beschel^ner niunsterunge yns 
als paft daselbst zn frisoytha eine tonne beeryonn an- 
wesenden munsterherrn weiln es vnser gerechticheit 
erfurdertt, je vi^nd allewege gegeben ist, 

7* Wie dan auch nicht weniger wahr , das da wir 
Toib die wacht zu besetzen an das ampthaus Clop^ 
penborgh gefurdert yund widerrmb von dar trecken 
vuns gle^chfals ein tonne beers gebitret rond niemalss 
geweigrel ist. 

84 Wahr das wir zu behneff churfurtsK Durchl. 
kuchen Jarlichs 4^ ^^^' buttern fur anderen 'dieses 
stifFts yntherthanen vngeacht rnsérer geringen anzalbs 
anfbrtngen vünd dan auch zu rede kerspell schat- 
«in^ eine genante sümme als. for Reichsthafer tdaron 
6 zu p^^élgvlt gebraucht, ^ben. Item alle rom 



Digitized by 



Google 



^79 



ohtfrf. Durcbl. oder derselbeo heimb gelassencne Uerrea 
ratben cingewtlUgt6 vuad gepifblicirte feurstette vond 
bauptscbaUang , ledocb niebt nacb beel oder hatbea 
Erben sonder nacb adTenant eines lederen vermuegen 
vuad gelegenbeitt , wie in den stelten erleggen pflegeu. 
9* Wffbr, daSs wirandre beiseba tznngen, so ferno 
sich metlschens denekens erstrecLet niemals weiter 
vnnd mebr ais die statt frisoytha weiien wir derselben 
gleich berecbtigett 'besobwarrt worden. 

10. Wabr« dass wan dergleicben beiscbattangea 
an geseblagen» wir nebens der si^ii /risoytha aueh 
so solcben anslagb rund beschluss , fur anderen baos*^ 
leuten gefurdert sein. 

il. Yund also wabr, das wir Ton altera hero rns 
bei der statt frisoutha gehalten wie dan aacb far 
diesem initt der verehrung des hewes au llnge son* 
derlicb gesebeben, das wir niebt anderen bausleuten 
gleicb sondern mitt den burgeren der statt fcisoytha 
eine gewisse ansall hewes auffgebraebt baben. 

12. Wahr das Tor anno i^gj Vrie^ gleichfalls fol- 
gents anno iS']i zwis^chen den stifFt monster vond 
graffschafft Oisfrieslandt etzlicher s^chen balhen ein 
tagh oder bei samenkunfft %\i aschendorpff^^hdXiQn ^ 
aoss vnseren lands vollmecbtige niebt weniger, als 
ausz den stellen dess stIfFts manster Terschrieben vund 
erschienen sein vond aueh der tage abscbeidt wie 
andere stette scbriftMcb entfangen wie noeb heut xo 
tage bei vns verwarlieh vpr bandeju. 
.*3.,Wafer. das wir, vonn alters vi|d ondenekli* 
9)4^0 d^gea bei»o berechtigett das wir ohne besucbuog 
Oft^ .a^precbang einiger GoUatorcq vnsere kircben 
for vns frei gebabt vund nacb beschcbene onsr^ 

a5» 



Digitized by 



Google 



3Bo 



probe gequalifici^rte dieoer darca beruflfen vwid. 
Yollenkomnea angenommeii ünd «ivgesetset baben. 

14. Wabr, das gleichfals mit vnsert laades nmhlcii 
solches jederzeitt gescbeheo» Tuod nocb beuU tM^ 
tage gepraucblicb ist. 

i5. Eodtlich aocb nicbt weiniger wabr. Tand ▼!)• 
leoghbar d^s wir aHertnassea der atatt ymoil/ia glokb 
ohoe eioige accisea das molt mogen kaafent yer- 
kaofFen, molten , verbraWeB, aaszsapffett, Yorhaode* 
len Tund sönst gentElicben noch Tnseren gefallen 
damilt Torfabren, ivie dann anch mitt roggenkanffen 
Terkauffen, verbacben vund sonst gebrauchb'ch. 

Mitt allen rechtlichen vorbebalt^ Tand weiteren 
oottürff. 

Semptlicbe Sagaterlandés 
Ingesessene, 

Een daar later bijgefoegd artikel is dit: 

Vund auch wabr, das wan wir von den Herren 
bearapten zur munstrangb oder dass araptbaus Clop* 
penborgh gefördert werden mitt vnseren gewebr sn 
erschieneni vund in solchen zügen oder auszwesende 
jemandt beschadiget wardte,. das voa solcbe blutren- 
nungh faochgepietender Tbrichkeit nichts gebara 
vund zu komme. 

De getuigen waren: herman mölman,, hbrmih vties- 

MANN, HERMAN WITTINGH, GERRARDT BLEU, GtRBARDT 
SCHUMAGHER9 /OHAN STRUVlNGHy tOtQÜEÜT XROBSB, 
FRIEDRICH UAIJSSy VI^LCKB GRUMMBL , XORAN MÖLMAN, 
ALBERT BAIJEB t FRiet>RIGfi KRUSB , BRAI^DT (of HUtVBAkiyT) 
VOX WUIRBN* 



Digitized by 



Google 



3Si 



g. 2. 

Fcrklaring van den Heer Rïgler i. PANiVBü schmidts 

til de verschillen tusschen de FriesoUhers en Sagel^ 

terlanders ter zake van de belastingen* 

Abz die eiogesessene des Sagterlaodis mit der stadt 
friesoijiha wegen der tëglich extra unndt ordinarij 
steuren in Gonflit geraten, der gestalt dasz die furst- 
liclie Manster, heimbiicli. herren Gantzlern anndt rliüte 
wie ob beigelegter eu ersehen interloqairt unndt den 
gemelter Sageterlandts Eingesessene meine gezeugnuss 
wie es beij zei ten nieider bedienung daruber obser* 
Tirt 'unndt gehalten worden, gebetten, hab ihnnen 
Khrzuinbliche bitt nicht abschlagen konnen , sonderen 
htcmit attestieren muessen, dasz solang Ich meine 
dienste nun von jahr 1619- hero verwallet auszge- 
schlossen wasz die Schwedische general baudissih 
onndt obrister "WULFF yorgenohmmen, gemacht onndt 
eigentbadtlicb aogerichtet haben , dergestall .gehalten , 
dasz die £ingesessene desz Sageterlandts zwei theiie 
die stadt , friesoijthe > aber den : dritten theil gegeben 
haben, unndt weiter nicht. Zur inehrer uhrkundt 
liab dïese zeugnusz mit eigener handt unndt den bc» 
richtes insiegell befestiget. 

. Bescbehea zu fiameszloh am no Aprilis i64i« 

J. PiUNER SCHMIDTS 

rrchter. ^ st. 

Unndt 'Weii dasz berichts insiegell 
am andere orter Tcrwahrlich ufTge^ 
hobcD , unndt nicht beijbanden , alsz:^ 



Digitized by 



Google 



38a 

bab dieaes mit roeinen prirat pitlicbaffc 
Tersehen muessen «Ic. 

L. S. 



BvitiBop stond: 
Jtttêtado richtere» 
J. PA5IIB5 Sciufmti. 



b. 

Getuigenis van eenlgé bejaarde SagcUtrlanders $ dh 

totn in Ooa t- Friesland woonachtig waren^ tenoptïgta 

van dcjelfde t^erschiUen , aj'grlegd door den Ambt* 

man tilox. wuhda te Deroort, 

Examen testium 
Inn sachen 
deren musz Sageltertandt producenten 
Contra * 
die von Frieszoijte, 

Seindt beut dato alhier gerichtlich erschienen bauckB 
BBHDEsz ond 8IJBBRT KOEPs aisz bevolmechtigte dcref 
ausz SagQlterlandt undt sistlrlen die in beijlagter ei*- 
tation et respectife denantiation nomioirte gezeagen 
undt bahten dieselbe nber béikoromende posiiiones 
rechtlicher gebuhr nacb^ bestes fleisseazaExaminiren 
undt zu befragen ; 

Weilen in nabmen deren von Frijeszoijte niemandt 
erschienen, 6o ist mit furhabenden fxamm^ inquan^ 
ium de jure in eontomaeiam verfahren worden, 



Digitized by 



Google 



383 



Seiodt daraaff die gexeugen praevia avinatione per 
jurü milt dem geifohnllchea seugen aijdt belegt uod 
haben aussgesagt wie folget. 

Primus testis focke vuesz ungefebr siebentzigli j!ia - 
ren alt, wobne ia OberladiDgerlandt zu ff'olde^ 
eroehre sicb desz haaszmanszstandesz gpone den ge- 
win dieaer sacher dem rechthabenden , woUe Leij 
geleiatedem aijde die warheit sagen. 
Ad posiliones . 
Ad / — — — affirmat. 

A4 H SinuUter ajfflrmat, wan die Sagelter «wcij 
ibeile batten contribairet, so batten darzu dte fiietz» 
oijtera den dritten tbeili bezablen'roassen.^ 

Ilaque plura de re nes^iens , sic testis impositQ 
silentio dlmlssus est. 

Secundus testis bbrot sgbnbidea ton Essen ^ citatus^ 
4wisatiis^ juratusque deposuit^ seines altera yiertzigh 
jharen, wobnfs^ zo Ihrhotfe in Oberladingerlandt,- er- 
nehre aicb dess haaszmansz standesz, woUe bei} ab* 
gelegtem aijde die warbeit sagen. 

Ad I — — — — aJfirmaL 

Ad II affirntat^ so lange er in Sagelterlandt ge- 
wobnet, batten die Sageltets zu der contribution 
cweij , die aijters aber den dritten tbeili bezahlen undt 
anffbringeo musseih 

Et huic testi hac de re plura nesclenli silentium im* 
positum est f et dimi^sus, 

Tertius testis faiederich focken simililemcitatus ^ ai^i* 
satus de perjurio^ juratusque deposiut^ seij an die vier- 
tsig^jbaren alt, wobne alhier za £/er, seij einscbiffer, 
(onne den triampb dieaer saehen deia recbibabendaii^ 



Digitized by 



Google 



364 



Ad posiiiones. 

Ad I — — — affirmai. 

Ad IL Ttidem affirmai ^ ursacbeseioer wUsenschafft, 
dafz er in Sagelterlandt gebohren nnd uffersogen aeij. 
Et sic plura nescitns sub Jide 
sUentii dmissus est, 

Qiuirlus testis^ else uërmansx citatus^ avisatus ac 
juraiHs dcposuU^ seij sechs andt vicrtzigh jabren alt^ 
wohiJt zu Ifehnnohr albier im anibte Lierorth ernebr^ 
sich desz baaszuiaodz standesz wolle beij gescbworoem. 
aijdc de warbeit sagen , * ' 

Ad positiones. 

Ad I'*J^- •— affirmat, 

Ad II: Affirmat, So lange es denken konne batten 
die Sagcltera ^ die frieszo! jters aber zn der 
eontribution deii dritten theill abstatten 
mussen. 

Plura nesciens dimissus 

Quinlns tesiis foAkcbt bermaqsZ|' citatus ^ avisalUê 
jiiratusque döpoudt^ seij ein inan von 57'jbareo, 
ivobne in Nehrmohr^ seij ein haoszinan and ernebr^ 
sIch des standesz, gonne dem recbtbabenden. der siegh 
dieser sacben , wolle die warbeit sagen , 

^ Ad positiones^ 

Ad I. ' — — — AJJtrmat, 

Ad II, Itidem affimiat^ wan die frijesz^ijtera wei* 
niger alsz den dritten theill batten contribiiiret , das^ 



Digitized by 



Google 



385 



9t\bt liatteo sie den Sagelteren ivégen ibrer gohtlier* 
zigkeit tfx bedanken. 

plura nescïens imposito sïUntio 

dimissus est. 

Expedilum est praesent examen in judkh m 
Iderortt den 2a Jprüis ^*, 164 1* 

TiLOM. WiArdjl 
grd/l. Osffnesch. 
amblman %ur Iderori. 



i. 1. 

St^hrijven van den Heer Drost te Cloppenburg aan 

Cancelier en Raden te Munster^ nopens het verscha 

tusschen Friesoüha en de ingezetenen van Sa^ 

terland^ over de quotele aandeelen van heide 

partijen in de betaling van de buitengewpnm 

krijgsschattmgen. 

Van den 2 Jaüji i64i* 

Hochwnrdige, bochEdelgeboren Gestrenge Ehrnvest 
tind hocbgelahrte sleets groszgunstigh gebiétende 
berren: 

Wass in sireitiger extraordinari Lrieges contribu- 
lioQ sachen ^er Frieszoijtescben bargerschafi wieder 
die Sageteriander abn seidten beclagten, auff iungst 
darch berm doctoren bokkhobst pabliciertenl>es«beidt 
parendo ans sambt darein Termeldetea beilagen ein* 
gescbikt, dasselbe tbnen E. hochw. hoch Edel- 
Gestr. undt herK wijr unierdienatliob ta fertigen^ 



Digitized by 



Google 



386 



andl sebeint iedooh uiiTergreifflich sa viel wij r darab 
warnebmmen konneD , dass wegen der ordinari ker* 
apelschatsungh der streit dU, sondern ein theil wie 
der ander dieseibe verrichten masisen und nUrallelne 
furnemblich swisschen ihnen diese controversia ^ ob 
nemblich in dcnen extraordinari kriegea contribotio- 
nen die Sageterlandere 2 und die von J'rhszoijtha 
einen Ibeil enjtrichten sollen , ahn seidten der Sageter 
snstinirt man nhor 2 theile und da^z den 3 theil die 
Ton /riesoijtha abslatten mussen , bernffen sich desz- 
wegen wie billigh auff nbralt herbrachte poasession , 
die friesoijter aber nnterm schein der kerspelschaN 
znng wollen sich vom dritten theil eximieren und 
alle schatzungen exones nod wass dehren aulHagen 
mehr sein muegen auff kerspelschatzunjg ziehen wol- 
lei», und alsz sölchen ohnmoglichen ertragenden last 
den SageUerlahderen auffin balsz walten , welches 
E« hochw. bocbEdelg. Gestr. und herl. nnr bericbts 
weise, mit nichten aber Ihnen bierein einiger ge- 
stalt ziel und masse zu geben, unterdienstlich erin- 
neren, und auff berurter Sageterlander elnbringen 
dehren wolgefellige erklerulig gewartigh sein wollen, 
dieseibe damit Cpttes getreuwen schutz wolbeüeh- 
lendt, Cloppenburgh den 2 junij^. 'C. i64i. 

E. Hocbw. bocbEdelg. Gestr. und Herl. 
steets unterdienster 

F. W. Smm 
Drost 

W. DB VOIBÜBK 

Renteip. , . 



Digitized by 



Google 



M7 



Baiteoop Hond: 

Denn Hochw. HachE||del|;eboreD , Gestreng EmiiesL and 
Hochgelihrteii farstlichen Mansterischen heimbgelasse* 
nen herren GanUleren und BbSten t aoseren steeU 
groszganstig gebietenden herren 

Munster 

Wog: 

Beambte sur Cloppenburg schicken der friesoijtbo* 
•chen burger n und der Sagelterlander 

Exploitijrtes Examen 
In 8 b^ijlagen 

D. A. BoocHART Sijndico. 
Prat$0nL Munster 6 Jnnij 64 1> 



Klaagschrift van de Frysoithers aan den Drost f. d£ 

WBKDT te Cloppenburg^ wegens de aanhouding van 

hunne burgers en paarden in de verschilten tusschen 

hen en de Sagelterlanders over de belastingen. 

Wol Edel: Gestreng, vnd Ehrenirester gross vnd 
hooh gepietender Her Drost etc. E. Wol Edel : Gestreng, 
etc. haben leichtUch eu ermesaen in wass schidipff 
Yttd schaden wie durch bescbebener auhaltang inserer 
Burger mit Ihren wagen ynd pferdten» ingroszer 
ansahll Tnd Tiel tagen, ja vnserer persohnen^ noch 
bentige stnnde wir gesatst worden , solche yernti* 
glimpffnng wir ^nngsamb ku bertsen gefuhrt» sein 



Digitized by 



Google 



388 



anch Jegen die Terabrsachere dieaelbd za eiffereti, 
Tod ünseres' scbadens erslattoog angepticrende ortterr 
vnd seit su bitten entscblossen, onss de^zeo bedin- 
' gendt, nun haben wir )a unseres tbeils die bezha* 
)ang za den auff die Ambtter distribuirten Soooo 
reichsth. auch der Lingeschen demolierung offerirt 
aber nicbt angenohmmen . werden wollen , wenen die 
Sageter mit einer erdaebten Tnfuegsanier erneuemng , 
alsz dasz sie mit uns zur.halbscbeidt bezbaleu wollen 
sich insinairen welcbes ibr Tnbefugtes furbaben E. 
wolEdK Gestr. ete« nnter anderen aneb daransz, 
dasz sie af Terscbeidehe desz Richters zvkfrieszoijtha 
Terschreibung f Ihrer der Sageter Elngesessenen amb 
ibres anscblages zu gerarten gelderen gewartig za 
sein etc. nidtbwiUiglich aaszgeplieben , wie der RIcbter 
dem herren Drosten refbrirt hatt. Zu-. deme alsz E. 
wolEd. gestr. etc. dieselbe bei dieser unser behar^ 
lichen anbaltung anbero schrifftlicb^ abgeladen^ g^c>* 
cher maszen aber die Ihnen praefigirte zeitt noch 
bisz im d ritten tag contitmaciter aaszgeplieben gnng- 
zamb erspureii können , deme allen angeaebtet wer- 
den wir alnoch immer in bargen banden gehalten^ 
and die Sageter so alnocb nichts geleistet , geheo 
frei daher, alsz wan sie alles woll aoszgéricbtet 
batten, doeh wie dem allen, wir erpieten nns al 
noch wie Torhin anseren antheill nach gelegenheit » 
gleich den nacbbaar statten, insonderbeitt der stadt 
Cloppenburg^ so in eioem Ambte gelegen, and zaden 
Tcrtbeilten fanfiPcig (taakend?) reichsth. drei kerspel- 
scbatznng beigebracht, auch drei kerspelacbatuu^ 
sambt dem interesze a dié morae^ wasz ansz^ dessen 
nacb ptliiglteit kan uft^rlagt werden , and dannoch 



Digitized by 



Google 



389 



•ioe kei'spel schaUang s« den Lingeschen wesen tu 
erlegeo, der troistlicbeu saversicht man wirtt onss 
daraber nicht beschweren , sonderen dalegen wie* 
derumb zu frei}en fueszen kommen laszen, konnen 
d^mnegst die Sageter mit bestendigen grundt nnd 
warhtiit bewelszlich aff ons bringen, dasz ivir mit 
ihnnen zu gleichem theile kerspèlschatzang und andere 
Ambtz beschwer fur diesem bezhalt haben, and wir 
daza schuldig and verbanden , mueszen wir erwart- 
ten , werdens aber die Sageter schwerlich thoen konnen , 
luiterdienstlich bittendt die beschaffenheit wist . . . (P) 
groszganstiglich zu consideriren und der sachen recht- 
maszigen auszschlag zu geben. 
Cloppenbarg den i5 Januar i633. 

E. Wol Edel Geslr. clc.' 
anterdienstwillige 
WiLCKE Meijer 
JOHAN . . • • • 
An hem Drosten fiuedericb 
DB WENDT des ambtz Cloppenbarg. 



k. 1. 

Schrijven van den Heer Drost P. smidt te Cloppenburg, 

* aan den Drost en Rentemeester te Vechla^ os^er de 

commissie y aangesteld om de verschillen tusschen 

Friesoitha en Sagelterland over de krijgscontri^ 

bulie mede te helpen eindigen. 

17 December iS^r. 

HochEdelgeboren: Gestreng: and Vestcr, anch 

Ernhafilter guete freunde, 



Digitized by 



Google 



Sgo 



densclben wirl obngetsweiffelt beTordthefaen, irelcher 
gesUlt deuselben far diesem einige ••• cömmissiön 
zakommeD wegen dero frieszo! jtesc hen and Sageter^ 
landeren Eingesetsenen streitigkeilen alle informatión 
elnEunehmnien , weiln nhan eine geranmer aeit daraoff 
nïehts erfolgt , unter dessen selbige streitigVeiten sich 
je langer je mebr o£fenbahren , and wol hocbnöthig 
webre selbigen sacben gentzlicb abzubelifen ^ so woll 
biemït freundt- Tetter- nnd nacbbarlicb begebret ba* 
hen, dabin fürdersambst ia gedennken, damit selbige 
anbeuohlnne commission ibre ricbtigkeit erlangen nndt 
selbige partbeijen durcb einen x>der andieren wegck 
guetlicb Yon ein auder geseU werden muegen, ver^ 
sebe mieb dessen also, und beaeble dieselbe damil 
dem Aloiecbligen , CloppenOurg den ij lo^f'^ A^ i64i* 

Derselben 

Dienst, and freandter. 
F. Smidt 
Drost. 

Buitenop stond. 

Dem bocb Edelgeboren Gestreng, and Vesten aach 

Ernfesten BEiNRiciiif ros [bahlen Drosten und jonis 

scouTTBif rentmeisteren zutlF'eckte elo. meinen besten 

lieben veltern and sonders gueten nacbbar'freanden 

Praescni, den 19 decembris 641 Cloppenbargiscbe 
Commission betre/T. 



Digitized by 



Google 



Sgi 



k. 2. 



Bevel van den Bisschop van Munster f christofb bbrH'- 

BiBDT> aan den Brost en^ Rentemeester te Cloppen^ 

hurg^ om de FriesoilherSf wegens de verschillen 

tusschen hen en de Sagelterlanders over ieders 

aandeel in de lasten^ tot nadere verklaring 

niet verder bezwaarlijk te zijn. 

Copia* 

CflRisTOFF Bernardt TOD Cottes gnaden Bissclioff sa 
Munster^ Administrator zu Corveij » Burggraff suai 
Stromberg nniid Her zu Boockelohn etc* 

Uds Liebe getreueo aasz der anlage habet Ilir za 
crsehen wasz die Stalt Jriesztdiha wegen von ansere 
eammeraccinsz praetendirter exemption ahn nns bitlig 
gelangea laszen, befehlen darauff hiemit gnadigr 
dasz deroseiben diéserhalb Tordieszmablen weiterss 
nicht zaïnatheii , sondero unWe fernere erklehring 
daruber abvirarten sollet Einzwisschen aber wollen 
wibr dasz diéserhalb beij dasiger Ambts Registrator 
Tornachricht sich befiode, krefft nnsersz am ai fe* 
Irnarij i6Sy ertheiiten gnadigsten befellïch niit ehr* 
sten erwerten annd verpleiben £uch mit gnaden 
gewogen, geben SoegeU den i8 ybri» Anno i^j. 

Ghristoff Bernhard. 

Inscriptio: 
Dem qhj unsero Drost unnd Réntmeisteren znr 
Cloppenburg Lieben g^lreaen caalii otbü^aa OROorBAosi 
unnd OEaaARD AimoLDt volbüba sanibt and sonderi 
L. S. 



Digitized by 



Google 



39^ 



Van buiten «tond: 



Befelch wegen nachgelaszener eammeraccinf* 
tén de dato Sogeli de anno 1667 erhalten deJi 
18 7^*"». 

h 

Schriji»en van den Heer Drost r. smidt te Cloppenburg 
aan den Cancelier en Baden te Munster^ Over de* 
zelfde zaak. (Zie Bijlage k.) 

Den a3 lo^'" 1643. 

Hochwurdig: hochEdelgeborn Gestrenge Ernaest; 
and hocbgelabrte ateets grosfgunstig gebietende berren « 

Wasz des Sagisterlandes semptlicbe Eingesessene 
wieder die friesoi)tisclie burgerschaffi, auff inngst 
Ihnen insinuirten beüelcb schreiben sich wieder ant« 
worllicli resolvirt und daneben zam fleissigsten ge* 
bethen soicbes alles baben E. bocbw. boch Edelg. 
Gestr. und HerI: auss dem einscbluesz mit mebreren 
grpszganftiglicfa sa empfangeni wan mir nban ond 
menniglich genugsamb bekandt, dasz es noib diese 
sacbe angezogener masten nnd anders nicht beschaffen 
and zum ünüerhoSeten fahl obgera. supplicanten niebt 
bei verrichlangh der zweij tbeilen and die friesoij- 
tescbe des dritten tbéils in extraordinari aaszgaben 
ztt hssen oder damber ke^ne ertragticber rémedy- 
Tungh empfinden; ^he ich nicbt, das dieselbe Sage- 
ierlandcre bei) dasz ibrige einig Terpleiben baben wer* 
den sondern alle darausz scheiden nnd zum bettelstab 



Digitized by 



Google 



gerhaten mosBen» wirt «iradan ?•» fifeftta weinige 
odec ,gabr oichts ta erzwiogeo leio, maften deren 
•ntre£^ende abgeordoete solcbes allet aucfa aaacfubr^ 
licber in nnterthanigkeit remonstrieren werden, mit 
nnterdienstlicher bitte E. hochw. HochEdelg. Gestr 
and Herl. dteses alles in reifüicber coniideraiion 
siebea nnd daruber des ferneren verbaitens gross* 
gunstige erklerung ertbeHen lassen wollen dieselbe 
daniit GoUes getreuweh scbnts wolbenebiendt » Sig* 
naium Cloppenburgh Jien ^i lobris AI 164^. 

E. Hochw. flocbEdeigebor. Gestreng: und HerL 
steets nnterdienster. 
Zónder naamteekening. 

Boitenop stond: 
Dann Hocbw: HocbEdelgebor: Gestrengen Ernaest. 
ond hocbgelabrten fnrstlicben Mansterischen beimb* 
gelassenen herren Gantaler nod rbaten e meineo 
tteets grosxgebietenden herren 

Uunster, 



Schrijpen va^ den Drost ie P'echie aan dien vam 
Cioppeniurg ouer de Commissie^ aangesteld om de, 
genoemde verschüUn bij te leggen» 
Oen % Januarij 1641» 
HochEdelgéboErner 
Desien schreiben von 17 Xbris verflossenen Jhsrès 
der ooss wegen det swisscben friesoitfae ktond Sa* 



Digitized by 



Google 



^94 



terlandt schwebenden 8treitigli«idt1ia1ber auffgefhigener 
conimj$sion haben wir'alhie za Vechlt erbaluea 
Ob wir Dun nnsz derselben guetermassen li^issen ca 
éntsinnen, so seben nii wie dicselbe bij diessem 
winterliehen nngewitter iinnd feiandes gefalir balbe, 
da» alles landt commission iii aügenscbein genohminen 
werden musz, zum effect faglich gebracht werden 
lonne, da derselbe aber dasz beijde part hei jen mtt 
einer mundllichen conferentz in die guete Ton einan- 
der za bringeii vermeinen tliaUen, anff solchem fail 
wir ihneo zur Cloppenburgh einen tichern tagh.anzu- 
ordnen unnd die sache. vor zu neb men unnsz biemit 
anerJ)otten haben wollen, wiirauff derselben wieder- 
and wortlicbèn berichtt zu unserer nacbricbttangb 
furdersambst erwarlten , dem wir Gotllicben scbatc 
empfehllen. Signatum Fccbtta den a januari) Anno 
C. 1642. 

Deroselben 

Dientt unnd bereitwillfgite» 

'Baitenop stond:. 
Copia 

Scbreibens ah die beam1)tt€ ao 

Cloppenburgh. 



Digitized by 



Google 



393 



a. T . 

>Bcsluii van CanctUer en Baden te MunHe . 
ien opvgte van de^zelfde zaak. 
Zonder dag en jaar. 

tn Gommiitirter Exiraiudicial sachen dero frieszoij- 
téschen Bargerschafft clagcrn einsz-wieder die aaropt-» 
\icbe eingesessene' desz Sageterlandts beclagte anderea 
theiUz ist mit zuztebang endt^benenten unparteijschen 
rechlsgeliibrten int di est ma hl diesser. bescheidt- dass 
ess bei) dert :Füipall. Mun&t. beimbgelassenen bernii 
Cantzlera und Rlialen faiebeüorn erlbeilten gcmeinea 
besclieide, dask nehnbiich die extraordinariae contri. 
butiones ntfd sonaten andere znfellige stenrenn nacb 
getrage nnd pfoportion der L^rspel^scbatznngeim ein- 
zorichlén noch zur zeit zulassen biss doran ahn seid* 
ten beclagte, die angéinaasete possession nnnd gerech* 
tigkeit gepeuerlich besicbienenn , sie desswegen and 
dabim ubrigen streitende tbeile sich prüchiz und 
farlernng zu criaesaenn n^bt gemeinet, abnn daas 
^ ordenllicbe Berichte verweisendt und die albie ange 
ifvandt'e nncostenn ausz bewegender nrsachen recom* 
pensirendt 

Albrecht Borkborst 

Pro Copia auscutlata et 
verbotenus concordantè 
Gborgiui BAiien Notariue 
êubscripsiii 



Digitized by VjOOQIC 



3g6 



Èevd van den Kamer-Presidtnt en Raden te Manster 

aan den Rigter dutell te Friesoithe^ oni de Saget' 

terlanders^ ter eorzake van de nog niet betaalde 

gchattingt voor alsnog mei gcene executie U 

vervolgen. 

Demnach ihro hochfurslUcke gnaden txt Vuniter 
UODd Paderbom clc. nnscr gnadigtter bcrr auff ao- 
ierllianigstes luppliciren dero Eingesessenen im Sa- 
geterlandt onterni drilleo dieszes goadïgstdmbf&blea 
babeD» die bereiUis auff derenselbeo geschebeoes 
foppllciren abnbefoblene relation Dachdem alles unler- 
sncbet unnd in pleno consiUo uberlagt seio wirl abzm- 
statten unnd in swischen dëoi Ricl^ren du?eix mit 
der Execution zu auclen, an sa befeblen aiss wirt 
nabmens deroselben geroeltea Ricblereo hiemii abo- 
befoblen mit der anbelrobeter Execution gegen ge- 
dachte Eingesessene bisz weiter verordoung an saslebea. 
Signatum Munster den 4 •aogottos 1708. 

Hoclirarstlich Manster. Camnier*prcal- 
dent annd Balbe 

If. G. S. F. Hr. Dkostb. 
G« PxEKCunu 
Het segel. 
Atcbtereii tu/riesoiAap 



Digitized by 



Google 



397 



J^epel van frants arnolds , den. Bischop van Munster^ 
aan de Sagelterlanders , dat^ zij hun aandeel in de 

buitengewone belastingen pro rata als voordezen 
betalen zullen. 

Ihrcp hocbfarstlicheo g na den zu Munster und Pa- 
derborn etc. unseren gnadigsten fursten ond herren 
.ist in saphen deren eingesessenen des Sagterlandes 
ivieder die beambte und guUherren des ambts Clop- 
penburg die praetendirte exemption Ton denen extra» 
ordinarien ambts prsstationen betreffend nnterlha* 
nigst referiret, weilen sich Dubnbefindèt, dasz die 
klagere soboen uber 4^ j^^"^ '^ alUoldben exiraordl* 
nariis pro rata concurrtret haben^, so lassen hochst» 
gemelle Ihre bocbfurstltcber gnaden es darbeij b^« 
wenden, und befeblen denen setben biemit gnadigst 
sotbaene praestation solnnge bisz sio. die, exemption 
beszer «dan biszhero gescbelien ist, Trerden erwiessen 
baben , zu contribuiren oder der execution zu- ge» 
wartigen. Uhrkundt hochfursllicbes bandtzeichens uad> 
secrelSv Signatuin Munster den lo X^ri^ 1708. 

t. S. 

FaANTZ ARlf6LD8. 

ad snpplicam deren eingesessenen dësSaterlandès und ^ 
beambte und'guetbsberren ambtes Clóppenburg. 

pro copia cum suo originali concordante 
ei coUationata de^ et subscripsii ac sub- 
' sighavit ccesareus publicus et immatricu* 
latüs debite reqmsilus 111GOX.AUS scbipmak 
NotarittSi: 
L. S. Hotarii 



Digitized by 



Google 



398 



pro copla eopict coneordante et coUathnata de* et 
fub$cnp$it ac suhkfftas^ü caeiatreust puUicue 
ei iÉnmairiculatus debite requisitus cAsPAft bueMü 
Notardu. 
L. S« fiailenop: « 

Adjunctum sub A (fermist)* 

AetÊ van appel aan de zifde der Sageüertandert ««rit 
bovengesteld büchopptUfk besluit, ^ 

Domine Notarief etc» 

Demnaek allen andt jedem in rechten beschireiien 
das remedams appeliadoms hellsamblicli zu statten 
kommet, nndt dem wir durch etne anff von einen 
oder anderen Herren referenten h. a. wiederrecbtüeh 
nndt einseitïgh abgestattete nnterlhanigste relation 
gnadigst nnterm dato d. lo \^rï§ 1^08 awarn abge* 
faszete dennoch nns erst am lo^^n lauffenden monatha 
nndt jahri sur wii senscbaflt gerathene urtbell dahero 
mercklich bescbwert, dasz wir die extraordinarlen 
amptf praestationen so latige bisz wir die exemption 
beszer dan biszhero geachehen werden erwiesen haben 
sn continuiren oder die execution gewartigen haben sol- 
len; ob wir billich alsz gehorsambste nnterthaneü 
una nicht untersteben sollen von allsolchen gntdig 
aten befehl sa appelliren, weilen dannoch ein solcbea 
ad rrfattonem efnea oder anderen b. a. ein«#»»i'*^f* 



Digitized by 



Google 



399 



herren referenten yKeleicfat beraasVommen^ nndt wir 
der fuesfalliger bofToangh lebeo , Hiro bochfurstli- 
cber gnaden 'lieerden unsz aucb daszjenige so wenigb 
in angnade uffnehmen alsz entsagen', iirasz bierein- 
falss dié rechten dehnen wieder recht beschwerten 
£o beilsambtich zustatten kommen laszen, und in so* 
latium grds^atoruni verordnet habcn, absonderlich da 
dieserselU so begrundete ursacben exemptionis fur- 
gehrachtf Exo auch die angeblich zu 4o jahren von 
besch'ebenè pfaestation ' deren extraordinarien amptes 
praestationen recht sbesUndigb nicht erwiesen, alsz 
ihuen wir in solcher rechllicher zuversicht intra la* 
bens adhuc a die notities decendium fon allsolcher 
nrthel in besorge ferneres beschwert zu werden ad 
(juemcunque superiorem de jure competentem hie durch 
provociren undt appelliren acta et rationes decidendi 
nee non apostolos inslanter instaniius el instantissime 
undl Euch Notarium billen, ihrwolletansz von dieser 
interponirter appellation negst behoeri^er notificatlon 
instrumentum seu instnunenta crga condi^num mit« 
tbeilen» 

Signntum Munster dem i4 {annar. 1709. 
Baitenop stond: 

Schediila appellationis 

In sacben 
deren eiogesessenen des Saterlandts 

ond 
herren beampte undt guethsherren amptes 
Cloppenburgh. 



Digitized by 



Google 



4«o 



f. i« 



Ferzoehchrifi der Sagclierlanden aatiAicn Drast tm 
Rentemeester te Ctóppenburg^ om het behoud hunner 
vrijheden , ivelke zij beweren in gelijke mate te 
beutten als de steden Cloppenburg en Friesoilhe. 

Hochirobl gebohrner freiherr 

Genadiger berr Drost 

> Boch EdelL hochgepieteoder berr renteineUler» 

Auff daf Ton dem angesetoten fubreren PSTfSBBir 
angegebeoer aupplique undt daraoff Ton ihro bocb* . 
farili. goaden onserst gnadigst, landtesz herren aha 
ihro gnaden undt hocbedelen gnadigst aaszgelaseoeas 
rescriptum de dato Munster den 3o 7^ ist onsz den 
8 t>der 10 octobris swarn coromnnicirt masen dar auff 
in schuldigst geborsambster beandtwortnng anbdienen 
dass wir gleich Cloppenburg^ Friesoijlha mit keinem 
extraordinar beschweeren graviret noch anm auffbot 
mit geweher zq erscheinen , es seijden dazs zn zeitt 
der noht aufferforderen za besatzung desa bocbfarstL 
amblbansz Cloppenburg gegen darretchung nohttnrffti<<^ 
gen unterbalt auch kraucht undt lobt au^ gnadigsten 
landeszfurstlieben befebllich zu compariren angehalten 
werden, in masen wir Sagderl3nder zum ordinarien vol. 
len schatzgi reichsth. undt zur bochfurstl» taeffel 4s ton* 
nen botter alsz eine grafen schatz genandt jlihrlicb 
beibringen musen, andt ancb beibringen, daiegen 
▼on allen beschwer, dienst» last, freiheit geniesen 
ddrfilen^ sindemahlen ton beisigen ambthaas wie be* 
kandt vier neil oder acht stunt abgelegen» in morrat* 
aigen groodten onseren sitz baben ans dem mober 



Digitized by 



Google 



4oi 



den torff grabeiii mit geringen boten nach Oestfrief- 
landt fahreiidt onsern snbsïstants daraasx suchea 
niuszen folglich téltt der noht keinea beistandt von 
den nbrigen ambtszgesessenen zu erwai'ten haben 
nndt leider! bei dem Anno 16701 niit Flollandt ge^» 
babte streidt gants auszgeplundert eiiüge man^chafTt 
als gieselersz mit sich gefübret| jahr nndt lag iii der 
Bourtangé gesessen , nnterbalten und bckosteti (: faiss 
dieselbe unsz nicbt < bei apahlen abendt ubcrfallen 
nndt da wir alle praesentes gewesen füglich nnsar vor 
folchen partelj defendiren halten konnen:) daunoch 
4iadarcb ganlz verabrmet nndt crepiren dörifien; 
allen unangesehen haben wir nnser geweber so gubt 
als die beste , hallen darzu secbsz Sclmttenineister 
nmb das geweber dreiinabl ini jahr zn visitiren» undt 
das zwaren za unszer aigenen landesz nutz zum scbrlck 
der benacbbahrlen nmbliegendcn frenibden nationalen 
doch ausz unseren.aigénen antreib alle JHlir den vogel 
scbteszcn anff das ctn ieder sein geweber in güUcn 
esse baken niogle. Wabn wir dan in solcbein punct 
Cloppenbnrg» friesoijtb gleiche freibeit genlesen sol* 
ten, 80 finden nicht dasz wir Sa[>derlander mit Exer* 
cirung Encbargirung desz furdeszgage sollen fur an- 
deren gravifet werden sindemahlen erstlick dasz 
boobfursll. boff cammer lagerbuch, ybZ/b 1 45 var 
nnsz militiret 

' Zweilensz unsere herren beambten selbsten aigen* 
bantlicb altestiren lauht copeilicher abnlage dasz 
keinesi wegesz schuldig solche oncra au ff- undt an- 
canehraen» in ansebnng dessen weilen solche Exer* 
citia selbst anter nnsz gleich andere prifilegüi'te 
i^hrtere dan nndt wann gelegentlich treiben, werden 



Digitized by 



Google 



402 



«ncli solches weiter Ihrer hocbfarstl. gnaden unserem 
gniidigstcQ landess herren zu anser schuldigster Tcr- 
SDtvfortang far« undt anbringen lasen etc. 

Belanget derowegcn alm Ihrö hochwohigeb. gnaden 
undt hochKdelen liolieilen^ sie geruhen diese geringe 
9cliuldige E.KCiilpation pro paritione desz auszi;ela8e- 
neii hefelilichsx fur erst gn&di^st annehtiieo unsz nut 
dergleicben onera nicbt weitersz graviren biniegend^m ' 
farder PETZERBN dabin, wobin geboren solte anweiseo, 
pnsz abcr davon alsz obnscliuldige privilegiïrte Sag* 
derlandere ron dtesen undt anderen Ezlraordinar 
, aniagen gn&digst entbindien soicbebobe genade A?erdten 
mit bocbsler scbuldigkelt zu denieriren ausi bèilissea 
Yerpleiben die . • • • 

ËHT. hocbwoblgebobr. gnaden undt bocbEdelen 

Dienstgeborsabme dienere $ambt« 
licbe Eingesessenen desz Sage* 
terlandtsz, 
Cloppcnhurg den 
'l3 october 1707. 

Bu^^tenop stond: 

Dem b'ocbwobigebor. herren,! herren fbiederick 
MATHiASEN freiberren korf genandt scbmibszing 
Aucb bocbEdelen herren friderich Anton volbuer , 
rentemeisteren lioqbfarsll. Munst. herren beambteii 
ambts Chppenburgy unsere hochgepietende herrea 
untertbfinig^ïgeborsainbste 
Parilion 
Unserer saniblliche Sagderlander. 
Ëinges^senen. ^ 



Öigitizedby Google 



4o3 



q- 

BcHgt van den Heer QnH^anger van Sagelterland ^ 

B.B. DORSTEN y aan de Heeren Drost en Rentemeesler 

van het Ambt Clopptnhur^ ^ ov^er de opschorting 

der executie^ welke zij de Sagelterlandcrs zouden 

aandoen^ wegens I^unne wei ^^e ring van hun 

aandeel in de buitengewone belastingen. 

Hoch wolgebolimer freijherr 
gD'adiger ücrr ambts Droste. 
Aacb hoch Edelgebolirner Hocligclartef 
Hoch geEhrtigster herr hoff Cammer Ratb und 
«robtes Rent«meister. 

Dab ich atiff verfFuhrter morbsitat deren Sagterlan* 
deren deren wegeoden zweijten tcrinlnderhalbscbeijtlt 
beambtllch auszgeschlagenen contingentz von ambts 
noethen (?) und ChurfurstUch erhaltenen dono graiuito 
bereitz fur mehr akz i4 tagen der dlcsz falsigim ob» 
servance gemaes ^einen executanten utub btsz erfoU 
gendes berichtigung jenen auszschlages belj dertigen 
Torstel^eren 9 gegen genusz 7 scbilliugen tag geldts za 
liegen abgesebickety wird mir so even j^^r Notariuni 
BITTER von sellen dieser herren Sagterlander ein 
weitlauflftiges supplicatum sammt zuruck geschrlebencn 
gnadigsten befeJeh insinuiret blsz anderweiter ver* 
ordtnung mit atlcr Execution an zu stehen und ab- 
gescbickten executanten so forib zurück berufen; ich 
babe mir rebus sic stadtibus nolens volens gefallen 
laszen inuszen : zu letzteren bebuef zur morgen ab^ 
scbickung ein zettall zu verfertigen, allein wie dlese 
liebbabere schwerlicb mltt gutben willen re^olviren 
werden den éi^ecanten sein gebahrno^ ab sa fubreo » 



Digitized by 



Google 



4o4 



wovon sie doch Circumstantiis inspecüs kentlich aich 
SQ entfreljen nicht im ^tandt seind» so habe auff 
den mehr alst gnug Tersicherten nicht zablungs fall 
in betreff solcher executanten gebuhr mihr ein gnsdig 
und liocbgeneigt verbal tungs befeich geborsapibst und 
erstmogliclkst auszbitten mtiszen, wellen eines theiles 
der abgesclitckten lerl auz séinem gewerb ond arbeit 
diihin >on ueib und kinderen sich solang enlfernct 
und ohnebin des daran verdienlen gelilcs oicbt lange 
entbebren kan, anderen 'llieiles niir bedenckt uod 
bevcbiveriich ist ii9lche geUler auf ku^nfflig gutes glück 
ausx itt scbicszen und dritten iheiles tu considerircn 
ist, >vohin wan dergleicben lattfieuijen und lufft- 
spriingen nicht hinlaj»glicb gesleurd und abgeholffen 
wird, das $Utema auch so gahr in denen schatiungen 
«eibst zu verfallen droliét, wan der receptor in ejus^ 
modi emergpniibus seinen a»genen sack zu emploiren 
necessitiret seija solte. Ich bin sodan mit allen 
respect 

\JrisoiJlhe den Ew. hochfrcijhcrrlicbcD 

jjUMTi februari 754» Excellent» meines ggn herren 
ambts^ Drosten 

. aueh 

Ew, hochEdelgebobren M. H. H. hoffcam- 
mer Ratbe und ambts Rentemei stereo 
geharsambster dieoer > 

B. n. DoRSïw 

gua receptor des Sagterlandts ' 
L, ejus S. 



Digitized by 



Google 



4o5 

Hanc copiam esse concotdantem cum 
veró suo origmati altcstor ego gasparus 
BUEDEN Notarius Ccesareo publicus et 
immdtriculatus debiterequisitus-scripsi , 
subscripsi et subsignavi caspar bueseh , 
Nou m. p. 

Buitenop stond: 

A 8on Exellence 
Monseif;iienr Ie Baron de schmising Conseiller intïme de 
S. A. S.E. de Cologne rE%êque et Prince de Munster eie, 
Seigneur de Taienhausen, Masthoff^ Oslhoff^ Lanne^ 
Lette ^ Duderstadt etc. clc. Dross<ird etc. 

A Monsieur schomacher Dootrur en droits, Conseiller 
de Ia chambre desfitiauccs de dite son Alt. etreceveur 
du bailhige 

' v ' 

praesentatum deii 4 ^ehruar. 1754* Cloppenbufg. 

adjunctuai sub D. 

r. 1 

Klaagschrijï van de Ambtenaren te Clppprnbttrg aan 

zijne Keuri^orstelijke Doorluchtigheid van Keulen enz, ^ 

over het gedrag der Sa gelterl anders ten aanzien 

der lasten, welke zij als buitengc'woon niet 

vermeenden te moeten betalen. 

Hochwardigst Durchlaucbtigster Cburfarst gnadig* 
•ter fursl nnd Herr. 

Auff von Ew. Gharfurstlich. D, ad suppUcam deren 
Sagterlander Eingesessenen nnterm yjen januarü anni 
currentis gnadigst datirten apostillar bescheidei be«. 



Digitized by 



Google 



4^^ 



richten Tvir flichtgf^horsambst , wie dasz solche leathe 
£w« Cburfurstlich. D. laaler onwahrheiten einberich-* 
tet haben, sod^ die unterlbanigst mit praeseotirto 
aDscbluste sub k. B. G. el D mit mehreren in condnenü 
er ucissen thuen alsz fornembilch erwelsxet das ad» 
junctuni sub A wie das^ so gnlir wel j land ibro Cbur- 
farstl gnaJen frantz arnoldt bereiU untcrm io<g» 
X^ i 1708 fursivaUerlicb gnadlgst befobjen, dasx die 
Sagterlantler potria executionis d onec zur zMung deren 
Toii un^ beambten auszscblagenden extraordinarien 
angebahcn weiden und pro quota contribuireo sollen 
sie nuch jelidesniabl pro rata dazu conlrlbuirel liaben^ 
alsz nolin die Cliurfurstl. don gratuit*gelder so wohl 
alss JanilUages , Diaeten und sonsligen ad extraordtnaria 
g«^ocrcn dieselbe dazu aucb allezeilh mit beijgelra* 
gen 9 so ist ohnmacstgeblicb nicbt meer 'alsz recht' 
und billich dasz solche f revelere /^roi/e/o/a zurzah lang 
cxecutive angehalten werden mueszcn , forthan cr- 
weiszert A^s udjunctum sub B kraift weszen Ewr. Chur- 
furstl. D. so gabr de dato Ciemenswertk den- ai octo« 
bris 174^ schon ons beambte gnhdigst befdBlen^ d!e 
dancknehmigkeit aüs dem uns gnidigst anyertrauelea 
amble soforth zn ertegen so auch gescbehen, Ter* 
fulglich unsere flicht und scbnldigkeit geweszen Ewr. 
ChiirfursU. D. gnidigste hefelchere lu stracker cxe- 
ciition zu bringen , da nühn die ubell geratbene re« 
belltscbe unterlbanen wieder ibren eigenen forsten 
und landesberren bei) hocbstdero regierüngs Canicleij 
geVInget und obnwabrheilen etngebracbt, soist nicbtes 
biiligers, alsz dasz solcbe Ibrer frewelmuth und obn- 
geborsambst balber ïn continentï cum rcfusióne ej> 
pensarvm ad exemplar aliorum zUr verdienten be« 



Digitized by 



Google 



4o7 



•traffïing gèzohgen verden, damit solclse binlntffftig 
beszer Jeroen Ewr. D. alss ihren gnidigsten fursten 
und berrea zü 'respectiren und von soldier despec- 
tueasen supplicirens arth absteheo mogen ; was oubn 
receptor iiu Sagterland einbericbtet und was die Sag* 
terlander uns iiisinuiren laszen erireizcn die anlagen . 
sub C ei D da nuhn aber ein suspens Mint execudonis 
>'on £wr. Cburfurstl. D. regirungs Cantzleij siVc boch- 
preiszlicben boffrabt sine clausuia erkandt ist« so 
babdn "wir den gn^Jigsten verbaltungsbefelcb (:obwir 
tnil der cxccution nócb langer anstehen und wie 
wir uns ferner verballen sollen, marzen es eine 
sacbe "ist^ so kein moram leijdet und Ewr Gbur* 
furstl. D. bocbst güidig&te persobn selbsten angebet :) 
so baldt nioglicb.Ht üiiterlbanigst auszliitten soilea und 
seijnd ubrigens in iiefföler subuüssioo, 

Ew. Cburfurstl. D. 
unseres ggsten fursten und berren 
unterlbinigste geborsatnbste beamb« 
te des ambts Cloppeuburg und in, 
abweszenbeit Herren Drosten nali« 
mens deren selben 

F. A. ScHCMAcaER. 'Rentm. 

Sdtie eopiam es se concordantem cum vero suo origi^ 
nall aüestor Ego casparus bubdbn Nolarius cessareo 
pubUcus, et iinniatriculatus dcbUe requisilus scrip A 
êubscripsi et subsignavi 

Gaspar IlasDEü Ifotar. manu propria 
Z ejus Si 



Digitized by 



Google 



4o8 



Untertban. andlwortti. bericbt eum adjuncU's sub A, 
B. C ei D deoeii Sagterlanderen betreffend in puncio 
prctstandorum extraordinariontm. Pras. d. 9 febr. 
1754 Herra burgemeitter DRBNfCHWELiHC (?) 

r. 2. 

Schrijven van de regering Ie Munster aan de Sagel^ 
ierhnders^ dat^ uil hoofde van hunne verschillen 
met de ambtenaren te Cloppenburg^ hun agent 
in de zaak der buitengewone belastingen^ de 
Beer stapbl, den 14 Mei 1754 op de nieuwe 
raaakanier te Munster verschijnen moet. 
In sachen deren einge^essenen znm Sagterlandt l^Ia* 
geren gegen und wieder unsere beambte zur Cloppen* 
burg uiiil recrptorcm dorsten beklagtc punctum uber 
bcnnibtlich austgescbl.igenes donum gratuitum and 
ambts gebubrnus angelagten ejrecu/n/n betreffent,* wirdt 
klageren ilir agenten stapel su beTolmacbtigen, ao 
dan auff insinualion dieszes bescheidts den i4 inste- 
benden monats maij morgens zebn ubren aoff anserer 
newen rabtsiuben umb uber ein und anderea in 
gefolg gnadigsC aigenbandigen befeiges summarie ge- 
hordt .zu werden persohnlich za . erscbeinen beij zeho 
goldgulden straff auffgegeben. Decretum inconsilio 
den 5 ^^» april 1754. 

L. S. S. V^ Carl tok Drostb fis. p. 

II. M. MULSRT. 

fi^itenop stond: 

Jmmatwn den a8«jf« april 1754. 
per me 

WlGRAD KüfSKlB. 



Digitized by 



Google 



4^ 



r. 3*. 



•FerMarikff van den Notaris i. c iiÖLcinHr, wvt de 

Bcniemecfier van kol amOt^ Clopponhurg hem op zijne 

v^aag: ^viaarotn do^* aan de hier genoemde Frie^ 

ofther burgers . qhikothene panden zouden ver- 

kocht MHirdenfi gedntvtH>ord heeft. Deze 

Notariële afvraging was geschied op yerzoek 

van JOHAN WERNEKE9S vun Friesotthe. 

Anno ijSj den 17 8\^ hab^ ich Notarius ad ora^ 
lem reqnisitionem des ïohan WERenÈKENS den bernn hoff- 
canimer Bhate ond anibts Rhentemeistern schumacber 
sur Cloppenburg^ warumb und aasz wasz uhrsache 

der SGHWBR fiANElUMPFF, FOCKE WILCKENS, WILCKB 

GRIEP and jOHAtr weineksns execaürt and die anff- 
getogene pfande distrabirt werden solled , befrag^t, 
so balt Torbesagter berrn koffcamnier Rbat und ambts 
Rhiniemeister scRtiMAciiBA , dasz daramb obbemeite 
requiretUes veilen dieselbe auff sein befehl ibm ihre 
gründe nicbl anweiszen \rolien und deszhalber inobe- 
dïént^ getressen , gep£anilet und die pfakide dlstrabirt 
,wcrden solt^ny mst^ iii andtw^rt^ ertbeilet , so gcscbe- 
hen Cloppenbumgf in'des lierr» hoffoaintnerrhatien' und 
ambt» rbeiHemibteren r^cauMAcnsR behauseung nnd 
in gegenwart stagen MiCHAB£.BinffGE und michaex. GReifB 
'm tiaio- ut éUprok 

In fidem Ego JOANNES GODEFRIDUS JOSEPHUS NÖLCKElf 

Caesar éus pithU et inimatrrcutatus debite reqmsitus 
Notarius manu iignetoque propriis, 

■ n : ^^^ 

Digitized by VjOOQIC 



4'» 



Klaagschrift lian eilbrt borgman 9 als gevolmagtigde 

Ucr ingezetenen van Scharl en in hunnen naam y aan 

den Keun'orst enz. over -de handelwijze van den 

^ntemeester van het ambt Cloppenburg ten op* 

zfgte van de marklanden te ScharL 

Zooder jaartal* Met antwoord. 

Copia. 

Hocbwürdigster Charfiirst 

gnadigster forst ntidt Herr. 

etc. 

fiw. Charfurstlicher gnaden muss ich endts ant«T* 
gescbriebener fiir roich tind nahmens deren übrigen 
eiDgesessenen zu Scharrel im Sagterlande untertbanigst 
klagend hinterbringen , wïe dasz hocbst debro ambts» 
rbentemeister zu Cloppenburg sicb {angst in Toriger 
iirocbe unterfangen i/FÖllen , in nnser Scbarller ge* 
meinde jedem, so nar grund zu babcn verlangto 
zuscblagé an za weisen, keiner aber sicb gepeldet 
babe, wan nar wir za Scharrele Leinen grand babea, 
80 entbehrlicb ist, aueb nieroahlen in nnser marek 
Ton einem marcLricbter oder ambts-rbentefneister 
grund um solcbes in zuscblag ca bringen angewie* 
sen worden, ond dabero unsers Torgedaebten rheo* 
temeisters Torbaben obnertraglicb ist; 

So bitte nntcrthanigst unss Scarller in conformitat 
deren in copia authentica biebeij gelagten ad suppU^ 
cam erbaUenes ggsten befelcbens beij unseren freij* 
beiten gnadigst zu scbützen^ Torgedacbten aèibts- 
rbentemeisieren alle anwiesoDg in unser marck \w\ 



Digitized by 



Coogk 



4it 



•cbarffa straff xo iohibirea, und da wir besorgen 
auch würcklich ron ihme starck gedröhet sein, dass 
er uns auflf allerhandt welse ptagen und aufif kosl^* 
jagen wolte, dawieder ia hohen gnaden zulanglicbe 
vorsehung za thnen, in der hoffaung ersterbe 
£w« Cburfurstllcher gnaden 
unterlbanigst gehorsarabsler 
Evr. Gharfarstlichen gnaden unlerthanigst gehor- 
sambster eilert borgman als beToluoacbtiger der 
gemeinheit ScharreU. 

Inscriptum er^t: 

An ihro Churfurstlichen gnaden zii Cölnn etc, als 
Bisscbofïen za Munster unlertbanigst geborsambst 
notbdringHcbe bittscbrifft cum adjunclo an seUbeii . 
'dèrèn eingesessenen des dorffes Scharrelt in Saglcr- 
land- zum hocbpreiszlicben gebeimbte Rabt 
am 37 octobr. 1764. 
Lager slond: 
Decreturn supplica 
. An die beambten urn. nacb vorbero diesse beijge- 
lagte anlage inncrbalb 14 tagen za bericbten. Crkund. 
Gbarfurstlicbes gebeimea Cantzelrij insiegels and 'der 
Tidimation. 
Signatum Munster am 27 8bnf 1764. 

L. S. Vt* T. W. vor* Böselageb. 

J\IU$STERMAII. 

' 'Onder dit alles slond: 
Dorffes ScharreU in, Saglerland 
Stapel agent, 
Concordat cum originali \üa Msior joasms hermannus 
GRODTHAusz Notarlus pubL et itnmalr. /n. p. 



Digitized by 



Google 



4.^ 



Verklaring van den E. Heer j. westehma», ^Pastoor 

te Scharly en van den Heer o. düvell, op verzoek 

der Sagelterlander ingezetenen gegeven y dat zij ^ 

' SagelterUinders y ten biijke hunner vrijheid van 

landfolge of Heeren* diensten , niet in den turf 

van den houti^ester (^boschwaarder) xüek, 

ofschoon op hoog gezag daartoe opgeroe- 

pen^ gearbeid hebben. 

Alsz die saroplHche Eingesessenen desx Sagterlandtt 
sich bel] mich angegeben unnd yorgegeben 4dSEihnen 
aufferlagt teij zu beweisen dasz sieabndentorffwelche 
vor dreij jahren der boltzforster luer auffgnadigsten 
befehl ibro bochfurstlicher gnaden uasers gnadigsten 
berren keine arbeit Terrichtet oder denselben za der 
arbelten geholffen belten uond weileo mibr unterbe* 
nenten' ein soicbes bewust in deme gemelten torff obeii 
meinen wiesen-grandt durch die landtfolge desz ambts 
Gloppenburg ohne der Sagterlander einige bandan- 
legung gegraben unnd verarbeitet worden unnd ich 
eine solcbe reebtmaszige bitte niebt abschïagen sollen 
sondern bezeage biermit dasz die Sagterlandisebe 
Eingesessene gantz annd gar keine arbeit dhabeij yer- 
ricbtet liab'en 

L. P. Scharll in Sagterland den 4 7^ lyoS. 

. JoANNËs Westebmav pastor in ScharlL 

tdem et ego testor aojmrawvs buteix Judex 
in /risoethe, hoc paopria subscriptione. 



Digitized by 



Google 



fiS 



ViUrcksel uit het Fricsoilhcr gerigtsprotocol in de zaak 
tusschen den Fiscus en folck& bols^en cuni sociis ^ 
over de tnarhlanden te Bollingen. 
Extractus prolocolli ludic'U /riesoijthensis 

in sachen 
h, o fisci und folckb bolssen und consorten. 
' Veneris den 3 Julii lySS. 

Fiscus reproducia cïtatione beklagte für^baabts in- 
sinuirtf übergab articulirte fiscal klage erwartend 
erscbeineos und pariüoneni 

Beklagte als folgke folckens^ enne heuens oud 
IHLRicH WUBBENS als bcvolmacbtigtc der übrigen be*^ 
klagten erscbienen und constituirten procuratorn hen- 
MCI m forma cohsueta stipulaiione mediante henrici 
Xrafft erhaltener , yoUmacbt wolte ad arliculos geapd- 
wortet l&aben 

ad I das^ beij ihrer lebecszeiten nohr. ein ad zwetj 
s^9ebiiige |;en)achet, und zwarn auss^ einea wilden 
tmd/ohnbrftochbahrejï morast weiebes sie mltt scbwe- 
rer arbeit xind bauffigen mistung in etwas aptiret und 
aasser gemeinen marck wie sie gebört unter ihren 
Torfahren sicb . eingelheilet batten davon nimmer pro 
interesse serenissimi weilen sie ibre marck nml gemein* 
beit milt Tersebatxen mussen nimmer preetendirt wor- 
den, boffend dass Ibro GbarfiurstHcb. durcblauebt 
aUs vor angezeigten ubrsacben nicht praeiendiren werde 
Sp dan ad 3tium wasten nicht dass eini ge baussMetlea 
beij ibren lebzeiten y^kanfflt worxl^ wJèd^sprtich 
dahero des Jisci bitte, and l^ath seiae ppJen sa ab- 
solTÊrèni. . 



Digitized by 



Google 



4i4 



Fiscus acceptirte in quantum gethane gestan dtiHiss 
und bath fetzo erschienene dreij b^klagte in poenam 
Jurato non respondenlium bruechfallig za erklahreo 
wieder übrige aber alsz gegen welcbe diesse aclio 
capitatim introducirt monitorium purgAndizxieTVtiïwn» 

Henrigi protestirte von solche uberflussige kQstent 
ond repetirte seine Torfge bitte. 

Fiscus priora 

pro extractu protocoïli judicii friesoijthensis 

O VOLCKEH. 

foJget hieber per Jiscum in hocce articuh abergebeae 
arliculirte fiscal klage. 

HocU Edell. 
» Hober ohr\^\e\t fiscus nbergibt wieder folcke Bois* 

SElf, ENNEN HEIJENS, HERMAN JAKSSEIT , LUTJE THOBBN. 
EYERT REMMERS , RÖBEGE SONTAG « FOLCKEN F0LCKEN8 , 
POLCKEfif CORNEL[US , UMME EIJLERS « ERGELBERTHINRIGHS , 
^OHAN FOCKEN , KASPAR BINRIGHS , AHLRICH HERMSE « 
AHLRtCH WUBBENS, BE[JE BOLSSEN, AHLRICH ALRICHS, 
"WITTIB MINNERT OERSEN, Uud KORD L13GAS oacbfolgende^ 

klage setzend 

imo dasz beklagte eineni grossen district landes ansz 
gemeiner niarck absqüe consensu Serenissimi so pro. 
tertia kentlich interessirt zugescbJsagen 

odP und solcben zv, Esslandt aplicet^ 

3^»o aucb von gemeiner marek abscjuc consensu «Se* 
renissimi dreij hansslatteh als cine au heijen xoLssEff» 
- ^to eine 'an* ahlrxch ahlrichs 

5^^ and eine an wubbe^ FOLgKfcifS Erben yerkauffet. 
Biltend die zogeschlagene Esslandereijen za aeskimirea 



Digitized by 



Google 



^i5 



beUigte wass sie fiir die yerkanffte hauszstatten emp- 

fangen aijdlich zu specificiren an zu welszen, and 

beklagte ad solvendum tertiam.Serenissimo compeientem 

an zn strengen und benebst wegen dleszer eigenm^ch- 

tiger anteritelimufig aelbe bruchtraliig zu erklahren 

aut meliori darüber 

Jps. Ant. Ko&i^vLK fiscus^ 

pro exlractu protocolli Judicii fricsoijthensis 

O YOLCKElf. 

Opschrift: 

Extractus protocolli friesoijtJiensis in sachen 
h. o fisci und f.olcke bolsS£n und 
jCQnsprten zu Bollingsn» 



Digitized by 



Google 



CORRIGENOjl. 



Bt isT 


r^i 


.10 ▼. ond. 


fltaot : bewijst 


lees: bewijzeri 


- i3 


- 


7 'T. ond. 


- y./ 


- "^fWf 


- 20 


- 


4 V. ond. 


er 


- der 


» 23 


"- 


1 1 V. ond. 


kerken , 


moet niet gelezen worden. 


• 23 


■-■ 


5 V. bór. 


landjQ 


lees: landtje 


- 35 




l y* ond. 


oycr zand 
oycr het' 


-en veen , bel geheel bleef 

lees : 
g«heèl zand en yeen bleef 


-, 43 




2 T. ond. 


. • yingerwijiig 


;ingen Ues: vingerwijzingen 


. 67 




16 V. ond. 


• landje 


> landtje 


. 70 




24, V. ond. 


- desdjda 


- eertijds 


► 72 




3 V» ond. 


. landje 


~ landtje 


. 87. 




18 T. ond. 


- werkte 


• werl^ten 


- 90 




i5 V. ond. 


- bevind 


- bevindo 


• XOI 




5 T. bov. 


- hé-oit 


- hieit 


. jo3 




16 V. boT. 


'hij 


^ hi 


-104 




20 T. boT* 


- ëën in woord 


l - in éin yroord. 


- 112 




5 T. ond. 


- den broek 


- een boek 


- 125 




2 T- ond. 


- fi^nde 


- frj^nde 


.134 




12 T. ond. 


- W j 


- bij 4 


• 144 




10 T. ond. 


- meer 


- zeer. 


- 162 




7 T. ond. 


- 'gemaks 


• gemak 


.167 




i5 y. bov. 


- de Sagelter-Friezen - der Sagelter-Friezeii 


-196 




3 y.ond. 


- wie 


. wier 


• 201 




. 6 V boy. 


- btm 


. hin^'t 


T 208 




II y.ond. 


. baar 


• hen 


- 209 




11 y.boy. 


- wujwe. 


- wjuwe. 


- 223 




8 y.boy. 


- meeriLel. 


- ineervoad. 


- 228 




1 y.ond. 


- meerstel. 


- meervoad. 


. 225 




10 y.boy. 


- ale-en 


- alfiond. 


- 227 




14 y. boy. 


- aarsknoop 


' aarsknop. 


- 240 




9 y. boy. 


- bofcben 


« bofscben 


- 240 




x5 y.boy. 


. büi en 


- hfisand 



Digitized by 



Google 



a4ö 
248 
248 
267 

25tJ 

aGo 

2()3 

263 
264 
273 

• 274 
277 

279 
aSi 
281 
281 
yS5 
287 
295 
3o3 
3o3 
3d6 

• 3üG 

• 3o6 
■ 3o7 

3o8 

• 3o9 

• 309 
3io 
3i3 
3i6 

. 323 
324 
329 
329 
329 



9 V. ond. . 

14 t. l>ov. - 

6 v.ond. - 

. i v.ond. - 

16 y.ond. - 

1 T.ond. - 
6 ¥. ond. - 
6 T. hnw, - 

1 1 V. ond. - 

5 v.boy. - 
II f.bov. • 

6 v.bov. • 

2 V. bov. . 

4 T.ond. • 
i4 V. bov. - 

5 T.ond. 

4 y.oiid. - 

3 vond. - 
2 V ond. • 

i3 y.ond, - 

i3 T.ond. • 

4 T.ond. - 
IJ v.ond. - 

11 T.ond. - 
2 T. ond. - 

12 v.boT. - 

6 T.ond. - 
li T.boT. - 
i\ T.büv* - 

9 T.boy. - 
1-3, 

8 v.on^ - 
16 T.boT. - 

4 T.ond. - 

12 T.boT. • 

9 T.ond. - 
2 T.ond. - 



Tlashoepel 

9C9a 

êcinfel 
begCTen o 

darde 

ider 

soange 

SIWERT 
BOLGEMAIC 
BOLE 

Comités 

deze 

Jubes 

donaii 

Hpiscop 

nobili« 

is, moet er uit. 

eriio 

e* 

gericlaiiche 

Mairle 

hunner 

qoud 

suhicen 

We 

ballet 

paritem 

tadt 

auf 



• Tiasroepvl 

- êéoa 

• tcinfèt 

- begeerea 

• dar dtf 

- edder 

- solange. 

- 8IÜBKT 

• BALGBB14R 

- BOLBtf 

. - Btitrag* 

- Comiii* 

- JolCB 

- donuvi 

• Episcopo 

- nobiles 

- tctiio 

- €9 

- gcricbtliciie 

- Mairie 

' bunderl 

- quod 

- sölcbcn 

- viel 

- ballet, gestaU 

- paritatem 

- stadt 



behoorcn bij bet ycorgaand Cbarlei . 
Docb lees: nach 



ibo 

Tinci 

data 

Toru 

scbcwrlicb 



- ihr 

- Tincit 
• dass 

- Tom 

- schwerlkk 



Digitized by 



Google 



. 33d 


I t.boT. 


- wati 


- wasf 


331 


- 3 T.ond. 


- voor 


- von 


336 


- . 9 v.bov. 


• geitaeues 


- getbacncf 


357 


5 T.bov. 


- dal» 


• dass 


338 


- 17 v.bov. 


- gegen 


- geben 


34« 


5 v.otkI. 


- uberspringaog 


- nberpringang 


347 


7 V bov. 


• setpee 


• respee 


347 


- 11 v.bov. 


- deparlirte 


- depatirte 


349 


- 11 v.ond. 


• Dorowegen 


- Derowegen 


357 


7 v.bov. 


• eerario 


- ixrario 


366 


9 V. ond. 


- enlübrlgën 


• entübriget 


368 


I V. ond. 


. foUich 


- faUich 


370 


- 10 V. ond. 


- eura 


- cum 


376 


- i5 v.ond. 


- lieblicben 


- leiblichen 


377 


4 ▼.ond. 


• dam 


- dann 


378 


-^ 1 v.bov. 


- damtt ' 


^ damitt 


378 


3 v.ond. 


- rede 


- iede 


3zD 


- II v.ond. 


• Oisfrieslvndt 


• Oiitfrieslandt 


38o 


- 12 vond. 


- oder 


- oder an 


382 


- 17 v.ond. 


- door 


- voor 


386 


- 17 v.ond. 


- exones 


- e£önes 


388 


7 v.bov. 


- -weien 


- weUen 


388 


2 v.ond. 


. die 


. die 


400 


3 v.ond. 


• heisigen 


- biesigen 


4t^ 


- ïi v.ond. 


- even 


. eben 


4o5 


- 5 f. bov. 


- BVBSKK 


- HUEMK 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



i- 



RETURN CIRCULATION DEPARTMENT 
TOm^> 202 Main Library 



LOAN PERIOD 1 
HOME USE 



2 

< 
xr 



ALL BOOKS AAAY BE RECALLED AFTER 7 DAYS 

) -month loons may be renewed by colling 642-3405 

6-month loons moy be recharged by bringing books to Circulotion 

Desk 

Renewols ond rechorges moy be mode 4 doys pribr to doe dote 

PUEA S STAMPED BELOW 

3Ï ' 



ÜL 



00 









TT 
O 






> 



J0, 



lÖ^ 



lECOHDW 6 78 



JSÜ. 



UlsriVERSITY OF CAIIFORNIA, BERKELEY 
FORAA NO. DD6, 40m, 3/78 BERKELEY, CA 94720 



(^ 



Digitized by 



Google 



I 



YB 25833 




M102573 oH'<^i^l 



THE UNIVERSITY OF CAUFORNIA UBRARY 



J 




Digitized by 



Google 



'L